Gewichten en Maten Verzamelaars Vereniging

 
Determineren van maten en gewichten

IJkmerken van:
    • Nederland
    • België
    • Frankrijk
    • Duitsland
    • Indonesië / Nederlands Indië


Fabrieksmerken van:
    • Nederlandse gewichten
    • een uitgebreid overzicht van heel Europa


Opschriften en aanduidingen:

    • gewichten
    • inhoudsmaten
    • lengtematen
    • oppervlaktematen
    • kubieke maat

Gewichten:
    • materiaal
    • vormgeving

Weegschalen:
    • basisvormgeving

Inhoudsmaten:
    • (volgt nog)

Lengtematen:
    • (volgt nog)



IJKMERKEN

Maten en gewichten voor huishoudelijk gebruik hoeven niet geijkt te worden. Op plaatsen van openbare verkoop is het gebruik van geijkte maten, gewichten en weegschalen verplicht. Weegschalen worden in Nederland pas vanaf 1941 geijkt door middel van individuele keuring of keuring naar model.
In de loop der eeuwen is een veelheid aan merken gebruikt. De jaarletters zijn daarvan het belangrijkste. Wie het naadje van de kous wil weten, moet op deze web site in de afdeling Literatuur kijken.

Nederland
voerde vanaf 1820 enkele alfabetten, vanaf 1975 gevolgd door halve jaartallen. Door de verschillende vormgevingen van de letters is het dateren erg gemakkelijk geworden. Er is wel een kanttekening te plaatsen bij de jaarletters van 1820-1836: die zijn naar Amsterdams model. Elders in Nederland komen in deze periode jaarletters van een andere vormgeving voor. De hier beschikbare lijst toont de kale jaarletters, dus zonder de ronde omlijsting. (Nederland_ijken in PDF, 224 KB).
In de periode 1820-1869 voerden ijkers meestal een persoonlijk merk en soms een merk dat verbonden was aan het ijkkantoor waar ze werkten. Dit zijn de zogenaamde arrondissementsmerken (142 KB PDF).
In 1870 werd het ijkwezen drastisch gereorganiseerd en het aantal ijkkantoren teruggebracht naar 19. In de loop der tijd zijn steeds meer ijkkantoren gesloten. In plaats van persoonlijke merken werden zogenaamde kantoormerken gevoerd: een cijfer of getal in een speciale omlijsting. In de loop der tijd werden nummers van opgeheven ijkkantoren aan andere ijkkantoren gegeven. Het overzicht is te vinden in kantoormerken (52 KB PDF).

IJkmerken van Nederland vanaf 1820

België werd in 1830 zelfstandig en startte een eigen jaarletterreeks in 1831. Helaas heeft men in 1857 besloten om dit goede systeem te verlaten voor een krankzinnig idee: Griekse letters (weliswaar op volgorde: alfa, beta, gamma, ...) maar na het aflopen van het alfabet begon men opnieuw met dezelfde letters. Bovendien werkte men met een systeem van twee 'secties' (oneven en even jaren). Het is soms een hele toer om een Belgisch gekeurd voorwerp te dateren. Vanaf 1948 gebruikt men halve jaartallen: Belgie_ijken (64 KB PDF). Samenstelling: Omèr de Wilde uit Clinge.

Frankrijk heeft in 1802 een begin gemaakt met een landelijk systeem van jaarletters voor maten en gewichten. Ook hier begon men goed, maar vanaf 1827 gaat het mis: er worden slechts halve alfabetten gebruikt (A-N) en men begint steeds opnieuw met jaarletters van dezelfde vorm en in dezelfde omlijsting. Hoe komen ze op het idee... Aan de hand van andere kenmerken (b.v. fabrieksmerk en overige ijkmerken) zal dus een datering moeten worden ondernomen. Een kort overzicht is te vinden in Frankrijk_ijken (124 KB PDF), dat genomen is uit het volledige overzicht: Frankrijk (3,2 MB PDF). Beide overzichten zijn samengesteld door Gregor Linkenheil uit Luxemburg.

Duitsland is ontstaan uit een enorme verzameling zelfstandige 'rijkjes' en dat had ook z'n weerslag op het ijken. De moderne Duitse jaarmerken zijn te herkennen aan hun specifieke vormgeving: de banderol en het jaartal in een schildje. In bijgaand overzicht de sleutel tot het banderol merk (380 KB PDF).
Voorbeeld ijkmerk Duitsland

Indonesië / Nederlands Indië heeft al sinds 1629 jaarmerken gevoerd, eerst in de vorm van alfabetten. Tot en met 1898 was de herijk halfjaarlijks en werden dus twee merken per jaar gebruikt. Tussen 1676 en 1886 werd een combinatie van een letter en een cijfer gebruikt, van A1 tot en met Z9 en ook Z0 (zet-nul). Tussen 1887 en 1982 werden jaarletters gebruikt. Uitschieters zijn de cijfers uit de periode 1898 - 1908 en de Japanse karakters tijdens de Japanse bezetting van het land. Vanaf 1983 worden de laatste twee cijfers van het jaartal gebruikt. Het overzicht Indonesia_ijken (19 KB PDF) is samengesteld door L. Walters, A.H. Damman en R.J. Holtman.



FABRIEKSMERKEN

Voordat het metrieke stelsel werd ingevoerd (in Nederland vóór 1820-1830), was een fabrieksmerk of makersmerk niet gebruikelijk. Slechts de tinnen kannen hadden een zogenaamd tinmerk.
Toen Nederland overging op het metrieke stelsel was een opschrift verplicht, maar een fabrieksmerk werd zelden gevoerd. Enige uitzondering wederom: de tinnen maten waren altijd voorzien van een tinmerk.
Vanaf 1870, toen de tweede IJkwet van kracht werd, was een fabrieksmerk verplicht. Vanaf 1912 werden ook de verkopersmerken verboden, zodat een voorwerp altijd herleid kon worden naar zijn maker. Eigenlijk een vroege vorm van kwaliteitsverbetering.

Fabrieksmerken op Nederlandse gewichten zijn te vinden in het 'Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten', waarvan hier een uittreksel (1,3 MB PDF) is te vinden.

Overzichten van fabrieksmerken op Nederlandse inhoudsmaten zijn te vinden in het boek 'Nederlandse metrieke inhoudsmaten' van G.M.M. Houben uit 1978, te bestellen bij de GMVV voor 16 euro.

Overzichten van fabrieksmerken op Nederlandse lengtematen en weegschalen staan (helaas) nog in de kinderschoenen.

De Duitser Jürgen Schnieder werkt sinds 2003 aan een Europees overzicht van makersmerken (en handelsmerken) van fabrikanten van weegschalen en gewichtenIn maart 2013 kwam versie 3.4 gereed, met gegevens van bijna 5700 fabrikanten en verkopers. Er worden ruim 5600 merken afgebeeld en bijna 2000 beschrijvingen van merken gegeven.
Omvang: 1636 pp. incl. uitgebreide indexering op afbeelding. Prijs 29 euro als download. Nu bestellen.
De tekstlijst (1,5 MB PDF) is vrij beschikbaar.



OPSCHRIFTEN EN AANDUIDINGEN

Gewichten
• vóór 1820: op gewichten van minder dan 1 pond gewoonlijk geen opschrift dat de massa aangaf.

• periode 1820 - 1869: Korrel (= 0,1 g), NW (= gram, Ned. Wigtje), NL, Ned. Lood (= 10 g), Ned. Ons, Ned. Once (= 100 g), Ned. Pond, Ned. Pond Kil (= 1 kg)

• periode 1870 - 1912: G (= gram), DG, DEKAGRAM (= 10 g), HECTOG, HEKTOG, HEKTOGRAM (= 100 g), KILOG (= 1 kg), KILOGRAM

• periode 1912 - 1941: G (= gram), ONS (= 100 g), KILOGRAM

• periode 1941 - 1980: opschriften op Nederlandse gewichten in 'g' en 'kilogram'. Sinds 1967 is bovendien het Internationale model gewichten toegelaten, waarvan de opschriften in 'g' en 'kg' zijn uitgedrukt.

Inhoudsmaten
• vóór 1823 / 1830: gewoonlijk geen opschrift dat de inhoud aangaf.

• periode 1823 - 1869 ('droge' maten) / 1830 - 1869 ('natte' maten): Ned. Vingerhoed (= centiliter), Ned. Maatje (= deciliter), Ned. Kop (= liter, 'droge' maat), Ned. Kan (= liter, 'natte' maat), Ned. Schepel (= 10 liter), Ned. Mud ('droge' maat), Ned. Vat ('natte' maat) (= 100 liter)

• periode 1870 - 1941: CENTILITER (= 0,01 liter), DECILITER (= 0,1 liter), LITER en HEKTOLITER (= 100 liter)

• periode 1941 - heden: 'centiliter', 'deciliter', 'Liter' en 'hektoliter'.

Lengtematen
• vóór 1820: geen opschrift dat de lengte aangaf.

• periode 1820 - 1869: Ned. Streep (= 1 mm), Ned. Duim (= 1 cm), Ned. Palm (= 10 cm), Ned. El (= 1 m), Ned. Roede (= 10 m), Ned. Mijl (= 1 km)

• periode 1870 - 1941: opschriften in MM, CM, METER, KM.

• periode 1941 - heden: opschriften in 'mm', 'cm', 'm', 'dam' (= 10 m), 'hm' (= 100 m), 'km'

Oppervlaktematen
• vóór 1832, de invoering van het kadaster, was het oppervlak van een stuk land niet altijd geheel duidelijk. Omdat de metrieke lengtematen in 1820 werden ingevoerd, zijn toen ook automatisch de metrieke oppervlaktematen van kracht geworden.
Vierkante Ned. El = 1 centiare (1 m2)
Vierkante Ned. Roede = 1 are (100 m2)
Ned. Bunder = 1 hectare (10.000 m2)

Het heeft lang geduurd voordat voormetrieke landmaten zoals pondemaat, morgen, groot en klein honderd, niet langer werden gebruikt.

Kubieke maat
Voor de verkoop van bijvoorbeeld brandhout werd de kubieke maat gebruikt. In 1820 werd deze metriek gemaakt en Stère of Wisse genoemd: 1 m3.



VORMGEVING VAN GEWICHTEN

Gewichten zijn vaak het gemakkelijkst te determineren. Dit onderwerp is behoorlijk onderzocht en daardoor is er veel kennis en literatuur beschikbaar.

MATERIAAL:

Lood: de oudste gewichten zijn voornamelijk van lood gemaakt. Lood is gemakkelijk te smelten en in een vorm te gieten; het aanbrengen van merken vergt niet zoveel moeite. Tijdens het gebruik heeft lood de neiging om op te kurrullen; het materiaal is meegaand. Slijtage is niet uitgesloten maar lood werd dan ook vooral gebruikt door 'de gewone man' voor het wegen op een evenaar. Vanaf 1820 zijn gewichten, die geheel van lood zijn gemaakt, in Nederland verboden.

IJzer: dit materiaal komt meestal voor in combinatie met lood: een ijzeren romp, en een kruk (of handvat) die met lood is gezekerd in de romp. Bovendien kan het aangebrachte lood worden gebruikt voor het afslaan van ijkmerken of het justeren (= op gewicht brengen) van het voorwerp.

Koper, brons, messing, latoenkoper: dit is een duurder materiaal dan lood en ijzer; het is echter slijtvaster en beter bestand tegen roest dan ijzer. Rood koper is echter een vrij 'zacht' materiaal zodat het werd gelegeerd met tin (= brons) en later met zink (= messing). Latoenkoper is dun koperblad, om een voorwerp aangebracht dat meestal van lood is vervaardigd.

Zink: in tijden dat koper schaars was, werd zink als vervangingsmateriaal gebruikt. In Nederland alleen tijdens de periode 1942-1945.

Aluminium: de zogenaamde milligramgewichten worden gewoonlijk van aluminium gemaakt. Aluminium heeft een lage soortelijke massa zodat de gewichtjes nog een beetje 'body' hebben. Om u een idee te geven: een aluminium gewichtje van 1 milligram meet 3x3 mm en heeft een opstaand grijprandje waarmee het geheel maar 0,5 mm hoog is.

Goud, platina: voor gebruik in laboratoria waar met bijtende stoffen wordt gewerkt, is het gebruik van messing en aluminium gewichten niet aan te raden. De messing gewichten van 1 gram en groter zijn daarom beschermd door een dun laagje ander metaal (vernikkeld, verguld of zelfs geplatineerd); de gewichtjes van 50 - 500 milligram kunnen van goud en platina zijn gemaakt.

Roestvaststaal (RVS of 'roestvrijstaal'): dit is een modern materiaal waaruit voornamelijk gewichten van het internationale model worden vervaardigd.

Steen: dit materiaal is in Nederland weinig gebruikt. Meestal gaat het om erg grote gewichten, gemaakt uit veldkeien of uit gekapt zandsteen. In de steen is een gat geboord waarin met lood een ijzeren ring werd bevestigd; het lood bood plaats aan een opschrift en de ijkmerken. Vanaf 1820 is het gebruik officieel niet meer toegestaan.

VORMGEVING:

loodkopgewicht ijzeren gewichten met loden kraag (loodkopgewicht)

(periode tot ca. 1900)
kegelvormig ijzeren gewicht ijzeren kegelvormige gewichten

(periode 1870 - 1980)
ijzeren blokgewicht Nederlands model ijzeren blokgewichten van Nederlands model

(periode 1941 - 1980)
ijzeren blokgewicht internationaal model ijzeren blokgewichten van het internationale model

(vanaf 1967)
bomgewicht ijzeren bomgewichten

(in Nederland zeldzaam, periode 1879 - 1912), in Duitsland in overvloed)
sluitgewichten messing sluitgewicht of pijlgewicht (huisjesgewicht)

(van brons of messing, periode tot ca. 1910)
zeshoekig Frans metriek gewicht messing zeshoekige metrieke gewichten uit de Franse tijd

(periode 1812 - 1820)
staafvormige gewichten à la Prieur messing staafvormige metrieke gewichten uit de Franse tijd

(periode vanaf 1800 tot net na 1820)
krukgewichten messing krukgewichten

(periode tot 1980)
medicinaal pond messing halve bolvorm (medicinaal pond)

(periode 1820 - 1871)
graangewichten, korenschaalgewichten messing graangewichten, behorend bij een korenschaal

(periode tot ca. 1900)
knopgewichten messing of zinken knopgewichten

(periode 1820 - 1980)
bakkerijgewichten messing bakkerijgewichten

(periode 1948 - ca. 1980)
gewichten van het internationale model messing of ijzeren of rvs gewichten van het internationale model (foutief: 'EEG-model')

(periode 1967 - heden)
fracties messing of aluminium of gouden of platina fracties: greinen, azen, karaat, milligram

(periode tot heden)
engelsen messing 'engelsen': vierkante plaatjes voor goud- en zilverweging

(periode eind 16e eeuw - 1820)
muntgewicht messing of loden muntgewichten, voor het nawegen van munten

(periode 13e eeuw - begin 19e eeuw)
apothekersgewicht, medicinaal gewicht in tekenvorm messing medicinale gewichten (apothekersgewichten) in tekenvorm

(periode voor 1820)
karaatgewicht messing karaatgewicht (voor het afwegen van edelstenen)

(periode tot ca. 1980)
(afbeelding volgt)
loden gewichten: rond en taps, of gelobde vorm, of vierkant

(periode tot 1820)


VORMGEVING VAN WEEGSCHALEN

evenaar
Evenaar

(gelijkarmige balans, de oudste vorm en nog steeds erg zuiver)
unster
Unster

(ongelijkarmige balans, 'Schnellwaage', 'steelyard', 'balance romaine')
bascule
Bascule / weegbrug

(het principe is al sinds de 18e eeuw in gebruik in weegbruggen)

kwadrantweger
Kwadrantweger

(Leonardo da Vinci tekende 'm al)

Roberval balans
Roberval balans

(hoe krijg je de last BOVEN de weegschaal zonder dat-ie kantelt)

veerweger
Veerweger ('veerunster')

(voor het snel en ruw schatten van het gewicht)



Terug naar de startpagina.

Update: 30-7-2013