HUUB BEURSKENS 12-11-2009 - contact: huub.beurskens@gmail.com

subpagina's:  BIO&BIBLIO    GEDICHTEN    ATELIER    PLEIN AIR    mouseover   NONNOLLESBLOG UITGEVERIJ TROMDRAGER

Huub Beurskens leest een gedicht en licht het toe (klik)

Het vlot

 

(Hans de Wit, Het vlot, 2007)

Narcissus

 

‘Dit is Ripley,

w564502460h, hoofdofficier,

laatste overlevende van handelsruimteschip

Nostromo, meldt zich af.

stilte

Kom, kat.’

 

Nooit lukt het ons eraan te ontkomen

om als een God of noem het Geest of Ziel

ons van buitenaf te zien. Zoals we dromen

leven we, alleen. Wie weet zonder chlorofyl

kunnen we ooit, zonder behoefte aan de kat

op schoot, zonder mens- en dierverlaten aarde,

kan eens de vrouw geheel zonder man, al is dat

liefst nu nog weg te denken hier; van waarde

dan zijn andere waarden, nooit heimwee meer

naar krokus bloeiend in een tuin met sneeuw:

tijdrekening zonder dag, maand, jaar en eeuw,

slaags raken androïden- en xenomorfenheer,

maar jij beziet je weer, oneindig op zich gericht

blijft je ik, jij, facehugger over je eigen gezicht.

 

Ze klikt de recorder uit.

Staart naar buiten.

ext. kosmos

De shuttle Narcissus zweeft de ruimte in.

 


 

Zaal der grote formaten

 

Werd nog geen drieëndertig

maar met bijna dat aantal

schilderijen uit zijn oeuvre

in het Louvre. Naar ‘Het vlot’

 

in de zaal der grote formaten

worden we al bij de onthaal

verwezen ‘Bah, une vignette,’

oordeelde hij op zijn sterfbed.

 

Géricault. Ary Scheffer toont

ons zijn dood, in zaal 61, op

een grauwe winterdag, maar

in werkelijkheid scheen de zon.

 

In werkelijkheid scheen de zon,

maar Géricault toont storm en

golven waarin de laatste vijftien

het schip zien aan de horizon.

 

Met honderdvijftig waren ze

toen het begon. Geschrokken

keek ik om me heen en om in

de zaal der grote formaten. Wie

 

in deze roezemoezende drom

zou ons het eerst verlaten? Wie

zou weigeren biscuit te delen?

Wie zou als eerste verwilderd

 

‘Wij zijn met veel te velen’

schreeuwen? Wie ging me kelen?

Wie zou ik vierendelen? Van wie

zou ik vlees en vet verteren?

 

‘Er zijn er nog te veel te velen!’

Wiens urine zou ik drinken?

Van urine drinken plas je weer

eerder, noteerde arts Savigny.

 

Werd ik van mijn plank gesmeten

of zou ik maar mezelf verdrinken?

‘Is schipbreuk dan een oogst

en vervoert de storm het graan?’

 

Wat in hemelsnaam zag ik aan

voor een kust met plantages?

Met stokken elkaar en naar

de haaien slaand. Bijtend open

 

wonden van in zout water staan,

zeekwallen eraan. Geef mijn lippen

je laatste traan! Laat me stikken

van het lachen om wat rest van ikke!

 

Een stukje tin op de tong –

de koelste sensatie! Rozengeur

hmm uit een lege parfumfles! Wat

wil een mens meer? Dames? Heren?

 

Nieuwe kleren? Geloof? Hoop?

Liefde? Trots? En natie? Hals

over kop ontvluchtte iedereen

de zaal der grote formaten. Uit

 

alle hoeken en gaten stroomden

de massa’s naar de kassa’s terug

en ik spoelde erin mee en weg,

stormwind in en winterregen.

 

In werkelijkheid zei ik dat het niet

kon, zulke gave lijven na zo veel dagen

op dat vlot op je plastic museumtas op

een bank in de goddelijke voorjaarszon.

 


 

Eigenlijk heb je alles al

 

Eigenlijk heb je alles al om op zomaar een dag

te staan huilen in zomaar een bos populieren,

 

liefde gehad, verloren, gevonden, vader verast,

moeder ontbonden, vlees gediend, god verlaten,

 

je vlot alleen met zwarte gaten om je heen zonder

verder te komen dan fanaten rond een zwarte steen,

 

eigenlijk weet je alles al, je bent de dood zijn niet

te missen kans, zijn niet te weigeren voorstel je

 

met alle voorstellingen van hem te wissen, rouw

is er dan geen, geen krans of graf, geen annonce

 

in de krant, je ziet zijn oever die je wacht slechts

zolang je denkt dat hij je al dan niet verwacht en

 

wenkt, zacht ritselt met zijn populieren, looigeur

in zijn dal, er is geen strandingszand, een traan

 

misschien nog in je kussen, eindelijk is het dan

dat alles af is of nee want eigenlijk heeft alles je al.

 

HOME