[Terug]

De 'Affaire Debye'  

door  Herman de Lang

Over het gedrag van Peter Debye (Nobelprijswinnaar Chemie 1936) tijdens het nazi-bewind in de jaren 1933 - 1939 is in Nederland een storm losgebarsten. Dit naar aanleiding van 'onthullingen' die de wetenschapshistoricus Sybe Rispens daarover deed in zijn recente boek Einstein in Nederland, en die onder meer ertoe hebben geleid dat de Colleges van Bestuur van de Utrechtse en de Maastrichtse Universiteit besloten hebben het gerenommeerde Utrechtse Debye Instituut en de prestigieuze Maastrichtse Debye Prijs hun naam te ontnemen.
In dit artikel zullen feitelijke bronnen - voor zover mij bekend - naast de beweringen van Rispens op rij worden gezet, zodat eenieder daarover zijn eigen conclusies kan trekken. Tot slot zal ik mijn persoonlijke mening geven.


Rispens en Debye
Op 25 januari 2006 verscheen het boek Einstein in Nederland, een intellectuele biografie [1] van de hand van "Dr. Sybe Izaak Rispens, ingenieur, filosoof en wetenschapshistoricus", zoals de kaft vermeldt. In het boek wijdt hij slechts een enkel hoofdstuk aan de relatie tussen Einstein en Debye. In een voorpublicatie in Vrij Nederland echter, getiteld Nobelprijswinnaar met vuile handen [2] concentreert Rispens zich op Debyes houding tijdens de nazitijd. "Dat hij [Debye] voor de Tweede Wereldoorlog een bijdrage leverde aan Hitlers belangrijkste militaire onderzoeksprogramma [?] is vergeten en vergeuen, [...] Uit nieuw [?] historisch onderzoek blijkt echter dat zijn handen vuiler zijn dan gewoonlijk wordt aangenomen. Zijn beslissing naar Amerika te vertrekken nam hij allerminst uit afkeer van het naziregime. In 1941 stuurde hij nog een telegram naar Berlijn met het aanbod terug te keren op zijn post" [2], aldus Rispens.

Het artikel slaat in als een bom en het boek krijgt daardoor in pers en media veel publiciteit, waarbij de negatieve conclusies over Debye klakkeloos worden overgenomen. Ook in Duitsland en Amerika roert Rispens de publicitaire trom. In een interview van 23 februari met de Aachener Nachrichten (AN), beschrijft Rispens "wie eng Debye ab 1935 and bis über 1940 hinaus mit den Nazis kooperierte", tevens dat Debye "strukturell an der Losung der Judenfrage innerhalb der Kaiser-Wilhelm-Gesellschaft and der Deutschen Physikalischen Gesellschaft mitgearbeitet" heeft, alsmede "in 1938 den Auftrag gegeben [hat], in einen Sonderaktion die Juden aus der Physikalischen Gesellschaft (DPG) zu entfernen". Weliswaar verklaart Rispens ook dat Debye "zwar kein überzeugter Nationalsozialist war" en de nazitijd slechts als "Opportunist für seine eigenen Zwecke genutzt" heeft, maar door dezelfde termen te gebruiken die in her nazi-jargon gebruikelijk waren, zoals `Judenfrage' en 'Sonderaktion', en waaraan thans een misdadige gevoelswaarde kleeft, wekt Rispens de suggestie dat Debye een actieve collaborateur zou zijn geweest. In een brief van 7 rnaart 2006, gericht aan de burgemeester van Maastricht, schrijft prof.dr. Knut Urban, voorzitter van de DPG, over het interview [3]: "Was im Artikel der AN ('Nach Rispens Forschungen...') als Ergebnis einer Forschungsarbeit dargestellt wird, verdient jedoch diese Art der Charakterisierung nicht. Rispens, der in dem Artikel der AN als Historiker bezeichnet wird, ist von Berufjournalist. Die von ihm angefuhrten Quellen sind den Fachhistorikern seit langem bekannt"

Een bericht in Chemical & Engineering News van 1 maart 2006 meldt [5]: "Rispens tells C&EN that his archival research on Einstein and his relationship with Debye reveals that 'Debye showed himself to be an extreme opportunist during the Nazi period', As in a letter expelling Jews from the physics institute that Debye directed,  Rispens says, Debye, in most of his correspondence, `shows himself , as a willing helper of the regime, signing dozens of letters with `Heil Hitler'. There are no signs that he acted involuntarily or was threatened by the Nazis"'. Echter: "At Cornell University, Paul L. Houston, who is Peter J.W. Debye Professor of Chemistry, says, 'I, find the allegations to be at odds with what I do know about Debye. There are stories here about his anti-Nazi stance [...] Many of my older Jewish colleagues were here when Debye decided to stay or were even appointed by Debye when he became chair"' [5.

De DPG-brief
Wat is dat "nieuw historisch onderzoek" waar Rispens over rept en dat zou aantonen dat Debyes "handen vuiler zijn dan gewoonlijk wordt aangenomen"? Rispens [1,2]: 
"In november 1938 [...] maakten de nazileiders de balans op van de 'Reichskristallnacht'
 
[nacht van 9 november 1938, waarin onder andere de ruiten van bijna alle Joodse huizen en winkels werden stukgeslagen (vandaar de naam), vanwege een moord door een zeventienjarige Joodse jongen op een lid van de Duitse Ambassade in Parijs - HdL]: 
meer dan duizend synagogen waren afgebrand, zo'n achtduizend joodse winkels vernield en twintigduizend joodse mannen in concentratiekampen gezet. Voor Debye was het nieuws voornamelijk relevant [?] omdat nu van hem werd verwacht dal hij alle 'niet-arische' leden van de ledenlijst van de Deutsche Physikalische Gesellschaft schrapte. Op 9 december schreef hij de volgende brief aan alle leden: 
'Gezien de dwingende heersende omstandigheden 
[Duitse tekst: "Unter den zwingenden obwaltenden Umstanden..." Hoffmann en Walker [4] vertalen dit met "Because of circumstances beyond our control..." - HdL] 
kan het lidmaatschap van rijksduitse joden, zoals beschreven in de Neurenberger wetten, binnen de Deutsche Physikalische Gesellschaft niet meer voortgezet worden. In overeenkomst met her bestuur roep ik hiermee alle leden op die onder deze definitie vallen mij hun uittreding uit de Gesellschaft mede te delen. Heil Hitler! Peter Debye, voorzitter'. De bijl was gevallen."
 

De brief is reeds in 1988 door Rechenberg [6] geciteerd, en de door Rispens doodgezwegen omstandigheden waaronder de brief tot stand kwam zijn in 2001 uitgebreid beschreven door Dieter Hoffmann [7]. Geen 'nieuw historisch onderzoek' dus!

Over Rispens' voorstelling van zaken schrijven Hoffmann en Walker [4]: "However, we are concerned about some of the arguments used and especially about the consequences they have had, because they disregard the historical context". En verder: "The central point of the recent criticism of Debye is the purge of Jewish members from the German Reich' from the German Physical Society in December, 1938. The DPG was one of the last scientific societies to take this step. Before this was done, the Reich Ministry of Science had repeatedly ordered the DPG to conform its statutes to Ns [National Socialist] policy and in particular to take care of the problem of its remaining 'non-Aryan' members. [...] With this circular the DPG formally implemented the ministerial directive - without taking any public position or making any individual expression of enthusiasm". Hoffmann [7]: "Die DPG hatte es nämlich bisher [9 december 1938, de verzending van de brief- HdL] - ganz im Gegensatz zu anderen Fachgesellschaften - vermieden ihre jüdische Mitglieder auszuschliessen". 
Voor Debye waren met de brief de moeilijkheden niet voorbij. Op de DPG-vergadering van 14 december 1938 brengen nazi-activisten de `Nichtarier-Frage' weer ter sprake en verwijten Debye "dass der erste Satz des an die deutschen Mitglieder der Gesellschaft gerichteten Schreibens so formuliert sei, dass er missverstanden werden könne".
Debye houdt echter de rug recht en verklaart "diesen Satz so zu verstehen, wie er gemeint sei und ubernimmt die Verantwortung für die gewählte Formulierung". Dat die houding Debye niet in dank wordt afgenomen, blijkt uit een correspondentie tussen bestuursleden van de Reichsdozentenbund [een nazi-organisatie - HdL], waarin "denunziatorisch" wordt vastgesteld [7]: "Die Behandlung der Judenfrage durch die DPG zeigte jedoch, dass für die politischen Frage ihm [Debye], wie nicht anders zu erwarten, das erforderliche Verständnis fehlt". En de Informationsdienst der Reichsdozentenführung geeft als commentaar: "Man scheint offensichtlich in der Dt. Physikalischen Gesellschaft noch sehr weit zurück zu sein und noch sehr an den lieben Juden zu hangen. Es ist in der Tat bemerkenswert, dass nur 'unter den zwingenden obwaltenden Umstanden' eine Mitgliedschaft von Juden nicht mehr aufrecht erhalten werden kann".
Tevens wil men op de volgende DPG-vergadering de herverkiezing van Debye verhinderen. Wellicht is dit mede een reden voor zijn vertrek naar Amerika.
Wat betreft de ondertekening met 'Heil Hitler', verklaren Hoffmann en Walker [4]: "Thus Debye has been criticized for signing letters with 'Heil Hitler!' By the mid-1930s, German civil servants were required to use `Heil Hitler!' in certain forms of official correspondence with Nazi officials. As far as we know, Debye used this phrase, either because he was a Professor at the University of Leipzig, or director of the Kaiser-Wilhelm Institute of Physics, or from1937 to 1939 president of the German Physical Society (DPG). For example, one can also find letters signed with `Hell Hitler!' by the physicist Max von Laue, one of the (few) scholars who repeatedly demonstrated civil courage vis-à-vis the Nazis and, according to Einstein, someone who had remained decent under National Socialism".

Directeur KWI
De overgang van Debye van Leipzig naar Berlijn beschrijft Rispens o.a. als volgt [2]: “Debye aarzelde geen moment [?] toen hij in het najaar van 1933 een aanbod uit Berlijn kreeg: uiteraard wilde hij Einstein opvolgen als directeur van het belangrijkste onderzoekslaboratorium voor natuurkunde in Duitsland, het Kaiser Wilhelm Institut für theoretische Physik [?]. Einstein was lid van de Berlijnse Academie, hoogleraar theoretische fysica aan de Berlijnse Von Humboldt Universiteit en directeur van het reeds in 1914 geplande, maar slechts op papier bestaande KWI für Physik (dus niet: theoretische Physik). Debye aanvaardde het aanbod pas in 1935 (dus niet zonder een moment te aarzelen) en het is Debye zelf geweest die de KWI heeft opgebouwd tot ‘het belangrijkste onderzoeks-laboratorium voor natuurkunde in Duitsland’. Hoffmann en Walker (4): “He [Debye] was in no way the successor to Albert Einstein, for by 1937 this institute only shared the name with the “paper” institute that Einstein had directed during his years in Berlin. In practice it was a new institute and [] was even financed with American money from the Rockefeller Foundation”. De keuze van Max Planck -  president van het Kaiser Wilhelm Gesellschaft, de overkoepelende organisatie van 18 KWI’s - voor Debye als directeur van het KWI für Physik was, omdat “Debye had the advantage of Dutch citizenship and the toughness to stand up to Nazi bureaucrats; he [Debye] justified choosing his assistants for their scientific rather than for their political merits by citing the Führer Principle, which, he said, made him the dictator in his laboratory” [8], daarbij - met lef - de nazi-bureaucraten met hun eigen wapen bestrijdend. Die lef toonde hij ook door Max von Laue (bekend anti-nazi) tot zijn tweede directeur en plaatsvervanger te benoemen en bij zijn hulp om Lise Meitner, de Oostenrijkse jodin die door de “Anschluss” Duitse was geworden, uit Berlijn naar Nederland te smokkelen. Het geld van de Rockefeller Foundation werd slechts verstrekt onder voorwaarde dat in het instituut geen oorlogsonderzoek zou plaats vinden. Tegen alle afspraken in echter, “in the autumn of 1939 his institute was placed under military control in order to investigate the military potential of nuclear fission [in 1938 door Otto Hahn en Fritz Strassmann van het KWI für Chemie ontdekt, en door de enkele dagen ervoor gevluchte Lise Meitner en haar neef Otto Frisch verklaard - HdL]. However, Debye did not know what research was planned. [Debije wordt daarbij op non-actief gesteld. Dit is wat anders dan wat Rispens schrijft: “Debye was daarmee opeens directeur geworden van een van de belangrijkste militaire onderzoeksprogramma’s in Nazi-Duitsland” ] The National Socialist officials would only allow him to remain as director of the institute if he traded his Dutch citizenship for German. He rejected this and instead used the offer from Cornell in Ithaca, NY to take an official leave of absence”[4]. Echter: “When Debye accepted the offer of a guest professorship at Cornell University, he did this more because he felt that his scientific authority and autonomy has been damaged, than out of political opposition to the Nazi regime” [4]. 

Nobelprijs
Daarover schrijft Rispens: “Er gingen geruchten dat Debye genomineerd zou worden voor de Nobelprijs voor chemie 1936. Hij voelde echter wel aan dat een wetenschapper met een Duitse nationaliteit geen Nobelprijs zou krijgen
[?]. Daarom wilde hij graag de Nederlandse nationaliteit behouden “. In tegenstelling tot wat wordt beweerd worden in de jaren 1933 – 1940 de volgende Nobelprijzen aan Duitsers toegekend: voor chemie Richard Kuhn (biochemicus) 1938, Adolf Butenandt (biochemicus) 1939; voor medicijnen Hans Spemann (bioloog) 1935, Gerhard Domagk (biofysicus) 1939; voor de vrede Carl von Ossietzky (antimilitaristische publicist) 1935. Na de toekenning van de prijs aan Ossietzky verbood Hitler om de Nobelprijs aan te nemen. De Duitse prijswinnaars kregen de prijs dan ook pas na de oorlog uitgereikt. Ondanks het heersende politieke klimaat nam Debye persoonlijk zijn prijs in Stockholm in ontvangst. 

Einstein
Volgens Rispens werd Debye in Amerika “allerminst met open armen ontvangen. Niemand minder dan Albert Einstein kwam tegen hem in actie.
[Einstein] schreef een brief aan zijn collega’s, waarin hij Debyes doopceel lichtte. Uit betrouwbare bron [?] had hij vernomen [...] dat Debye nauwe contacten met het naziregime onderhield [...] en nog steeds in contact stond met de Duitse bevelhebbers”. Op die brief heb ik niet de hand kunnen leggen, maar wel op het rapport van een interview dat een FBI-agent met Einstein naar aanleiding van het gebeurde had [9]. Einstein verklaarde daarin dat “in Spring 1940, a British agent came to his home and showed him a letter addressed to him from a man abroad. It was said the letter had been removed from the mail by British censors. As far as Einstein recalls the letter was from Fiedler. Einstein says that he does not know Fiedler personally, does not know his nationality, but knows of him. Einstein says that the gist of the letter was: a) D(ebye) is in close personal relationship with Goering while at KWI. b) D was afraid of Goering. c) When coming to the US, D passed through Switzerland but did not visit his old friends and that this was unusual for D. d) Therefore, Fiedler is suspicious of D and asks Einstein to find out if D is in the US for secret purposes” De ‘betrouwbare bron’ blijkt dus een man te zijn die Einstein slechts vagelijk kende en die via een door de Britse geheime dienst onderschepte brief allerlei vage beschuldigingen had geuit.

“Einstein pointed out,” aldus het rapport, ” that D might be in a close relationship with Goering merely for the purpose of securing funds for the KWI. Einstein thought the matter of the letter serious, felt it to be his duty to inform Cornell. Einstein filled Prof. Lowe [hoogleraar te Princeton - HdL] in on the facts and Lowe went to Cornell, accompanied by the British agent. Einstein says that he asked Cornell to keep the matter confidential but that he then received a letter from Kirkwood [Todd Professor of Chemistry in Cornell, die in 1931 in Leipzig bij Debye had gewerkt - HdL] showing displeasure at the vague charges which he thougt untrue”. Einstein laat de FBI-agent dan de brief zien van Debye - ongetwijfeld door Kirkwood over Einsteins bericht ingelicht - “in which D wishes to acquaint Einstein with the true facts: a) D left Germany because he was asked to change his citizenship. b) D refused to do so although he was informed he would then have to resign from his position as Director of the KWI. c) D came to the US as a Cornell Baker Lecturer. d) D had decided several months ago that under no circumstances would he return to Germany. e) Since D has been in the US, he has not had any connections with German officials or circles and has acted in every way as a Dutch citizen”. Einstein schrijft Debye dan terug “that he had received the information from abroad, did not know if the charges were true but felt it his duty to turn the information over to an American citizen.”

Rispens [2]: “Debye sprak hier op geen van de punten de waarheid. Weliswaar moest hij gedwongen opstappen uit Berlijn, maar wel voor een vakantie, een betaalde vakantie [?]. Debyes vorstelijke salaris (een grap onder natuurkundigen van die tijd luidde, dat een normale onderzoeker van ‘één millidebye’ nog ruim zou kunnen leven) werd nog tot 1943 doorbetaald.” Hoffmann [10] daarover: “Viele Emigranten haben nicht sofort und radikal alle Brücken zwischen sich und ihren einstigen Wirkungsstätten abgebrochen. Dies konnte viele Gründe haben – persönliche oder auch die Sicherung von Rentenansprüchen. [...] Für Debye war beispielsweise der Kontakt zur Kaiser-Wilhelm-Gesellschaft allein deswegen nötig, weil er ja offiziell nur beurlaubt war und von seinen Gehalt die in Berlin verbliebenen Familie, Frau und Töchter, ihren Unterhalt bestreiten musste; auch galt es Forderungen abzuwehren, sie aus der Dahlemer Dienstwohnung auszuquartieren.” De ‘grap’ over Debyes zogenaamde ‘vorstelijke salaris’ is – uit zijn verband gerukt – van Casimir overgenomen. Die schrijft over Debye [11]: “Debye was niet alleen een gezien fysicus, hij was ook befaamd vanwege zijn gave om regeringsautoriteiten naar zijn hand te zetten. Er werd wel eens gekscherend gezegd dat een milli-Debye een geschikte eenheid was om het salaris van een doorsnee natuurkundige in uit te drukken [Dit is dus wat anders dan wat Rispens beweert - HdL]. Verder verstond hij de kunst zich geen zorgen te maken over dingen die hij toch niet kon veranderen, zowel in de natuurkunde als in het dagelijks leven. Zijn bekende opmerking over elektronen in kernen [....] laat dat goed zien. Hij zei daarover: ‘Dat is net zoiets als de nieuwe belastingen. Je kunt er maar beter niet over denken’. In januari 1940 werd de toestand zelfs voor Debye onhoudbaar, en vertrok hij uit Duitsland naar Amerika”. Debyes salaris was 40.000 Reichsmark per jaar (ongeveer $10.000 in 1930), een normaal salaris voor een hoogleraar. Dat geld werd aan zijn vrouw uitbetaald, want het geld mocht Duitsland niet uit, ook niet toen Debye in de VS zat. Het lijkt mij waarschijnlijk dat de ‘grap’ niet op het salaris maar op zijn onderzoeksbudget slaat dat inderdaad ruim bemeten was. Nadat de Rockefeller-subsidie en de bijdragen van de staat onvoldoende waren gebleken voor de bouw van het KWI, “Debye went into action. He got the government to agree to give double its promised contribution to operating expenses within two years and to allow him to name his assistants without restriction; that made Debye “the only undepressed person” [8].

Volgens Rispens stuurde Debye op 23 juni 1941 een telegram naar Berlijn, waarin hij verklaarde “te allen tijde bereid te zijn de leiding van het KWI, op basis van de oude voorwaarden, weer op mij te nemen”. Dit kan ook gezien worden als een tactische zet, omdat zijn vrouw en dochter met haar twee kinderen nog in Duitsland vertoefden en van zijn Duitse salaris afhankelijk waren. Bovendien moet hij geweten hebben dat de nazi’s “op basis van de oude voorwaarden” hem nooit in zijn ambt zouden herstellen. Reeds minder dan twee maanden later, op 14 augustus 1941, diende hij dan ook een aanvraag in voor het Amerikaanse staatsburgerschap. 

Debye een nazi ?
Mark Walker verklaart tegenover C&EN [5]: “Debye can hardly be called a Nazi collaborator just because he accepted the directorship of the then-new Kaiser Wilhelm Institute for Physics in 1936. If this was the standard, then almost every scientist who remained in Germany was a collaborator. It is also true that Debye in no way resisted or opposed Nazi policies”. En in zijn artikel met Hoffmann [4]: “Placed into their contemporary context, these events
[de brief van 9 december 1938 - HdL] are shameful, but do not make Debye into a Nazi-activist or collaborator. Debye’s conduct was not very different from other scholars or contemporaries who lived in and accommodated themselves to National Socialist Germany and loyally served the Third Reich. Moreover, this service was rarely due to enthusiasm about the regime, or even out of political motives, rather reveals the technocratic self-conception of the elites of that time”.

Gezien het bovenstaande is mijn (persoonlijke) conclusie de volgende:
Wat Debyes gedrag tijdens de nazitijd betreft zijn de interpretaties en beschrijvingen van Rispens in zijn boek “Einstein in Nederland” [1] – ondanks de bestaande bronnen waaruit hij put – tendentieus, gechargeerd en eenzijdig negatief gekleurd, met voorbijgaan van de toen heersende politieke omstandigheden. Als zodanig zou ik dan ook mijn recensie van het boek (zie NTvN 72, nr.5 (mei 2006) 152) willen bijstellen. Debye was geen verzetsheld, maar hem neer te zetten als een actieve nazi-collaborateur beschadigt onverdiend en onterecht zijn reputatie – een reputatie die hij niet meer kan verdedigen. Eerder is hij te beschouwen als een apolitieke wetenschapper die slechts geïnteresseerd was in het doen van onderzoek, hoewel hij de machtsverhoudingen goed doorzag en die ook in zijn voordeel wist uit te buiten. De vraag is echter hoever kan en mag je daarbij gaan? Casimir beschrijft in dit verband de ervaringen van de wiskundige B.L. van der Waerden, die de hele oorlogstijd bewust in Duitsland bleef om met mensen zoals Heisenberg de essentiële waarden van het academisch bedrijf te beschermen, maar – in Nederland teruggekeerd – daarover werd bekritiseerd. “Wij konden dat argument wel accepteren voor een Duitser”, aldus Casimir [11], “maar vonden het niet tot de plichten van een Nederlander behoren Duitse waanzin te bestrijden terwille van de Duitsers. Een Duitser die in Duitsland bleef, hechtte daarmee nog niet zijn goedkeuring aan de misdaden van de nationaal-socialisten; een Nederlander die in Duitsland bleef deed dat tot op zekere hoogte wel”. Overigens werd Van der Waerden in 1948 benoemd tot hoogleraar in Amsterdam. Was Debye apolitiek, pragmatisch of opportunistisch? Aan de lezer het eigen oordeel. Maar een nazi-collaborateur was hij beslist niet!

Persoonlijk vind ik daarom prematuur, zeer teleurstellend en onbegrijpelijk ‘daadkrachtig’  het gelijkluidend besluit van de Colleges van Bestuur van de universiteiten van Utrecht en Maastricht om – binnen de korte tijd van drie weken na het verschijnen van Rispens boek – dan reeds de naam van het Debye Instituut en van de Debye Prijs in te trekken. Dit omdat - blijkens hun persbericht van 16 februari 2006 - de “recent gepubliceerde gegevens [...] niet verenigbaar zijn met een voorbeeldgebruik van de naam Debye”. De CvB’s baseren zich daarbij op het feit dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) de bronnen authentiek acht. Het NIOD heeft echter ook aangegeven “dat er nog onvoldoende onderzoek gedaan is om een totaalbeeld van Debye in Nazi-Duitsland te schetsen”.

Dieter Hoffmann daarover [10]: “Es steht mich nicht an – schon gar nicht als Deutscher – holländischen Kollegen oder Institutionen ungefragt Ratschläge oder gar Zensuren für den Umgang mit ihrer Geschichte zu geben. Dass so schnell und offenbar vornehmlich auf der Grundlage von Zeitungsmeldungen Konsequenzen gezogen wurden, irritiert mich als Historiker aber schon”.

Prof. K. Urban [3]: “Für uns, die wir diese Dinge nicht mehr selbst miterleben, ist es aber ein elementares Anliegen, zunächst einmal die Wahrheit darüber auszufinden. Diesem Ziel dient das Buch von Rispens und die artikel in den Aachener Nachrichten nicht.”

Gijs van Ginkel, directeur van het (voormalige) Debye Instituut,  in C&EN [5]: “The decision of the Board to abandon the name of Professor Debye is far too premature. It is not based on sound historical investigations, which also take into account the circumstances in Germany in the period 1938 – 45. Actually, I consider this decision to be faulty on the basis of our present knowledge, and I am also of the opinion that it damages unnecessarily the reputation of Professor Debye and his family, the interests of the Debye Institute, and those of the scientific community as a whole

En Martinus Veltman in VPRO’s Boeken&cetra van 26 februari 2006: “Het moet afgelopen zijn met het gezeur rondom Peter Debye. Wat moet je als wetenschapper wanneer je voor je bestaan een bepaald systeem wordt opgelegd. Met morele diskwalificaties achteraf moet je niet aankomen. Debye ging in 1940 niet voor niets naar de Verenigde Staten”.

Verder vertelden verschillende hoogleraren mij dat ze het moe zijn om in het buitenland steeds te moeten uitleggen wat er in Nederland rondom Debye aan de hand is.

In tegenstelling tot de situatie in Nederland spelen de met Debye geliëerde, Amerikaanse instellingen geen paniekvoetbal met slappe knieën. De American Chemical Society (ACS), die ieder jaar een “Peter Debye Award in Physical Chemistry” uitreikt, verklaart [12] “that it is monitoring the situation, but at this point has no plans to strip Debye of that honor”. En Cornell University laat bij monde van Peter Lepage, Dean of Arts and Sciences weten: “We will decide what to do once we finish our investigations”. Zelfs Rispens verklaart tegen Physics Today dat “the actions of the two Dutch universities came “as a complete surprise” to him [12].

Inmiddels heeft op 29 mei 2006 in een officiële ‘statement’ Cornell University verklaard de naam Peter J.W. Debye in ere te houden [13]. “Based on the information to-date, we have not found evidence supporting the accusations that Debye was a Nazi sympathizer or collaborator or that he held anti-Semitic views. It is important that this be stated clearly since these are the most serious allegations”. De verklaring gaat verder in op Debye’s bijdragen aan de Amerikaanse oorlogsinspanningen, o.a. zijn onderzoek aan polymeren, radar en synthetisch rubber, en vervolgt dan: “It is difficult to reconcile these actions (and numerous others) with someone purported to be a Nazi sympathizer, collaborator or someone with anti-Semitic views. While Debye was late to leave Germany, he nevertheless did leave, causing considerable difficulties for his family and once in the U.S., he made significant contributions to the war effort”. De verklaring vermeldt verder dat “we did not feel that a “rush to judgment” was in anyone’s interest” en eindigt: “Thus, based on the information, evidence and historical record known to date, we believe that any action that dissociates Debye’s name from the Department of Chemistry and Chemical Biology at Cornell University is unwarranted”.

Met parafrasering van een recente vraag van een VVD Tweede Kamerlid aan zijn minister zou ik eveneens willen weten: “Waarom zo snel, waarom hij en waarom zó ?”.

Referenties en noot

  [1] Sybe Izaak Rispens, “Einstein in Nederland. Een intellectuele biografie”, Ambo, Amsterdam 2006.
  [2]
Sybe I. Rispens, “Nobelprijswinnaar met vuile handen”, Vrij Nederland, 21 januari 2006. Ook te zien op  www.kennislink.nl/web/show?id=145191
  [3]
Brief van prof. dr. K. Urban, president DPG, aan mr. G.B.M. Leers, burgemeester Maastricht, 7 maart 2006, reg.nr. 2006.11400.
  [4]
Dieter Hoffmann (director MPI for History of Science Berlin/Germany) en Mark Walker( professor History of Science, Union College, Schenectady/USA), “Peter Debye: A Typical Scientist in an Untypical Time”, aanhangsel bij ref. 3.
  [5] William G. Schulz, “Nobel laureate is accused of Nazi collaboration”, Chemical & Engineering News, March 1, 2006
  [6] H. Rechenberg, Physikalische Blätter, November 1988, S. 418.
  [7]

D. Hoffmann, “Zwischen Autonomie und Anpassung: Die Deutsche Physikalische Gesellschaft im Dritten Reich”, Preprint mpi-wg 192, Berlin 2001. Engelse vertaling, “Between Autonomy and Accomodation: The German Physical Society during the Third Reich”, Physics in Perspective 7(2005) 293.
  [8]
J.L. Heilbron, “The dilemmas of an upright man. Max Planck as spokesman for German Science”, University of California Press, Berkeley 1986.
  [9]

FBI Report 77-148 vml, 9/14/40, Newark, NJ. Agent:Joseph McMahon (summary by Nordulf Debye [een kleinzoon van Peter Debye - HdL])
  
[10]  Physik Journal 5 Nr.5 (2006) 8
[11] H.B.G. Casimir,”Het toeval van de werkelijkheid. Een halve eeuw natuurkunde”, Meulenhoff, Amsterdam 1983.
[12] Toni Feder,”Debye stripped of honors because of Nazi past”, Physics Today,  May 2006, p. 26 – 27.
[13]
Prof.H.D. Abruña, Dept. Of Chemistry and Chemical Biology, Baker Laboratory,  Cornell University, “Cornell Statement about Debye”, May 29, 2006

NB: Een met bronnen onderbouwd artikel over Debye tijdens de nazi-tijd is te vinden op http://home.kpn.nl/i.geuskens/PeterDebye/Bijltjesdag Maastricht.htm  (van Jo Geuskens)

Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde  juli 2006