Terschellinger DNA

Notes


HENDRIK JACOBS STOBBE

Hendrik was tot zijn 39e jaar als smidsknecht werkzaam in de grof-en kachelsmederij van zijn vader Jacob Stobbe. Toen wilde hij op eigen benen staan en vestigde zich, eveneens op West, dicht bij de haven. Zijn oudste zoon, inmiddels 14 jr oud, kon toen al zijn vader al terzijde staan en in de volgende jaren waren zijn volgende zonen inmiddels ook oud genoeg om het smidsvak in te duiken. Dat waren Jaap, Piet en Willem. Doch die vier zoons trokken zich er één voor één tussenuit, maar de jongste zoons, Tjebbe en Hendrik, hadden zich intussen al aangemeld om hun oudere broers op te volgen. Toen vader Hendrik in 1920 de leeftijd van 70 jaar begon te voelen, en om te voorkomen dat het familiebedrijf in vreemde handen zou vallen werd de zaak op naam van Tjebbe en Hendrik jr. overgeschreven. De smederij kende nu een ongekende bloei. Moderne apparatuur, goede vakkennis, betrouwbaarheid en durf. En in het jaar 1958, toen ze beiden de 70 jr.naderden en er soms weken van 60 tot 70 werkuren doormaakten, gingen ze het wat kalmer aandoen. Er werd een regeling getroffen met een nieuwe baas en de beide knechten Bos en de Jong, konden in loondienst bij de opvolger overgaan.
Verhaal uit de Harlinger Courant, overgenomen door Sml in nr 4, 2003, blz 219/221.