Terug naar overzicht | Afdrukken

Aanwijzingen voor het bestaan van een fijnstoffelijk lichaam aan de hand van waarnemingen bij jonge kinderen

 

door Titus Rivas

Het Fijnstoffelijk Lichaam.

Dat de mens een in een lichaam geïncarneerde ziel is, wordt zowel door rationele, filosofische analyse als door empirische data volledig ondersteund. Nu beweren allerlei Westerse occulte bewegingen en Oosterse doctrines sinds jaar en dag dat er naast de ziel en het fysieke lichaam ook nog een zogeheten "fijnstoffelijk" lichaam bestaat, dat met allerlei termen wordt aangeduid die onder meer ontleend zijn aan oude mythische voorstellingen ("astraal lichaam") en de 19-eeuwse natuurkunde ("etherisch lichaam").

 

Waar dit fijnstoffelijk lichaam precies uit zou bestaan, is niet duidelijk, hoewel er in veel populaire boeken over het onderwerp gesproken wordt van "energie", een zeer vage term die hier een heel andere betekenis heeft dan in de fysica. In ieder geval is men het erover eens dat het in die zin "lichamelijk" zou zijn, dat het anders dan de ziel zelf geen privé-entiteit is, maar deel lijkt uit te maken van de fysieke werkelijkheid en ook waarneembaar lijkt te zijn door derden.

 

Het zou bestaan uit verschillende facetten, waarvan sommige meer met het fysieke lichaam samenhangen (en daarom ook zouden voorkomen bij levenloze organisatievormen zoals kristallen) en andere meer met de ziel. Ten minste één facet van het fijnstoffelijk lichaam zou zelfs met de ziel mee verhuizen na de dood en tijdens een nieuwe incarnatie.

 

Er bestaat een omvangrijke literatuur over het fijnstoffelijk lichaam,waarin vooral   duidelijk wordt dat er veel vermenging plaatsvindt tussen esoterische doctrines, natuurkundige (of "psychotronische") experimenten, en authentieke waarnemingen van helderzienden.

 

Gelukkig is er een uitweg uit deze impasse. We moeten om zo zuiver mogelijke waarnemingen te krijgen (waarnemingen dus die niet gekleurd zijn door bijvoorbeeld theosofische, antroposofische of yoga) op zoek gaan naar "naïeve" bronnen. Dit zijn dan mensen die nog nooit van de doctrines over een fijnstoffelijk lichaam hebben gehoord en toch zeggen ze waar te nemen.

 

Tegenwoordig zullen steeds meer mensen in ieder geval oppervlakkig kennis hebben gemaakt met "esoterische" ideeën rond aura en astraal lichaam, zodat het zeer moeilijk zal worden om wat dit betreft nog een op dit terrein naïeve persoon te vinden.

 

We kunnen thans niet zonder meer aannemen dat een volwassene hierover nooit iets gelezen zou hebben, zonder er door beïnvloed te zijn.  Wat we ook nu echter nog steeds hebben, zijn de waarnemingen van jonge kinderen, zeker wanneer ze in een omgeving opgroeien waarin het "paranormale" taboe of in elk geval onbekend is.

 

Ik denk daarom dat het moderne onderzoek naar een fijnstoffelijk lichaam zich op jonge kinderen, en dan nog liefst buiten de theosofische, antroposofische, of New-Age kringen moet concentreren. Laten we eens kijken naar wat kinderen zoal gezien hebben met betrekking tot "aura" en "astraal" lichaam.

“Live” verslagen

Allereerst hebben we wat dat aangaat de beschikking over de jeugdherinneringen van bepaalde paragnosten. Zo zegt Joop van Limbeek over de aura: "Die kleuren bij mens en dier heb ik altijd al waargenomen. Ik leefde als kind in de veronderstelling dat iedereen ze zag. Pas jaren later ontdekte ik dat dit niet het geval was. In de loop der jaren heb ik ervaren dat het kleurenspel bij ieder mens weer anders is, dat het geen moment hetzelfde blijft en dat het mij iets kan vertellen over de karakterstructuur van die mens".

 

Ook de bekende paragnoste Eileen Garrett kon als kind al informatie over iemand aan diens aura aflezen. In haar autobiografie staat: "Ik zag mensen niet alleen als lichaam, maar met een nevelachtig, eivormig omhulsel om ze heen. Deze rand, zoals ik het bij gebrek aan een beter begrip noemde, bestond uit transparante, veranderende kleuren en kon soms heel dicht en zwaar zijn. Want deze randen veranderden naar gelang de stemming van de mensen.

 

Als ik het over deze mistige randen had, wist niemand wat ik bedoelde, hoewel het voor mij heel moeilijk te geloven was dat anderen niet zagen hoe elk organisme erdoor omgeven was. Aan de hand van de tint en de kleur kon ik zeggen of de persoon ziek of gezond was en dat gold ook voor dieren en planten. Ik zag hoe dieren reageerden op de verandering van seizoenen en ik wist wanneer planten vitaal waren en wanneer niet."

 

Een tienermeisje, Linda, dat de terminologie op dit gebied blijkbaar al beheerste, vertelde: "Zolang als ik me kan herinneren, kon ik aura's zien. Ik herinner me dat ik allerlei dingen om mensen heen zag en niet wist wat ze betekenden omdat ik de betekenis van de kleuren en vormen niet had bestudeerd."

 

Waarschijnlijk hebben veel paragnosten ook zulke jeugdherinneringen en het zou interessant kunnen zijn om hun eerste, "zuivere" waarnemingen te reconstrueren. Ook beweren sommige schrijvers dat ze reeds op jonge leeftijd "uittredingen" hadden en daarbij hun "astrale lichaam" zagen.

 

Toen Sylvan J. Muldoon twaalf jaar oud was, beleefde hij zijn eerste uittreding. Hij had nog nooit iets over uittredingen gehoord. Zijn "astrale lichaam" voelde stijf aan en zweefde pal boven zijn fysieke lichaam. Hij kon gewoon horen en zien, terwijl hij naar het plafond zweefde. Hij zag daarbij hoe zijn astrale lichaam verbonden was aan zijn fysieke lichaam door een kabel die van elastiek leek.

 

Een ander voorbeeld is Mevrouw M. Matile. Toen zij acht jaar oud was en in bed lag, merkte ze dat ze eerst ongeveer een meter boven haar bed en vervolgens door het raam naar buiten zweefde. Ze kon haar fysieke lichaam zien en een zilverachtige band die achter haar aan liep.

Kinderen met ‘ogen die kunnen zien’.

Martine Busch beschrijft in haar boek "Waar haalt hij het vandaan?" enkele Nederlandse gevallen van kinderen die aura's zien. Zo ziet Bart op heel jonge leeftijd kransen om mensen heen en soms ook om dieren, zoals bij zijn hond Kiki. Op een dag zei hij tegen zijn moeder: 'Mam, Kiki wordt ziek, ik zie allemaal oranje om haar heen.'

 

Lilian vermeldt: 'Toen ik klein was, dacht ik dat iedereen getekend was. Bij een tekening heb je er altijd een rand omheen en dat hebben mensen ook!'

 

Zelf heb ik een meisje van zeven gekend, Katerina, dat mij vertelde dat ze met haar ogen gewoon open soms "lelijke kleuren" bij mensen ziet die ze nog niet zo goed kent, als die op bezoek zijn of als zij en haar ouders zelf bij die mensen op visite zijn. 

 

De anonieme schrijver van "The boy who saw true" schreef al op 1 maart 1885: "Nadat Mama aan Papa had verteld van Mevrouw Aldridge vroeg ik aan Mama waarom haar licht in de kerk vaak blauwer was dan anders. En weet je wat ze zei tegen Papa: 'Ik vraag me langzamerhand af of er niet iets aan de hand is met zijn ogen.'  'Kans is groter dat het aan zijn lever ligt', zei Papa. Waarom vertelt Mama me niks wanneer ik haar iets vraag? Ik zou willen weten waarom er om Papa zijn hoofd een hoop geel is, als van boterbloemen, en alleen maar blauw om moeder haar hoofd, al wordt het soms roze wanneer ze me heel stevig knuffelt. En ik zou willen weten waarom Mildreds licht altijd zo’n rommel is, net de dooier van een bedorven ei. Ik zei dat tegen haar, maar toen zei zij: 'O hou toch je kop, je bent niet helemaal goed snik.' Maar natuurlijk zegt ze dat alleen maar voor de grap."

 

En op 8 mei dat jaar: "Ik ben vriendjes geworden met een klein meisje dat even oud is als ik en Marjorie heet, maar ik geloof dat ze heel ondeugend is en haar licht ziet eruit als een soort vies bloed en dat maakt me misselijk."

 

De Nederlandse theologe Joanne Klink ten slotte haalt een jongetje aan dat zei: "Toen mijn vriendje mij plaagde, zag ik veel rood en zwart om hem heen.' en 'Meneer in de klas maakte zich kwaad, maar hij wilde het niet laten merken, maar ik zag allemaal rood uit zijn hoofd komen.' en 'Hoe beter je van binnen bent, hoe lichter het om je heen is.' Een ander jongetje kwam volgens Klink bij zijn oma die opgebaard lag en zei toen: "Bij mij komt licht uit mijn vingers, maar oma heeft geen kleurtjes meer.'

"Astraal lichaam"

Hoewel hier minder over te vinden lijkt in de literatuur, is het waarschijnlijk dat ook kinderen uittredingservaringen kennen waarbij ze een "astraal lichaam" waarnemen. Als we theologe Joanne Klink mogen geloven zijn er wel degelijk kinderen die dit ook melden.

 

Zij schrijft hierover in haar boek "Vroeger toen ik groot was" over het zich zwevend voortbewegen, het kunnen zien in twee verschillende dimensies, zowel wat met het lichaam gebeurt en in de omgeving daarvan, als het zien van overledenen, een ander landschap, andere kleuren. Ze vertellen ook dat je spiralend uit en weer in het lichaam komt en dat je zien kunt dat je via het zilveren koord met je aardse lichaam verbonden bent."

 

Deze samenvatting, van een artikel dat is verschenen in Prana, juni/juli 2002, wordt jullie aangeboden naar aanleiding van de volgende regel uit onze meest recente e-mail. Zei Yeshua, leider en leraar van de 12 apostelen, niet: “Laat alle Kinderen tot mij komen”?

 

We zullen als ouders van die kinderen de ‘wijsheid’ moeten opbrengen dergelijke opmerkingen niet af doen als nonsens. Ze kunnen ons veel meer leren dan hen thans in het reguliere onderwijs wordt onderwezen. En zo is het!

 


Terug naar overzicht | Afdrukken