Gedichten

 

Tussen Maas en Ur

 

als jaren teruggeworpen hier

dat gaan over grind langs

de  weiden en gaarden doet

mij weer aarden in eenvoud

de Ur haast zich langs de

wilgen naar de Maas zoekt

een lagere wijdte op

 

een pad wordt opeens straat

takkenbossen onder het dak

van een bakhuis klaar om

gestookt te worden, wachten

op de deeghompen op een

broodliefhebber; wie langs

komt wordt hier ook bediend

 

mestgeur gaat door gaten

en hangt in dat dierbaar vlees

de devote stilte op straat

wordt gebroken door de lach

van vrolijke vrouwen en zie

verse bloemen voor een kruis

 

 

Jack Jacobs © 2010 Elsloo-Stein, Nederland

 

UIT: Stein kraakt onder mijn schoenleer

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


                                         

Naar de haven te Stein

 

aan de overkant onder de dijk

daar komt Meers uit de slaap

 

een blauwe libel begeleidt me

even en vleugelt dan snel door

hoor de Ichtus gooit haar golven

weer op de basaltblokken

 

hier op dat altijd groene water

die schepen steeds in en uit

 

zie ze liggen aan de loskade

ze worden ontdaan van hun last

het water geeft ze hoogte 

 

de gieken draaien heen en weer

grijpers laten nieuwe in de ruimen

het water geeft ze diepte

 

de grind en zandvaarders geven

knopen naar een nieuw pleisteren

 

en de dichter ziet dat het goed is

er waait een vers voor zijn voeten

 

Jack Jacobs © 2010 Elsloo-Stein, Nederland

 

UIT: Stein kraakt onder mijn schoenleer