Joop Leibbrand


 

Af en toe een nieuw gedicht

Laatste aanpassing 21-02-2015


 

http://klassiekegedichten.net
Nu al 189 besprekingen van gedichten.

Zie ook mijn auteurspagina bij Meander
en lees deze interviews:
 interview  en  interview 

***
Contact


Feest


Vandaag dochter jarig. Ondanks
de afstand mogen wij niet ontbreken

in haar huis vol vrienden en bekenden
aan wie wij kunnen zien dat zij van ons

één generatie slechts verschilt. Thuis
is dat meestentijds aanzienlijk meer.

Ze hebben zich ooit voorgesteld en
doen dat vanzelfsprekend nu niet meer.

Hun massieve vroeg-avondlijke
staan nodigt uit noch weert ons af.

De  achterkamer huisvest kinderen
van niet meer lastig klein tot

nog niet vervelend groot. Wie
van wie is laat zich met moeite raden.

Wij konden hier ook zijn. Of niet.

 


Lang kun je denken


Lang kun je denken te zijn
voorbereid op verlies van
vader, moeder, kinderen  

dreiging die gaandeweg
de grenzen van wat
voorstelbaar is verschuift.

Je wapent je
meet breed uit
dat nooit iets blijvend is 

dat noch hiervoor
dat noch hierna
kan bestaan

de flauwste notie van ons gaan. 

Dan overkomt het je
en slaat je neer.

   






   


 
 
 
 







In het themanummer
'Jordaens en de antieken'
publiceerde Kunsttijdschrift
Vlaanderen

(jrg. 61, september 2012)
de op leven en werk van
Jacques Jordaens
geïnspireerde  cyclus
'Zijdelings'.




  1.       

Vader wist alles van vlees      
maar lichtte daarover niet voor      

in het museum in de grote stad
bracht hij me in zalen vol ermee

vrouwen van kalfsvlees met
borsten van tantes op zondag

vanachter hun gazen gordijnen liet
het grote geheim zich niet raden

geen was als moeder verhaal
waarin zusters ontbraken.


  2.

Zoon van de aarde was je
en nooit van jezelf

in beeld nu hetzelfde naakt
maar geen ander geheim

dan het kronkelend raadsel
van het open genot

Pan blaast het riet
O Syrinx nog geen pixel

verbergt de deugd van
wie valt voor de zonde.


  3.

In vrijmoedigheid een leven
lang de volle vruchten

van de overdaad gemist
nooit maakte het spel gerust

alle vondsten verborgen joelt
op dertiendag de bonenkoning

voor niets bij Kekrops offerkoek
en drinkt wijn als die in Kana

epifanie - sublieme openbaring
maar van wie?


  4.

Voorbeschikt al wat zich
leven en verbeelden liet

de weg van alle vlees
een werkzaam feest

tot het emblematisch einde
polderkoorts zweetziekte

uitgeput een beeld voor ogen 
namen door Adam uitgericht

Eva, Anna, Suzanna -
zonder Elisabeth een litanie.  

 
   


 
 
 
  Met de stadsdichter op pad is een wandelroute met stadsgedichten van drie Helderse stadsdichters langs de mooiste plekjes van Den Helder. Langs de route staan paaltjes met daarop een QR-code die in staat stelt de gedichten op locatie te beluisteren.

Route en gedichten staan ook op de site van Oneindig Noord-Holland.
Het Noordhollands Dagblad schreef er een aardig artikel over.







 
         


 
 
















In Soms moet het werkelijk stil zijn... Onderwijsgedichten 1591-2010,
Uitg. Douane, Rotterdam 2011,
werden vijf gedichten uit Vroeger of later opgenomen.



 
Klacht  
 
Het milde cijfer voor zijn werkstuk  
maakt hem woest; de verspilde 
tijd geeft hem recht op meer 
dan hij verdient, het is een heus conflict. 
 
Een dode collega citeerde dan graag  
een dode wereldleider die zei de strijd 
die hij niet schuwde nooit gezocht te hebben. 
De huichelaar. 
 
Ik verman me, recht de rug 
en geef vooralsnog niet toe. 
 
 
     

 
 
 
 

 
 
Hardcover, 128 pagina´s, €  9,90
HDC Media, 2010
ISBN 978-90-77842-53-9
Bundel bestellen: Boeken van de krant 
Hanneke Bergsma en Reinout Weiffenbach spelen Waterpas
Toespraakje Rutger H. Cornets de Groot 
'Loflied op een plek', bespreking door Remco Ekkers 
'De blauwe bus van Van der Wijst', bespreking door Bert van Weenen 
Bespreking van het gedicht 'Waterpas' door Atze van Wieren in het tijdschrift 'Schrijven' van april 2011
Foto's presentatie
Het gedicht 'Waterpas' werd in het Engels vertaald door John Irons.
 




 

 



'Arme stad' bleek toch niet mijn laatste stadsgedicht geweest te zijn. Op 3 januari 2011 las ik in schouwburg De Kampanje ter gelegenheid van de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie 'Hoor ik in Den Helder...'. Het werd als rijmprent  aan de bezoekers meegegeven.

 

   

Waterpas bevat lang niet álle stadsgedichten die ik schreef. Er moesten keuzes gemaakt worden, en daarom haalde het volgende het net niet.

Pleinvrees  
 
Een uithoek, ja, maar waarom ook  
als verdomhoek op de kaart gezet?  
Houdt niemand ons dan uit de wind? 

De hemel te hoog, de zee te breed -
snel denk je daardoor dat je groeit 
terwijl je krimpt tot niets.

Al wordt met ijver en volharding 
wonder wat tot stand gebracht, dat 
malle park heeft ons hart begraven.

Recht is recht en krom is krom, 
maar alleen aan dovemans ogen 
doet scheefstand geen zeer.

Altijd doet domheid kortzicht de das om,
een negatief waarvan geen afdruk lukt. 
 

***


Op 25 september 2010 vierde HDC, De Helderse Damclub, haar honderdjarig bestaan. Als zoon van de ex-voorzitter kreeg ik een uitnodiging voor de receptie.
 
Vader  
 
Vader damde, zat daarbij zijn club  
jarenlang ook voor. Onlangs haalden zij 
 
de honderd, waarop hij zelf zo'n 
vijfentwintig jaar tekort kwam. 
 
Ik nam hem waar, sprak ouderen 
voor wie hij nog een voornaam was, 
 
hij leeft voort met iedere steen 
die men verzet. Anders vader  
 
werd hij daarvan. Thuis luister ik naar 
Mendelssohn, een van de Lieder 
 
ohne Worte. Ik hoor nog hoe kortademig 
hij snoof als hij het speelde. Andante 
 
grazioso opus 62 nummer 6, A groot. 
Als hij knikte sloeg ik de bladzij om. 
 

***















 
Steengoed  
 
Niets blijft. Wij wonen in geleende ruimte, huizen 
in tijd die ons niet langer toekomt dan hij duurt. 
Maar toch, ooit bouwde Licht en Lucht steengoed, 

uit noodzaak evenzeer als  ter verheffing: wonen 
moest ademen, want liefdeloos gestapeld steen  
was de woestijn, minachting van menselijke maat.

Straten vol woningen stonden als een huis, 
het gewone kleurde het bijzondere, ornamenteel 
de taal van leien, speklaag, kruiskozijnen.

Lang hield de tand des tijds gelijke tred met 
een sloopdrang die leek ingehamerd. Huisgoden 
grepen in en wat ontkwam, gloreert door te bestaan.

Neem eens de doorgang Van Galenstraat richting
het Poortgebouw. Wees even stil en hoor hiervan
de verre echo: steen dat groeide tegen de tijd in, 

erfgoed dat steeds meer van zichzelf bedoelde.
 





Open Monumentendag 11 september 2010. Het op een schildersezel geplaatste gedicht viel al op dezelfde dag aan vandalisme ten prooi...





Opgenomen in 'Wout Smit en Dick Stoll - Even buurten bij verborgen schoonheden',
uitg. Regio VVV Kop van Noord-Holland


***














 
PP  
 
Petrus en Paulus, arme heiligen,  
jullie woonden eigenlijk altijd maar in,   
leenden aan de trotse bezitter enkel  
je naam, waren daar waar men verstijfd  
 
in knelbanken knielde minder nog thuis  
dan in de naaste pastorie, dat eertijdse  
bolwerk van het rijkste Roomse leven. 
 
De clerus wil van huis en tuin nu af, want 
het godsbedrijf schrijft louter rode cijfers, 
kosten gaan voor de baat niet langer uit. 
 
Als bidden niet meer redt, amputeer je de parochie? 
Voor wat nog van de kudde rest is dit het punt: 
 
het bisdom lijkt de schaamte ver voorbij. 
Hoe kent men aan apostelen de martelaar... 


***




***


Triade  
 
Een rijk verbond, drievuldigheid,  
maar willen alle muzen niet  
het grage lokaas zijn  
  
voor wie met instrumenten  
zang en dans verovert,  
  
vol van verbeelding 
naar nieuwe schepping taalt? 
  
Weet dat in kunst  
wat van gewicht is oplicht  
en gloedvol weerspiegelt 
  
wat ten diepste leeft   
en naar vervulling haakt - 
  
vrijgevig perspectief voor ieder 
die zichzelf hier vervolmaakt. 
 



***


 
Vrijheid, en leerdicht  

 

Den Helder, 4 mei 2010


Van vrij tot vrijzinnig zijn er honderden woorden     
met vrij. Vrijheid daar een van, een woord     
uit het boekje, aan vrijmoedig vooraf,     
ver weg van bevrijding dat met vrijheid     
niet meer van doen heeft dan dat wie     
echt vrij is nooit hoefde te worden bevrijd.   
   
Heeft vrijheid een naam, verdraagt zij een leider,     
is zij ooit haar eigen gelijk waard? Nooit     
kan vrijheid partij zijn; zij schreeuwt geen leus,     
juicht niet te vroeg of te luid, gaat niet opzichtig gekleed,     
is geen parade van vlaggen, is niet van papier.     
   
Is altijd vrij wie alleen durft te gaan? Vrijheid is niet     
de vrijheid van de een of de ander, want daaraan     
bezwijkt zij. Niets gevaarlijker dan vrijheid     
die aan zichzelf genoeg heeft, luchtspiegelingen     
dragen haar honend ten grave. Meedogenloos     
kan zij zijn, vragen om offers, zelfs het ultieme:     
vrijheid die omwille van vrijheid vrijheid juist opgeeft.     
   
Altijd wordt vrijheid verheerlijkt en dat het goede     
het kwade bevecht, maar oorlog en vrede delen     
dezelfde ruimte, geven in hetzelfde niemandsland     
thuis. Heeft oorlog het spreekrecht, brengt vrede     
het zwijggeld van de bittere waarheid dat het tellen   
van doden alleen de plicht is van levenden.     
Zij vergeten door niet te kunnen vergeten, laten     
de toekomst niet rusten, herdenken. Herdenken   
   
dat er hier bij 117 bombardementen 179 doden vielen,   
dat er twintig stierven in den ondergrondschen strijd,   
dat er 3800 huizen werden gesloopt of vernield,   
dat het geluid van de vrijheid angst was,   
dat de stad werd verpuind en geschonden,   
dat banaler dan afbraak het kwaad niet kan zijn.         
   


***


 
Met scherp  

Fabianne Cherisma had in Port-au-Prince geluk. 
Ze overleefde, kon op zoek naar verder bestaan. 
Vond onverwachte schatten, rende met wel drie  
kunststukken weg - de krant sprak van wanddecoraties. 
  
Een van de taferelen laat zich zien: een sierkom  
met daarin een plant met paarse bloemen,  
dezelfde kleur als het patroon van haar jurk. 
Foto of schilderij, ze moet het mooi gevonden hebben. 
  
Deze was voor thuis, de andere vielen voor nuttiger 
te ruilen, papa en mama konden trots op haar zijn. 
Voorover ligt zij en haar hoofd past precies in een lijst. 
Een stroompje bloed boetseerde een grillige arabesk. 
  
Een schot volstond en daarvoor was rechtvaardiging  
genoeg. Vijftien, geen kans dat zij nog werd gered.         





***


   
Bevinding  

voor H. 


Dat dood vrij maakt   
je iets doet bezitten 
 
wat je niet verliest, geheim 
van niet meer te zijn 
 
dan weten dat wat je ziet 
voor het eerst of voor   
 
het laatst niet is 
maar de glans heeft 
 
van wat zweeft in   
een eindeloos gerekt   
 
onbestaanbaar ogenblik. 
   


***


 

  ***


Kunstuitleen  

Zoals uit het onzichtbare
het zichtbare voortkomt

- al dat kijken dat
zijn oog aan je leent -

blijft wat zich zien laat verborgen.

Een ruimte die leeg was
en daarmee zich vulde.

Overvloed zelf die je kiest.
 

   


***


 
De Harmonica  

Pierement dat om oude kleuren ooit   
kanariepiet of spinazieketel werd gescholden,   
drankorgelhumor op de grens van straat   
en salon, een folklore die verviel. 
 
Authentiek Marenghiorgel met Gavioli's   
pneumatische aftastsysteem, dus 
opgekalefaterd, want doordraaien zul je,   
wind aanjagen en dwingen in een vast patroon 
als kalme erotiek, mannenwerk derhalve,   
zelfs mansfelders houden zich verre. 
 
Muzikale kitsch klinkt als een klok   
oprecht tegen de toon aan, zuivere lyriek   
van felle violen en sonore trombones,   
daaronder een zware bourdon -   
het zingt, maar zingt ook niet. Poppen   
gaan met bekken, trom en kleppers   
op pijpenfronten driftig tekeer. 
 
Niemand danst, maar wie stilstaat, 
niet van de manser stuurs wegkijkt, gul   
bijdraagt, gaat verder met lichtere tred,   
omdat even de wereld in klank werd gezet. 
 

 

***


 
Licht aan zee  

Denk over licht niet te luchtig, het is 
een kunst licht te zien in zeeën van licht 
en daarvan het verschil van dag en nacht 
te maken, brug over schaduwen heen.

Niets lokt lichtgelovigen als een brandende zee
en verdrijft ze. Op zoele avonden hoor je het
opgewonden wijzen naar de wondere schijnsels
van zeevonk, het flitsen van zwiepende algjes.

Onverschillig test kilte de volgende dagen. 
Zwoelte verdampt, zeevlam stuwt zeemist, 
bleke rook zet huiver op ontstelde gezichten.

Zo het Helderse licht. Het straalt als geen ander
maar schenkt zich geen warmte, ongemakkelijk 
houdt het de zon in zijn vensters voor blind. 

Verjaag wat het kluistert en laat het ontluiken.
 

Stadsgedicht t.g.v. de opening van de culturele manifestatie 'Licht aan zee'.
Opgenomen in 'Verzen van verbondenheid, Stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen bijeengebracht door Gerard Beense', uitg. Kontrast, 2008



***




 

T.g.v. Open Monumentendag 2009
Opgenomen in 'Wout Smit - Den Helder op de kaart',
uitg. Gemeente Den Helder


***


 
Sporen  

Al wat je bent een moment 
een aardkundige tijding

nooit ga je spoorslags
en voetstoots sporadisch

wat grondig verdwijnt laat 
zich in omwegen vinden 

tredend in weefsels 
van uitleg 

het spoor dat je volgt van 
verkleuring en as

oor dat je wel of niet leende 
blik die wel of niet aankwam

al wat je nalaat 
is de mond op het glas.
   

T.g.v. Open Monumentendag 2008
Opgenomen in 'Wout Smit - Het leven in en om de Stelling van Den Helder',
uitg. Gemeente Den Helder


***


Merelnest  

Een gedicht schrijven zoals een merel  
zijn nest bouwt. Hij voelt dat het tijd wordt  
maar weet niet waarvoor, er is een drang   
  
maar waarnaar, heeft meteen al zijn bek vol,   
begint zonder weet van voor het eerst   
of het laatst, de viburnum een plaats   
waarin je je heel goed kunt vinden.  
  
Hem gaan helpen met reepjes katoen,  
eindjes touw, wat hij allemaal wel wou,  
maar liever dan watten nam hij het mos  
uit de dakgoot waarmee hij in omwegen 
aanvloog en in zijn beschutting verdween.  
  
Zonder vloek of zucht hem zien werken  
aan wat hem volmaakte: het nodige  
nest en zoveel onzichtbaarheid   
als je je daarin mag wensen.  
 


***


 

 
 
 
Carillon Helden der Zeeplein  

Wilt heden nu treden – in de zeewind 
klinkt Valerius ijl, botsen de boventonen.
Ken je de melodie, luister je mee: Merck
toch hoe sterck nu int werck sich al steld

de beiaard speelt en spant de kroon.

Baksteen volhardt boven het maaiveld uit,
monument dat de Atlantikwall trotseerde.
Anker en keien werden later bijgeplaatst.

Ooit stond hier Wilhelmina in het wit 
tegenover wie zich sindsdien aan beide
smalle kanten onverzettelijk houden: 
knoestige kerels, het stuurrad vast in handen, 
hun koppen louter kaak en loerend oog.

De gemaal weet van de prins geen kwaad
en ziet op afstand toe hoe bijna speels 
een scheepje op de golven ploegt; 
gelukkig weten zeven redders weg ermee. 

Op de zijde die hem wordt ontzegd draagt 
op een onaards tableau een naakte held
een naakte drenkeling in volle overgave -
als hun beschermheer bleek hij een succes.

De laatste klanken zijn aan het verwaaien. 
Wie kent nog Wat voor vijand durft ons naken?
Pas als het stil is weet het je te raken.
 

 
 

 

***


Zomaar een dag  

Opgestaan. 
De ander laten liggen. 
 
Gordijnen dichtgelaten. 
Deuren van slot gedaan. 
 
Met radio en verwarming aan  
de dag op weg geholpen. 
 
Thee gezet. Ontbeten. De krant  
gelezen, twee puzzels opgelost. 
 
Een anonieme oproep neergelegd. 
Samen koffie gedronken. 
 
In de badkamer de tijd genomen. 
Aangekleed. Nog eens de krant gepakt. 
 
Niets wat van belang was gebeurde 
voor het eerst of voor het laatst 
 
op de dag waarop alles eindigde    
alsof er nooit wat begon. 
 


***


   
Voorlichting  

Dat het vlees beter is dan de benen was
de enige grap die ik me van mijn vader herinner.

Dat het ook de enige voorlichting was die hij gaf
besefte ik pas later. Het was genoeg.

Maar als op zondagavond tante vaste visite 
al na het eerste glaasje haar knellende
schoenen uitschopte, haar pootjes kuit en dij

onder haar rok trok en bij het aangeboden plakje
metworst vroeg of deze volgende week
ook weer zo fijn gecutterd zou worden, 

begreep ik niet waarom niemand lachte
en vader zijn gezicht van oorwurm trok.
 


***


 


Na de slacht
    

(Keizerstraat)


Vanuit het keukenraam 
keek je recht in de stal 

de mongool die je oom was 
roerde daar 's maandags het bloed 

schraapte op andere dagen 
het vlees van de botten   

dagelijks zoeter de geur    
maar geen dood voor de vliegen 

op de beenderkar laadde men 
bakken met maden          

door merg en been          
het gegil van de varkens.





***


   
Toeval  

 

26 oktober 2007
J.


Begin deze week, tegen elven, we zaten 
achter aan tafel, lazen de krant, keken 
we op van een tik tegen het raam.
Een lijster, dachten we nog in een flits 

gezien te hebben, maar buiten viel hij 
niet te vinden, hij leek genadig te zijn
vrijgekomen met de schrik. Alleen wat 
veertjes die resteerden in een vlek. 

Drie dagen later, zelfde tijd, was er in huis
een geluid dat niet viel thuis te brengen -  
geen post die op de deurmat viel, 
geen deur die boven dichtsloeg.

Maar met de boodschap van je dood 
zagen we in de voortuin op haar zij
de merel die zich daar stukgevlogen had.

Geaarzeld. Opgepakt. In een krant
gewikkeld en in de compostbak bijgezet.

Toen ook de vogel achter weggeblazen. 
Het raam met tissues schoongemaakt.
   


***


 

Spookdiertje  

Tarsius spectrum


Hoe dierlijk kun je zijn?
Egel die zich afwerend oprolt,
mol die zich rot rent, ondergronds 
zijn gang gaat, ook dood 
nooit boven water komt?

Er schuilt pas een beest in mij
als ik een ons weeg en meer oog
dan hersens uitsluitend nog
als nachtdier leef, schrik 
van reptielen, schorpioenen.

Klamp me liefst vast aan sterke 
stam, spring verder dan ik kan,
leef solitair in kleine groep 
voor mensen nauwelijks bang.

gepiep en als dat klaar is wordt
er negen maanden vol gedragen.

Word niet bedreigd. Nog niet.
 

Noordhollands Dagblad, 4 okt. 2007
Werelddierendag
 


***


   

Papaver rhoeas  

Zeventienduizend zaden produceert 
de grote of  gewone papaver per plant.

Rustig kunnen talloze daarvan een eeuw 
of langer in de bodem overleven om na

verstoring van de grond waardoor ze eindelijk 
het licht ontvingen toch nog tot bloei te komen.

Geen weet van welk wachten ook maar 
omhoog gebracht, in welke zin ontkiemd.

In Vlaanderen telt men ze met miljoenen 
in onze tuin verrassen er een stuk of tien.
 


***


   

De hoed van Breitner  

     Nicolaas Wijnberg,
     22-11-1918     -    11-06-2006

Op de muur boven Wijnbergs Breitnerlitho
(1990, nr. 27/300) liep een wollig spinnetje
zo ongeveer de route van de hoed,
vanaf de Walvis via het Kodakboxje
waarachter de schilder zelf
nog staat naar rechts.

Precies boven het brutale steile schaamhaar
van het kouwelijk model - kijk mamma
nu toch eens - vond het een week na
Wijnbergs dood tussen duim
en wijsvinger zijn einde.
   


***


   
Robert Vollekindt
   Sculptuur 46.07.17


Trotse strijder 
snuivend paard
moeder met kind 
ledenpop Jezus 
liefdespaar

verbeeld het beeld
dat werd bevrijd
uit blok of steen

dat nog alleen 
hartgrondig 
voorstelt. 
   


***


 
Geen droom  

Je staat waar je moet staan 
de buitenplaats je binnenplaats.

Op ooghoogte draag je het hart 
dat zichtbaar is voor wie dat weet
die niet vergeten wil dat J.J. L.
hier ooit iets deed met D.M. Z.
althans dat graag probeerde.

Zo wilde je wel aangetast als 
bast waarop het leven vat heeft.
Het bleef bij een - geen droom 
die je kon houden. Straks:

gekapt, verhakt, vermalen. 
Doodsnood een stroom 
waartegen je niet langer opgroeit.
 
uit: Kastanjegedichten, uitg. Passage, Groningen 2006



 


***


 

uit: Vroeger of later, uitg. Bellevue, Noordwijk 2003



 

  ***


   
Leeg  

Het is te veel geweest. 
Ik had willen zijn waar ik thuishoorde

maar kwam niet verder dan waar
ik achterbleef, dit vivarium

waarin ik op jouw getijden langzaam
verdrink of te haastig verdroog.

Ik houd me wel staande, maar moet
grijpen aan de scherpste randen.

Nu is hier nog maar weinig.
Wacht maar tot ik weg ben.
 
uit: Frieda Snel - Wacht maar, uitg. Bellevue, Noordwijk 2001







Zie voor alle gedichten uit de bundel
de  website van Frieda Snel.





***

   
De nieuwe Frieda Snel bundel

Lees hier de recensie op Meander.

Frieda Snel - Kruisgang
De Manke God, Den Helder 2013
84 blz.; € 12,50
ISBN: 9789490869052




 


Bodemloos  

Je had niets te verbergen 
dan te willen verbergen

bedroog met geen waarheid
keerde de leugen
kwam daar beter mee weg

het zingt in je rond
tot het zwicht
tot het wankelt
tot voor het verleden
het staat.

Bodemloos zijn
het is niet te bevatten.
 
uit: Frieda Snel - Kruisgang


***



   

Wie schrijft die blijft  

De beitel die de steen zal houwen,  
het mes dat kerft in zachter hout,  
de griffel op de lei gedouwd, 
de pen die letters doet aanschouwen, 
 
als je gedachten wilt ontvouwen, 
uit scheppingsdrift of zelfbehoud, 
dan mag op straf van een black-out 
geen schrijfmiddel je ooit berouwen. 
 
Dus dames, muis in eigen hand, 
zet maar een spatie bij vibratie, 
en breng op 't wijde net uw tekst tot stand. 
 
Veel heren kennen, ook pikant, 
wel and're vormen van creatie 
en gaan als potloodventer door het land. 
 
uit: 'Mogen we éven @frekenen?, 52 Liechtensteiners door Chris Coolsma, Edith de Gilde, Joop Leibbrand en Ans Wijnstroot', uitg. Servo, Assen 2001


***


 



 








Met het samen met Wop Rienks geschreven Het inflatoire ik, dat verscheen op 7 juli 1967, begon het.
Alleen de titel heeft de tijd overleefd.








 
Niet ik  

Ik ben nog jong, maar achter 
mij leggen de dagen   
namen uit die tellen.  

De jonge dichters, de beloftevolle
(want / dus bekroonde) prozaïsten -
  van ver lees ik over
de transsubstantiatie van brug tot 
brug, over de transsignificatie 
van geest tot geest
(wat iets anders is).

Het maakt duidelijk hoe een
grote geest over de brug komt.
 

(Eerste gedicht van Het inflatoire ik.)




***