Astrologische Lessen

Retrogradebeweging van de planeten: een serie in 3 delen 

 

 

Home

 

Contact mail

 

 

 

 

 

 

 

 

Home > Lessen > Retro2.html

 

Retrogradebeweging van de planeten: Deel-2

 

Inleiding 

In dit tweede deel zal ik nader ingaan op hoe retrograde vrij snel in een horoskoop kan worden ontdekt en hoe u eventueel fouten ten aanzien van retrograde kunt ontdekken in horoskopen die ofwel door uzelf of door anderen zijn ingetekend.
Daarnaast is het van groot belang om te weten hoe u retrograde planeten moet intekenen, zodat u hier met de interpretatie rekening kunt houden.
Het allerbelangrijkste is dat u met retrograde- en directe beweging bij de progressieve horoskoop rekening houdt. Gebeurtenissen bij progressie worden in hoge mate bepaald door het al dan niet retrograde zijn van de planeten. Met het programma Newcomb-versie2A kunt u snel grafische overzichten maken van de bewegingssnelheid van de progressieve planeten. Zo kunt u snel ontdekken of een progressie ooit wordt volgemaakt.

Zon en Maan nooit retrograde

In het eerste deel van deze minireeks heeft u kennis gemaakt met de retrogradegang van de binnen- en buitenplaneten. Wat toen niet ter sprake kwam, is de beweging van Zon en Maan. Deze beide hemellichamen lopen namelijk NOOIT retrograde.
Vanuit de Aarde gezien, is de Maan eigenlijk een “buitenplaneet”, want haar baan ligt verder dan dat van de Aarde. En omdat haar snelheid altijd veel groter is dan de Aarde, kan de Maan nooit retrograde staan. Ik denk dat dit voldoende logisch is en behoeft geen verdere toelichting meer.

De Aarde “cirkelt” om de Zon heen in een nagenoeg cirkelvormige ellipsbaan, zoals hieronder is aangegeven:

Ook hier zijn een aantal posities van de Aarde ingetekend, overeenkomend met telkens 1 maand verder in tijd. Iemand die vanuit de Aarde naar de Zon kijkt, ziet de Zon steeds in een andere positie tegen de achtergrond van de sterrenhemel.

In positie Aarde-1 is de lijn Aarde-1 – Zon getekend. Deze lijn komt uit in het teken Ram.

Ca 1 maand verder, dus in positie Aarde-2 trekken wij de lijn Aarde-2 – Zon en wij komen uit in het teken Stier en zo verder.
U kunt op die manier wel zien dat de Zon altijd maar “vooruit loopt”, vanuit de Aarde bekeken. Nooit is retrograde mogelijk. Astronomisch gezien is dit een simpel feit.

In de astrologie is het van bijzonder grote betekenis.Wij moeten ons niet voorstellen wat er zou gebeuren als onze Lichtgevers van tijd tot tijd retrograde zouden lopen. Dit zou het onherroepelijke einde betekenen van mens, dier en plant, want het zou een einde maken aan onze vitaliteit, de hartfunctie zou ophouden, onze geest en emoties zouden af en toe geen werking hebben, kortom het zou een funeste zaak zijn als de Lichtgevers retrograde zouden lopen en gelukkig… zal dit nooit gebeuren. Dit terzijde.

Wanneer lopen de buitenplaneten in een horoskoop retrograde?

In het eerste deel van deze miniserie heeft u al kunnen lezen dat retrograde van de buitenplaneten optreedt als de Aarde en de planeet samen aan één zijde van de Zon staan, met name als de Zon in oppositie staat met de buitenplaneet, dus o.a. bij Zon oppositie Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Maar niet alleen bij de gesloten oppositie is dit het geval. Al vanaf een bepaalde hoek begint retrograde op te treden. Dit hoofdstuk is hier aan gewijd.

Ik laat u hier kennis maken met een stukje wiskunde waar u niet van moet schrikken. Het is meer voor de liefhebber, maar geeft wel veel inzicht in de materie van retrograde. Deze formules zijn STERK vereenvoudigd en ze gaan er vanuit dat de planeetbanen cirkelvormig zijn. 
In werkelijkheid lopen de planeten in ellipsbanen en dit geeft kleine afwijkingen. Verder is het zo dat de formules geen rekening houden met het feit dat de banen van de planeten ook nog eens een hoek maken met de Zonnebaan en ook niet dat de ellipsen als geheel ook nog eens langzaam bewegen in de loop der eeuwen.
Dit is op zich niet erg, want het gaat hier om het algemene beeld.

De formules luiden:

U hoeft hier niets uit te rekenen.

r en R stellen de werkelijke afstanden voor van de planeten tot de Zon. Dit kan alleen maar berekend worden voor een specifiek moment. Als vervanging hiervoor gebruik ik de afstandswaarden van de cirkelvormige ellipsbanen.

Planeet

Gemiddelde afstand in AU (1 au = ca. 150.000.000 km)

cosY

Aarde

1,00

n.v.t.

Mars

1,52

0,960

Jupiter

5,20

0,577

Saturnus

9,56

0,411

Uranus

19,29

0,281

Neptunus

30,27

0,215

Pluto

39,68

0,217

 

 

 

 


Aan de hand van deze waarden heb ik met Excel per planeet een lijst gemaakt van de afstand van de planeet tot de Zon, beginnend bij nul graden en steeds met een stapje van 5 graden, tot aan 360 graden. De formules heb ik in Excel ingevoerd en deze geven “d.l” die een maat is voor directe- ofwel retrograde beweging. 
Van deze lijsten heb ik grafiekjes gemaakt en deze zal ik hieronder tonen. Ik begin hierbij met Pluto, de meest ver weg staande planeet.

Pluto:

De curve boven de nullijn geeft een directe gang aan, dus vooruitlopend. De curve onder de nullijn is de retrograde gang. U ziet dat retrograde grofweg begint als de afstand tussen Zon en Pluto ca. 110 graden bedraagt. Retrograde houdt pas op wanneer de Zon en Pluto een hoek van ca. 260 graden maken. Wij kunnen het ook zo stellen en ik hanteer een grote veiligheidsmarge:

Pluto retrograde: Zon op een afstand van meer dan 110 graden van Pluto

Zodra de Zon en Pluto elkaar dichter naderen, wordt de kans op retrograde al minder. Als de Zon en Pluto op een afstand van 90 graden of dichter bij elkaar staan, loopt Pluto nooit retrograde. Onderstaand horoskoopje met alleen Pluto erin geeft de situatie weer.

U ziet in de afbeelding dat wanneer de Zon zich dus op een afstand vanaf 110 graden gaat begeven, om het even aan welke zijde van Pluto, dat dan de planeet Pluto retrograde gaat lopen. Als de Zon dus zich in het rode gebied bevindt, is dit het geval. Let wel: ik heb een grote veiligheidsmarge genomen van ca. 10 graden.

De gehele cyclus van veranderende snelheden van de buitenplaneten

Om de hele cyclus van veranderende snelheid uit te leggen, laat ik bovenstaande figuur nog een keer zien, maar dan met genummerde Zonneposities erbij.

In positie-1 staat de Zon conjunct Pluto. De snelheid van Pluto is dan maximaal in voorwaartse richting en deze bedraagt ca. 2 boogminuten per dag.
Nadat de Zon de conjunctie met Pluto is gepasseerd, gaat Pluto al langzamer lopen, hij “decelereert”, hij remt af. Uiteraard blijft Pluto gewoon direct lopen, maar met een afnemende snelheid.

In positie-2 staat de Zon min of meer sextiel Pluto. Pluto loopt nog steeds gewoon direct, maar met een snelheid die al aanzienlijk minder is geworden, ca. 1 boogminuut per dag.

In positie-3 komt de Zon in het gebied, waarin Pluto’s snelheid bijna tot NUL is gekomen. Pluto begint hierna retrograde te lopen. De retrogradesnelheid is hier nog zeer gering, in de orde van enkele boogseconden per dag.

In positie-4 is de Zon in oppositie gekomen met Pluto. Nu is Pluto maximaal retrograde en elke dag neemt Pluto’s lengte af met ca. 1 à 2 boogminuten. Het duurt ca. 160 dagen dat Pluto retrograde loopt.

In positie-5 is de Zon aan de andere kant van het rode gebied gekomen. De retrogradeperiode is aan zijn einde gekomen. Pluto heeft een snelheid van ongeveer NUL, hij komt Stationair te staan, waarna hij zijn directe gang weer voortzet.

In positie-6 is de Zon weer in een sextielpositie gekomen en Pluto’s snelheid is weer behoorlijk aan het toenemen. Hierna bereikt de Zon weer de beginpositie en begint alles weer opnieuw, uiteraard met dit verschil dat Pluto ondertussen verder is gekomen in het dierenriemteken dat hij op dat moment doorkruist.

In deel-1 heeft u mooi kunnen zien in het grafisch verloop van de planeet Saturnus hoe dit in een periode van 10 jaar zich ontwikkelt. 
Als u zich dit goed in het hoofd prent, dan geeft dit zeer veel inzicht hoe de buitenplaneten in een horoskoop zich zullen gedragen. Ook kunt u meteen fouten ontdekken als u een horoskoop krijgt die foutief door een ander is ingetekend. 

Als u een horoskoop onder handen krijgt, waarin de Zon nagenoeg in oppositie staat met Mars, Jupiter of welke buitenplaneet dan ook, dan moet deze planeet retrograde staan. Dat is gewoon een wet. 

Of andersom, wanneer de Zon conjunct, sextiel of vierkant staat met een buitenplaneet, dan kan deze nooit retrograde zijn, ook dat is dezelfde wetmatigheid.

Moeilijker wordt het in het overgangsgebied, maar dan heeft u in ieder geval een efemeride nodig of u gebruikt een goed astrologisch programma, waarin de actuele snelheid precies wordt aangegeven.
Het gaat er hier meer om om op een snelle en globale manier te zien of alles goed is berekend.

Ik zal nu overgaan tot de andere buitenplaneten, nu is dan NEPTUNUS aan de beurt.

U ziet hier eenzelfde soort grafiek als bij Pluto. In feite is de vorm van alle grafieken die nog gaan komen dezelfde, alleen de start- en eindpunt van de retrogradeperiode is verschillend. Dit komt natuurlijk door de geometrische vorm van de planeetbanen.

Neptunus begint retrograde te lopen als de Zon op een afstand van meer dan 105 graden is gekomen, voor alle veiligheid houden wij ook hier 110 graden aan. In feite is het plaatje identiek aan dat van Pluto, zodat ik hier volsta met deze gegevens.

URANUS

Uiteraard weer dezelfde vorm grafiek, maar met andere begin- en eindgraden van de retrogradeposities. Uranus begint retrograde te lopen wanneer de Zon een afstand heeft van 110 graden en meer. Voor het gemak houdt u hier 120 graden aan om zeker te zijn dat Uranus retrograde is. 
Ook hier is hetzelfde beeld te zien als bij de planeet Pluto, de fases van veranderende snelheid zijn min of meer dezelfde, alleen de dagelijkse snelheid is anders, omdat Uranus dichterbij staat.

SATURNUS

In het geval van Saturnus begint de retrogradeperiode wanneer de Zon een afstand van ca. 120 graden heeft bereikt, doe er 10 graden bij om er zeker van te zijn. Ook hier is de situatie niet veel anders dan bij Pluto.

JUPITER

Ook hier weer hetzelfde beeld, maar merk wel op dat de periode dat de curve onder de nullijn ligt, veel kleiner is dan bij Neptunus of Pluto, m.a.w. de retrogradeperiode is korter geworden. Dit komt door de kleinere afstand die Jupiter heeft ten opzichte van Neptunus of Pluto. Dit scheelt al gauw 5.100.000.000 kilometer of wel 5,1 miljard kilometer!

Jupiter begint retrograde te lopen wanneer de Zon op een afstand van 130 graden of meer is gekomen, voor het gemak en veiligheid:140 graden.

MARS

De figuur voor Mars is bijna hetzelfde als bij de andere planeten, maar de baan van Mars ligt veel dichter bij de Aarde dan de andere planeten. Hierdoor zijn de optische- en geometrische verhoudingen wezenlijk anders. In de formules spelen “r” en “R” dan een veel grotere rol en men kan niet meer volstaan door de gemiddelde afstand te nemen, zoals ik bij de andere planeten heb gedaan. Het plaatje is dus wat vervormd, maar de tendens is niet wezenlijk verschillend. Neemt u hier de gegevens niet te veel letterlijk, want gemiddelde situaties volstaan hier niet meer.

Het lijkt alsof Mars bijna niet retrograde loopt, maar dat komt door de vervorming door de gemiddelde gegevens. In deel-1 heeft u kunnen zien dat Mars ca. 60 tot 80 dagen retrograde loopt, afhankelijk van de banen van de planeten en dat moment. 
Toch mag u ook hier aannemen dat wanneer de Zon oppositie Mars staat (neem hier een speling van ca. 20 graden aan weerszijden), de planeet Mars altijd retrograde loopt.

Retrogradatie van de binnenplaneten in de horoskoop

Van de binnenplaneten Mercurius en Venus kan niet zomaar uit de horoskoop worden bepaald of deze retrograde moeten staan of juist niet. Dit komt omdat wij niet zomaar kunnen zien aan de horoskoop in welk deel van de baan de planeet zich bevindt. Neem onderstaande figuur van Mercurius. Hier staat Mercurius in conjunctie met de Zon. Dit is de zogenaamde “benedenconjunctie”, Mercurius staat “beneden” de Zon.

 

Aan de rechterkant ziet u de zogenaamde “bovenconjunctie”. Mercurius staat nu “boven” de Zon. Maar vanaf de Aarde gezien is er geen verschil: zowel Zon als Mercurius staan in één lijn, dus conjunct.
Echter in de linkertekening is Mercurius retrograde, maar in de rechtertekening niet. Omdat in een horoskoop nooit de echte planeetbaan staat getekend (dat is niet gebruikelijk), kan men met het blote oog niet concluderen of Mercurius of Venus nu retrograde zouden moeten staan of niet. Dit is het grote verschil met de buitenplaneten, daar weten wij het wel, hier dus niet.

Mercurius en Venus als ochtendster of avondster

In aflevering-1 schreef ik al over de begrippen “ochtendster” en “avondster”. Zowel Mercurius als Venus kunnen deze rol vervullen, afhankelijk van de plaats die zij innemen ten opzichte van Zon. Dit verschijnsel is een horoskoop wél te zien. Allereerst het plaatje zoals het in het Zonnestelsel eruit ziet.

In de afbeelding hierboven ziet u Mercurius in een maximale positie ter rechterzijde van de Zon. Dit is geheel bepaald door de vorm van zijn baan. Vanuit de Aarde gezien heeft Mercurius zijn maximale “elongatie” behaald: verder van de Zon kan hij niet staan. In die positie bedraagt de maximale afstand tussen Zon en Mercurius ca. 28 graden.
Omdat de Aarde ook nog eens om zijn eigen as draait in 24 uur en de Aarde ook nog eens scheef staat, zal de hele combinatie Zon-Mercurius van “links” naar “rechts” draaien. Op die manier komt Mercurius dan op voordat de Zon opkomt: hij is dus “ochtendster” en dit kan goed gezien worden vanaf de Aarde. Mercurius is dan zichtbaar als een heldere verlichte schijf. Spoedig daarna komt de Zon op en het licht dat de Zon uitzendt is te sterk om daarna Mercurius nog te blijven zien.

’s Avonds zal Mercurius als eerste ondergaan, maar ook dat is nauwelijks zichtbaar, omdat de Zon nog te krachtig is. Op het moment dat de Zon ondergaat, is Mercurius allang onder de horizon verdwenen. De volgende ochtend herhaalt het verschijnsel zich, maar ondertussen loopt Mercurius verder in zijn baan en verandert langzaam de gehele combinatie Zon-Mercurius.

In mijn eigen horoskoop is deze situatie bijna van toepassing: Mercurius is ochtendster, alleen is de maximale elongatie nog niet bereikt. Mercurius loopt retrograde en de Zon uiteraard niet. Hieronder ziet u een stukje van de horoskooptekening (gemaakt met Newcomb-versie2A):

U ziet hier tevens hoe u retrograde aangeeft bij een planeet: u tekent een “R” voor of achter de planeet.

U ziet hier dat de Zon al zo’n 40 minuten is opgekomen. Reeds daarvóór is Mercurius opgekomen. Mercurius is hier dus ochtendster. Progressief loopt Mercurius terug in de dierenriem en de Zon vooruit: hun onderlinge afstand wordt dus groter. Op een bepaald moment zal Mercurius weer direct gaan lopen. Een klein overzicht van deze twee progressieve planeten, uitgaande van 15-09-1957 om 6.26.31 UT.
 

Dag

Zon

Mercurius

Verschil

1

23.07 Maagd

12.12 Maagd

10.55

2

24.06

11.26

12.40

3

25.04

11.12

13.52

4

26.03

11.09

14.54

5

27.02

11.15

15.47

6

28.00

11.31

16.29

7

28.59

11.56

17.03

8

29.58

12.30

17.28

9

00.57 Weegs

13.14

17.43

10

01.55

14.06

17.49

11

02.54

15.05

17.49

Op dag-5 na de geboorte is Mercurius al niet meer retrograde, maar omdat de Zon een snelheid heeft van ca. 0.58 en Mercurius nog niet, zal de afstand tussen Zon en Mercurius in eerste instantie nog steeds groter worden. Pas wanneer de snelheid van Mercurius groter wordt dan de snelheid van de Zon, zal de afstand kleiner worden. Op een bepaald moment zal Mercurius de Zon zelfs inhalen.

Wat ook erg belangrijk is, is dat Mercurius ook nog over zijn eigen radix-positie heen loopt op dag-7. Dit zijn keerpunten in het leven van elke geborene die dit meemaakt. U moet hiermee rekening houden als u een horoskoop onder ogen heeft. 
Pas wanneer Mercurius over zijn eigen radixpositie is heengelopen (en zelfs nog 1 graad verder, want dan werkt hij “rein”) zal het leven ingrijpend veranderen op een of ander gebied.

Ik had als jong kind al chronische bronchitis (typisch Mercurius in 12 en in Maagd) en dit werd tot staan gebracht toen ik 7 jaar was. Pas op 8-jarige leeftijd was ik daar van af (Mercurius 1 graad verder). Ik veranderde van school (Mercurius) en het leren ging daarna ongelooflijk goed. Een zeer grote prestatiedrang maakte zich van mij meester en ik leerde om het leren als zodanig, om kennis te verkrijgen. Vergeet u hierbij niet dat Mercurius op de speciale graad van verhoging staat (13e graad, zie mijn artikelenreeks over verhoging en val van planeten) en daarbij werkt alles veel intensiever uit, goede, maar ook negatieve zaken.

Een voorbeeld van retrograde van buitenplaneten

In onderstaande figuur dat een screenprint is van de Astro-Watch (via Newcomb-versie2A) ziet u de planeten Jupiter en Saturnus in retrogradepositie voor een willkeurig moment tijdens de Astro-Watch.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De retrograde van Jupiter is overduidelijk. Deze staat nagenoeg oppositie Zon en zoals wij hebben gezien, leidt dit altijd tot retrograde.
Saturnus staat 116 graden van de Zon verwijderd en volgens de eerdere grafieken, loopt Saturnus retrograde bij een afstand van ca. 120 à 130 graden. In dit geval is het niet overduidelijk dat Saturnus retrograde is en ik zou er ook mijn hand niet voor in het vuur willen steken. De efmeride of een astrologisch programma moet uitsluitsel geven.
In dit geval blijkt dat Saturnus nog retrograde is met een snelheid van 49 boogseconden achteruit per dag.

In het derde deel tenslotte komt de interpretatie van retrograde- en directe planeten aan bod, evenals de aanzet van de zogenaamde “planeet-waardering”. Retrogradeloop is hiervan slechts een klein onderdeel.

Naar deel-1 / deel-3


Afgesloten, 13 april 2005 © J. Ligteneigen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_______________________________________________________

Pagina voor het laatst bewerkt op / Page maintained on: 

Seite bearbeitet am / Pagina aggiornata il:   31/12/2015 10:04