Astrologische Lessen

Verhoging en Val van de planeten in de Astrologie, Deel-1 

 

Home

 

 

Contact mail

 

 

 

 

 

 

 

 

Home > Lessen > Verh1.html

 

Verhoging en Val van de planeten in de Astrologie, Deel-1

 

Een bijzonder belangrijk, maar vrijwel volkomen vergeten onderwerp binnen de astrologie is dat van Verhoging en Val van de planeten. Tezamen met de positie van Heerserschap (in eigen teken) en Exil (in tegenoverliggend teken) vormen deze begrippen (en dus toepassingen) een uitzonderlijk belangrijk element binnen de astrologie.
In dit artikel dat over 4 afleveringen is verdeeld, zal ik u de geleidelijke opbouw van deze materie laten zien, waarna u deze kunt toepassen op elke horoskoop en ook op het wereldgebeuren, omdat de loop van de planeten (met name de langzame, vanaf Jupiter t/m Pluto) door de tekens uiteraard onderhevig is aan Verhoging, Val, Heerserschap of Exil.

 

Wat zegt de astrologische literatuur erover?

 

In diverse astrologische leerboeken worden altijd kort de begrippen Verhoging en Val van planeten behandeld. Zo vinden wij in Fankhauser's "Das Wahre Gesicht der Astrologie" op blz. 123 de volgende passage: "Die Erhöhungs- und Fall Grade erscheinen uns, da wir keine logische Begründung finden können, willkürlich, und wir müssen uralte Erfahrungen als Ursachen und Gründe dieser Gradbestimmungen annehmen. Stellen wir zusammen".....

Dan volgt een tabel met de verhogingsgraden:

 

Zon op 19° Ram

Saturnus op 20° Weegschaal

Jupiter op 15° Kreeft

Mercurius op 15° Maagd

Venus op 29° Vissen

Maan op 3° Stier.

 

In het tegenoverliggende teken staat de betreffende planeet dan in Val, dus :

 

Zon op 19° Weegschaal

Saturnus op 20° Ram

Jupiter op 15° Steenbok

Mercurius op 15° Vissen

Venus op 29° Maagd

Maan op 3° Schorpioen

 

De auteur stelt hier dus dat de oorsprong voor deze graden niet meer te vinden is, maar dat deze wel "ergens" vanuit de Oudheid te achterhalen moet zijn.

 

In Gorter's "Planetenloop en Mensenlot" vinden wij op blz 94 en 95 de vermelding van de planeten in Verhoging en Val. Gorter vermeldt hier: "een planeet kan namelijk nog in een teken staan waarin hij ook goed staat, de verhoging, wat we aangeven met de waarde +4...de tekens hiertegenover beelden dan weer de plaats uit waar de planeten minder gunstig staan, hier staan deze planeten in hun val, waarde -4...."

Gorter vertelt.. "De zon staat verhoogd in Ram, het eerste teken van de vuurdriekhoek, en wel omdat de Zon de grootste overeenkomst heeft met Mars, heer van Ram. De Zon staat dus in Weegschaal in zijn val" ..... "De Maan is verhoogd in Stier, de heer van Stier is analoog aan de Maan. De Maan staat zodoende in Schorpioen in val"  ...... " Mercurius heeft geen verhoging, zijn val heeft hij in de tegenpool van Virgo, dat is in Pisces" ......'Venus heeft grote overeenkomst met Jupiter, vandaar dat de verhoging van Venus plaatsvindt in het Jupiterteken Vissen, de val van Venus is dan weer in Maagd" .... "De actieve Mars in het teken van Saturnus, namelijk Capricornus krijgt hierdoor een meer bezadigde werking, hier staat Mars in Verhoging, Mars staat dan in zijn val in Kreeft" .... "Ook Jupiter en de Maan komen goed overeen, de expansiedrang van Jupiter kan in het maanteken Kreeft goed tot uiting komen, vandaar dat dit het teken van verhoging van Jupiter is. Zijn val heeft Jupiter dan in het oppositieteken Steenbok" ... "Saturnus kan het eveneens goed vinden in het luchtteken Weegschaal. Zo is Weegschaal het teken van verhoging van Saturnus, terwijl Aries dan weer het teken van zijn val is".....

Vervolgens geeft Gorter een affinitieit aan van Uranus aan Schorpioen (omdat Uranus met Mars overeenkomsten heeft), Neptunus aan Kreeft (Neptunus verwant aan de Maan) en Pluto aan Ram (Pluto verwant aan Mars) en kent hij de val als volgt toe: Uranus in Stier, Neptunus in Steenbok en Pluto in Weegschaal.

 

In Alan Leo's "The Art of Synthesis" , blz. 146-149 vermeldt de auteur.. "In this sense, Uranus can have no sign of exaltation, and its correspondence with Auarius can only be considered as connected with the spiral of superhuman evolution which commences with Aquarius and having no relation to the ordinary circle of signs which commences with Aries"....."The same remarks apply to Neptune with the exception that it may be possible that in some cases the spiral is temporarily renounced fora conscious re-circling" ...

 

Alan Leo geeft dus geen verhoging en val aan voor de planeten Uranus en Neptunus en ook niet voor Pluto, aangezien deze pas in 1930 werd ontdekt en Alan Leo zijn boeken grofweg tussen 1912 en 1918 schreef.

Alan Leo geeft daarna voor de klassieke planeten dezelfde Verhoging en Val aan als bij Gorter genoemd, maar hij noemt niet de exacte graden waarop de planeten hun Verhoging en Val ondergaan.

 

In Alan Leo's "How to Judge A Nativity", blz. 27 en 28 geeft de auteur wél de graden van Verhoging en Val en deze zijn resp. als volgt:

 

Zon verhoogd op 19° Ram en in val op 19° Weegschaal

Maan verhoogd op 3° Stier en in val op 3° Schorpioen

Mercurius verhoogd op 15° Maagd en in val op 15° Vissen

Venus verhoogd op 27° Vissen en in val op 27° Maagd

Mars verhoogd op 28° Steenbok en in val op 28° Kreeft

Jupiter verhoogd op 15° Kreeft en in val op 15° Steenbok

Saturnus verhoogd op 21° Weegschaal en in val op 21° Ram

Draconis verhoogd op 3° Tweelingen en in val op 3° Boogschutter

 

Uranus en Neptunus krijgen geen verhoging en val toebedeeld

 

Hier schrijft Leo:  "As for the exaltation degrees, they have been handed down from tradition, and since whenever such tradition has been traced back to its source, it is discovered to be founded upon a truth in nature, we shall do well to accept these degrees with respect, and endeavour if we can penetrate the reason the ancients had in so fixing them".

 

Ptolemaeus schrijft in zijn Tetrabiblos, boek-1, hoofdstuk-22: "aangezien de Zon, als hij in Ram is, onderweg is naar de hoge noordelijke halve cirkel en in Weegschaal nar de lage zuidelijke, is terecht Ram als teken van verheffing aan de Zon toegewezen, aangezien daar de lengte van de dag begint toe te nemen, en Weegschaal, om tegengestelde redenen als teken van zijn val" .... "Saturnus op zijn beurt heeft Weegschaal als teken van verheffing en Ram als teken van zijn val, teneinde ook hier, net als in het geval van de tekens, tegengesteld aan de Zon te zijn" ... "wanneer nu de Maan na een conjunctie met de Zon in diens verheffing, het teken Ram, haar eerste fase vormt en in licht begint toe te nemen, gebeurt dit in het eerste teken van haar eigen driehoek, het teken Stier. Daarom is dit teken als teken van verheffing van de Maan genomen en het tegenovergestelde teken Schorpioen als teken waarin de Maan in val staat." ... "Jupiter vervolgens die de vruchtbare noordenwind veroorzaakt, komt in Kreeft het verst naar het noorden en bereikt daar zijn maximale kracht. Daarom is dit teken zijn verheffing en is Steenbok het teken van zijn val."  ..."Mars die van nature vurig is, wordt dat nog meer in Steenbok, omdathet zuidelijkste punt ook het heetste is. Zo kreeg hij natuurlijkerwijze Steenbok als teken van verheffing toebedeeld en Kreeft als teken van zijn val, in tegenstelling met Jupiter." ... "Venus vochtig van nature, neemt nog in kracht toe in Vissen waar het natte begin van de lente zich aankondigt. Zij heeft daarom in Vissen haar verheffing en in Maagd haar val."  .... "Mercurius is tegengesteld aan de natuur Venus. Hij is meer droog. Daarom heeft hij zijn verheffing in Maagd in welk teken de herfstachtige droogte het eerst optreedt. Zijn val is in Vissen, dit in tegenstelling tot Venus.

 

Precieze graden worden niet genoemd in het werk van Ptolemaeus

 

Maurice Prinvat in het "Handboek der Practische Astrologie" schrijft: "Voor de meesters van weleer was de Zon geëxalteerd indien zij zich op de 19e graad van Aries bevond; zij was in haar val op 19 graden Libra. De Maan was geëxalteerd op 3 graden Taurus, in haar val op 3 graden Scorpio; Venus geëxalteerd op 27 graden Pisces, in haar val op 27 graden Virgo. Mars was geëxalteerd op 28 Capricornus en in zijn val op 28 graden Cancer. Saturnus geëxalteerd op 21 graden Libra en in zijn val op 21 graden Aries. Jupiter was geëxalteerd op 15 graden Cancer en in zijn val op 15 graden Capricornus."

 

Daarna vervolgt Privat met: "De geëxalteerde planeet oefende haar eigen werking op het gehele teken uit, maar met een maximaal-krachtdadige toespitsing op de genoemde graden." ..... "Het zou mogelijk kunnen zijn dat de betreffende graden van exaltatie slecht gekozen waren of dat zij in de loop der eeuwen aan veranderingen onderhevig geweest zijn. Dit neemt echter niet weg dat het met minachting beschouwen van een klassieke regel, het aannemen van een onverschillige houding betekent, temeer waar wij ons feitelijk niet met de oude meesters kunnen vergelijken".

 

Max Heindel geeft in "The Massage of the Stars" op blz. 410 de volgende tabel:

 

Planeet Heerst over Vernietiging Exaltatie Val
Zon Leeuw Waterman 19° Ram Weegschaal
Venus Stier, Weegschaal Schorpioen, Ram 27° Vissen Maagd
Mercurius Tweelingen, Maagd Boogschutter, Vissen 15° Maagd Vissen
Maan Kreeft Steenbok 3° Stier Schorpioen
Saturnus Steenbok, Waterman Kreeft, Leeuw 21° Weegschaal Ram
Jupiter Vissen, Boogschutter Maagd, Tweelingen 15° Kreeft Steenbok
Mars Ram, Schorpioen Weegschaal, Stier 28° Steenbok Kreeft
Uranus Waterman Leeuw Schorpioen Stier
Neptunus Vissen Maagd Kreeft Steenbok

 

Op soortgelijke wijze zijn ook in andere astrologische boeken overzichten gegeven van de verhoging en val van de planeten in de dierenriemtekens.

Nergens wordt een afdoende verklaring gegeven over hoe nu deze graden zijn ontstaan. Iedereen is het er over eens dat ze van de Ouden zijn overgeleverd en dat ze met respect dienen te worden gehanteerd.

 

Eindelijk toch de oorsprong gevonden.

 

In geen enkele van mijn literatuur onderzoeken kwam ik een redelijke verklaring tegen, behalve uiteindelijk in een Duits werk van Johannes Vehlow. In zijn 2e werk van de 10-delige serie "Lehrkurs der Wissenschaftlichen Geburts-Astrologie", genaamd "Die Technik der Horoskopberechnung: Das Würdensystem der Planeten und die Fixstern-Analysen" uit 1934 wordt de herkomst van de verhoging en val van planeten uit de doeken gedaan. Mijn persoonlijke gevoel hierbij is dat Vehlow het hier bij het rechte einde heeft.

 

Het systeem is simpel, elegant en gebaseerd op een der oudste beginselen van optimale harmonie, namelijk: De Gulden Snede. Daarnaast is het gebaseerd op de oude Egyptische mythologie met in de hoofdrollen de goden Osiris, Isis, Nephtis, Seth, Amun, Maath en Sechmet welke u in de 2e aflevering nader worden verklaard en de treffende overeenkomst met de planeten vertonen.

 

 

De Gulden Snede, de optimale denkbare harmonie, het uitgangspunt.

 

Op school heeft u wellicht van de Gulden Snede gehoord. Ik zelf ook, maar ik was de details ervan al weer vergeten. Het is erg simpel en ik zal hieronder de beginselen ervan uitleggen.

 

Optimale harmonie op een lijnstuk: de Gulden Snede

 

In de figuur hierboven ziet u een lijnstuk AB met een bepaalde lengte "1+x", waarvan de onbekende lengte "x" bepaald zal worden. Bij C ziet u een dwarsstreep op het lijnstuk.

 

Wat zegt nu de Gulden Snede? De verhouding van het stuk CB ten opzichte van het stuk AC is hetzelfde als het stuk AC ten opzichte van het totaal AB. 

 

In wiskundige term gezegd betekent dit BC/AC = AC/AB. 

Als men die verhouding kan vinden, dan is "iets" volgens de Gulden Snede gemaakt. 

Om nu de onbekende "x" te vinden, moet de wiskundige vergelijking worden opgelost.

 

In de figuur is CB gelijk aan "x"; AC is gelijk aan "1" en AB is gelijk aan "1+x". Hiernee kan het probleem worden opgelost.

BC / AC wordt dan : x / 1

AC / AB wordt dan : 1 / 1+x

 

De wiskundige vergelijking wordt dan : x / 1 = 1 / 1+x.

Door kruislingse vermenigvuldiging levert op : x.(1+x) = 1

Dit is gelijk aan x + x =1

Dit is weer gelijk aan : x + x -1 = 0

 

Deze vierkantsvergelijking heeft 2 oplossingen, nl.:  [ -1+WORTEL(5)] / 2 = 0,618033

De andere oplossing luidt: [ -1 - WORTEL(5) ] / 2 = -1,618033, maar deze doet niet mee

 

De Gulden Snede wordt gevonden als het stukje "x" gelijk is aan 0,618033.

 

In bovenstaande figuur is dan het lijnstuk AB gelijk aan 1 + x = 1,618033.

Het stuk AC is gelijk aan "1".

 

Het punt van optimale harmonie wordt dan gevonden bij : 1 / 1,618033 = 0,618033

Deze uitkomst is op zichzelf al weer harmonisch.

 

In de architectuur, beeldhouwkunst, ontwerp en in de natuur zelf komt het principe van de Gulden Snede zeer veel voor en wordt het in het algemeen beschouwd als de meest optimale vorm van harmonie die bereikt kan worden

Het bekende Parthenon in Athene is geheel gebouwd volgens dit principe, zoals u hieronder kunt zien.

 

 

De aanduiding "Ø" in het Parthenon geeft aan waar de verhouding 0,618033 is toegepast. Neem het dak dat op de pilaren rust. De onderkant van de driehoek van het dak (gemeten vanaf de punt van het dak) ten opzichte van de afstand dakpunt - pilaren is 0,61833. Door dus precies dáár het dak te laten eindigen, wordt de optimale harmonie toegepast.

Vanaf de bodem tot aan de pilaren waarop het dak rust ten opzichte van de totale afstand bodem - dakpunt is ook weer de verhouding 0,618033.

Er staan 8 pilaren in de tekening. Het einde van de 5e pilaar staat precies op 0,618033 van de totale afstand links - rechts. Omgekeerd is dat ook zo bij de 5e pilaar van rechts geteld.

Tussen onderkant dak en de pilaren staan vertikale strepen getekend. Bij elke 3 strepen staat de 2e streep precies op de verhouding 0,618033 van de gehele afstand 1e - 3e streep.

 

Op deze wijze is het gehele bouwwerk met de meest harmonische verhoudingen geconstrueerd.

In de beeldhouwkunst en de architectuur is de Gulden Snede op zeer grote schaal toegepast. In onze Gouden Eeuw werd dit als hoogste harmonie beschouwd.

 

Foto van het Parthenon te Athene, (C) Microsoft Encarta

 

De Gulden Snede kan ook geometrisch worden gecontrueerd, zie hieronder:

 

Geometrische constructie van de Gulden Snede

 

U ziet hierboven weer het lijnstuk AB. Dit deelt men door 2 en men meet op een passer precies deze lengte uit. Daarna trekt men met een passer een cirkel vanuit punt C. Deze cirkel raakt punt B van het lijnstuk en het punt D op de verbindingslijn tussen A en C.

Dan neemt men de passer en meet het stuk AD uit. Dan trekt men een cirkel om A heen. Deze cirkel gaat natuurlijk door punt D heen en komt uit bij punt E op het lijnstuk AB.

 

De Gulden Snede ligt bij punt E en heeft dus dezelfde harmonische verhouding als in de eerste afbeelding.

 

Genoeg nu over de Gulden Snede, maar het is wel essentieel in alle volgende tekst over de vaststelling van de Verhogingen (ook wel verheffingen of exaltaties genoemd).

 

In aflevering-2 wordt de Gulden Snede toegepast op een tekenlengte van 30 graden en daarmee is dan de verhoging van de Zon bepaald.

 

Voor wie meer wil weten over de Gulden Snede en allerlei toepassingen in de kunst, architectuur, ontwerp, natuur: zie : http://www.goldenmeangauge.co.uk/golden.htm

 

Ga naar aflevering-2, aflevering-3, aflevering-4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_______________________________________________________

Pagina voor het laatst bewerkt op / Page maintained on: 

Seite bearbeitet am / Pagina aggiornata il:   31/12/2015 11:45