De Entlebucher Sennenhond

De Entlebuchersennenhond - een rasportret

De Entlebucher is de kleinste van de vier Zwitserse sennenhondrassen. Hij komt uit het Entlebucher dal dat in de Kanton Luzern en Bern ligt.

De start van de zuivere Entlebucher fok

De eerste beschrijving onder de naam „Entlibucherhund" stamt uit 1889. Lange tijd erna werden de Entlebucher en Appenzeller nog steeds niet van elkaar gescheiden gefokt. In 1913 werden 4 exemplaren van deze kleine drijfhond met „Stummelrute" aangemeld op de hondententoonstelling in Langenthal. Zij werden voorgesteld aan professor Albert Heim, de grootste onderzoeker m.b.t. de 4 Sennenhondrassen. Op grond van de keurmeesterrapporten heeft men ze ingevoerd in het Zwitserse Honden Stamboek (SHSB). Nadat hij op 28 augustus 1926 op initiatief van Dr. B. Kobler succesvol de club voor Entlebucher Sennenhonden opgericht had, werd dit ras gevraagd en zuiver verder gefokt. De eerste rasstandaard werd pas in 1927 beschreven. Te zien aan het kleine aantal inschrijvingen in het stamboek ontwikkelde het ras zich zeer langzaam. Tijdens zijn werk op de boerderij en op de alpenweiden liet hij als drijfhond uitstekende eigenschappen als gebruikshond zien. Vandaag de dag vindt de Entlebucher ondanks een zeer bescheiden fok zijn liefhebbers.

Amber mit Kuehen

Wat is het gedrag van dit mooie ras?

We denken, dat er zelden een hondenras is, dat met zoveel positieve eigenschappen zijn opwachting maakt, mits hij vanaf pup op de best mogelijke manier op kan groeien. Dat wil zeggen dat er een strenge gedragsselectie bij de ouderdieren moet plaats vinden en de pup in zijn eerste 18 weken goed ingeprent en gesocialiseerd moet worden. Dan ontwikkelt hij zich als een buitengewoon leergierige, levenslustige, beweeglijke en onuitputtelijke begeleider. Als bewaker van huis en familie is hij nauwelijks te overtreffen. Ook in de stad kan dit vroegere „Küherhündli" zich zeer goed aanpassen. Het is geen blaffer en zijn mooie korte vacht ziet er bijna altijd schoon uit. Ook het verharen is geen plaag voor de huisvrouw en zijn vacht stinkt nauwelijks als ze nat is geworden. De Entlebucher heeft een zeer nauwe en eerlijke vertrouwens relatie nodig met zijn baasjes en is derhalve geen ketting- en/of kooihond, maar ook geen schoothond, ofschoon hij af en toe eens graag bij het baasje op de schoot springt. Hij is in staat de wensen van zijn baasjes van de ogen af te lezen. Iedere dag heeft hij zo’n twee uur beweging en training nodig. Hij heeft een levensverwachting van 10 tot 14 jaar.

Hoe ziet de Entlebucher uit?

Het is een middelgrote driekleurige (wit, zwart en tan) hond, teven 42-48 cm en reuen 44-50 cm schofthoogte. Hij is als een rechthoek gebouwd. De lengte is eigenlijk te lang voor zijn hoogte. Hij ziet er stevig gespierd uit. Zijn gezichtsuitdrukking is slim en vriendelijk met tamelijk kleine bruine ogen. De afgeronde oren zijn hoog aangezet en worden hangend en aanliggend gedragen. De borst is diep en breed en de vacht is vast, kort en opvallend glanzend. Het is een zwarte hond met een witte bles, een witte neus, een witte borst en witte voetjes (liever witte teentjes) en als hij een lange staart heeft een witte staartpunt. Tussen het wit en zwart zit een middel/donkerbruine brand d.i. de tan kleur. Boven zijn ogen zitten ook bruine vlekken, waardoor het net lijkt alsof hij zijn ogen open heeft als hij slaapt. Vandaar ook de bijnaam: „Der Vieraugler". 8 tot 20% van de Entlebuchers wordt met een korte staart (Stummelrute) geboren. De andere hebben een lange staart die niet meer gecoupeerd mag worden, wat vroeger gebruikelijk was. De Entlebucher met Stummelrute wordt dus steeds zeldzamer.

Welke honden komen voor een gezonde fok in aanmerking in Nederland, Duitsland en Zwitserland

  • Honden met een heupdysplasie waarde van A, B of C
  • Honden die niet lijden aan de erfelijke oogziekten Glaucoom en niet drager van deze ziekte zijn.
  • Honden die niet lijden aan de erfelijke oogziekte katarakt
  • Honden die DNA-PRA getest zijn. AxA, AxB, AxC combinaties zijn toegestaan
  • Honden die middels een gedragstest vanaf 1 1/2 jaar in Nederland, Duitsland of Zwitserland goedgekeurd zijn voor de fok. Wij zetten onze honden pas in vanaf 2 ½ jaar
  • Honden die op een tentoonstelling door een erkende raskeurmeester 2 x de beoordeling zeer goed hebben behaald
  • Honden die geen gebitsafwijkingen hebben en een volledig gebit hebben
  • Honden die met een knikstaart geboren worden zijn uitgesloten voor de fok
  • Honden die voldoen aan de kleuraftekening volgens de Zwitserse Standaard
  • Honden met lange haren zijn ook uitgesloten
De voor de fok ingezette honden, de nesten en hun fokkers worden in Duitsland en Zwitserland streng gecontroleerd door de fokcommissies van de SSV en de SKES.

Hoe fokken wij op het Craveld

Wij fokken volgens bovenstaande Duits/Zwitserse regels en alle gegevens van de ouderdieren en hun voorouders staan zwart op wit en worden overhandigd aan de nieuwe eigenaren. U leest hierover verder in het hoofdstuk „Van het Craveld" - Onze manier van fokken -.

Top