Schriftlezing: 1 Korinthe 1: 10-17 en Matteüs 3: 13-17

Tekst/thema: ‘Gedoopt’ (bij 1 Korinthe 1: 10-17)


Samenvatting van de preek:


Ik kan me voorstellen dat de meesten bij de lezing uit 1 Korinthe op voorhand niet op het puntje van hun stoel zaten. Een brief, van Paulus. Paulus doet onze harten niet direct sneller kloppen. Te moeilijk, te dogmatisch. Wie de lijn van Paulus’ betoog wel heeft kunnen volgen, kwam vermoedelijk ook niet direct overeind. Paulus schrijft over verdeeldheid en eensgezindheid. Dat is niet direct relevant voor ons. Wij zitten behoorlijk op één lijn. Natuurlijk, overal is wat. We begrijpen elkaar misschien niet altijd even goed, maar het gaat vooral om praktische zaken. Hoe de kopjes uit de vaatwasser in de kastjes zijn gezet. Of de onduidelijke afspraak wie wat zou doen. Of de keuze van het liederengenre in de kerkdienst. Het is allemaal overkomelijk. Toch vraag ik me af, of onze indruk wel juist is. Zijn we wel zo eensgezind? In de taal van Paulus: ‘zeggen we hetzelfde’, zijn we één ‘in denken en overtuiging’? Of zeggen we in feite niets, niet hardop tenminste. Omdat we de lieve vrede willen bewaren?! Omdat we het niet zo goed weten?! Omdat we onverschillig zijn (geworden)?! Omdat … . Zijn we wel eensgezind? Anders gevraagd: waarin ligt onze eenheid? Wat verbindt ons?

Korinthe was een havenstad. Schepen voeren af en aan. De scheepsbemanning kwam uit alle delen van de toenmalige wereld. Ze spraken met elkaar, ze beïnvloedden elkaar. Goederen werden geladen, overgeladen, doorgevoerd. Dat trok werkkrachten aan, overal vandaan. In Korinthe kwamen mensen uit heel verschillende culturen, met heel verschillende talen en godsdiensten samen. Ieder hoopte een graantje mee te pikken uit de royale economische ruif. Er waren Joden, Perzen, mensen uit het gebied van de Zwarte Zee, het hedendaagse Spanje. Het was een mengelmoes. Met de problemen van de grote stad: rijk en arm, misverstanden tussen individuen en groepen, spanningen. Net als in Rotterdam: de een woont riant op de Kop van Zuid, de ander vier hoog achter in Spangen. De een spreekt vloeiend Nederlands, de ander kan zich nauwelijks bij anderen verstaanbaar maken. In Leidsche Rijn is het niet heel veel anders.
In Korinthe weerspiegelt de situatie van de stad zich in de kerk. De gemeente was veelkleurig. Maar ook: in de gemeente bestond verdeeldheid, verwijdering, was er onderlinge twist, scheuring zelfs. Dat lijkt in Korinthe sterker te zijn geweest dan elders. Meer dan eens schrijft Paulus in zijn brieven over eenheid en verdeeldheid. Maar alleen in deze Korinthebrief doet hij dat zo nadrukkelijk direct aan het begin. Er is geen ontkomen aan. Er zijn verschillende fracties. Ieder heeft zijn eigen leus: ‘Ik ben van Paulus’, ‘Ik ben van Apollos’, ‘Ik van van Kefas (= Petrus)’, ‘Ik ben van Christus’. We weten niet zo goed wat het probleem nu concreet is geweest. Paulus is er blijkbaar zelf persoonlijk bij betrokken geraakt. Een van de groepen gebruikt hem als mascotte. Andere Apollos. We weten uit de Handelingen dat Apollos veel kennis had van de Schrift, dat hij vurig van geest was. Paulus heeft hem hoog. Mogelijk dat sommigen voor Apollos kozen omdat hij joviaal was, enthousiast, makkelijk in de omgang, goed van de tongriem gesneden. Zij vonden het optreden van Paulus zwak, iemand die maar slecht uit zijn woorden kwam. Vervolgens is er de groep van Kefas, Petrus. We weten dat er verschil van inzicht is geweest over de omgang met heiden-christenen. Moesten zij zich wel of niet laten besnijden. Moesten zij wel of niet de Joodse weten volgen, bijvoorbeeld ten aanzien van het eten. Tenslotte is er nog de groep ‘van Christus’. Wij zouden misschien zeggen, dat daar niet veel mis mee kan zijn, beweren ‘van Christus’ te zijn. Maar het doel lijkt in Korinthe te zijn: onderscheid van anderen, etiketten plakken, profileren ten koste van de ander.
In zijn oproep tot eenheid doet Paulus een beroep op de doop. Er is niet een doop van Paulus, van Apollos, van Petrus … . Er is slechts één doop en dat is de doop in de naam van Jezus. Dat laat geen ruimte om zich tegen elkaar af te zetten.

Wat betekent het voor ons om gedoopt te zijn in de naam van Jezus Christus?
1) Gedoopt in de naam van Jezus betekent gewassen in de naam van Jezus. Klassiek: je wordt bevrijd van de last van de zonde. Dat klinkt zwaar. Dat is het ook. Maar tegelijk wil het licht zijn. Gedoopt zijn betekent: je weet dat God jou vergeeft. Op jouw beurt streef je ernaar waar mogelijk anderen te geven. Je weet dat God jou vergeeft. Op jouw beurt weet je dat je niet leeft onder de doem van zonde en kwaad. Je weet dat het anders kan.
Wat zou het een impact hebben als we dat onszelf eigen zouden kunnen maken! Ieder kijkt eerlijk naar zijn eigen leven, naar de goede en de slechte kanten. Ieder is zich bewust van eigen falen, maar tegelijk mild in het oordeel over het falen van anderen. Je zit er niet direct kritisch bovenop. Maar je probeert ruimte te geven. Omgekeerd geldt het ook. Je zegt niet te snel ‘ik ben nu eenmaal zo’, ‘ik kan niet anders’. Je weet van jezelf bijvoorbeeld dat je een flapuit bent, dat je daarin anderen onrecht doet. Toch weet je: het, ik kan anders.
2) Gedoopt in de naam van Jezus betekent met Hem verdrinken en opstaan. Je gaat kopje onder. Maar het water van de dood is tegelijk vruchtwater. Je wordt opnieuw geboren. Jezus draagt ons door het water heen. Jezus wijst ons in het nieuwe leven de weg.
Ook aan dit aspect zitten grote praktische consequenties. Menselijk gezien is de weg van Jezus een doodlopende weg. Maar God laat zien dat juist deze weg uiteindelijk tot het leven leidt. Naar de mens gesproken is duidelijk wat succes is: een goede baan, liefst met promoties, een eigen huis, een fraaie auto, en zo voort. De weg van Jezus laat zien dat God heel anders kijkt. Als wij ook zo zouden leren kijken … . Wat zou dat revolutionair, radicaal ánders zijn … .
3) Gedoopt in de naam van Jezus betekent gedoopt tót de naam van Jezus. Hij identificeert zich met jou. Jij identificeert je met Hem. ‘Ik in Hem, Hij in mij.’ God verbindt zich met jou, allerinnigst. Je mag erop vertrouwen dat Hij in jouw leven wil werken. Dat maakt vrij, vrij voor het leven! Wie zou daar niet jaloers op worden?!

Utrechtleidscherijn/110109


http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2011, KWdJ