Schriftlezing: I Corinthe 3: 9b – 17; Mattheüs 7: 24 – 27

Thema: ‘Christus, het ene fundament’

We worden de laatste jaren overstroomd met TV-programma’s over wonen. De ‘TV-makelaar’ bijvoorbeeld: samen met een enthousiaste presentatrice zoeken mensen een nieuw huis. Van alles komt langs: groot en klein, oud en nieuw, stijlvol ingericht en een rotzooitje. Of ‘SamenWonen’: de een trekt bij de ander in, maar de smaken van de partners verschillen hemelsbreed; de interieurspecialist maakt er een vrolijke mix van. Of ‘In Holland staat een huis’: twee stellen verbouwen elkaars huis, met – op z’n zachtst gezegd – verbluffende resultaten. En dan is er ook nog ‘Klussen’, ‘Huis & Tuin’, en wat niet al … .
Mensen zijn voortdurend bezig met hun huis, de plaats waar ze wonen, een veilige plek om lief en leed te delen. Maar in geen van deze programma’s kijken de mensen naar de fundamenten van het huis. Dat is ook niet makkelijk. Er moet flink gegraven worden. En dan nog. We kunnen zelf nog wel praten over groen of blauw, klassiek of modern. Maar een verstandig woord over de fundering, over houten of betonnen palen, en hoe de toestand van die fundering is, dat vereist kennis van zaken en een flinke dosis van intuïtie en ervaring.
Het thema is vandaag ‘Christus, het ene fundament’. Ik heb de indruk dat we in de kerk vaak over van alles en nog wat spreken, maar zelden over het fundament. We zeggen als protestanten: jullie katholieken, met die beelden, Maria en de paus … . Katholieken zeggen: protestanten, ach, daar gaat het er vaak maar stijf aan toe, met lange en saaie preken … . Over evangelicalen wordt gemopperd, dat hun muziek toch wel erg licht is en de liedteksten simpel. Oecumene heeft dan al gauw trekken van dat programma ‘SamenWonen’: een beetje van dit en een beetje van dat, als het kan voorzien van een fris kleurtje. Voor katholieken betekent dat wat meer aandacht voor preek en verkondiging. Maar dat daar zijn ze sinds het Tweede Vaticaans Concilie ook zelf al mee bezig. Voor protestanten betekent het wat meer aandacht voor de Maaltijd. Maar ook voor hen is dat niet echt vreemd. We bedenken allerlei constructies, ook bestuurlijk, om activiteiten sámen te kunnen ondernemen. En dat is goed! Maar letten we daarbij ook op het fundament, dat onder die kerkelijke gemeenschap ligt, op Jezus Christus? Sommigen zullen stellen: maar dat spreekt toch vanzelf?! Maar dat is nu net de vraag, of dat, of Hij vanzelf spreekt … ?! Of dat wij het maar moeilijk en lastig vinden om Hem ter sprake te brengen. Het gaat over diepe, persoonlijke gevoelens, om de intieme omgang met de Heer van ons leven.

Terwijl kerkelijke gemeenschappen zo wat met elkaar in huis klussen, schrijft Paulus: jullie zijn niet zomaar een bouwwerk, maar Góds bouwwerk zijn jullie. Paulus schrijft aan de gemeente van Corinthe, een verdeeld huis. Er is onenigheid. De een roept dit, de ander dat. Het is een kakofonie. Het klinkt van alle kanten. Het hameren, zagen, schaven en timmeren van de bouw. Kriskras door elkaar. Góds bouwwerk zijn jullie. Paulus wijst erop: denk er om, ik heb als een kundig bouwmeester het fundament gelegd. Dat klinkt autoritair, maar hij zegt ook: ik kan dit niet anders dan door de genade, de ruimte, de kracht, die God mij geschonken heeft. Én: het gaat niet om de bouwmeester, maar om het fundament: Jezus Christus. Een Naam. Een Gestalte. Een Gezicht. Een Persoon. Wie is Hij? Die vraag zullen we ons dan eerst moeten stellen: wie is Hij? Het evangelie verhaalt van Hem als de Heiland, de Heelmaker, degene die in woord en daad herstelt wat gebroken is. Wie nauwkeuriger kijkt, ontdekt dat de hele Schrift van Hem getuigt. De profeet Jesaja spreekt van de lijdende Dienstknecht die Zijn leven inzet, die sterft ten behoeve van zijn volk. Abel, de breekbare, tere gestalte, door wie God laat zien op wie Zijn oog rust. David, de messiaanse koning, met oog voor God. Allen verwijzen naar die Ene. Jezus Christus draagt de gemeente, de kerk. Dan waarschuwt Paulus ons: let op, hoe je bouwt. Hij bedoelt: let op, waar het fundament ligt. Uit de archeologie weten we, dat als het gebouw door de tand des tijds is aangetast en verdwijnt het fundament dikwijls blijft. De vorm van het fundament bepaalt de vorm van het gebouw. Paulus herinnert ons er dan aan: er is geen ander fundament dan Jezus Christus. In Jezus Christus ligt de inspiratie als het gaat om de (op)bouw van de kerk. De kerk kan en mag dus geen politieke macht worden (‘Geef de keizer wat des keizers is …’). De kerk kan en mag dus geen economische macht worden, een belegger van grote sommen geld (‘Het huis mijns Vaders zal een bedehuis zijn …’). Maar de kerk kan en mag zich ook niet laten leiden door slechte resultaten in lidmaatschap, in kerkgang, in activiteiten. Natuurlijk is dat van belang. Maar het gaat er allereerst om dat de gemeente, de kerk, authentiek is, geënt op Jezus Christus. Jezus liet zich niet leiden door resultaten. Uiteindelijk was er niet één over die Hem wilde volgen. Slechts een paar vrouwen waren er, op afstand. Jezus liet zich slechts leiden door Zijn Vader. Wie niet let op het fundament, ontdekt dat gauw genoeg. Het gebouw begint scheuren te vertonen.
Let op, hoe je bouwt. Dat betekent volgens Paulus ook: let op, waarmee en wat je op dat fundament bouwt. Is het duurzaam: goud, zilver, edelstenen? Of is het vergankelijk: hout, hooi, stro? Wat Paulus daarmee bedoelt? Sommigen zeggen, dat hij wijst op de prediking, het pastoraat, de catechese (ofwel, de middelen). Anderen denken dat het gaat om de op God en op elkaar gerichte gemeenschap (ofwel, het doel). Weer anderen stellen dat het gaat om trouw, zorgvuldigheid en loyaliteit (ofwel, de intentie, de houding). Het een hoeft echter het ander nog niet uit te sluiten. Bepalend is, of het op de dag van Gods oordeel stand houdt in het vuur. Dan wordt duidelijk, wat het werk waard is. Is het stevig genoeg? Kan het Gods goedkeuring wegdragen? Het wordt duidelijk, of wij ermee ‘door’ kunnen: technisch (met onze gereedschappen en vaardigheden), qua inzet (snel-snel, of met zorg en aandacht), qua resultaat (lijkt het op, verwijst het naar het Zijn Koninkrijk). We moeten daar niet te lichtvaardig over denken. Er is een prijs te betalen. Maar ook als alles ten onder gaat, dan nog zal de gelovige gered worden, door het vuur heen: een ‘narrow escape’, genade!

Waarom is dit alles nu zo belangrijk? Ofwel: wat is het doel van dit alles? Eerst zegt Paulus: Góds bouwwerk zijn jullie. Vervolgens scherpt hij aan en stelt: Gods témpel zijn jullie. Met andere woorden: God moet er kunnen wonen. Het is niet een gewoon huis, geen paleis, maar een tempel, bedoeld om God te eren. Het is dus geen opdracht, niet iets van ‘Gods tempel moeten jullie zijn’, maar: jullie zíjn Gods tempel. Gedraag je ernaar, handel ernaar. Enerzijds: die tempel zijn, die tempel vormen is een gegeven. Anderzijds: Paulus geeft ons een draai om de oren. Laat zién dat God er woont. Laat zién dat God hier geëerd kan worden. Laat zién dat hier een mens kan proeven aan vrede en geluk. Overwin de verdeeldheid! Dat brengt ons terug bij het thema van deze dienst: ‘Christus, het ene fundament’. Paulus wijst ons vandaag ook in de oecumene een weg. Er zal veel moeten worden afgebroken. Heilige huisjes ook. Het fundament moet zichtbaar worden. Dat is een vorm van schatgraven. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de stokkende oecumene mede het gevolg is van het feit dat we in die oecumene het contact met de bron zijn kwijt geraakt. Omdat het over van alles gaat, behalve over die bron, over het Fundament. We zouden heel eenvoudig dat gesprek weer kunnen starten: wie is Hij voor jou? Wat ontroert je aan en in Hem, wanneer krijg je het warm of komen de tranen boven? Wat is het nu in Hem, dat je aanzet tot handelen? Hoe brengt Hij jou dichter bij God, bij je medemens? Ik wil in dat gesprek zelf wel een eerste poging wagen. Voorgaan. Ik moest denken aan die woorden, die Hij zelf gesproken heeft ‘Komt allen tot Mij, die belast en beladen bent …’. Dat ik de last van mijn leven op Zijn schouders mag leggen, dat is elke keer weer bevrijdend, een wonder.

Alphendebron/050123

http://www.kwdejong.info



Print deze pagina

© 2005, KWdJ