Schriftlezing: I Corinthe 12: 1 – 11

Tekst: Dit alles werkt één en dezelfde Geest, die eenieder in het bijzonder toedeelt gelijk Hij wil.

De kerk zegt alles. En daarmee niets. Gelovigen zeggen (van) alles. En daarmee niets. Sow-kerken laten een kritisch geluid horen over de euthanasiewetgeving. Zo’n 135 predikanten geven een signaal af aan de Kamer om toch vooral in te stemmen met de wetgeving. En zo zouden nog vele thema’s te noemen zijn. Een veelheid van stemmen. Tegenstrijdige stemmen. En bepaald niet alleen als het over sociaal-maatschappelijke zaken gaat. Ook op directer kerkelijk terrein, als het over de leer of over de geloofsbeleving gaat, bestaat er een enorme breedte. Aan de ene kant gaan vanmorgen mensen stemmig gekleed ter kerke, vrouwen met hoeden, er wordt gesproken over een volledige overgave aan God, een zekere lijdelijkheid bepaalt het beeld. Aan de andere kant zijn er in hetzelfde kerkgenootschap mensen die door de week niet anders gekleed gaan dan op zondag. In het geloof zetten zij hun kaarten op hetgeen mensen doen. Uw reactie zou kunnen zijn: wat interesseert mij dat allemaal. Als ik, als wij het hier maar goed hebben in onze gemeente, als we onze gang kunnen gaan, wat zeuren we dan verder?

De kerk zegt alles. De kerk zegt niets. Juist vandaag worden we herinnerd aan het feit dat de kerk een zending heeft, een opdracht. De Geest breekt eruit. Wat moeten anderen denken van al de verschillen? Wat voor boodschap, wat voor geest gaat daarvan uit? En naar onszelf toe: is het Gods bedoeling dat het zo gaat? Kunnen wij dat verantwoorden?

Paulus trekt een duidelijke lijn voor de gemeente in Corinthe. Als iemand zegt ‘Vervloekt is Jezus’, dan is dat niet uit de Geest. Als iemand zegt: ‘Jezus is Heer’, dan niet anders dan uit de Geest. Paulus begint bij datgene wat verbindt. Hij kan bijna niet anders. Want de christelijke gemeente is een kleine gemeente in een grote stad, net zoals wij met elkaar in het Westen behoren tot een kleiner wordende kerk in een wereld die steeds groter lijkt te worden. De gemeente in Corinthe is verdeeld tot op het bot, in allemaal kleine groepjes: joden en christenen, mannen en vrouwen, aanhangers van Apollos en van Paulus, rijken en armen. Ook daarin ligt iets van herkenning, zeker in ons land. Elk individu zoekt zijn eigen weg. Paulus probeert al die individuen op één lijn te krijgen. Wie van hen zou zeggen: ‘Jezus is Heer’? Niemand toch?! Toch, wie even doordenkt, vraagt zich af: hoe vul je dat dan in? Met die enkele woorden zeg je nog niet zo veel. Waar, hoe is hij Heer over je leven? Zegt dat iets over kleding bij het kerkgaan? Of over een bepaald standpunt aangaande euthanasie? Of over een bewuste sobere levensstijl? Paulus dwingt ons over die vragen na te denken. Hoe groot is de dynamiek van Gods Geest? Hoeveel ruimte laat Hij? U ziet: vraagtekens. Bepaald geen uitroeptekens. Wij hebben nog wel eens de houding van ruimhartigheid, van een zekere tolerantie … . Goed, daar zit iets in van de vrijheid van het evangelie. Maar trekken we de consequentie ook: al die verscheidenheid, die veelheid van vorm en inhoud, kan ons verwijzen naar God … ? Willen we daar aan?

Paulus signaleert verscheidenheid in een drieslag: verscheidenheid van genadegaven (vgl. het Griekse charisma), van bedieningen (vgl. diakonie), van werkingen (vgl. energèma, denk aan ons energie(k)). Bij de genadegaven hoort de Geest. De Geest schenkt wat leeg is. Bij de bedieningen hoort de Heer, Jezus. Jezus laat ons zien, wat het betekent waarlijk mens te zijn. Bij de werkingen hoort God, de Vader. Hij schept, gaat nog steeds door met scheppen en heeft ons daarbij nodig. Nog weer anders gezegd. De Geest reikt ons de instrumenten aan, bijvoorbeeld een hamer. De Heer laat ons zien, waar die hamer voor bedoeld is. God schakelt ons in bij Zijn scheppend handelen.

Paulus onderstreept dan nog eens, dat niemand van dit alles is uitgezonderd. Aan eenieder wordt de openbaring van de Geest gegeven. God maakt zich door mensen bekend. Niet alleen voor die enkeling, maar tot welzijn van allen. Wie Paulus zo hoort spreken, die kan in de gemeente niet aan de kant blijven staan. Paulus snijdt alle soorten uitvluchten de pas af: ‘laten anderen het maar doen’ (gemakzucht), ‘daar heb ik de capaciteiten niet voor’ (minderwaardigheidsgevoel), of ‘ik kan mijn tijd wel beter besteden’ (hoogmoed). Nu is het inderdaad zo, dat niet iedereen diaken of ouderling kan of hoeft te worden. Niet iedereen is geschikt voor het leiden van de kindernevendienst. Niet iedereen is geroepen om in de organisatie van ene ouderenmiddag te stappen. Maar Paulus houdt u wel voor: u hebt een of meer gaven gekregen. Iedereen heeft iets gekregen. Zoek daarnaar! Zoek er met en bij elkaar naar!

Voor we gaan zoeken wijst Paulus ons nog op een negental bijzondere gaven. Ze zijn niet normerend bedoeld. Elders, in de Romeinenbrief bijvoorbeeld, wijst Paulus ook nog weer op andere gaven als leiding geven of vermanen. Hier heeft hij het over wijsheid, ofwel over inzicht, het vermogen situaties en teksten juist te interpreteren. Denk aan het begin van de brief, waar hij spreekt over het woord van het kruis en de aanstoot die die dwaasheid geven kan. Over kennis, de wetenschap wat er in het leven en deze wereld zoal te koop is. Over geloof, niet dat algemeen dagelijkse, maar een geloof om bergen te verzetten, doorzettingsvermogen. Over gaven van genezingen, waarbij hij allereerst gedacht zal hebben aan die bijzondere momenten uit de evangeliën en de handelingen. Maar waarom zou een gestudeerd medicus zo’n gave niet hebben, of iemand die geestelijk uit is op heelwording, op een bij God brengen van mensen? Paulus spreekt direct hierna over iets vergelijkbaars, over werking van krachten, wonderen. Over het onderscheiden van geesten, het aanvoelen wat hysterie, en wat echte vervoering is, wat goed en wat kwaad is. Over profetie, opbouwende woorden die terugvoeren tot God en tot wat God van ons vraagt. Over tongentaal en over de uitleg daarvan, waarschijnlijk mede door Paulus’ terughoudendheid in een volgend hoofdstuk langzaam verdwenen.

Zoek naar uw gave! De Schrift geeft er vele. Welke het ook is, het is één en dezelfde Geest die erdoor werkt. Hij is het die ieder van u gaven schenkt, in het bijzonder, heel persoonlijk. Dat is de liefde van God, dat Hij zo zorgzaam met ons, met Zijn gemeente omgaat. Dat is de liefde, waarmee Hij zich aan ons verplicht.

Het lijkt vandaag op een spelletje ‘contact’. Een groep mensen zit in een kring en geeft elkaar een hand. Eén krijgt de opdracht contact te maken met een ander lid in de kring. Dat gaat door middel van bijna onzichtbare handkneepjes. In het midden staat iemand die oplet, of hij kan zien, hoe het contact verloopt. Het is meestal nauwelijks te zien. Totdat ineens iemand roept: ‘contact’. Daar begint Pinksteren, bij die uitroep. Eén zal vanmorgen opstaan en ‘ja’ zeggen. Een antwoord van herkenning. Een opdracht een leven lang: ik wil zoeken naar Gods bedoeling met mijn leven, ik wil zoeken naar God Zelf.


In deze dienst legt een vrouw belijdenis af van haar geloof.

Alphendebron/010603

© 2001, KWdJ