Schriftlezing: 1 Petrus 4: 7 – 11

Thema: Ontmoeting

De dienst waarin deze preek gehouden werd, was mee voorbereid door een wijksectie uit de gemeente. Zij kozen voor deze lezing en dit thema. Onderstaande preek vormt mijn bijdrage.

Er was eens een stad, waar het verkeer steeds drukker werd. Steeds meer auto’s, bussen, trams, fietsers, maar ook steeds meer voetgangers. Chaos dreigde, ook op de trottoirs. Daarom werd besloten om ook voetgangers op de stoep te verplichten rechts te houden. De media besteedden veel aandacht aan de maatregel. Overal hingen bordjes. Iedereen het kon het weten. Bovendien zag de politie streng toe op naleven. Als iemand betrapt werd, kreeg hij een strenge terechtwijzing. Totdat er een ouder iemand was die bij herhaling links bleef lopen. Op een gegeven moment vroeg een agent hem: waarom doet u dat, u weet toch dat het tegen de regels is?! De man antwoordde: weet u, hoe ongezellig het is om rechts te lopen? Dan ga ik met de stroom mee. Als ik links loop, dan kom ik nog eens iemand tegen … .

Dit verhaaltje laat zich gemakkelijk overzetten naar onze maatschappij: een wereld vol haast, efficiency, volle agenda’s. Zo snel mogelijk van A naar B: velen mopperen op de snelheidsbeperkingen op de snelwegen, zonder al teveel gevaar kan het toch best nóg wat harder. Fast food: het is een staande uitdrukking geworden, een snelle hap. Ook in de kerk moet het niet te moeilijk zijn. Toen ik ter voorbereiding op de scholendienst op de school was, klaagden enkele kinderen dat sommige liederen zo moeilijk waren. Toen we er even de tijd voor namen, bleek het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk … . Op de TV is één programma niet boeiend genoeg. Zappend kunnen we makkelijk 2, 3 of zelfs 4 kanalen tegelijk volgen.

Het einde aller dingen is nabij … . Zo begint de lezing van vanmorgen uit de Petrusbrief. Dat klinkt somber. Zet dat niet aan tot nóg meer haast? Pluk de dag, morgen kan het te laat zijn?! Of leidt zo’n dreigende zin alleen maar tot paniek, een niet meer weten wat in hemelsnaam nog te doen?! Of daagt deze zin uit om het roer radicaal om te gooien?! Als het einde nabij is, dan zijn tal van dingen in ons leven ineens niet zo heel belangrijk meer, dan wordt duidelijk wat écht wezenlijk is?!
Het einde aller dingen … . Petrus bedoelt dat positief. Het is niet zozeer, niet alleen een constatering dat het morgen wel eens allemaal voorbij zou kunnen zijn. Petrus wijst veeleer op het feit dat God in Jezus Christus de beslissende slag geslagen heeft. Hij is rondgegaan, heeft mensen het evangelie verkondigd en het evangelie gedaan, Hij is aan het kruis geslagen, gestorven, begraven en ten derde dage opgestaan. Die weg, die kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is nog slechts een kwestie van wachten tot die opstandingskracht alle dingen, heel de schepping heeft doortrokken. Het is daarom beter iets te lezen als: het doel aller dingen is nabij. Het zal niet lang meer duren, of het wordt duidelijk waar alles goed (en niet goed) voor is. Vanuit díe overtuiging zet Petrus een andere koers uit. Hij relativeert alle dagelijkse zorgen, bezigheden, angsten. Hij geeft aan, waar het op aan gaat komen, wat er toe doet. Petrus leert ons als het ware tegen de stroom in te gaan. Iedereen zegt dat we rechts moeten houden. Hij houdt links.
Komt tot bezinning, weest nuchter, zodat jullie kunnen bidden. Bidden is hier dan zoveel als ruimte maken voor het ideaal, ruimte maken de opstandingskracht, vooruitgrijpen op wat komen gaat, al even verkeren in de ruimte van het Koninkrijk.
Hebt liefde voor elkaar, want de liefde bedekt alle zonden. Opnieuw wat ik dit keer maar wil noemen het opstandingsperspectief: de krachten van de dood, de zonde, zijn overwonnen. Laat dat toe, ook in je eigen leven.
Weest gastvrij, zonder morren. Wij halen niet zo gauw mensen binnen, blijven liever op onszelf. Het lijkt erop, alsof Petrus tegen ons zegt: waar ben je eigenlijk bang voor, waar maak jij je druk om? Wat aarzel je nu nog? Vanwege je spulletjes? Vanwege de tijd die het kost? Laat in je gedrag zien, hoe God ons nodigt om Zijn Huis binnen te gaan.
Dient elkaar. Het heeft er alles van weg, dat Petrus opnieuw uw aarzeling voelt. Íeder heeft genadegaven gekregen van God. Pas tezamen weerspiegelen die de veelkleurige genade van God. Laat ieder dus zijn of haar bijdrage leveren!
Spreek, doe bij alles alsof het direct van God komt. Petrus zet het geheel van het gelovig leven nog wat steviger aan: alsof het direct van God komt. Laat dat je doel zijn. Door alle dingen heen, door gebed, liefde, gastvrijheid, dienstbaarheid, spreken wordt God verheerlijkt, wordt Gods heerschappij van straks ook nú, vandaag, al zichtbaar.

Paulus stelt ons vanmorgen een paar stevige vragen. Durft u, durven wij dat aan te nemen, te geloven, dat door de komst van Jezus het einde aller dingen nabij is?! Durft u, durven wij erop te vertrouwen dat Zijn opstandingskracht alles aan het doortrekken is? En als wij dat dan geloven, als wij daarop vertrouwen, willen we dan vervolgens gebruik maken van de ruimte die dat biedt? Door te bidden, door lief te hebben, door gastvrij te zijn, door te dienen (te doen wat nodig is voor een ander), te spreken … ?!
Er is bij het woord ontmoeten in het verleden wel eens gezegd, dat ontmoeten verstaan moet worden als ont-moeten, een niet moeten. Etymologisch, wetenschappelijk gezien lijkt dat volstrekte nonsens te zijn, amateurisme. Maar ook praktisch geloof ik er niets van, hoewel een zekere rust en ontspanning nooit weg zijn. Als ik een ander wil ontmoeten, dan zal ik mijn best moeten doen. Als iemand op bezoek komt, dan bereid ik me voor, dan zet ik thee of koffie, zorg dat er iets lekkers in huis aanwezig is. De ander voelt zich gewenst, welkom. Als iemand dan eenmaal binnen is, dan ga ik niet afwachtend onderuit hangen op de bank. Werkelijke ontmoeting vraagt om interesse, om een actieve luisterhouding, bereidheid om iets van mezelf te vertellen. Zo gaat het niet alleen in de ontmoeting met elkaar, maar ook in de ontmoeting met God. Vroeger heette een kerkdienst godsdienstoefening: oefenen in de omgang met God. Dat gaat niet zomaar vanzelf! Dat vraagt om trouw en volharding.
Geregeld hoor ik van een oprecht verlangen naar waarlijke ontmoeting, met God, met elkaar. Vaak zetten mensen zich daar ook actief voor in. Ik noem maar enkele voorbeelden uit de afgelopen week. Een ABC-op herhaling met 25 mensen rond een maaltijd. Een groothuisbezoek met een diepgaand gesprek over het gebed. Een wekelijks gebedsmoment dat van start gaat. Maar als we dat nu werkelijk willen, als we werkelijk een ontmoetende gemeenschap willen zijn, dan zou dat nog wel eens om andere prioriteiten kunnen vragen dan we nu stellen … .

Aan welke kant van het trottoir lopen wij? Houden we rechts, net als iedereen, gaan we gewoon maar met de stroom mee, of lopen we links, tegen de stroom in, overtuigd dat de beslissende stap in de geschiedenis gezet is, dat het heil voor ons verzekerd is door Jezus Christus?! Amen.

Alphendebron/031109




Print deze pagina

© 2003, KWdJ