Schriftlezing: 2 Korinthe 2: 14 – 3: 6 en Handelingen 2: 1- 4

Tekst/thema: ‘niet met inkt geschreven maar met de Geest’




Kerkdienst op pinksterzondag 31 mei 2009 waarin ds. K.W. de Jong afscheid neemt van de Protestantse Gemeente Alphen aan den Rijn - Oudshoorn/Ridderveld.
Op deze pagina kunt u de foto's zien.


Samenvatting van de preek:


Zo nu en dan gebeurt het: je koopt iets, je bent enthousiast, dit is waar je al zo lang naar zocht, maar als je dan thuis komt en nog eens nadenkt, dan aarzel je. Is dit ’t of heb ik me toch vergist?! Soms valt een artikel nog e ruilen, al dan niet met het welhaast spreekwoordelijke bonnetje, maar soms ook niet.

Dat gevoel heb ik achteraf een beetje bij de keuze van de tekst. Toen ik de woorden van Paulus hoorde, over de gemeente als brief van Christus, toen wist ik dat ik daar vandaag over wilde preken. Die bevlogenheid was niet zo vreemd. De tekst klonk tijdens de cursus over missionair werk. De sfeer was goed, inspirerend. Maar toen ik in de afgelopen week de tekst nog eens doornam, aarzelde ik toch. De woorden zijn nogal polemisch getoonzet. Bijvoorbeeld: ‘Wij zijn niet als zoveel anderen, die aan het Woord van God willen verdienen.’ Dat klinkt nogal hooghartig, werkt vervreemdend. Misschien moest Paulus toen wel zo spreken, om stand te houden. Maar toch. Bij de voorbereiding had ik echter niet veel keuze meer. De tekst was doorgesproken met de werkgroep vieren. De cantorij is aan de slag gegaan. Het liturgieboekje was gemaakt. Het ‘artikel’ is gebruikt. Ruilen kan niet meer.

Paulus noemt de gemeente van Korinthe in de eerste plaats een aanbevelingsbrief, een getuigschrift. Als je wilt weten wie Paulus is, wat hij kan en doet, wat z’n karakter is, zijn kwaliteiten, dan moet je volgens Paulus naar de gemeente van Korinthe kijken. Hij heeft in de gemeente gepreekt, het Heilig Avondmaal gevierd, gedoopt, met mensen gesproken, hen getroost, hij heeft de Schriften bestudeerd, door schade en schande met de gemeente geleerd wat diaconie is (dienstbaarheid in Gods naam in de vaak weerbarstige verhoudingen tussen arm en rijk), hij heeft met de oudsten beleid uitgezet … . Paulus heeft in Korinthe zijn sporen achtergelaten. Wie later in deze gemeente met mensen sprak, ontdekte hoe ze leefden en geloofden, die werd aan Paulus herinnerd. De wijze waarop de Bijbel gelezen werd, was de wijze waarop Paulus dat gedaan had. Wie de beleidsnota’s las, die moest toegeven dat Paulus het zo gewild had. Enzovoort.

Het beeld van de aanbevelingsbrief heeft twee kanten. Aan de ene kant neemt Paulus de gemeente van Korinthe voor zich in (‘Paulus heeft blijkbaar vertrouwen in ons …’). Aan de andere kant is het een waagstuk. Paulus levert zich uit, hij legt zijn identiteit in handen van de gemeente. Dat vergt van zijn kant een groot vertrouwen!

Paulus kent nog een tweede kwaliteit toe aan de gemeente van Korinthe. Hij noemt haar niet alleen een aanbevelingsbrief, maar ook een brief van Christus, door hem opgeschreven. De gemeente, alle leden tezamen, draagt en vormt de boodschap van Christus. Ook dit kenmerk heeft twee kanten. Aan de ene kant is het een opsteker voor de gemeente. Ze krijgt als het ware een ‘tien’ op haar rapport. Beter kan niet. Aan de andere kant is het ook een opgave. Op de een of andere manier moet zij laten zien Christus waard te zijn, moet zij op Hem lijken, naar Hem verwijzen. Ieder kan haar als het ware ‘lezen’, zowel binnen als buiten de kerk, wereldwijd.

In het verlengde van deze twee karakteristieken zou ik de gemeente van De Bron vanmorgen ook als brief willen typeren, aanbevelingsbrief én brief van Christus. Ik besef dat dat wat hoogmoedig zou kunnen zijn. Ik ben geen Paulus. Ik kan ook niet met Paulus zeggen dat ik de brief geheel zelf geschreven heb. Paulus stond aan de basis van de gemeente van Korinthe. Ik ben als het ware later ingestapt. Toch heb ik wel een stukje van de brief geschreven, mee geschreven.

Als ik op deze dag naar de gemeente van De Bron kijk, dan ontwaar ik allerlei kenmerken. Ik zie bijvoorbeeld de trouw, bij sommigen in de kerkgang, bij weer anderen aan bepaalde taken. Zij laten zien, hoe Jezus niet opgaf, maar tot het einde toe Gods missie vervulde. Ik zie bij weer anderen een hoge graad van dienstbaarheid, bijvoorbeeld in het verlenen van materiële hulp, steun aan mensen die dat nodig hebben, zonder onderscheid naar afkomst of kerklidmaatschap. Sommigen doen dat tot op hoge leeftijd. Zij tonen het gezicht van Jezus, de barmhartigheid waarmee Hij keek naar zowel de Joodse Bartimeüs als de Romeinse hoofdman die opkwam voor zijn knecht. Ik zie de inzet van bijvoorbeeld ambtsdragers, soms meerdere avonden in de week. Zij bepalen me bij de inzet van Jezus, die de schare ziet, overweldigd door de nood van velen, de noodzaak zich voor die velen in te zetten. Ik zie de gestage vernieuwing die plaatsvindt. De kerk krimpt, de beleving van het geloof verandert, tijden veranderen. De afgelopen periode is nagedacht over nieuwe plannen voor de opzet van het bezoekwerk, over gewaagde ideeën om het missionaire werk vorm te geven. Ik denk dan aan Jezus die oude woorden, regels en wetten in een nieuw perspectief plaatst. Ik zie verzoening, ‘heel-making’, onder meer in het bezoekwerk, waar mensen hun teleurstellingen uiten, verdriet onder woorden brengen, onverwerkt verleden, waar mensen zo in het reine komen met zichzelf, met anderen, met God. Dat alles verwijst naar dat grote werk dat Jezus heeft volbracht, in heel zijn leven, in het bijzonder in zijn sterven aan het kruis heeft hij God en mens willen verzoenen, zonde en schuld weggedragen.
Déze gemeente staat in mijn hart gegrift.

Hoe mooi, hoe indrukwekkend ook, toch valt er bij deze brief nog een kanttekening te plaatsen. Als het een gewone brief zou zijn, dan zou het ondanks alle goede bedoelingen, ondanks alle inspanningen, geen perfecte brief zijn. Er zouden toch ook vlekken op zitten, doorhalingen, fouten in de spelling en de grammatica. Maar het is geen gewone brief. Deze brief, zo schrijft Paulus, is niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God. Het is een brief die in de harten van mensen geschreven is. Tegelijk is het ook een brief die steeds weer, steeds verder geschreven moet worden in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Die Geest moet ons steeds weer terugbrengen bij Hem met Wie het begonnen is: Christus.

Ik hoop en bid dat de gemeente van De Bron vanuit deze Geest verder durft te leven, zich durft te láten schrijven. Elders schrijft Paulus dat de letter doodt, maar dat de Geest levend maakt. Ieder kent het verschijnsel van vergaderingen waarin eerst uitvoerig de punten en komma’s van de notulen worden doorgenomen. Dat lijkt houvast te geven, maar in werkelijkheid is het meestal dodelijk. Durf dat soort houvasten los te laten, durf te leven in het vertrouwen op God, durf vrij te zijn … !

Voor het overige. In de liturgie staat een korte fabel van Toon Tellegen over afscheid nemen (zie hieronder). Wat is dat, afscheid nemen? Is dat elkaar hartelijk danken? Dat lijkt me op zich in onze situatie terecht. Is dat elkaar zeggen dat je elkaar zult missen? Dat zal zeker zo zijn, zeker in het begin. Is het vergoelijkend opmerken dat Leidsche Rijn niet zo ver weg is en dat we elkaar vast nog wel eens zullen tegenkomen? Ook dat is onmiskenbaar waar. Maar is daarmee het wezenlijke gezegd?

Het liefst zou ik met ieder van u even gaan zitten, net als de eekhoorn en de mier. zwijgend, mogelijk ook even zuchtend. Wat moeten we elkaar in Gods naam zeggen? Het is moeilijk, zo’n moment als dit. We kunnen opnieuw zuchten, zuchten van verlichting ook, verlichting met Gods Geest. Dan weten we even hoe goed we het in feite met elkaar hebben gehad, dan denken we aan de mooie momenten … . Dan beseffen we: dit is genade … .


Toon Tellegen 'ik moet op reis' Ik moet op reis

'Ik moet op reis, eekhoorn,’ zei de mier op een ochtend.
'En je moet niet vragen of het echt moet,' zei de mier, 'want het moet.'
'Het minste wat we kunnen doen,' zei de mier, 'is op een kalme manier afscheid nemen.'
'Ja,' zei de eekhoorn.
'Dus niet met gejammer en tranen en wat zal ik je missen en kom gauw terug en zo - daar heb ik toch zo'n hekel aan, eekhoorn, als je dat eens wist ...'.
De eekhoorn knikte.
'Als jij nou in de deuropening gaat staan ...' zei de mier.
De eekhoorn ging in de deuropening staan.
De mier gaf hem een hand en zei: 'Nou, eekhoorn, tot ziens dan.'
'Dag mier,' zei de eekhoorn. 'Goede reis.'
Maar de mier was niet tevreden over het afscheid en bleef staan.
'Die brok in je keel, eekhoorn,' zei hij, 'die hoorde ik wel!'
Ze probeerden het opnieuw en nu zei de mier dat hij een traan zag blinken in het oog van de eekhoorn en vond hij 'Goede reis' niet goed.
'Je vindt het erg, eekhoorn, je vindt het heel erg, ik zie het wel!'
De eekhoorn zweeg.
'Doe toch kalm!' riep de mier.
Ze probeerden het nog een keer met 'Beste reis', en een keer zonder woorden, zonder elkaar aan te kijken. De eekhoorn deed zo kalm als hij nog nooit had gedaan. Maar de mier vond het niet goed.
'Zo kan ik niet op reis gaan,' zei hij verongelijkt. 'Terwijl het in feite moet. Echt moet!'
'Ja,' zei de eekhoorn.
Daarna zwegen zij en zaten in het licht van de opkomende zon op de tak voor de deur van de eekhoorn. Het bos rook naar dennehout en in de verte zong de lijster.


Uit: Toon Tellegen, Misschien wisten zij alles (Amsterdam-Antwerpen 2004).

Alphendebron/090531



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.7 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2009, KWdJ