Schriftlezing: II Corinthe 7: 2 – 16

Thema: ‘de Heilige Geest de Trooster, ofwel: waar leegte ruimte wordt’



Geluidsfragment: Woudrichem - 12 juni 2011


Om enig idee te krijgen, waar en hoe we Paulus’ woorden uit II Corinthe 7 moeten plaatsen, lezen we eerst twee verzen uit Handelingen en een daarbij gemaakt fictief vervolg.

Handelingen 20: 1 – 2
1 Nadat nu de opschudding in Efese was bedaard, riep Paulus de discipelen tot zich en sprak hen bemoedigend toe. Daarop nam hij afscheid en begaf zich op reis naar Macedonië. 2 En nadat hij die streken doorreisd en hen uitvoerig toegesproken had, kwam hij in Griekenland.

Bedacht vervolg (naar aanleiding van II Corinthe 7: 2 – 16):

In de tijd nu dat Paulus in Macedonië verkeerde, schreef hij opnieuw een brief aan de gemeente te Corinthe. Hij aarzelde. Al eerder had hij de Corinthiërs geschreven. Hij had daarin weliswaar aangegeven hoezeer hij van hen hield, toch was de toon van de brief toen streng en verwijtend. Paulus had grote achting voor de Corinthiërs. Maar ook was hij vervuld van een grote zorg over de verdeeldheid in de gemeente daar, en over de wijze waarop de gelovigen omgingen met God en Zijn geboden. Zou het vele werk dat hij in Corinthe verzet had, teniet gedaan worden?

Toen Paulus zich er eindelijk toe kon zetten om te schrijven, verscheen zijn leerling Titus met een boodschap uit Corinthe. Titus verhaalde, hoe gastvrij hij door de gemeente was ontvangen, en hoe goed zijn verblijf er was geweest. Hij vertelde, welke uitwerking Paulus’ vorige brief had gehad. De eerste reactie was boosheid en verontwaardiging geweest. Daarna was bezinning opgetreden. De oudsten, en velen met hen, moesten toegeven dat de situatie onhoudbaar geworden was. De verdeeldheid, het morele verval: het was alles niet naar de verkondiging die Paulus hen van Godswege gegeven had. Onder tranen gaven zij toe, dat zij verkeerd gehandeld hadden. Toen Paulus dit alles gehoord had, verheugde hij zich en hij dankte God voor de komst van Titus en voor de troost waarmee het bericht van Titus hem vervulde.

Samenvatting van de preek
Wat is troost? Wat doen we, als we iemand troosten? De meeste mensen zullen aarzelen bij het beantwoorden van deze vraag. Ja, wat is dat eigenlijk? Toch zingen we ervan, in de kerk, bijvoorbeeld: ‘eer de Heil’ge Geest, de Trooster’. We lezen ervan in II Corinthe: God troost de nederigen. Maar wat doet Hij dan?

In het alledaagse taalgebruik kunnen we al enkele aanknopingspunten vinden. Sommigen hebben het over een bakkie troost, een kopje koffie: pittig, opbeurend. En we delen troostprijzen uit, om het gemis van een echte prijs te compenseren. In vroeger tijden werd op begrafenissen troostelbier geschonken, alcohol om de ergste pijn, het scherpste verdriet te verzachten.

Vandaag gaan we voor het woord troost in het bijzonder te rade bij Paulus. ‘Ik ben vervuld van troost, overstelpt van blijdschap’, zo schrijft hij. Blijkbaar is hij ‘leeg’ geweest, verdrietig en teleurgesteld. Al zijn hoop voor de christelijke gemeente van Corinthe is de grond ingeslagen geweest. Verdeeldheid alom, tussen joden- en heidenchristenen, tussen arm en rijk, tussen volgelingen van Apollos en Paulus … . De gemeente is gefragmentariseerd, versplinterd zoals een raam versplinterd kan zijn waar een bal tegenaan gekomen is. Toen Paulus gewaar werd, wat er in Corinthe allemaal aan de hand was, werd hij leeg van binnen. Het werd stil om hem heen. Het is een mens dikwijls aan te zien, als hij zich zo leeg voelt: ogen staan dof en hopeloos, de lichaamstaal straalt het uit: niemand ziet me staan, niemand kan antwoord geven op de vragen waar je tegenaan loopt. ‘Van buiten strijd, van binnen vrees’, zo omschrijft Paulus zijn voormalige situatie. Hij vocht voor het welzijn van de gemeente, maar hij was er allerminst zeker van dat hij de strijd zou winnen. Paulus is onzeker geweest, over zichzelf, over zijn roeping, over de wereld waarin hij gezonden is.

De situatie van Paulus heeft iets van de leegte, na Hemelvaart, op de Pinkstermorgen vroeg in Jeruzalem. De discipelen zijn samen. Dat samenzijn moet toch wat betekenen, zo zou je zeggen. Maar er ontbreekt iets. Het is niet af, niet gericht, zonder duidelijk doel.

Iets abstracter: het gevoel van Paulus heeft iets van een zaal zonder karakter. Als je die zaal binnengaat, dan gaan je ogen alle kanten op, ze focussen nergens op. Je voelt je verloren. Dat kan ook zo zijn in een kerk(zaal). Wie de kerk(zaal) binnengaat, die wordt in zijn indrukken niet ‘meegenomen’, niet geleid. Natuurlijk, er is een kansel, een tafel, een orgel en nog wat liturgisch meubilair, maar toch verdwalen we als het ware. Alleen de mensen die er zitten, de gemeente, die trekt. Dat is op zich een positief punt. Maar voor wie vreemd is, voor wie de gemeente niet kent, ontstaat dan een probleem. Want in die zaal blijft er niets over, waarop zij worden gericht. Dat is het wonder van de Heilige Geest, dat leegte, die plek zonder karakter, dat dat ruimte wordt, een ruimte om te leven, een ruimte om zin te ervaren, zin in het leven.

Paulus wil ons vandaag doen delen in die ervaring van troost, waarin de leegte van zijn leven ruimte wordt. ‘Ik ben vervuld van troost’: hij is er vol van. Hij is getroost door de komst van zijn leerling Titus. Hij voegt daaraan toe: ‘God die nederigen troost’: nederigen zijn mensen die van nature openstaan, die zo weinig te verwachten hebben, soms zo vernederd zijn, dat ze een bijzonder oog hebben voor dat wonder van Godswege. Maria zingt ervan in haar lofzang, van God die de nederigen opricht, weer in het leven plaatst, een doel geeft. Voor Paulus is dat gebeurd door de komst van Titus, een leerling, een vriend intussen, die zijn leven vult met begrip met vriendelijkheid. Paulus’ leven krijgt weer oriëntatie, hij weet weer waar het licht vandaan komt (oriënt = oosten): door het licht ontstaat ruimte, krijgt zijn leven perspectief. Maar het zijn ook de goede berichten die Titus meebrengt. Titus zelf is er ook door getroost, gerust gesteld. Het blijkt dat ondanks alles, ondanks de scherpe toon van vorige brieven, Paulus een luisterend oor gevonden heeft in Corinthe. Mensen zijn veranderd: dat is genade van Godswege. Paulus is bang geweest dat het ‘project Corinthe’ waar hij persoonlijk zoveel in geïnvesteerd had, moest worden opgegeven. Maar al zijn werk en inzet, het blijkt zin te hebben gehad! Paulus weet zich weer opgenomen in een groter geheel, Gods grotere geheel, Zijn plan met Zijn Koninkrijk. Hij weet zich weer voluit dienaar van Christus.

Bij de troost van Paulus hoort blijdschap. Hij heeft bij wijze van spreken zijn adem lange tijd ingehouden. Nu kan hij weer op-ademen. Dat hoort bij de komst van de Geest: een zucht van verlichting. Ook Titus blijkt door alle gebeurtenissen verkwikt te zijn. De verdrukking, de boosheid, de afweer, de ontkenning in Corinthe van alles wat door Paulus te berde werd gebracht heeft ergens toe geleid. ‘Nu ben ik gerust’, kan Paulus daarom zeggen.

Wat is nu troost? Orthopedagoog Ter Horst zegt ergens, dat troosten is ‘de afwas doen, als je ziet dat iemand in zijn verdriet niet meer door zijn werkzaamheden heen komt’. Dat lijkt me een waar woord. We zouden het ook met buitenlandse woorden kunnen zeggen. In het Engels is troosten ‘to comfort’. Daarin liggen twee woorden opgesloten: samen en sterk. Samen sta je sterk. Wie zich verloren voelde, innerlijk, uiterlijk, weet zich door Christus gevonden.

Woudrichem/20110612

De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.


© 2001-2011, KWdJ