Schriftlezing: II Koningen 5: 1-19

Tekst/thema: ‘Schijn bedriegt’

Mensen omhullen zich. Met kleren, maar met meer dan dat. Mensen omhullen zich ook met een huis, met een stevig hek om dat huis, met een auto, met werk. Vroeger ‘omhulden’ mensen zich met kerkgang, maar tegenwoordig scoort dat niet meer. Nu imponeren we meer met een verre vakantie bijvoorbeeld. Maar wie zijn we nu eigenlijk?

Naäman is zo’n mens die zich met van alles en nog wat heeft omhuld. Hij is een mens met aanzien, zo vertelt de Bijbel ons. Hij maakt goede sier met zijn contacten bij de koning van Aram. Het kan ons niet ontgaan, deze Naäman is een groot man. Hij zal vast een imposant huis bezeten hebben in een van de villawijken van Damascus. Hij heeft het gemaakt. Maar op een kwade dag, als hij zich in zijn slaapkamer verkleedt, ontdekt hij een vlek op zijn arm. Hij hoopt aanvankelijk natuurlijk dat het vanzelf overgaat. Maar het gaat niet over. Langzaam komen er meer vlekken. Hij laat het zijn vrouw zien. Het is onontkoombaar: hij is ziek, hij is melaats, hij heeft huidvraag. Aan de buitenkant is alles dik in orde, maar daaronder, van binnen … . De grote Naäman blijkt een uitermate kwetsbaar mens te zijn … . Het is de vraag of Naäman er al aan toe is om dat zelf ook toe te geven.

Wat is het dat Naäman zo voorzichtig, zo angstig maakt? Wat is het dat ons zo voorzichtig en zo angstig maakt om te laten zien wat er achter al onze facades zit? Zijn we bang om de controle te verliezen? Zijn we bang dat anderen minder mooie kanten van ons zien?

Gaandeweg leert Naäman, gaandeweg. Bij de koning van Israël moet hij niet zijn. Die kan hem niet helpen. Elisa, de profeet van God, die neemt niet eens de moeite om hem persoonlijk te woord te staan. Elisa prikt dwars door de facades heen die Naäman om zich heen heeft opgetrokken. Naäman moet nog verder door de knieën, hij moet zich zeven maal onderdompelen in de Jordaan. Dat weigert hij. Dat zou de ultieme afgang zijn. Hij is gewend om op te gaan, op te stijgen, om in hoge kringen te verkeren. Niet om af te dalen. Uiteindelijk gaat hij toch, op aangeven van een slaaf. Niet het water zelf wast hem schoon, maar zijn gehoorzaamheid, gehoorzaamheid aan het Woord van God.

Als we de stap zetten naar vandaag, wat dan? We kunnen blijven leven in de schijn, zelfs blijven geloven in de schijn. Dat is een serieuze optie. Maar we kunnen er ook voor kiezen eerlijk te zijn, we kunnen ook Gods licht over ons laten schijnen. Dan worden de sterke kanten zichtbaar, maar ook de zwakke. We maken fouten, bewust en onbewust, ons leven is niet altijd vlekkeloos. Wie God leert kennen, wie Zijn wil gaan, soms tegen wil en dank zoals Naäman, die mag het moeizame verleden wegwassen, die mag opnieuw beginnen als een kind. We zien dat in het bijzonder in Jezus Christus. Uiteindelijk kwam heel zijn leven bloot te liggen, kwetsbaar was Hij tot op het bot, aan het kruis met niet meer dan een enkele lendendoek. Zijn kleren waren verdobbeld. Hij laat zien dat God die kwetsbare mens niet in de steek laat, maar vasthoudt, door de grootste angsten heen, zelfs de angst van de dood. In Hem draagt God ons, draagt God wie zich door Hem wil láten dragen.
Dat is een individuele keuze. Maar tegelijk heeft het ook een gezamenlijke component. Juist in de kerk proberen we met elkaar om te gaan als mensen die niets te verbergen hebben. We weten dat ieder van ons kwetsbaar is. Misschien dat het daarom soms in de kerk zo ontzettend verkeerd gaat, ruzies ontstaan, omdat het om zaken gaat die uitermate gevoelig liggen … .

Wat is er veranderd voor Naäman? Hij mag opnieuw beginnen. En verder? Deze wonderbaarlijke ervaring zal hij natuurlijk nooit vergeten. Maar aan de buitenkant gaat zijn leven gewoon door. Hij vraagt Elisa of God hem wil vergeven als hij de koning van Aram bij zijn gang naar de tempel ondersteunt en noodzakelijkerwijs ondersteunend ook samen met hem buigt. Elisa begrijpt het wel en wenst hem vrede. Naäman zal ongetwijfeld iedere dag opnieuw zijn uniform hebben aangetrokken, nog steeds in hetzelfde pompeuze huis hebben gewoond. Nog steeds die schijnwereld. Maar hij weet hoe God kijkt naar mensen. Het grote wordt grotesk. Naäman weet als nooit tevoren: schijn bedriegt.

Utrechtleidscherijn/091101

http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2009, KWdJ