Schriftlezing: Deuteronomium 11: 13 - 32

Als u het gelezen heeft, dan weet u het: Deuteronomium 11 is geen eenvoudig hoofdstuk. Mensen maken wel eens de opmerking dat ze de bijbel moeilijk vinden. Nu kan ik me dat best voorstellen. Het is ook bepaald niet simpel, zoals ook wel eens gesuggereerd wordt. Meestal maak ik de opmerking dat bijbel lezen de nodige studie en oefening vraagt. Ook suggereer ik wel eens het lidmaatschap van een gespreksgroep of bijbelkring. Dat kan een enorme stimulans betekenen. Maar juist op deze zondag moest ik toegeven dat Deuteronomium 11 ook bij nadere studie moeilijk blijft.

Ik noem drie struikelpunten in de tekst. Wij begonnen zondag bij vers 13. Het eerste dat dan opvalt is de nauwe band tussen trouw (aan God) en zegen (voor de mens). Helaas moeten wij dikwijls constateren dat die trouw bepaald geen waarborg is voor zegen. Het is tenminste lang niet altijd zichtbaar voor ons. Denk in de bijbel bijvoorbeeld aan Job. Een vromer, geloviger mens is er niet. Toch moet hij heel wat ellende ondergaan. Pas op het einde wacht hem opnieuw rijkelijk Gods zegen. We hebben zelf ook wel voorbeelden uit onze eigen omgeving. Omgekeerd: menig dictator met bloed aan zijn handen is een lang leven beschoren.

Het tweede dat altijd weer vragen oproept is de nadruk op het doorgeven van de trouw aan God aan de kinderen: thuis, onderweg, bij het slapen gaan, bij het opstaan Ö . Steeds maar weer. Menigeen heeft met veel inzet geprobeerd zo zijn kinderen in te leiden in de wegen Gods. Maar het resultaat is pover, niet zelden zelfs tegengesteld aan het doel. Moet het wel zo intens?

Het derde struikelblok is de bijna onvoorwaardelijke belofte van het land. Dat wordt sterk uitgedrukt. Overal waar u uw voet zet, van de zee (Middellandse Zee) tot aan de rivier (Eufraat): dat land, het zal het uwe zijn. Andere volken zullen worden weggevaagd. De Groot-IsraŽl gedachte in een notendop. Bepaald actueel, nu de onrust in IsraŽl groot is, de discussie over Jeruzalem weer in alle hevigheid losbarst, enzovoort. Welke aanspraken mogen de nakomelingen van Abraham maken? Natuurlijk, het land wordt gegeven onder de conditie dat de geboden van God gehoorzaamd worden. Maar de vragen nemen daardoor eigenlijk alleen maar toe. Want kan alle geweld, ook van de zijde van IsraŽl, gelegitimeerd worden? Het gaat hier om een ingewikkeld vraagstuk, waarin ik overigens de rol van de Palestijnen bepaald niet wil vergoelijken. Zij hebben immers jaren in hun program gehad, dat juist IsraŽl van de aardbodem diende te verdwijnen.

Hoe lezen wij als christelijke gemeente nu toch Deuteronomium 11? Ik blijf er namelijk wel van overtuigd, dat ook dit hoofdstuk ons iets te zeggen heeft! Aan het slot wordt ons een keuze voorgehouden: zegen of vloek. Bij het verder trekken staat het volk voor een keuze. Zouden wij het primair ook niet zo kunnen lezen? Wij zijn onderweg en God stelt ons voor de keuze. Hij laat ons zien: zo zal het worden, eens, bij het aanbreken van Zijn Koninkrijk. Zegen om onze trouw te bekronen. Zorg voor de kinderen, opdat zij er bij zullen zijn. Ruimte om te wonen voor Gods aangezicht. Wat rest ons nu? Gods geboden, instellingen en verordeningen volgen en gehoorzamen. En tegelijk, voor de christelijke gemeente nog een 'extra'. Wij hebben weet van Jezus Christus, bij wie vloek in zegen verkeerde. Dus zelfs als wij afdwalen, als wij tegen beter in toch de weg van de vloek gaan, dan nog is er in ons geloof ruimte voor terugkeer, voor zegen.

001015/Alphen/Goedeherderkerk