Schriftlezing: Efese 2: 1 – 10

Tekst/thema: Gratis



Samenvatting van de preek:

Deze preek werd gehouden in een doopdienst waarin drie kinderen gedoopt werden.

Laten we eens aannemen dat u zou mogen kiezen uit twee stellingen. De ene luidt: ‘God is gratis’, de andere: ‘God is duur’. De meesten zouden beide stellingen vermoedelijk een beetje vreemd vinden. ‘Wat bedoelt u nu eigenlijk?’ Maar als u dan toch zou móeten kiezen, dan zou menigeen vermoedelijk toch de voorkeur geven aan ‘God is duur’. God krijg je niet voor niets. Je moet er iets voor doen. Geloven vraagt inzet: Bijbel lezen, bidden, naar de kerk gaan. En meer dan dat: een bepaalde levensstijl. Mensen met een collectebus staan in principe nooit tevergeefs bij jou voor de deur. Als de buurvrouw ziek is, vraag jij direct of je boodschappen kunt doen. Je hebt een voorbeeldig gezin, het functioneert harmonieus, je kinderen gedragen zich beleefd. Op het werk ben je een plezierige collega, eerlijk, betrouwbaar en betrokken … . Nee, God krijg je niet voor niets. Op het levensrapport scoor je voor alle vakken van het leven toch tenminste een voldoende. Misschien dat de juffrouw of de meester in de marge wat kanttekeningen heeft geplaatst (‘kerkgang kan beter’, of ‘omgangsvormen soms wat slordig’), maar wil je voor God slagen, dan moet je toch wel een goed rapport kunnen tonen aan de hemelpoort. Voor niets gaat de zon op. Voor wat hoort wat. Zo gaat dat in het leven. Dat is een diep geworteld principe. Als je in een winkel iets wilt meenemen, dan moet je betalen. Anders gaat de bieper en kun je met een rood hoofd terug. ‘God is gratis.’ Niets ervan. Niets, bijna niets in het leven is gratis.
Toch schrijft Paulus in de lezing van vanmorgen: u, gelovige, u bent door de genade van Christus Jezus gered, dit is een geschenk van God. Een geschenk, een cadeau, gratis, om niet, om u een plezier te doen, om u te laten merken dat u een bijzonder mens bent. Ik heb in het voorafgaande een beetje overdreven, maar ik denk dat deze gedachten van Paulus haaks staan op onze levenswijsheid. Wij gaan uit van verdienste. We moeten zo goed als altijd betalen. We wéten ergens wel dat het niet om onze verdienste gaat, maar om Jezus Christus. Toch zoeken we in die eigen verdienste op een of andere manier toch weer ons houvast. Het is makkelijker meetbaar dan datgene wat/Diegene Die God in onze handen legt. Paulus stelt vanmorgen: dat is een wereldse, aardse manier van denken. Gods benadering, de Bijbelse benadering, is een volstrekt andere.
Ik wil in deze preek twee dingen doen. Eerst wil ik nog eens even preciezer kijken, wat Paulus zegt. Vervolgens wil ik de weerstand tegen het ‘gratis’ van God wat nader onder de loep nemen.

Die moeilijke Paulus toch! Ook hier. Lange zinnen, tussenzinnen, wendingen … . Toch valt er voor wie wat langer kijkt een fraaie opbouw te ontdekken, in drieën nog wel.
1) U was dood … . De mens.
2) Maar omdat God zo barmhartig is … . God.
3) Door Zijn genade bent u nu gered … . De mens in genade door God aangenomen.

We willen kort naar elk van deze drie punten kijken.
1) U was dood … . Dat bedoelt Paulus niet letterlijk, maar figuurlijk. Hij doelt op een levenshouding die zich van God afkeert. Het gaat dus om meer dan een enkele fout. Het betreft het afkeren van de hemelse God en een toekeren naar de ‘god van deze wereld’. Wat is dat? Dat lijkt me toen en nu een mateloos, een grenzeloos leven met één norm: ikzelf. Waarom zou je trouw zijn aan je partner als je een ander tegen komt en je gevoelens niet kunt beheersen … . Twee auto’s voor de deur is niet voldoende, ik wil … . Als het mij op een gegeven moment goed uitkomt, zie ik niet op tegen een leugentje … . Uiteindelijk is het allemaal dodelijk vermoeiend, hoe paradoxaal het ook lijkt, saai zelfs. Paulus verandert van onderwerp in zijn zin. Het ‘u’ wordt ‘wij’. Hij is eerlijk: we weten er allemaal van, hijzelf, ikzelf incluis.
2) U wás dood. Maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt. Dat doet denken aan de doop: met Christus gestorven, begraven én met Christus opgestaan. Er heeft zich een radicale verandering voltrokken in uw leven. God heeft u in Christus aangeraakt. Hij heeft ingegrepen. Zoals een rijinstructeur dat doet. Op de rem getrapt, aan het stuur getrokken. Hij heeft ons op de goede weg gezet, de juiste richting gewezen. Dat kan allemaal heel statisch klinken. Maar het getuigt van een grote dynamiek, ook voor ons als gelovigen. Met Christus sterven, met álle aanvechting die daarbij hoort: is dit het wel, is dit mijn weg, kan het niet anders … ? Met Christus opstaan, dat álles overwinnen, opgelucht, op-ademend.
3) Door Zijn genade bent u gered. Dat ís gebeurd. Dat hebt u niet aan uzelf te danken. Het is geen verdienste. Het is een geschenk van God. ‘Ik voel me als herboren.’ Fris. U bent ervoor gemaakt om goede daden te doen. Naar de kerk gaan, een flinke gift geven voor het ondergelopen Suriname, omdat ik kán, omdat ik wíl, omdat ik mág … . Maar niet omdat ik moet. Daar zit al iets vrolijks in, iets blijs, iets vrijs ook.
Paulus hanteert een driedeling. Sommige ouderen hebben mogelijk een vaag gevoel van ‘dat heb ik wel eens eerder gehoord’. De driedeling van Paulus heeft veel weg van de driedeling uit de Heidelbergse Catechismus: ellende (van de mens), verlossing (door Christus), dankbaarheid (van de door Christus verloste mens). We zouden ook kunnen zeggen: het verleden dat ik achter me wil laten; het heden, de ontmoeting met Jezus Christus; de toekomst, mijn leven met Hem.

Hoe komt het nu dat wij dat alles vaak maar zo moeilijk aanvaarden, die gratis ontmoeting met Christus? Waarom al die voorzichtigheid, waarom die afwijzing? We denken: dat kan nooit wat zijn, zoiets dat gratis is. Zo’n monstertje shampoo, in plastic, gaat nog makkelijk kapot ook in je toilettas, en je krijgt er bovendien maar een minimaal beetje van. Of we lezen zo’n aanbieding op internet en vermoeden: er zit iets achter, ze willen iets anders, mijn mailadres bijvoorbeeld. Ze verkopen dat adres en voor ik het weet zit mijn mailbox vol reclame. Of we zien een goedkope aanbieding en vermoeden: ze willen méér. Het is een lokkertje, een eerste deel uit een serie. Als ik dan eenmaal begin … . De volgende delen zijn fors geprijsd. Het is ons diep ingeprent: gratis, dat kan niet, dat is niet oprecht, er móet iets achter zitten.
Maar laat u nu tóch eens iets kostbaars krijgen, voor niks. Iets moois, een fraai sieraad, of iets bruikbaars als een nieuwe auto. Dan kan ook nog iets meespelen als: dit is een vergissing, dit kan niet. Of nog wat sterker: ik ben het niet waard om zoiets moois te krijgen. Die kostbare gave van Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon. Het kán toch niet zijn dat God iets met míj voor heeft? Nee, dat is uitgesloten. Het is té groot, teveel.

God is gratis. Dat klinkt uitdagend. Gratis. Dat heeft alles van doen met het Latijnse gratia. Dat woord kennen wij ook als genade. Het lijkt soms een versleten woord, iets voor een klassiek gebed, ‘uit genade alleen’, maar het drukt precies dát uit. God geeft Zich, geeft Zijn Zoon voor niets. De doop van drie jonge kinderen is daar vanmorgen op eigen wijze een krachtig getuigenis van: zij moeten niets, hoeven niets te presteren, ze mogen aan het begin van hun jonge leven slechts te ontvangen. Dat geldt een leven lang: open uw hart, open uw hand, en aanvaard dat, dat Hij Zich geven wil. Als u dat doet, dan komt al dat andere, dan komen al die ‘goede daden’ vanzelf. Het gaat in feite niet om uw rapport, maar om het rapport dat God van deze wereld krijgt. Wij zullen duidelijk moeten maken, wat Hij met Zijn gave in Jezus Christus verdiend heeft: ons leven.

Er was eens een gelovig man. Na een lang leven op aarde kwam hij in de hemel. Hij was écht gelovig. Hij had zijn leven in dienst gesteld van God. Hij had de Bijbel meer dan eens helemaal doorgelezen, hij had iedere dag meermalen gebeden, hij had nauwkeurig de Bijbelse geboden opgevolgd en voorgeleefd. Toch vond hij het ergens allemaal een beetje spannend. Zou het genoeg zijn? Er leefde in hem een zekere angst dat dat toch wel eens niet het geval zou kunnen zijn … . Zonder dat hem iets gevraagd werd somde hij aan de engel bij de hemelpoort alles op wat hij gedaan had. De engel luisterde beleefd naar hem, maar zei niets. Hij zuchtte. De man raakte verward, hij begreep het niet. De engel zei: ‘Je bent de zoveelste. Ze denken allemaal dat ze naar binnen mogen omdat ze zo goed zijn. Maar het is nu juist, omdat Hij zo goed is.’

DeMeernMarekerk/091115




De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.1 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2006, KWdJ