Schriftlezing: Exodus 19: 1-6 en Efese 4: 1-16

Tekst/thema: 'Ik geloof een heilige katholieke kerk'



Het geluidsfragment dateert van 24 augustus 2008 en is opgenomen in 'De Bron' te Alphen aan den Rijn.

Samenvatting van de preek:


Laten we om te beginnen ons de kerk voorstellen als een winkel. De oorspronkelijke winkel is gevestigd in een eerbiedwaardig oud pand, maar daarnaast zijn er overal nevenvestigingen. Op de gevel van het oude pand en op het briefpapier staan wat klassiek 'sinds het jaar 33'. In de etalage van onze kerk liggen enkele artikelen die de argeloze voorbijganger zullen aanspreken: thee met een thema, een laagdrempelige activiteit voor senioren, of het kinderkerstfeest waarbij velen hun weg vinden naar 'De Hoef'. Wie de winkel binnengaat, ontdekt dat er veel meer te koop is. We laten ons denkbeeldig rondleiden. De verkoper vertelt: 'U wilt meer weten over wat we verkopen, en ook hóe het verkoopt?! Gebed, dat doet het fantastisch, al moet ik eerlijk toegeven dat onze winkel er geen patent op heeft. Het is ook elders te krijgen. Datzelfde geldt voor God. Voor Jezus blijft de interesse behoorlijk op peil, vooral voor zijn leven als mens. De belangstelling voor het product kerkdienst loopt wat terug, al worden er pogingen ondernomen om het te vernieuwen. Voor sommigen is dat het enige wat ze hier kopen: kerk is voor hen kerkdienst. Bij de kerkdienst hebben we trouwens nog wel een aardige accessoire: het kopje koffie na afloop. Dat verkoopt trouwens best goed. Ik vergeet nu bijna te vertellen dat in onze winkel ervaring bijna niet aan te slepen is. Dat doet het echt erg goed. Andere artikelen hebben we maar wat meer naar achteren geplaatst. Die lopen niet zo geweldig meer. Bijbel lezen bijvoorbeeld. Zonde, zonde is echt helemaal uit. We maken er veel reclame voor, maar de mensen willen er niet meer aan. Dat geldt ook voor het product Drie-eenheid. Maar soms is het ook verrassend hoe de markt werkt. Voorzienigheid bijvoorbeeld, dat maakt een echte comeback. Dat zie je trouwens ook bij evangelisatie. Daar was eigenlijk geen vraag meer naar. Maar het ziet er nu anders uit, als nieuw, en met het etiket missionair mogen we beslist niet klagen!'
Zo zouden we nog even door kunnen gaan. Het bijzondere van deze winkel is, dat alles gratis is, genade, om niet. De winkel die kerk heet, leeft van giften. Wie zo naar de kerk kijkt, beseft: de kerk is zo gek nog niet. Tegelijk proef ik ook bij veel kerkleden een zekere ambivalentie. Een 19e eeuwse wetenschapper zei: Jezus predikte het Koninkrijk Gods, maar wat kwam was de kerk. Iets van die teleurstelling kunnen we wel navoelen. De kerk had zich toen en toen duidelijker moeten uitspreken … . De kerk had klasseverschillen niet moeten bevestigen, maar doorbreken … . De kerk had niet zo bot moeten optreden, toen … . De kerk heeft naast veel goeds ook veel verdriet gebracht. We hebben daarom ondanks alle goede producten de neiging de boedel laag te taxeren. Failliet, dat niet, maar veel waarde heeft het niet … .

Vanuit deze sfeer worden we direct op de proef gesteld. In het Apostolicum staat: 'Ik geloof een kerk'. Dat is dus iets wezenlijk anders dan: Ik geloof in de kerk. Wij geloven in God, in de Vader, in de Zoon, in de Geest. Geloven in iemand, in iets, wil zeggen dat je volledig vertrouwt, dat je je toe kunt en wilt vertrouwen, dat je jezelf uit handen wilt geven. Zo kunnen mensen in een ander geloven, in zijn karakter, capaciteiten … . Zo kunnen we in een zaak geloven, er helemaal in opgaan. Maar zelfs bij God aarzelen we, denk ik. Volledige overgave …, dat is nogal wat. Gelukkig maar dat we niet ín de kerk hoeven te geloven. Iets of iemand geloven gaat minder ver: ik houd voor waar wat hij zegt, ik acht het betrouwbaar, het heeft waarde. Ik geloof een kerk, dat ligt in dezelfde sfeer. Maar het is wel belangrijk! In dit zinnetje ligt opgesloten dat de kerk niet vanzelf spreekt. De kerk ligt eerder in de sfeer van het wonder. Het feit dat er kerk is, dat er kerk bestaat, is iets bijzonders! De kerk is een geloofsartikel, net als de vergeving van zonden of het eeuwige leven. Daar ligt de eerste opdracht in het zinnetje van het Apostolicum waarop we ons dit keer richten: geloven dat er kerk is, mogelijk is, ondanks alle beperkingen die er aan de kerk kleven.

Terzijde. Het Apostolicum confronteert ons niet met het probleem van de ene kerk. Het beperkt zich tot: Ik geloof een kerk. Eigenlijk is het overbodig om apart te spreken over de ene kerk. Kerk komt van het Griekse 'kyriakon', dat betekent zoveel als 'huis van de Heer'. De eenheid van de kerk ligt daar, in de Heer, in Christus. Wat mensen (!) ook zeggen, de eenheid ligt niet in een ware leer, in een bepaald ambt of in een bepaalde ambtelijke structuur, maar louter en alleen in Christus zelf. Dat is met het belijden van kerk eigenlijk al gezegd.

De kerk is heilig. Wij denken dan direct aan heiligen, aan mensen die in hun leven bijzondere prestaties hebben geleverd, in hun levenswijze direct verwijzen naar Jezus. Maar dat betekent heilig niet alleen. Letterlijk is het zoveel als uniek, apart, apart gezet, anders dan anderen. Dat begint al met het volk Israël (zie ook de Schriftlezing uit Exodus 19): anders dan de omringende volkeren, dat wil zeggen geen mensenoffers, geen beelden van God laat staan van afgoden, een andere omgang met bezit en arm-rijk … . In de kern betekent het dat dit volk God toegewijd moet zijn, wil leven naar Zijn wil, met Zijn leiding. Nu maken wij deel uit van dat volk in Jezus Christus. Anders gezegd: wij zijn in Hem geheiligd. Het bijzondere van het christelijk (!) geloof ligt niet of in ieder geval niet alleen in een bepaalde levenswijze, maar in Christus. Enerzijds: door Hem willen wij God toegewijd leven, Hem in de toewijding waarmee Hij onder ons geleefd heeft, volgen: leven en werken vanuit Zijn liefde. Anderzijds: door Hem wil God ons genadig aanzien, door de weg die Hij tot aan het kruis gegaan is, wil God ons vergeven in ons falen, in onze beperkingen. In deze twee dingen komt de tweede opdracht/vraag van vanmorgen te voorschijn. Willen wij zo leven? Maar vooral ook: kunnen wij aanvaarden dat wij uit vergeving leven?

De kerk is katholiek. In de protestantse versie van het Apostolicum staat 'algemeen christelijk', maar dat is vooral gebeurd om misverstanden te mijden. Wij kunnen gerust vast houden aan het begrip katholiek, daarmee zijn we nog niet rooms-katholiek. Over katholiciteit is veel te zeggen, er zijn boeken over vol geschreven. Ik beperk me tot twee observaties. De ene is dit. Enkele tientallen jaren geleden zeiden mensen dat ze gereformeerd, hervormd of (rooms-)katholiek waren. Ze wisten wat er ook op bovengemeentelijk gaande was in de kerk. Ze konden meepraten over synodes, kerkelijke opleidingen, enzovoort. Nu zeggen mensen niet meer dat ze gereformeerd of hervormd zijn, is de openheid voor andere onderdelen van de wereldkerk vergroot. Maar tegelijk is ook de blik veel beperkter geworden. Het dreigt zelfs wat eng te worden, beperkt tot de eigen kerkgemeenschap. Er is veel meer ruimte voor andersgelovigen, maar dat dreigt nogal eens gepaard te gaan met een zekere onverschilligheid: ieder moet zelf maar weten wat hij of zij gelooft. En daarmee is de kous dan af. Deze ontwikkelingen geven te denken.
Toch, en dat is het tweede punt: de stap naar een bewustzijn van de katholiciteit van de kerk is niet zo groot. Wat een verscheidenheid kennen we al niet binnen onze eigen kerkgrenzen! Er zijn mensen die in een huis van 5 of 6 ton wonen, maar ook mensen die een huurhuis hebben met huursubsidie. Er zijn gepromoveerden onder ons, maar ook leden die nauwelijks de kans hebben gekregen de lagere school af te maken. We hebben jongeren én ouderen. Wie zich van deze veelkleurigheid bewust is, kan makkelijk de volgende stap maken en zich bewust worden van het feit dat wij maar een onderdeel vormen van die grote katholieke kerk, die zich over heel de wereld op allerlei wijzen manifesteert.
Daarmee raken we de derde opdracht/vraag van deze preek. Durf ik als lid van de katholieke, de algemene christelijke kerk, de ander uitnemender te achten dan ikzelf, mijn eigen standpunten en geloof wat te relativeren … ?

Tot slot. Wij kunnen soms wat schamperen op de kerk. Met name jongere mensen denken dat ze de kerk niet meer nodig hebben, al willen ze soms best nog iets met het geloof. Het is dan goed om te bedenken dat wij het geloof, de geloofswoorden hebben aangereikt gekregen in de ruimte van de kerk, van onze ouders, een predikant, jeugdleiders … . Zonder die ruimte stopt de beweging. Zonder die ruimte raken wij het zicht op Jezus Christus kwijt.
De kerk is een kring van mensen die op Christus is georiënteerd. Ieder ziet Hem, maar net weer even anders. Het gevaar van een kring is, dat die gesloten is, uitsluit, mensen ook die Hem niet kennen. Daarom is het nodig dat wij ons in die kring ook steeds weer omdraaien, met het gezicht naar buiten. Door ons kunnen anderen zicht krijgen op Christus, wij verwijzen naar Hem.

Utrechtleidscherijn/100620



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (5.6 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2008, KWdJ