Schriftlezing: Exodus 12

Thema: ĎBlijf deze dag gedenkení (naar aanleiding van Exodus 13: 3)


Samenvatting van de preek:


We kunnen Exodus 12 lezen en bekijken alsof we in een fotoalbum zitten te bladeren. ĎKijk, dat was toen met jouw verjaardag. Wat zag ik er jong uit!í ĎOh, dat was in de vakantie, naar Oostenrijk. Weet je nog, voor het eerst naar het buitenland?í We staan stil bij het verleden. We halen herinneringen op, goede en slechte. We worden even vertederd door het ongerepte, vervuld met verlangen naar dat veilige van toen.
Als we zo bladeren in Exodus 12, dan zien we het een na het andere. Het lam dat geslacht wordt. Het huis dat wordt schoongemaakt, ontdaan van alles wat gezuurd is. De tafel die gedekt staat, met het geslachte lam, de ongezuurde broden en de bittere kruiden. De mensen staan erom heen, klaar voor vertrek. Maar God zegt niet: kijk er nog eens naar, God zegt: gedenk! Wat is dat dan meer dan Bijbelse geschiedenis, dan bladeren in een fotoalbum, dan voor de geest halen hoe het er ook weer stond?

Exodus 13: 3 legt het accent van het gedenken op het gezuurde, ongezuurde. Eerder wordt ons verteld dat ongezuurd brood gegeten wordt vanwege de haast. Gezuurd brood, gemaakt van zuurdesem, moet rijzen. Dat kost tijd. Maar er is meer. Het gezuurde is een krachtige smaak, het doortrekt het hele brood. Het gezuurde is aan bederf, aan verderf onderhevig. Het verwijst daarmee naar Egypte, naar de verzuurde verhoudingen, naar het verderf dat over dat volk zal worden uitgestort. Dat verderf gaat aan IsraŽl voorbij. Maar IsraŽl moet dan wel laten zien: wij zijn er klaar voor, voor dat nieuwe, voor de verandering. Wij zijn er klaar voor om IsraŽl achter ons te laten. IsraŽl laat zien: wij zijn geen slaven meer van de angst; de angst willen wij achter ons laten. IsraŽl laat zien: wij zijn geen slaven meer van het kwaad; het kwaad willen wij achter ons laten. IsraŽl laat zien: wij zijn geen slaven meer van dood en verderf; wij laten ons door kwaad en verderf niet meer regeren.
Het kan simpel klinken, te simpel: goed en kwaad, IsraŽl en Egypte, zwart en wit. Het kan simpel klinken, die heldere scheidslijn tussen het een en het ander. Maar het is niet simpel, het gaat niet gemakkelijk. Juist daarom moet het bloed van het geslachte lam aan de deurpost worden gestreken. Ook IsraŽl is niet zonder schuld. Ook IsraŽl gaat niet zomaar vrijuit. Juist dit bloed laat zien: IsraŽl redt het niet uit zichzelf, niet uit eigen kracht, niet omdat het zo goed is, of omdat het zo zielig is Ö . Alleen door Gods inzet gaan bederf en verderf aan IsraŽl voorbij. Leven, dat is een kwestie van genade, dat is ruimte voor Gods aangezicht.

Jezus viert het feest van de ongezuurde broden samen met zijn discipelen. Jezus gedenkt de dag van de uittocht. Hij stelt het verleden present in het heden. Hij actualiseert. Hij pakt de foto van het ongezuurde brood en betrekt die op zichzelf. Hij plaatst als het ware zichzelf in die foto, brengt die oude foto tot leven, maakt er een tableau vivant van. ĎDit is mijn lichaam.í Dit lichaam, Zijn leven staat voor het onbedorvene, het pure, het door God gewilde. Zoals het bederf geen vat heeft op het ongezuurde brood, zo hebben het kwade, de zonde, de schuld, de dood uiteindelijk geen vat op Hem. De discipelen mogen daarin delen, dit Leven in zich opnemen, het door zich heen laten trekken. Maar ook toen: het gaat niet vanzelf. Een Lam wordt geslacht, Hij wordt geslacht. Hij wordt geslacht als teken dat God met het verderf aan hen voorbij gaat, aan hun verleden, aan hun twisten wie de eerste is, aan het niet voor laten gaan van de kinderen, aan hun ongeloof op dat stormende meer, aan Ö .

Als wij vandaag gedenken, dan gaan we staan in deze traditie, in deze overlevering. Wij zijn niet van gisteren, wat mensen soms ook over geloof en kerk mogen zeggen en denken. Wij bladeren vandaag niet in een album met een verzameling oude fotoís, over de avond voor de uittocht uit Egypte, over Jezus en Zijn discipelen op de avond voor Zijn lijden. Als wij vandaag gedenken, dan zijn wij mensen van vandaag, mensen van vandaag voor morgen. Dan vieren wij dat God ons roept tot een ander leven. Dan beseffen we dat het niet zo makkelijk is om los te komen van ons verleden, alles wat ons zo vertrouwd is. Dan sterven wij met Christus, een afsterven, een achterlaten van al het bederfelijke. Dan weten we zeker: dit brood van Hem, dit leven met Hem heeft eeuwigheidswaarde.
IsraŽl trekt uit uit de slavernij. Wij trekken uit uit ůnze slavernij. Onze slavernij aan het oude, aan het vertrouwde. Alleen al de gedachte al om zonder drank of drugs te zijn maakt de verslaafde hypernerveus. Alleen al de erkenning Ďik ben verslaafdí kost heel, heel veel moeite. Wie eraf is, ontdekt dat bij het minste of geringste probleem het verlangen al weer boven komt: eentje maar Ö . Zo is het in allerlei situaties. De een is verslaafd aan huiselijk geweld, kent geen andere taal meer. De ander is verslaafd aan de rol van underdog, weet niet goed hoe dat te doorbreken.

Als wij vandaag gedenken, dan getuigt dat van moed, is het misschien zelfs revolutionair te noemen. Jezus heeft laten zien, Jezus heeft voorgedaan, Jezus is eraan onder doorgegaan: het kŠn anders Ö en als het niet anders kan, dan zŠl het anders.

Utrechtleidscherijn/100401


Print deze pagina

© 2010, KWdJ