Schriftlezing: Exodus 16 (: 1 – 5, 11 – 31, 35)

Thema: ‘Wat is dit?’



Geluidsfragment: De Meern - 3 juli 2011


Samenvatting van de preek:

Wat is dit? Man-hu, zo staat er in het Hebreeuws. Manna, zo zullen de Israëlieten het later noemen. Wat is dit? De gids in het kasteel vertelt de kinderen tijdens de rondleiding, hoe er vroeger geen waterleiding was, geen douche, geen wastafel, hoe de mensen zich wasten bij een eenvoudige schaal en het water uit een kan stroomde. Wat is dit? Nieuwsgierig kijken we naar de verpakking van een nieuw product in de winkel. Vers gebakken. Gemaakt van de beste granen. Knapperig, krokant. Apart van smaak. Anders dan anders. Verrassend. Wat is dit? Wat ongemakkelijk zit de patiënt bij de dokter. Hij toont een plekje op zijn vinger. De dokter maakt duidelijk dat het niet ernstig is, niet bedreigend, maar wel lastig, pijnlijk. De zalf die hij voor zal schrijven geeft verlichting, maar geneest niet. ‘U zult ermee moeten leren leven.’ Wat is dit? Een duidelijke vraag. Een duidelijk antwoord. Maar is met dat antwoord de vraag altijd beantwoord?

Wat is dit? Man-hu? Er ligt iets over de woestijn. De Bijbel roept als het ware de vraag al op. De verteller zoekt naar woorden om te beschrijven wat hij ziet. Er ligt een dauwlaag over de woestijn en nadat die dauwlaag is opgetrokken, ziet hij ‘iets fijns, iets schilferachtigs, fijn als rijm op de aarde’ liggen. Wij kijken over de schouders van de Israëlieten mee: als ze het beeld in zich opnemen, die fijne substantie, zover ze kunnen zien; als ze zich bukken en preciezer kijken; als er met hun vingers overheen gaan, als ze voorzichtig proeven. Wat is dit? Wetenschappers hebben zich op die vraag geworpen en ze hebben een antwoord gevonden. Wat is dit, dat manna? Ze leggen ons uit, dat er in de droge rivierbeddingen tamarisken staan, struikachtige bomen. Op die tamarisken leven parasieten, onder meer verschillende soorten schildluizen. Die zuigen de sappen uit de bomen. Een deel van de voedingstoffen hebben zo nodig voor hun larven. De rest scheiden ze af: druppeltjes zijn het, ronde wit-gele kogeltjes. Chemische analyse laat zien, dat ze glucosen bevatten, fructosen en een beetje pectine. Deze bolletjes moeten in de morgen worden verzameld, anders smelten ze in de zon. Tot op vandaag worden de bolletjes door bedoeïnen verzameld en als honingvervanger gebruikt. Ze noemen het ‘mann (un)’. Wetenschappers zouden geen wetenschappers zijn als ze geen tegenargumenten hadden. Zo is de tijd van inzameling kort, enkel maanden, van eind mei tot in juli. Toch lezen we in de Bijbel dat Israël manna heeft gegeten tot in het beloofde land toe, veertig jaar lang. We lezen van grote hoeveelheden per persoon, terwijl het in werkelijk om betrekkelijk kleine porties lijkt te gaan. En zo voort. De Bijbel als een museum van oudheden. De wetenschappers geven ons een keurig antwoord op de vraag ‘wat is dit?’ Maar zouden wij er ‘amen’ op kunnen zeggen?!

Wat is dit? Manna! Wat de boer, wat de mens niet kent, dat eet hij niet. De bevrijding uit Egypte ligt nog maar net achter het volk. Het is een adembenemende ervaring geweest, het moet stevig in hun geheugen gegrift staan. Het onmogelijke bleek mogelijk. Bevrijding uit Egypte. Nota bene! Slaven waren ze daar, met goed verzorgd, met elke dag hun natje en hun droogje. Nu zijn ze vrij, volop vrij, maar elke dag is er de dreiging van honger en dorst. Ze waren gewend aan een vaste plek, aan een moeizaam maar overzichtelijk leven. Nu zijn het trekkers geworden (of beter misschien: pelgrims), in een niet alleen moeilijk maar ook nog eens avontuurlijk en onzeker leven. Het is aantrekkelijk om op afstand te discussiëren over de vraag, wat beter is: vrij, met honger en dorst, of slaaf, gebonden, met elke dag te eten en te drinken. Maar wat doe je, als het dichtbij is of dichtbij komt? Toch zou het hier nog wel eens om iets anders kunnen gaan. De bevrijding uit Egypte ligt nog maar net achter het volk. Israël moet vrijheid leren, Israël moet leven leren. Het gaat om levenskunst. Wie leidt jou? Op wie of wat vertrouw jij? En als het dan niet lukt, als het dan tegenvalt, als je dat teleurgesteld raakt, wat doet dat met je? Wat doet dat met je vertrouwen, met je geloof? En vervolgens: hoe maak je je keuzes, wat doe je wel, wat niet? Het is niet toevallig, dat als Israël eenmaal de vrijheid heeft gekregen, als het volk dan eenmaal in de ruimte is gezet, als spoedig de Tien Woorden volgen. Het is niet toevallig dat het volk juist in die onoverzichtelijke, uitgestrekte woestijn – waar een mensen nauwelijks oriëntatie en richtinggevoel heeft – de tien woorden krijgt: kilometerpaaltjes, vaste punten.

Manna, man-hu, wat is dit? Brood, letterlijk dágelijks brood. Dit brood vraagt om vertrouwen, elke dag opnieuw. Op zich is het geen wonder. De wetenschap verklaart: dat manna vált. Maar: het manna valt juist op dát moment, in zó grote mate, genoeg voor heel het volk. Wat is dit? Dat is dan een vraag van verwondering, niet alleen een vraag van het hoofd, maar juist ook van het hart. Ieder verzamelt voldoende voor één dag. Opmerkelijk genoeg staat er bij, dat wie niet zoveel verzameld had, toch voldoende had! Wij denken gauw, dat we nooit genoeg kunnen hebben, bijvoorbeeld in de oudedagsvoorziening, in het financieringstekort, in het blauw op straat. Maar is het ooit echt genoeg? Het volk wordt op de proef gesteld, dubbel op de proef gesteld. Als het per dag teveel verzamelt, dan bederft het. Maar op de zesde dag moet juist meer verzameld worden, zodat op de zevende dag, de sabbat gerust kan worden. Geen zorgen voor de dag van morgen. Een harde leerschool. Dat roept spanningen op. Wie kan dat? Wie houdt dat vol? Dat manna verwijst naar het Koninkrijk van God, naar het beloofde land, naar het land van genoeg, voldoende, verzadiging. Dat wordt op de sabbat dubbelop gevierd. Dan hoeft er geen manna gezocht te worden, dan hoeft er niet gezorgd te worden, dan is er voldoende, zonder meer. Dan kan de vrijheid volop en voluit worden gevierd. Vrijheid, in Gods hand, wie doet me wat?

Manna, man-hu, wat is dit? Brood? Met die woorden wordt de basis gelegd voor een spirituele, een gelovige levenshouding. Brood, dat halen we bij de bakker, of bij Albert Heijn, het wordt gemaakt en gebakken in de fabriek, van graan geoogst op de akkers. Maar het is ook een vraag van verwondering, van iets bijzonders, dat er elke dag weer is, maar allerminst vanzelfsprekend is. Het is een vraag die ons brengt bij God, bij brood als gave van God dat ons herinnert aan Zijn bestaan. Mozes antwoord daarom geen verhaal over schildluizen en hoe dat verder technisch allemaal zit. Mozes zegt: dit is het brood dat de Heer u gegeven heeft. Punt uit. Daarmee raken we een aspect van het Heilig Avondmaal. Dat ene stukje brood dat verwijst ons naar die Ene die ons ver te boven gaat, naar Jezus, naar de wonderlijke omgang die Hij met Zijn Vader had. Hij had geen plek om Zijn hoofd neer te leggen. Hij gaf Zichzelf over tot in de dood, in het vertrouwen dat Zijn Vader erin voorzien zou, dat Hij niet aan de dood onderdoor zou gaan. Het ultieme waagstuk. Als u dus een volgende keer dat stukje brood ontvangt, deelt, dan is dat ook een daad van vertrouwen: niemand valt, of hij valt in Uw hand.

Alphendebron/030427
Demeern/110703 - geluidsfragment


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.2 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



Print deze pagina

© 2003-2011, KWdJ