Schriftlezingen: Exodus 20: 12; Deuteronomium 5: 16; Efese 6: 1 – 4.

Thema: Het vijfde gebod

Ik kan me voorstellen, dat er in eerste instantie niet veel over dit gebod te zeggen lijkt. Eer uw vader en uw moeder … . Dat is toch duidelijk: ouders gehoorzamen, sterker nog: ouders een bijzonder plekje in je leven geven. Alsof hun hele leven de deur versierd is met een bordje ‘Hulde aan vader’, ‘Hulde aan moeder’. Tegelijk komt dan de gedachte naar boven: dat is zo niet meer van deze tijd. Je vader is toch je beste vriend. Je moeder is je beste vriendin. Natuurlijk, dan blijft er nog wel iets van zorg voor hun oude dag, als het niet meer gaat. Dat mag niet vergeten worden. Maar verder … ?

Tegelijk komen herinneringen boven. Hoe was dat thuis? De een denkt er met warmte aan terug. Een ander houdt meer afstand. Soms zelfs zijn de ervaringen juist met dit gebod ronduit negatief. Je zúlt gehoorzamen, want eren móet je je vader, je moeder … . Dat gevoel hoeft bij dit gebod, vandaag, niet verzwegen te worden.

Enkele vragen maar, om te beginnen. We beginnen bij het gebod zelf, bij de vorm. We weten van tien geboden, verdeeld over twee tafels. De eerste tafel heeft dan alles van doen met God, de tweede tafel met de medemens. Waar hoort het vijfde gebod nu bij? Bij de eerste tafel? Maar het gaat hier toch primair om menselijke verhoudingen? Of niet? En: wie worden in dit gebod aangesproken? Dat kunnen primair de kinderen zijn. Zo ging dat vroeger vaak. Maar het zou ook wel eens om de ouders zelf kunnen gaan … . Of gaat het om beide groepen? En wat voor consequenties heeft dat dan? En dan ook nog maar even de toegift: opdat uw dagen verlengde worden in het land dat de Heer uw God u geven zal. Wat betekent dat?

Eerst maar die zo formeel lijkende vraag: wat is het kader van het vijfde gebod? Richt het zich op God, net als de voorgaande vier, of op de medemens, zoals de volgende vijf? Het laatste lijkt wel zo logisch. Maar we moeten toch ook dat eerste als mogelijkheid onderzoeken: wat hebben ouders met God te maken? Ze hebben in ieder geval geen goddelijk gezag, geen direct goddelijke macht. Dat zou in strijd zijn met de eerste geboden. Bovendien laat Genesis 3 ons zien, dat het slecht afloopt met de mens die als God wil zijn. Anders gezegd: ouders dienen te worden geëerd niet omdat zij het zeggen, maar om wat zij zeggen. We kunnen dan aan al die praktische dingen in de opvoeding denken: leren lopen, praten, uiten van gevoelens, formuleren van gedachten, omgaan met anderen. Maar het is de vraag, of dat ouders nu eer waard maakt. De kerntaak van ouders is het gaande houden van het verhaal van God: doorgeven wat Hij gedaan heeft, niet vergeten.

Het vijfde gebod vormt de brug tussen de eerste en de tweede tafel. Het accent begint te verschuiven. Eerst leren we wie God is, hoe Hij geëerd wil worden, hoe we met Hem hebben om te gaan. Ouders reiken ons dat alles aan. Vervolgens gaat het dan over de omgang met elkaar. Het is als het ware met twee woorden spreken. We kunnen het ook anders formuleren. De inzet van de tien geboden is uitgeleid worden uit Egypte, uit het land van de angst. Na het vijfde gebod komt het land in zicht, die vreemde toegift bij dit gebod, het land van de vrede. Daar moet die vrede dan geoefend worden. De volgende geboden bieden daartoe een eerste handreiking.

Eert uw vader en uw moeder. Ik ben heel bewust begonnen het accent eerst te leggen op de ouders zelf, dat zij de eer waard zijn. Maar het gaat over ouders én kinderen, over hun omgang met elkaar, over generaties, over wederkerigheid. Dit gebod is ook voortgekomen uit het feit, dat het blijkbaar niet vanzelfsprekend is, dat ouders geëerd worden. Elders in de Torah (Leviticus 27) vinden we een indicatie van de arbeidswaarde van een mens. Een kind komt op twintig sikkels, een volwassene op vijftig, maar een 60-plusser slechts op vijftien. Het gevaar is groot, dat die economische waarde ons beeld bepaalt. We groeien op, worden ouder, en vergeten alle inspanningen die ouders zich hebben getroost om ons zover te begeleiden. Daarom: eren, letterlijk iets van gewicht geven aan, op waarde weten te schatten. Heel de huidige problematiek van vergrijzing en de bijbehorende zorgvraag heeft iets van doen met dat vergeten. Daarom misschien ook wel verloopt het proces zo traag om daar verandering in te brengen. Bij dit gebod moet ik steeds denken aan een oude reclame van McDonald en de reclamemaker die daar achter zat, waarschijnlijk een succesvolle dertiger: opa komt met zijn kleinkind in de McDonald en de discussie start over het te kiezen menu. Het wordt een Bic Mac, maar opa weet dat niet goed uit te spreken en met een knipoog zal de kijker dat weten ook. Opa is niet meer helemaal bij de tijd.

Het vijfde gebod doet ons twee kanten op kijken. Naar onze (eventuele) kinderen, dat wij de eer waard zijn hun ouders te zijn. Naar onze ouders, naar onze ouderen, dat wij hen de eer geven die ze waard zijn en als het even kan misschien nog net iets meer. Het vijfde gebod vertelt ons, dat God niet van gisteren was, maar ook van vandaag en morgen. Het laat ons tevens zien, dat God niet alleen van vandaag is en van morgen. Niet alleen het nieuwste is het beste. Of nog eens anders gezegd: het vijfde gebod laat ons zien, dat het verleden leerzamer is dan wij misschien wel eens voor waar houden, maar dat de toekomst hoopvoller is dan wij vanuit onszelf geneigd zijn te denken.

Het vijfde gebod stelt vragen aan jong én oud, zeker als de communicatie, als datgene wat bindt zwak is. Ouderen: ben t u voldoende open, voldoende bedacht op uw kinderen, in plaats van op uw eigen eer en trots? Aan de ene kant hebben wij alles over voor onze kinderen, aan de andere kant neigt het er steeds weer toe, dat wij ze willen modelleren naar ons eigen beeld in plaats van naar Gods beeld. Is ons geloof voorbeeldig, aanstekelijk genoeg? Jongeren: sta eens even stil in de waan van de dag, in alle haast waarmee je je voortbeweegt. Heb je eigenlijk wel gehoord wat je ouders hebben gezegd, en waarom ze het hebben gezegd?

Eer uw vader en uw moeder. Want uw dagen zullen verlengd worden … . Gezelligheid, met andere woorden gezamenlijkheid, kent geen tijd. Ouderen en jongeren, zij hebben elkaar wat te vertellen, over van alles en nog wat, maar als het goed is óók over die Ene die ons aller Vader is.

Alphendebron/010819

Print deze pagina

© 2001, KWdJ