Schriftlezing: Exodus 20: 8-11, Deuteronomium 5: 12-15 en Marcus 2: 23 – 3: 5

Thema: Het vierde gebod

Tekst: Exodus 20: 8-11, Deuteronomium 5: 12-15   >>Naar lezingen<<

Sabbat en zondag, dat wordt soebatten. Wie in de zeventiger jaren of later geboren is, zal er onder ons weinig meer mee te maken hebben gehad. Als ik nu het onderwerp ‘zondag’ op de catechisatie aan de orde stel, dan gaat het hooguit nog over de kerkdiensten: dat ze zo lang zijn, de preek te moeilijk en de liederen zo ouderwets … . Wie ouder is, die herkent meer van dat soebatten. Natuurlijk, ook wel over de kerkdienst, maar vooral over sporten op zondag, zelfs alleen maar voor de sfeer en gezelligheid, over naar het zwembad gaan, een ijsje kopen, of studeren. Wat mag wel, wat niet? Waar liggen de grenzen? Wij kunnen zeggen: dat we weinig moeite hebben met de zondag, of dat het ons allemaal niet uitmaakt. Maar waar is dat op gebaseerd? En: wat doen we dan met dit gebod?

Wat staat er eigenlijk? De inzet is gedenkt (of onderhoudt, zo Deuteronomium) de sabbat, dat u die heiligt. Geen verbod dit keer, maar een gebod. De grondtoon is dus positief: doe iets met die sabbat! Het gaat dus om het wèl in plaats van het níet. Onze eerste associatie bij de sabbat is die van het níet. Niet werken, ook verder weinig arbeid verrichten, net schaatsen, niet sporten (met nog altijd tal van christelijke sportverenigingen die de competitie op zaterdag spelen), niets kopen, niet uit eten, zelfs geen kopje koffie. Want: je mag een ander ook niet voor jou laten werken. Nu staat er ook: géén werk doen. Maar de grondtoon is een andere! Het is trouwens wel makkelijker om er zonder meer een verbod van te maken. Dan weet je beter waar je aan toe bent. Denk aan niet doodslaan, niet echtbreken, niet stelen … . Dat wordt nog wat scherper met het volgende voorbeeld. Neem het verkeersbord van 100 km p/u als maximumsnelheid: niet harder dan 100 km p/u. Dat is op zich glashelder, keurig te meten. De bedoeling is om de verkeersveiligheid op een aanvaardbaar peil te houden, het aantal ongelukken, doden en gewonden in het verkeer te verminderen. We zouden dat verbod ook kunnen omzetten in een gebod: rij veilig, waar je ook bent. Dan breekt de discussie los over wat veilig is. De een zal het houden op 80 km p/u, terwijl een ander meent zonder enig probleem ook wel 130 km p/u te kunnen rijden. Het lastigst is ook nog, dat de laagste snelheid niet in alle gevallen de veiligste is … !

Gedenkt, onderhoudt de sabbat: dat is een appèl, een oproep om er wat van te maken. Want, zo horen we, na de schepping rustte God op de zevende dag. En: God bevrijdde je uit het slavenbestaan. Het gedenken en onderhouden van de sabbat is dus een respons, een antwoord op die handelingen van God die trouwens in elkaars verlengde liggen. Schepping: levensruimte voor de mens; en herschepping: waar de levensruimte is bedreigd en weggenomen wordt ze hersteld. Het een en het ander roept op tot dankbaarheid. Echte dankbaarheid laat zich niet regelen, laat zich niet vaststellen. Een bloemetje omdat het hoort, dat is dodelijk, dat haalt het leven eruit.

Voor wie zijn kans nu schoon ziet: dit alles is gezegd tot een volk, níet tot een individu.

Toch zijn er nog wel een paar aarzelingen. Het houden van de sabbat, dat is toch teniet gedaan door Jezus? Hij loopt daar door de korenvelden en laat Zijn discipelen rustig aren plukken. Als Hij er op wordt aangesproken, verwijst Jezus naar de gebeurtenis te Nob (1 Samuël 21). Nood breekt wet. Het brood was alleen voor de priesters, maar omdat er niets anders was kregen David en zijn mannen er toen ook van te eten.

Vervolgens de man in de synagoge met de verschrompelde hand. Jezus plaatst hem in het midden en geneest hem. Jezus stelt de vraag naar de zin van de regel, wat is de bedoeling ervan? Hij lijkt iets te zeggen in de trant van: als het levenwekkend, levenscheppend is, dan mag het.

Ik heb nog een tweede aarzeling. Sabbat en zondag, een joodse en een christelijke feestdag. Daar kan niet zomaar een =-teken tussen worden geplaatst. Paulus gaat zelfs verder. Hij zet vraagtekens bij alle bijzondere dagen, de sabbat én de feestdagen. Enerzijds dus relativering. Anderzijds gaan Paulus en de andere discipelen voort in het spoor van de zevendaagse week (in onderscheid met de Grieken die uitgingen van een tiendaagse, de Romeinen met hun achtdaagse, en de Egyptenaren met een gecombineerden zeven- en achtdaagse cyclus). De samenkomsten vinden meer en meer plaats op de eerste dag van de week, de dag van de Opgestane. De thematiek lijkt erg op die van het Oude Testament: van schepping en herschepping. De eerste dag der week, verwijzend naar het Paasfeest dat de Goede Vrijdag bevestigt in de verzoenende kracht die uitgaat van het kruis, én als van de opstanding van de doden. Weg van de doem van de zonde. Weg van de doem van de dood.

Als we omkijken, dan zien we diverse sporen (sabbat en zondag), en diverse wissels (de teksten in respectievelijk Exodus en Deuteronomium; Jezus; Paulus; de kerkgeschiedenis). Welk sporen kiezen wij in het vervolg?

Een verhaaltje van ds. W.R. van der Zee kan ons op gang helpen. Er was eens een land, waar de kinderen zeven dagen per week naar school moesten: elke dag van half negen tot vier; elke dag lezen, rekenen, luisteren, stil zitten en werken. Toen kwam er een minister met een hart. Hij maakte een wet en bepaalde dat alle kinderen één dag in de week vrij moesten hebben om samen te spelen: kinderen zijn meer dan scholieren, het zijn en worden mensen. Het enthousiasme was niet van de lucht! Na verloop van vele jaren kwam ineens een discussie op: wat mag nu wel en wat nu niet op die vrije dag? Een boeken lezen? Dat is taal, dat hoort dus eigenlijk niet. Wandelen? Dat heeft veel weg van gymnastiek. Knutselen lijkt teveel op handenarbeid. Enzovoort. De een zei: doe nu maar net alsof het een gewone dag is, wat geeft het. Een ander daarentegen stelde: pas maar op met wat je doet, want je zou eens gestraft kunnen worden … . Maar waar was het nu om begonnen? Om met elkaar te kunnen spelen, om samen vrij te zijn.

Sabbat, zondag: weinigen zullen erover soebatten. Ach, als het zo uitkomt … . Toch zijn er wel een paar vragen te stellen bij die onverschilligheid. Zijn wij er op deze dag eens voor elkaar, bij elkaar? Gedenken wij op deze dag God, Schepper, Herschepper? Dan is die oude vraag toch zo gek ook niet: moeten er mensen voor jou werken, voor jouw vrijheid, voor jouw genoegens? En: hoe ziet uw agenda eruit op een gemiddelde zondag? Is dat haast-je-rep-je, net als op elke andere dag? De sabbat, de zondag is er om niet te vergeten. Om niet te vergeten, dat God ons niet vergeten is.

Alphendebron/010805



VAN SABBAT EN ZONDAG

Exodus 20: 8 - 11 Deuteronomium 5: 12 - 15
Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt; Onderhoud de sabbatdag, dat u die heiligt, zoals de Here, uw God u geboden heeft.
zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult u geen werk doen, u noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat voor de Here, uw God; dan zult u geen werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw rund, noch uw ezel, noch uw overige vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont, opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals u;
Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; want u zult gedenken, dat u dienstknechten in het land Egypte geweest bent, en dat de Here, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met een uitgestrekte arm;
daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die. daarom heeft u de Here, uw God, geboden de sabbatdag te houden.

Marcus 2: 23 - 3: 5
En het geschiedde, dat Hij [Jezus] op de sabbat door de korenvelden ging en zijn discipelen begonnen onder het gaan aren te plukken. en de Farizeeën zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op de sabbat wat niet mag? En Hij zei tot hen: Hebt u nooit gelezen wat David gedaan heeft, toen de nood drong en hij en die met hem waren, honger kregen? [Hoe] hij onder het hogepriesterschap van Abjathar het huis Gods binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, waarvan niemand mag eten dan de priesters, en hij ze ook aan degenen, die met hem waren, gegeven heeft? En Hij zei tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. Alzo is de Zoon des mensen heer ook over de sabbat. En Hij ging wederom een synagoge binnen en daar was een mens met een verschrompelde hand; en zij letten op Hem, of Hij hem op de sabbat genezen zou, om Hem te kunnen aanklagen. En Hij zei tot de mens met de verschrompelde hand: Kom in het midden staan. En Hij zei tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of te doden? Maar zij zwegen stil. En nadat Hij hen, zeer bedroefd over de verharding van hun hart, rondom Zich met toorn had aangezien, zei Hij tot de mens: Strek uw hand uit! En hij strekte haar uit en zijn hand werd weer gezond.

Romeinen 14: 5 en 6
Deze stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze gelijk. Ieder voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here ... .

Collossenzen 2: 16
Laat dan niemand u blijven oordelen in zake ... het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.

Handelingen 20: 7
En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken, hield Paulus een toespraak ... .

I Corinthe 16: 2
... elke eerste dag der week legge ieder van u naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit op, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden.

Heidelbergse Catechismus, Zondag 38 (vraag/antwoord 103)
Vraag: Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Antwoord: Ten eerste, dat de dienst van de kerk of de prediking en de scholen in stand gehouden worden; en dat ik vooral op de sabbat, dat is op de rustdag, trouw tot Gods gemeente kom om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God de Here openlijk aan te roepen en de armen christelijke hulp te betonen.
In de tweede plaats, dat ik alle dagen van mijn leven mijn boze werken opgeeft, de Here door zijn Geest in mij laat werken en aldus de eeuwige sabbat reeds in dit leven aanvang.
Opmerking: In het Duitse origineel van de catechismus staan in plaats van 'vooral op de sabbat, dat is op de rustdag' woorden met een dubbelzinnige betekenis: 'sonderlich am Feiertag'. Dat betekent zowel 'vooral op de rustdag' als 'vooral op de feestdag'. Zowel in het Duits als het Nederlands wordt niet expliciet over de zondag gesproken. Was dit zo gewoon dat dat niet hoefde? Of beseften de opstellers en vertaler dat bij de overgang van sabbat naar zondag de nodige kanttekeningen te plaatsen zijn?


© 2001, KWdJ