Schriftlezing: Exodus 7: 14 25

Thema: Aan wiens kant staan wij eigenlijk?

Farao gaat naar het water van de Nijl, de levensrivier, zijn trots, zijn kapitaal, zijn geldstroom. Hij kan zich er in spiegelen. Spiegeltje, spiegeltje . Hem is gegeven alle macht op aarde. Hij heeft de touwtjes in handen. Als farao het wil . Maar deze idylle bij het water wordt verstoord. Daar komen een paar onderkruipsels uit het slavenvolk van de Hebreers, zwervers, kleine opdonders. Ze willen met hem praten. Ze beginnen over de God van de Hebreers. Alweer. Alsof hij, farao, god, zich laat gezeggen. Hij had al eerder laten weten: ik ken hem niet, die g/God, ik wil hem niet erkennen.
Maar God wil zich laten kennen. Farao zal weten dat Hij Heer is, dat Hij erbij is, dat Hij bestaat. Zo geschiedt het eerste teken, het eerste wonder. Al het water verandert in bloed. Vissen sterven. Het water stinkt. De levensrivier verandert in doodsrivier, zeven dagen lang, een volle tijd, altijd. God ontmaskert de kwade machten. Hij laat door dit teken zien, wat eigenlijk al lang een feit is: de levensrivier is een doodsrivier. Ooit heeft een farao de rivier bezoedeld, bevuild, toen hij de opdracht gaf de Hebreeuwse jongens in de rivier te gooien en te doden. Aan wiens kant staan wij?

Wij denken: de farao, Egypte, dat is zij. Isral, dat is wij. Helder. Veilig. Maar is dat wel zo? Het is een goede oefening om het eens van de andere kant te bekijken, zeker bij conflicten als die op dit moment de wereld beheersen. Als farao nu eens zou staan voor onze manier van leven, voor onze economie? Amerika, West-Europa staan voor de economische grootmachten in de wereld. De rest van de wereld is kort door de bocht geformuleerd goed voor goedkope grondstoffen, goedkope arbeidskrachten en een voordelige zonvakantie. Bijna elke discussie of het anders kant, anders moet, elk gesprek over eerlijke handel, een andere levensstijl is verstomd. Ik besef: anders, dat is ook niet eenvoudig. Het is zelfs de vraag, of het zich door welke wereldleider dan ook laat sturen. Zo lijkt het ook voor farao te zijn geweest: hij kn gewoon niet bedenken dat het anders kon, dat hij de slaven zou kunnen vrijlaten.
Een stap verder. Glad ijs. Wat doen wij met klimaatsveranderingen? Wat doen wij met bepaalde natuurrampen? Wat doen wij met een aanslag als die op de twin towers in New York? Slechts een enkeling lijkt zich af te vragen: hoe kan dit allemaal, waardoor gebeurt dit allemaal? Mondjesmaat is de vraag gesteld, waarom mensen die Westerse wereld zo zijn gaan haten? Het lijkt echter eenvoudiger om zwart-wit te denken: zij-wij, islam-christendom/jodendom, enzovoort.
Een stap dichterbij. Wat doen wij als iemand ons op de feiten drukt? Als je gewezen wordt op een gevaarlijke rijstijl? Als je er op gewezen wordt dat je wat meer tijd zou moeten doorbrengen met je gezin en minder aandacht zou moeten besteden aan je werk? Als je wordt opgeroepen wat meer werk te maken van je geloof? Tien tegen n: we gaan in de verdediging. Het valt wel mee. Waar bemoeit die ander zich mee?! Onmogelijk om het anders te doen! De hakken gaan in het zand. Ligt de reactie van de farao niet veel dichter bij de onze dan wij denken? De ene plaat, het ene teken (beter!) volgt op het andere. Het ene teken met op het andere volgen. De farao tekent in zijn gedrag de hardnekkigheid van de zonde van het kwaad, de onbekeerlijkheid van de mens. Kan het anders in deze wereld? Wie eerlijk is, kijkt naar zichzelf en weet dat veranderen niet zo eenvoudig is .
Hoe zit het dan met dat verharde hart van farao? Doet God dat nu allemaal. Of is het toch farao zelf? Bedenk daarbij wel, dat het in het Bijbelse hart niet zozeer gaat om het gevoel, maar om het willen, om de daden. Misschien zouden we het zo kunnen zeggen. God daagt farao uit. De actie van de En roept de reactie van de ander op. Hoe harder God aan Zijn eindje, aan Zijn voleinding trekt, hoe harder farao dat ook doet. Het wordt een wed-strijd. Tien plagen, zoals gezegd eigenlijk tien tekenen, soms ook gerichten genoemd. Tien gerichten: net als de tien scheppingswoorden, net als de tien leefregels willen ze orde op zaken stellen, orde in de chaos.

Aan wiens kant staan wij eigenlijk? Ik kan me voorstellen, dat u het beeld somber vindt. We zijn deze weken op weg gegaan met Mozes. Maar ineens blijkt dat we misschien wel hand in hand staan met farao. Of is dat te veel, te zwaar? Enkele opmerkingen tot slot. 1) Hoe vreemd, hoe paradoxaal het ook lijkt, juist Exodus zet aan tot verandering: handel niet als farao, richt je op de Heer, de God van Isral. Juist in het lezen van een boek als Exodus ligt de kans op bekering, verandering opgesloten. 2) De weg van Jezus, kruis en opstanding, laat zien: de kwade machten en in Egypte gaat het ook niet eens zozeer om kwade mensen, maar om kwade machten hebben niet het laatste woord. 3) Aan wiens kant staan wij eigenlijk? Omgekeerd: aan wiens kant staat God? Op grond van het evangelie mag gezegd worden: God staat aan onze kant. Niet om alles wat wij doen goed te keuren en te zegenen. Niet als bevestiging van wat wij allang gedacht hadden. God staat aan onze kant in die zin, dat Hij bedacht is op ons heil, op ons geluk.

Alphendebron/030330



Print deze pagina

2003, KWdJ