Schriftlezing: Filippenzen 1: 12-17 (26)

Tekst/thema: ‘Vertellen’



Samenvatting van de preek:


Ik heb een ketting gemaakt van een kleine zeventig paperclips. Elke paperclip staat voor een generatie van zo ongeveer dertig jaar. Aan het ene einde staan wij (ik). Aan de andere kant staan generaties van zo’n 2000 jaar geleden: Jezus, om te beginnen, daarna Paulus. Op zich zouden we als gelovigen in Jezus de lijn verder kunnen doortrekken, naar Gods bemoeienis met het Joodse volk. Elke generatie heeft van het geloof verteld, het doorgegeven. Ik heb een ketting gemaakt van een kleine zeventig paperclips. Elke paperclip staat voor een generatie van zo ongeveer dertig jaar. Aan het ene einde staan wij (ik). Aan de andere kant staan generaties van zo’n 2000 jaar geleden: Jezus, om te beginnen, daarna Paulus. Op zich zouden we als gelovigen in Jezus de lijn verder kunnen doortrekken, naar Gods bemoeienis met het Joodse volk. Elke generatie heeft van het geloof verteld, het doorgegeven. Het gaat daarbij niet alleen om de eigen familie, maar om allen in een bepaalde tijd. Steeds weer gaven mensen het geloofsverhaal door. Alleen nu ontstaat er een probleem. Bij onze generatie lijkt het te stokken. Komt er nog wel een generatie, een paperclip bij? Dat is voor velen bijzonder pijnlijk. Ze hebben hun kinderen in geloof opgevoed, maar het lijkt nauwelijks te beklijven. Zelf heb ik in de loop der jaren heel wat jongeren op catechese gehad, maar … . Natuurlijk, hier en elders in ons land zijn er ook jongere gelovigen, maar die groep is relatief klein. Hoe moet dat verder?

Met deze vraag komen we in de buurt van Paulus. Paulus zit in de gevangenis. De gemeente van Filippi vraagt zich af hoe het met Paulus persoonlijk gaat, maar ook hoe het nu verder moet met de voortgang van de verkondiging? Maar Paulus zegt: integendeel, de verkondiging van het evangelie is niet tot stilstand gekomen. Door het proces heeft hij over het evangelie kunnen spreken, juist met en tot mensen die hij anders nooit had gesproken: rechters, advocaten, bewaarders, medegevangen. Het proces is geruchtmakend geweest, het is bij wijze van spreken in de krant gekomen. Paulus is met zijn verhaal het onderwerp van de dag geworden. Ofwel (1): waar de Filippenzen in Paulus’ gevangenschap dreiging zagen, ziet Paulus zelf een kans.

Daarnaast valt er in Paulus’ brief nog iets op. Er zijn vele mensen die het evangelie verkondigen. Paulus is beslist niet de enige. Tussen de verschillende verkondigers bestaat een zekere wrijving. Er lijken twee kampen te bestaan: vóór Paulus en tégen Paulus. Sommigen praten over het evangelie uit rancune tegen Paulus. Paulus kijkt verder. Hij zegt: ook zo wordt Christus verkondigd, het gaat niet om de intentie waarmee het gebeurd, maar om het doel dat er mee bereikt moet worden: zoveel mogelijk mensen vóór Christus. Ik voeg daar aan toe: het gaat dus ook niet zonder meer om het middel! Wij denken daar vaak anders over. Natuurlijk wij weten dat het verhaal van Gods ontferming bedoeld is voor de hele wereld, voor ieder die daarin dol dreigt te draaien, waarin mensen er het beste van proberen te maken, maar vaak in allerlei opzichten zo jammerlijk falen. Natuurlijk, het gaat om de voortgang van het verhaal van de Ene, door God gezonden, om heel te maken, om te verzoenen. Maar zie we dat wel radicaal genoeg? Het gaat dus niet om de voortgang van de kerkdiensten zoals die nu gehouden worden, met een bepaalde volgorde, een bepaalde muziek … . Het gaat niet om bepaalde momenten waarop gebeden moet worden, om bepaalde manieren van bidden … . Het is allemaal niet onbelangrijk, maar het geeft niet de doorslag. Niet de intentie staat voorop. Of de dingen die we doen, nu uit volle overtuiging gaan, uit gemakzucht, uit concurrentiegevoelens om het beter te doen dan een ander: het is allemaal niet onbelangrijk, maar het geeft niet de doorslag. Ofwel (2): waar de Filippenzen dreiging zagen, daar ziet Paulus ook op dit punt grote kansen.

De volgende stap ligt voor de hand. De huidige situatie van kerk en geloof biedt nieuwe kansen. De vraag is of we bereid zijn gewoontes en tradities ter discussie te stellen. Dat is nog niet zo eenvoudig. a) Ze geven bescherming, veiligheid. Persoonlijk houd ik van de Geneefse Psalmen. Waarom? Dat ik niet eens zo goed onder woorden brengen. Ze geven mij een gevoel van ‘zo is het’, een bepaalde stevigheid, degelijkheid. Ze zijn iets van mezelf geworden. Toch moet de vraag gesteld worden, of deze Psalmen in een missionaire context wel stand kunnen houden. b) Als het niet zonder meer in de vormen zit, dan moet ik terug naar de inhoud. Wat geloof ik? Vrijwel iedereen hier zal zeggen dat het verhaal van Jezus voor hem of haar de moeite waard is. Maar wat betekent het, wat betekent Hij nu voor u? Ik proef daarin een grote verlegenheid. Dat is niet zo vreemd. Nog maar een of twee generaties terug spraken we met een grote vanzelfsprekendheid over God. Nu zijn we bang ook maar iets teveel te zeggen, God tekort te doen. We zullen opnieuw moeten leren spreken over God, over wat Hij met ons doet.

Vanuit mijn ervaringen in Londen enkele weken geleden wil ik twee voorbeelden geven, waar het onder meer over zal moeten gaan. I) Wat is kerk? Wij denken aan leden, kaartenbakken, een kerkenraad, kerkdiensten … . Maar als mensen geregeld bijeen komen om te praten en te bidden, bijvoorbeeld in een café, of als een groep bij een politiekorps, is dat ook kerk? Zeker is dat ook daar het verhaal van Jezus wordt doorverteld, doorgegeven. II) Moeten we in onze kerkdiensten doorgaan op de ingeslagen weg? De éne kerkdienst is een groot goed, ook al omdat we het liefst een beetje een volle kerk hebben. We proberen met het oog daarop verschillende stijlen bij elkaar te houden. Maar zou we niet meer moeten kiezen? Met om 9.30 uur een min of meer traditionele dienst, met een stevig stukje verkondiging, de cantorij op zijn tijd. Daarna koffie drinken, misschien zelfs een eenvoudig soort brunch. En dan om 11.30 uur een vernieuwende dienst, informeel, met een directe verkondiging, duidelijk gericht op komende generaties. Dat vergt natuurlijk wel dúrf. Het vergt ook incasseringsvermogen. Ergens noteerde ik tijdens de studiereis: teleurstelling, teleurstelling durven oplopen. Naast de voorgaande zijn er natuurlijk ook tal van andere voorbeelden te noemen.

Ik kan me voorstellen dat dit soort gedachten angstig maakt. Ze nemen mogelijk het gevoel van houvast weg, zoals bij de gemeente van Filippi toen ze hoorden dat Paulus gevangen werd genomen. Het heeft iets weg van sterven, afsterven. Maar daarmee raken we juist de kern van het christelijk geloof: ‘Wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen.’ Jezus Christus stierf aan het kruis. Al wat bestond, al wat wij leven noemen, kleur/fleur/vorm/inhoud ging ten onder. Maar God heeft Hem op de derde dag opgewekt. Met dié verwachting wil ik op Kerst afgaan, dat de Levende op mij afkomt, onder ons wil wonen … .
Om nog even terug te komen op paperclip uit het begin. God haakte een nieuwe paperclip aan. Dat deed Hij eens met Zijn lieve zoon. Dat doet Hij weer, met Zijn kerk. Daar ben ik vast van overtuigd.

Alphendebron/081207



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.9 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2008, KWdJ