Schriftlezing: Filippenzen 2: 5 – 11; Mattheüs 8: 5 – 13

Tekst/thema: onze Heer



Samenvatting van de preek:

Wie is Jezus? Van tijd tot tijd komt die vraag op een gespreksavond nog wel eens aan de orde. Wie is Jezus? Is Hij revolutionair, een leraar, voorbeeld, Zoon van God, hulp, idealist, profeet …, Heer? De keus aan mogelijkheden is groot. Zelden antwoordt iemand op de vraag wie Hij is met ‘Heer’. Dat is ergens vreemd. We komen het woord veel tegen in de Bijbel. We komen het tegen in het kerkelijk spraakgebruik, bijvoorbeeld als wij bidden ‘Heer, ontferm U’. Tegelijk is het wel begrijpelijk dat de typering met ‘Heer’ niet met stip bovenaan staat. Het klinkt nogal formeel. Een brief beginnen we met ‘mijnheer’ of ‘mevrouw’. We spreken over dhr. die en die. Het klinkt allemaal nogal afstandelijk. Je gebruikt het niet gauw voor iemand met wie je een persoonlijke band onderhoudt. Maar ook de inhoud kan ons makkelijk tegenstaan. Heer, dat associëren we met heersen, beheersen, overheersen. ‘Heer en meester’ luidt een staande uitdrukking. Een heer is iemand die maatschappelijk in de hogere kringen verkeert, kan doen en laten wat hij wil. Een heer kan mij klein maken, ondergeschikt, afhankelijk. Een heer kan mij maken tot iemand die niet zelf mag en kan beslissen. Er is alle reden voor om de uitdrukking ‘onze Heer’ als typering voor Jezus tussen haakjes te zetten, of zelfs maar helemaal te schrappen. Maar we zouden ook nog één keer kunnen vragen: wat is nu het wezen ervan, wat maakt het zo onopgeefbaar dat de kerk besloten heeft het in het Apostolicum op te nemen? Die vraag wordt nog versterkt door een ander gegeven. Het Bijbelse hart, de kern van het Apostolicum is nu juist deze uitdrukking: Jezus is Heer. Bij alles in het Apostolicum kunnen we de vraag stellen: heb ik dat, heb ik al die woorden nu nodig, écht nodig? God als Schepper, het lijden en sterven van Jezus, de kerk als gemeenschap, vergeving van zonden … . Of is eigenlijk alles al gezegd met dat ene zinnetje: Jezus is Heer?! Loopt al dat andere niet weg uit die paar woorden, uit die kern belijdenis? Het maakt de vraag van vandaag des te krachtiger: wat wil dat zeggen, wat wil ík zeggen met de woorden Jezus is (onze) Heer?!

Heer, Here. Waar hebben we het over. Het woord Heer wordt in het Oude Testament op twee manieren gebruikt als het om God gaat. In de eerste plaats zoals het er staat, voor Heer. In de tweede plaats vervangt het Gods eigen naam, JHWH, vier letters, een tetragram. Het is de Joden verboden die naam uit te spreken. Daarom hebben de schrijvers van de Bijbel er als het ware een hekje omheen gezet. Dat voorkomt misbruik. Op al die plaatsen waar Gods eigen naam staat, lezen de Joden ‘Heer’, of soms ook ‘de Naam’. Dat klinkt nog steeds door in onze moderne vertalingen. Het is dus niet alleen iets voor dominees. Hoe u dat dan kunt zien? Op al die plaatsen waar eigenlijk Gods eigen naam staat, daar staat in de vertaling heer, met zogenaamd klein kapitaal. Als wij dus belijden dat Jezus Heer is, dan echoot daarin als het ware Gods eigen naam door. ‘Ik ben die Ik ben’, ‘Ik ben erbij’, ‘Eeuwige’, ‘Trouwe’, hoe we Gods naam ook maar zouden willen weergeven. De kerk zegt dan dus eigenlijk: zoals God in het Oude Testament er steeds bij is geweest, dat herkennen we in het Nieuwe Testament specifiek in Jezus Christus. De bevrijding van de boze farao in Egypte en de bevrijding van een bezetene van zijn boze geest: het staat op één lijn. En omgekeerd: zoals God in het Oude Testament Zijn oordeel uitspreekt over de geest van Egypte, de geest van onderdrukking en slavernij, zo spreekt Jezus zijn oordeel uit over de boze geesten die een mensenleven kunnen beheersen.
Terzijde nog dit. Het Oude Testament kent nog een ‘heer’, de baäl, de afgod. Israël wordt uitgedaagd steeds weer te kiezen wie haar heer dan wel is. Is dat Astarte, de godin van de vruchtbaarheid, of Mammon, de god van het geld? De afgoden zijn overal om ons heen. Voor we het weten knielen ook wij voor ónze afgodsbeelden: het huis dat altijd smetteloos moet zijn, het geld dat we hebben vergaard … . Deze afgoden kunnen ons gaan beheersen, onze eigenlijke Heer, God, in de marge wegdrukken.

We maken de stap van het Oude naar het Nieuwe Testament. Meer dan eens wordt Jezus direct ‘Heer’ genoemd, in het Grieks ‘kurios’. Dat laatste kennen wij van een stukje liturgisch Grieks, het Kyrie eleison, Heer, ontferm u. De eerste volgelingen van Jezus hadden hier een keus. Er waren namelijk twee woorden voor heer. Het eerste is ook in onze taal nog bekend: de despoot. Dat komt gevoelsmatig bij wat wij een heerser zouden noemen. De despoot kan met de mensen doen wat hij wil. Willekeur. Niemand heeft hem daarvoor toestemming gegeven. Hij doet het gewoon, hij gaat zijn gang. Daartegenover staat dan dat andere woord: ‘kurios’. Ook de kurios heerst over mensen, maar hij mág het. Hij heeft gezag, hij heeft autoriteit (waar wij de despoot autoritair zouden noemen). De kurios heerst bij de gratie van orde en recht.
Nu zou u kunnen tegenwerpen dat dus ook die kurios een claim legt op een mensenleven, iets kan eisen, druk kan uitoefenen. Terecht. Hoe is Jezus dan Heer? Paulus brengt dat treffend onder woorden in de Filippenzenbrief, in een lied, in een hymne. Paulus zingt. Hij bezingt de weg van Christus, uit de hemel, naar de aarde, van boven naar beneden, van alle macht naar de machteloze, van de Heer die Knecht wordt. Die beweging vat hij samen met het woord kruis. Het kruis als ding, als feit is een martelwerktuig, een executiepaal. Het tekent echter tegelijk de weg van Christus, de houding die Hij heeft aangenomen. Hij kiest ervoor om mens te worden, naast ons te gaan staan, als de minste der mensen, als slaaf, als rebel aan het kruis geslagen te worden. Dáárom heeft God Hem verhoogd, de naam boven alle namen gegeven, dáárom heeft God Hem Heer genoemd! Wij zouden zeggen, de media zouden stellen: Hij is een looser, een verliezer. Maar God zegt: juist omdat Jij deze weg hebt willen gaan, juist daarom ben Jij een winnaar. ‘The winner takes it all!’ Dit is van groot belang. Als we Jezus ‘Heer’ noemen, dan bedoelen we dat dus niet in triomfantelijke zin zonder meer. Er staat altijd een kruis op de achtergrond! Jezus toont als Opgestane de overwinning, maar Hij heeft nog steeds doorboorde handen, doorboorde voeten, een doorboorde zij.

Laten we proberen het voorgaande samen te vatten aan de hand van een tekening van het gezicht van Jezus als Heer. Op welke manier leidt Hij mijn leven, is Hij Heer over mijn leven? In de eerste plaats heeft Hij een menselijk gezicht, betrokken, dichtbij. In Zijn gezicht zien wij de krachtsinspanning, het verzet tegen andere machten die mij dreigen te overheersen. Als Hij mij aankijkt, dan doet Hij dat niet vanuit de hoogte, maar zo dat ik mezelf voel groeien. Zijn ogen dagen me uit: probeer het dan, als méns te leven voor Gods aangezicht. Soms is Zijn blik streng: als ik dreig te verlappen, als ik het geloven dreig op te geven, als ik afglijd, als ik andere mensen, andere dingen toelaat om bezit van mij te nemen. Op een ander moment dan is er een vriendelijke, bemoedigende glimlach: als ik mijn best doe, maar het gevoel heb dat alles me uit handen glipt. Alsof Hij wil zeggen: ‘even volhouden nog!’ Ik zie een traan over Zijn gezicht lopen als ik het niet goed meer weet, als pijn en verdriet de overhand nemen. Zijn gezichtsuitdrukking zegt steeds weer: vertrouw op Mij!

Onze Heer. Het voorgaande heeft iets lieflijks. Maar de belijdenis van Jezus als Heer is tegelijk als dynamiet, explosief. In de eerste eeuw van onze jaartelling was er al een ‘kurios’, de Romeinse keizer. De keizer werd als heer vereerd. Toen kwam daar heel langzaam die groep van Jezusgelovigen op, aanvankelijk maar klein in getal. Zij zeiden: niet de keizer, niet Augustus of Nero, maar Jézus is Heer! Wij gehoorzamen uiteindelijk niet de keizer, wij gehoorzamen Jezus. Ze knielden niet voor de altaren van de keizers. Ze weigerden dienst te nemen in het leger. Ze brachten geen offers.
Niet alleen toen was het dynamiet, explosief. Op 1 mei 2004 ontstond de Protestantse Kerk in Nederland. In de kerkorde worden de belijdenisgeschriften genoemd: de Apostolische Geloofsbelijdenis (uit de 3e-4e eeuw), de Heidelbergse Catechismus (uit de tijd van de Reformatie, de 16e eeuw) en nog een aantal meer. Maar ook worden in de kerkorde de zogenaamde Barmer thesen genoemd. Ze zijn in 1934 opgesteld, in een woelig Duitsland. Hitlers macht nam in korte tijd enorm toe, het Germaanse volk werd boven alles verheven, Gods wil werd niet uit de Bijbel maar uit de geschiedenis afgelezen, uit de triomfen van het 3e Rijk. Er was een kleine groep van mensen die NEE zei. ‘Wij verwerpen de valse leer, als zouden er gebieden van ons leven zijn, waarop wij niet aan Jezus Christus, maar aan andere heren zouden toebehoren, waarop wij de rechtvaardiging en heiliging door Hem niet nodig zouden hebben.’ Het waren dwarsliggers die daarmee zeiden: Hitler, het 3e Rijk, de nieuwe wetten en regels (inclusief de Jodenwetten), het zal allemaal op ons geen vat hebben, omdat wij weet hebben van een ándere Heer, van ándere wetten!

Jezus is Heer, ónze Heer. Dat is tegelijk een lieflijke belijdenis én een radicale belijdenis. Het zou goed zijn als we die beide kanten in de kerk opnieuw zouden leren ontdekken. Ik laat me niet door alle trends, door de waan van de dag meeslepen. Het heeft geen vat op me, want ik weet: Jezus is Heer. Ik laat me er door de beperkingen van mijn leven niet onder krijgen, wat me ook gebeurt. Ziekte, angst voor de dood: het zal niet over mij heersen. Want ik weet en ik belijd: Jezus is Heer. Ik laat me niet bepalen door slechte herinneringen aan vroeger, door dingen die ik verkeerd heb gedaan, die anderen mij hebben aangedaan. Want ik ben er zeker van: Jezus is Heer. Ik leg me niet neer bij allerlei onheil in de wereld, of het nu gaat om bittere armoede, om oorlog, om schending van mensenrechten. Ik weet: Jezus is Heer. Hij wijst ons een andere weg.
Ik kan dat alles door de kracht van Zijn opstanding. Okke Jager heeft het ooit krachtig geformuleerd. Jezus heeft zich in het graf niet bij de feiten neergelegd. Anders lag Hij er nu nog. Daarom kan ook ik me niet bij de doodse feiten van het leven neerleggen. Hij is onze Heer.

Alphendebron/060702




De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.4 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2006, KWdJ