Schriftlezing: Genesis 9: 8 – 17

Tekst/thema: ‘Leven onder de regenboog’


Samenvatting van de preek:


Mensen maken monumenten. Om te gedenken, om niet te vergeten. Zo maakte Jan Wolkers het Auschwitz-monument in Amsterdam: ‘Nooit weer Auschwitz’. Het belangrijkste element zijn zes spiegels met gebroken glas. Wie in de spiegel kijkt, ziet zichzelf, maar met een scheur door zijn gezicht. Wie in de spiegel naar de hemel kijkt, ziet de hemel, maar met een onherstelbare scheur. Nooit weer.

In de Bijbel richt God een monument op: de regenboog. Noach en de zijnen zijn uit de ark gegaan, samen met alle dieren. God spreekt hem toe, als de eerste mens, als een Adam. Noach is de eerste mens op een nieuwe aarde. God vertrouwt de aarde aan hem en aan zijn kinderen toe. Waar wat moet je dan, als je op de aarde om je heen kijkt? Alles is weg, alles wat vertrouwd is. Alles is vernietigd, weggevaagd in een klap. Hoe durf je dan opnieuw beginnen? Wat verzekert je dan dat het niet weer zo mis zal gaan … ?! Wat of wie geeft je het (basis)vertrouwen?

Drie keer spreekt God tot Noach. Drie keer gebruikt Hij het woord ‘boog’. Drie keer: het is zeker en vast. De boog is er als een scheur, een barst in de hemel. Maar tegelijk is het meer dan dat. Deze boog dicht de scheur, verbindt hemel en aarde. Noach is met zijn gezin uit het water tevoorschijn gekomen. Hij heeft het overleefd. Hij mag leven. Sterker nog: hij krijgt de opdracht te leven, te bewonen en te bewerken. God zegt: ‘Ik breng een verbond tot stand van mij met u’. Sommigen vertalen het woord verbond met belofte. Toch lijkt me het woord verbond krachtiger, steviger, betrouwbaarder. God verbindt zich met ons. Bij dat verbond hoort een belofte. Zoals mensen die van elkaar houden een verbond sluiten, elkaar liefde en trouw beloven, wat er ook gebeurt … .

Vandaag dopen we vier kinderen. Vandaag zegt god zijn liefde en trouw toe aan deze vier kinderen, jullie kinderen. Dat wordt betekend door de regenboog.
De regenboog ontstaat door water en licht. Donkere wolken dreigen, regenwolken. Ze mogen nog zo dreigend zijn, als op een bepaalde manier licht valt op het water in de lucht, dan ontstaat de regenboog. Het is een prachtig beeld dat God zo treffend op zichzelf toespitst. ‘Als ik de wolken samendrijf …’, dan is daar ook Mijn licht (God ís licht). Als dat licht op de met water verzadigde lucht valt … . Zo houdt God zichzelf tegen: ‘niet nog eens’. Tot drie keer toe, het is zeker en vast.
God geeft de regenboog niet aan de mens als teken, nee, Hij maakt de regenboog tot teken voor zichzelf. ‘Als Ik de regenboog zie, dan zal Ik mijn verbond gedenken.’
Ik zeg vrijwel automatisch ‘regenboog’. Maar in feite staat er niet meer dan ‘boog’. Dat is niet zonder zin. Het is een strijdboog, van een jager, van een soldaat, oorlogstuig. Het is een dodelijk wapen. Wij zeggen: de strijdbijl begraven. Deze strijdboog hangt God hoog aan de hemel. God zegt openlijk: ‘niet nog eens’, zo wil ik het niet meer, mijn boosheid uiten, mijn pijlen op jullie afvuren, nooit zal ik zo weer mijn gevecht met jullie aangaan. God stelt de strijdboog buiten werking, Hij richt de boog als het ware op zichzelf. Probeer dat maar eens, met zo ’n speelgoed pijl-en-boog: de boog wordt er volledig onschadelijk door, ook voor jezelf. Maar toch zal God eens deze boog op zichzelf richten, écht, op Jezus Christus. Hij draagt wat wij zouden moeten dragen.

In het teken van de regenboog omarmt God als het ware zijn schepping. Ik moet daarbij aan Psalm 103 (ber.) denken: ‘zoals een vader liefdevol zijn armen / slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen / God onze Vader, want wij zijn van Hem.’ Hij laat ons niet los. De mens niet. Het dier niet. Ook het dier niet! Dat is in Genesis 9 heel opvallend: ook de dieren vallen binnen Gods verbond. Mensen mogen dieren eten (9: 3). Maar ook de dieren vallen met nadruk onder Gods zorg en daarmee onder onze zorg.

In het oude doopformulier stond uitvoerig beschreven hoe de Drie-enig God zijn verbond sluit met ons mensen, een verbond dat Hij bezegelt met de doop. Hij wil ons onze zonden wegwassen, Hij wil ons vergeven. Daarop volgde dan een zinnetje: ‘omdat elk verbond uit twee delen bestaat’, kent het twee partijen. God en wij, we zijn bondgenoten. We zien dat bij uitstek in Jezus Christus, Gods bondgenoot bij uitstek. In Hem omarmt God ons, geeft Hij ons het leven. De vraag is: willen wij Hem, Gods geliefde Zoon omarmen en volgen, zodat God alle eer ontvangt?

Utrechtleidscherijn/20110605

http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2011, KWdJ