Schriftlezing: Genesis 16

Tekst/thema: Een blik in de spiegel



Samenvatting van de preek:

Wie heeft vanmorgen nog niet in de spiegel gekeken? We gaan het in ieder geval nu doen. Eigenlijk hebben we het al gedaan, toen we de Bijbel lazen. We doen het elke zondag.
In de spiegel zien we onszelf, dat wat, zoals we graag zijn. Die schitterende ogen, die stoere kin, die vriendelijke gezichtsuitdrukking. Naast dat goede zien we dikwijls ook het minder positieve. Het haar dat nog in de war zit, een puistje, een vlekje dat irriteert. De spiegel geeft ons zicht op onszelf, leer ons onszelf beter te kennen: het goede en mooie, maar ook het minder mooie. We kunnen voor de spiegel blijven staan, kijken en nog eens kijken, bewonderend, maar ook afkeurend. De spiegel kan ons aanzetten tot actie, tot verandering. We pakken een kam om ons haar in model te brengen. We pakken een crme om dat vlekje weg te werken.
Abram en Sarai staan voor de spiegel. Isral staat voor de spiegel. Wij kijken over hun schouder mee. Blijft het bij kijken? Of komen we in beweging?

Het wachten duurt lang, het wachten op een zoon. Al tien jaar zijn ze onderweg, onderweg naar het beloofde land, naar Kanan. Abram wordt rijk gezegend, maar hoe veel vruchten er ook zijn, de vrucht van Gods belofte kunnen ze niet plukken. Tien jaar. Dat is nog wat anders dan het antwoord op een brief die een paar weken op zich laat wachten. Dat is nog wat anders dan de wachtlijst in het ziekenhuis waardoor een heupoperatie een paar maanden later valt en dat is al lastig, pijnlijk genoeg! Tien jaar. Abram en Sarai worden onrustig. Ze zijn het wachten moe. Ze zijn al een jaartje ouder. Ze schuifelen op hun stoel. Ze praten over. Vertrouwen!, zegt Abram, wie maar de goede God laat zorgen . Maar Sarai (vorstin betekent haar naam, als een vorstin zal ze optreden in deze episode) is een andere mening toegedaan: We moeten iets doen, anders gebeurt er niets! Prima al die orthodoxie, maar orthopraxie moet er ook wezen: niet alleen de leer, ook het lven. Sarai heeft een idee: Neem Hagar, mijn Egyptische slavin, misschien zal zij ons een kind kunnen schenken. Ze zal een uitstekende draagmoeder zijn. Abram aarzelt. Hij was gewend om te luisteren naar de stem van God. Maar nu gaat hij overstag. Hij luistert naar de stem van Sarai. Hij gaat voorbij aan de naam die Hagar heeft gekregen Hagar betekent vreemde. Hij neemt haar tot vrouw en ze wordt zwanger.
Het ideetje van Sarai leek zo eenvoudig, zo simpel. Door Hagar, door die vreemde, zou Abram alsnog zijn lang beloofde zoon krijgen. Maar de rollen blijken ineens te veranderen als Hagar zwanger wordt. De slavin begint opeens met andere ogen te kijken naar haar meesteres. Meer niet: ze kijkt met andere ogen, er komt geen woord aan te pas. De sfeer verscherpt, bijna ongemerkt. Ze ziet Sarai niet meer staan. Die kan geen kind baren, zij wel. Je hoeft alleen maar te kijken naar Hagars dikke buik. Het leek zon simpel plannetje. Maar nu kan Sarai het niet meer verdragen. Als blikken konden doden . Ze beklaagt zich bij Abram: Zeg er eens wat van, dit kan toch niet! Maar Abram laat zich tegenover Sarai van een andere kant kennen. Wij kennen hem doorgaans als de vader der gelovigen, als een voorbeeldfiguur, een held. Tegenover Sarai is dat ineens anders. Hij confronteert haar niet met haar eigen plannetje. Hij kiest niet. Hij laat het allemaal maar gebeuren. Het is jouw slavin, doe wat goed is in jouw ogen. Weer die ogen, nu de ogen van Sarai. Reken maar dat ook die ogen konden laten voelen wat in haar binnenste leefde aan jaloezie, aan boosheid, aan agressie. Hagar, die vreemde slavin, ze vlucht.
Nu zou het verhaal uit kunnen zijn. Een fraaie moraal: Sarai kon niet wachten tot zij zlf vrucht zou dragen. Haar zelf bedachte plannetje eindigt vruchteloos. Hagar vlucht de woestijn in en er is nooit meer iets van haar gehoord. Zo zou het kunnen zijn geweest. Einde verhaal. Maar nu komt God er aan te pas, alsnog. God laat Zelf het verhaal doorgaan. Nu wordt het pas een Bijbels verhaal. Alleen al doordat God Hagar aanspreekt. Hagar was een ding, dat niets in te brengen had. Noch Sarai noch Abram zegt haar iets, vraagt haar iets. Maar God is de eerste die een woord met haar wisselt. God spreekt met een slavin. Ongehoord in de Oud-Oosterse wereld. God is niet alleen een God van heren en meesters, Hij is ook een God van slaven. Hij is uiteindelijk Zlf slaaf geworden. Die weg, door de woestijn, wordt hier al ingeslagen. God zit, Hij zit Hagars nood, de vernedering, de pijn, de wanhoop. Dat is Hagars enige doel: de vernedering, de pijn, de wanhoop te ontvluchten, nog iets van haar waardigheid te bewaren. God geeft haar een ander doel, een perspectief. Ook Hagar krijgt de belofte van een zoon, van een volk dat uit hem zal voortkomen, al zal het een zoon, een volk vol strijd zijn. God keert het kwade ten goede. Met de kromme stok van mensen slaat Hij alsnog een rechte slag. Straks zal de naam van het ongeboren kind klinken: Ismal, God hoort.

Wat is nu de spiegel in dit verhaal? We kunnen vandaag in verschillende spiegels kijken. Ik wil u uitnodigen vandaag heel kort in een paar te kijken.
In de eerste spiegel kunnen we onszelf afvragen hoe dat nu zit met Gods belofte aan de ene kant en ons menselijk handelen aan de andere kant. Wanneer kunnen we zonder meer vertrouwen op Gods belofte? Wanneer moeten we zelf in actie komen? Op zich is het optreden van Abram niet zo vreemd. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan. Toch is het niet goed wat hij doet, het leidt tot veel ellende. Abram en Sarai wachten, wachten . Wij wachten op verandering, vernieuwing, perspectief, op het Koninkrijk van God. Soms worden we overvallen door ongeduld. Er lijkt helemaal niets te veranderen. We zien nog helemaal niets van dat komende Koninkrijk, waarover Jezus zo vurig en verwachtingsvol heeft gesproken. De spiegel is dan deze. Houden we het vol, leven we als het ware alsof het kind zich elke dag kan aandienen? Is in ons levensgevoel, is in onze manier van leven duidelijk dat wij het doorbreken van de Koninkrijk hartstochtelijk verwachten?
In de tweede spiegel kijken we in de ogen van Hagar, in de ogen van Sarai. In hen kijken we onszelf in de ogen. We zien de blikken die doden kunnen, de verborgen machtstrijd, het venijn. U kunt eraf, van dat beeld, bijvoorbeeld door etiketten te plakken. Sommige mannen zeggen misschien zelfs: typisch iets voor vrouwen om dat zo aan te pakken. Maar dat is te gemakkelijk. Hoe gaan wij om met jaloezie, met een ander die iets heeft, wat jij niet hebt, met een gevoel van meerderwaardigheid, van minderwaardigheid? U zult niet doden . Hoeveel doden zijn er gevallen door onze onderhuidse gevoelens?
In de derde spiegel zien we in Abram onszelf. Abram laat alles maar gebeuren. Hij is een slappeling. Hij kiest niet, hij ontkent zijn eigen aandeel in het geheel. Hij wijst Sarai niet op haar eigen verantwoordelijkheid in het hele verhaal. Het maakt die geloofsheld die Abram ook is een stuk menselijker. Hij stelt me de vraag: maak ik me er soms niet te makkelijk vanaf, durf ik na A ook B te zeggen?
De vierde spiegel is wat moeilijker te vinden. Ik weet niet of het u opgevallen is, maar Hagar is een Egyptische slavin. Zij wordt onderdrukt, slavin uit Egypte. Later zullen de rollen omgekeerd liggen. Dan is Isral de slaaf, onderdrukt dr Egypte. Onderdrukker en onderdrukte. Deze spiegel hoedt ons voor een al te makkelijke en al te snelle indeling van de goeden en de slechten. Zo simpel ligt het niet. Niet bij anderen, niet bij onszelf.
De vijfde spiegel is de spiegel van Gods genade. De lijn in de Bijbel is duidelijk: van Abram naar Isak, naar Jakob, en uiteindelijk naar Jezus Christus. Maar dat betekent niet dat God anderen loslaat, zoals Hagar en haar zoon Ismal. Integendeel. God overstijgt al het menselijk gekonkel, al het zondig vooruitgrijpen op Zijn belofte. Dit kind was niet de gewenste, de beloofde zoon. Toch krijgt Ismal een zegen mee. Eens te meer besef ik dan: wat een voorrecht dat ik in Jezus Christus onder de vleugels van deze genadige God mag schuilen.

Alphendebron/061001



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.0 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

2006, KWdJ