Schriftlezing: Genesis 17: 15 – 22; Genesis 18: 1 – 15

Thema: 'Voor God iets te wonderlijk?'



Samenvatting van de preek:

Het leven is geleefd. Vooruitkijken is omzien geworden. De grote idealen zijn ingeruild voor simpele feiten. De harde werkelijkheid is: wonderen bestaan niet. Het leven is geleefd. Het kind telt op: kijk eens, hoe oud ik al ben?! De bejaarde (in het Bijbels spraakgebruik: bedaagde) telt af: hoe lang nog … ? Wat heeft een 99-jarige te verwachten? Hij heeft al bijna twee keer ‘Abraham’ gezien, wat wil je dan nog meer? Het leven ís geleefd. Het einde is in zicht, dat is zeker.
Dat zijn enkele associaties, gedachten bij een 99-jarige Abraham en een 90-jarige Sara. Oude mensen. Dingen die voorbij gaan. Melancholie. Al wat gehoopt is, geloofd, al de passie, hartstocht, een leven lang voor Gods aangezicht: wat heeft het gebracht? Niets! Nou ja, een zoon, Ismaël, zoon van Abraham en Sara’s slavin, Hagar. Ismaël: God hoort. Maar welbeschouwd heeft dit kind niets met God te maken. Het is een idee van Sara, de oplossing voor haar verdriet om de kinderloosheid van hun huwelijk, om dat wat niet meer verwacht mag worden. God hoort. God hoorde de ellende van Hagar, weggelopen, midden in de woestijn. God hoorde de ellende van Hagar, maar hoe zit dat dan met Abraham en Sara?
Het gaat niet, niet alleen, over oude mensen, over dingen die voorbij gaan. Het gaat over verwachting. Wat verwachten wij? Je bent 25 jaar, je hebt verschillende opleidingen geprobeerd, maar nergens je draai gevonden, niets afgerond. Of je bent 32 jaar, getrokken door het geloof, geboeid, actief – dat is toch de enige manier om er een beetje in te komen – maar die ene vonk, die ontbreekt … . Of je bent 57 jaar, het laatste kind is de deur uit, je hebt altijd geleefd voor je gezien, en dan komt de vraag ineens op je af: is dit het nu … ? Of je bent 85+, je merkt de lichamelijke teruggang, de gestaag groeiende afhankelijkheid van mensen en medicamenten, je kinderen hebben het druk: heeft God ook nog iets voor jou in petto? Wat verwacht ik? Wil ik nog wel iets verwachten? Hoe zit dat met Abraham en Sara? Wat zeggen jullie er zelf van? Ach, niet zoveel, ze lachen maar wat.

Het is een warme, hete dag. Alles wordt loom en traag. Wie kan trekt zich terug, zoekt rust en koelte. Wie niet op straat hoeft te zijn, zit binnen. Abraham zit in zijn tent, suft wat, kijkt af en toe naar buiten, wat doelloos, om de tijd te doden. Een dag als andere dagen. Ineens ziet hij drie mannen. Hij wacht geen seconde, hij rent naar buiten. Die enkele beweging al maakt hem bezweet. Hij buigt en nodigt de mannen verder. Beseft Abraham wie zijn gasten zijn? Dat staat er niet direct. Zoals we Gods aanwezigheid maar zelden zo direct kunnen duiden. Meestal ligt het in de sfeer van ‘ik denk, ik voel, ik ervaar, ik vermoed’. Het is veelal een voorzichtig tasten. De verteller geeft het hier heel subtiel aan. Bij de terebinten, bij de godseiken: dit is een plaats van Godsontmoeting. God verschijnt, letterlijk: Hij laat zich zien. Bij Mamree: ‘van die wordt gezien’. Dit is een heilig plekje, zoals ook wij soms van die plekjes hebben waar God ineens veel dichterbij lijkt te zijn: een kerk, ergens buiten in de natuur … . Abraham laat indirect aan de mannen weten, dat hij aanvoelt dat hun komen geen toeval is, zeker niet op dit moment van de dag. ‘U bent gekomen om mij te bezoeken.’ De mannen hebben een doel. Hun komen heeft een bedoeling. Abraham ontvangt de mannen op passende wijze: hij laat water brengen zodat ze zich kunnen wassen, hij zet hen melk en boter voor, brood, een mals gebraden stuk kalfsvlees.
Het is nog niet eens zo lang geleden dat God ook al tot Abraham heeft gesproken. Steeds weer krijgt Abraham een vergelijkbare boodschap: je zult een zoon krijgen. Als u de eerste keer een bepaalde boodschap krijgt – ‘u zult de lotto winnen’, ‘de wereld vergaat dan en dan’ –, dan bent u nieuwsgierig. Een tweede keer is het nieuwtje eraf. Een derde keer probeert u nog beleefd te blijven. Elke volgende keer verveelt u zich, laat u dat merken. Vervelend. Steeds weer hoort Abraham: je zult een zoon krijgen. Maar er gebeurt niets … . Een reactie als ‘dat zal wel’ is dan niet vreemd. Zo reageert ook Abraham: hij lacht. Nu zijn er verschillende manieren van lachen. Hier lijkt Abraham het van zich af te lachen, wèg te lachen. Vermoeidheid slaat toe. Abraham verzucht zoiets als: ‘Ach, laat Ismaël voor Uw aangezicht leven.’ Hij heeft er allemaal niet zoveel zin meer in. Waarom nog al die drukte en inspanning. Ismaël als dé erfgenaam is toch ook goed, daar kan hij toch ook tevreden mee zijn. Zo willen mensen in de kerk ook nog wel eens reageren. In Bronwijk-Noord zijn we bezig met dat project ‘Bronwijk-Noord 2015: een uitdaging?!’ Sommigen, met name wat ouderen, houden dat wat af. Ze hebben al zoveel gepraat, zoveel gedaan, wat maakt het uit? De kerk zal hun tijd nog wel duren … ?! Zulke gevoelens zijn herkenbaar. We moeten het steeds weer horen, de genade van God in Jezus Christus, de komst van het Koninkrijk Gods. Het visioen moet ons steeds weer voor ogen worden gesteld. Jongeren zeggen nog wel eens: het is in de kerk eigenlijk elke zondag hetzelfde; waarom moeten we daar nu toch steeds weer heen; we weten het toch wel?! Nu dáárom: omdat we zo makkelijk vergeten, de moed opgeven, moe worden, ongeloof en twijfel toeslaan … . u spreekt God opnieuw. Niet tot Abraham, maar tot Sara. Dat gebeurt indirect. Het past niet (in die cultuur) dat mannen, onbekende gasten nog wel, zich zo direct richten tot een getrouwde vrouw. Maar de drie mannen weten, dat ze hoort, luistert achter het doek van de tent. Nu is het niet Abraham die lacht, maar Sara bij het horen van Gods wonderlijke boodschap. Ze is niet meer vruchtbaar. Sara lacht, ze lacht van zich af, net als Abraham, maar er klinkt ook verdriet in door, een diep verdriet om een tegelijk altijd maar ook nooit verwacht kind, boosheid misschien, ongeloof daarom. Zo herkenbaar! De mannen proberen haar bij zinnen te brengen: zou voor de Here iets te wonderlijk zijn? Zou Hij jouw in jouw nood, in je verdriet, in je teleurstelling niet kennen? En zij, zij die niets meer verwachtte en naar menselijke maatstaven niets meer te verwachten had, ze raakt in verwachting. Als dan later het kind geboren wordt, zijn naam geroepen wordt, dan klinkt het ‘Jitschaak! Isaäc!’ Ofwel: ‘men lacht’. Wie het laatst lacht … . Dit is een lachen van vreugde, van een overstelpende blijdschap, het kan niet op. Lang verwacht, toch gekomen. Maar er klinkt ook iets door van het eerdere lachen van zijn ouders, het waar kunnen, durven hebben van Gods wonderlijke macht. Ze konden het zelf nauwelijks meer opbrengen om nog te geloven, maar God … .
Zal voor God iets te wonderlijk zijn. Ooit zal de profeet Jeremia die woorden spreken tot een volk dat bedreigd wordt met dood, met ballingschap. Ook dan heeft het volk iets te verwachten. Geboorte, wedergeboorte, een nieuw begin.

Wat hebben wij te verwachten? Hebben we iets te verwachten? We gaan rusten, gaan naar bed, doen het licht uit. Het was Abrahams taak, levenstaak, tot zegen te zijn en tot zegen te worden voor vele volkeren. Het is pas af, als die ene zoon geboren wordt, als die opgroeit als vader van een volk, gezegend én tot zegen. Uw taak, uw levenstaak? Zit die erop? Nicodemus vraagt aan Jezus: hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Met andere woorden: hoe kun je eenmaal op leeftijd nog aan iets nieuws beginnen? Dan gaat het over wedergeboren worden, aangeraakt worden door de Geest (zoals Sara, zoals Maria), in verwachting raken, vol verwachting zijn, zo te leven … .
Wat heb ik te verwachten? Open uw leven, open uw hart voor Gods Geest. Ook u kunt in verwachting raken … .

Alphendebron/050522


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.8 Mb).
Klik hier voor downloaden of beluisteren!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2005, KWdJ