Schriftlezing: Genesis 1: 1 – 5

Thema: Schepper (Apostolicum 3)

Deze preek is gehouden in de startdienst aan het begin van het seizoen 2004-2005.

Ik kan me voorstellen dat u vandaag denkt: verras me maar eens, schud me maar weer eens goed wakker. We gaan weer beginnen. Ík wil weer beginnen. Verrassen: ik kan me voorstellen dat dat dan nog moet gebeuren. Het thema zelf verrast niet, niet direct tenminste: God de Schepper. Voor we het weten zitten we midden in de vragen: schepping of evolutie bijvoorbeeld. Hoe zit dat? Is dat een tegenstelling, of is er ergens een tussenweg? Ik wil proberen opnieuw te beginnen. Zoals we ook deze startzondag een nieuw begin maken. Het is niet, dat we hiervoor niets gedaan hebben, dat we bij nul (zouden kunnen) beginnen. Maar wel dat we beginnen met een schone lei, een uitdagend schone lei.

In den beginne. De eerste woorden van de Bijbel zijn welhaast magische woorden geworden. We denken te weten, wat het betekent. In, aan het begin. Zoals een nieuwe dag om 0:00 uur begint. Maar dan lezen we toch te snel. Er staat letterlijk: ‘In begin’. Zonder lidwoord. Dat lijkt geen toeval te zijn, zeker niet aan het begin van de Bijbel. Het lijkt een bewuste stimulans te zijn om na te denken: wat staat hier eigenlijk, waar gaat het eigenlijk allemaal om? We zouden het kunnen lezen als: ‘In beginsel’, ‘In principe’, ‘In principio’ zegt de klassieke Latijnse Vulgaatvertaling. Het gaat niet, of in ieder geval niet alleen om een bepaald moment, om tijd, maar vooral ook om kwaliteit, om Gods kwaliteit, om het beste wat Hij geven kan. Dit is wat de Bijbel dan zeggen wil: scheppen is het beste wat God doen kan. We moeten daarom ook weer een beetje oppassen met dat ‘In principe’. Want dat is aan enige slijtage onderhevig. Als wij horen zeggen: ‘In principe kom ik’, dan weten dat de ander van plan is om te komen, maar dat het nog maar de vraag is, of hij het ook doet. Zo is het natuurlijk niet bedoeld. Het gaat hier om het fundament van Gods bestaan, om dat wat heel Zijn wegen doortrekt.
Het is vandaag startzondag, het begin van een nieuw seizoen: een punt in de tijd, zondag 29 augustus, 9.30 uur. Maar tegelijk wil het iets laten zien van wat komen gaat. Het moet een beetje representatief zijn, een doorkijkje geven, qua sfeer en elan, duidelijk maken wat we verder dit seizoen te verwachten hebben.

Schiep God. Wij denken dan direct aan de schepping, aan de natuur: machtig hoge bergen, fantastische vergezichten, priegelige insecten, imponerende bomen, een brullende leeuw. We zeggen dan: dat is van God. Maar we worden tot voorzichtigheid gemaand. In de 1e plaats: veel van wat wij natuur noemen is in feite cultuur, door mensen gecultiveerd. Als u door de weilanden loopt bij Aarlanderveen, of in de bossen op de Veluwe, of … . In de 2e plaats: de natuur is verrukkelijk, maar tegelijk ook tal van opzichten verschrikkelijk. De een leeft ten koste van de ander. Is dat wat God wil?
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. We kunnen de eerste zin van de Bijbel ook lezen als titel, als een motto, als de richting waarheen alles wat nog komen gaat zich beweegt. We zouden kunnen vragen: is dat nodig dan, dat God schept, scheppend bezig is? Vervolgens worden we op onze wenken bediend, want dan klinkt het: ‘De aarde nu was woest en ledig’. Het was een rommeltje, een rotzooitje. Het was chaos, overal water, waar je ook keek. Daar kan een mens niet leven. Zo kan een mens niet leven. Dat was toen. Dat is ook nu. Het ís een rommeltje. Het ís een rotzooitje. Eens kreeg de profeet Jeremia een visioen en hij herhaalt dan deze woorden, dit is wat hij ziet: en zie, de aarde was woest en ledig. In zo’n wereld raakt een mens verdwaald, kan hij zijn weg niet meer vinden, naar God, naar de naaste, naar zichzelf. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als een mens ernstig ziek wordt. Of als hij ontheemd raakt door oorlogsgeweld. Wat doet God dan? God schept. Hij schept door. Hij schept orde in de chaos. Want scheppen is eigenlijk niet anders dan dat: orde in de chaos scheppen. God gaat alles een plekje geven: licht tegenover donker – het klinkt bijna als een vlammend protest: ‘er zij licht!’ – het water beneden, het water boven, apart; temidden van het water het droge. Het wordt overzichtelijk, langzaam maar zeker. Pas dan weet een mens waar hij aan toe is. Pas dan weet u, waar u staat. Dat geeft al zekere rust, een zekere geborgenheid. Het Hebreeuwse woord voor scheppen heeft een kleurenpalet aan betekenissen. Het betekent bijvoorbeeld ook: kappen (bomen kappen om ruimte te scheppen om te kunnen wonen), houwen en hakken. Maar het heeft ook iets van schaven en schuren. We zouden alle mogelijke gereedschappen van de timmerman als voorbeeld kunnen nemen. De ambachtelijke timmerman werkt met ruwe materialen, met hout zonder specifieke vorm. Soms heeft het wat, maar vaak is het zonder vorm, uitgesproken lelijk. Hij maakt er iets moois van, iets dat onze aandacht trekt, iets waar onze ogen naar toe getrokken worden … , om met de termen van Genesis 1 te spreken: iets goeds, iets dat zeer goed is. Genesis 1 vertelt ons, wat Gods bedoeling is. In een alternatieve vertaling staat: ‘Sinds het begin schept God de hemel en de aarde’. Sinds het begin dus werk in uitvoering, Gods liefde aan het werk.
Eén grote vraag blijft zo onbenoemd. Hoe zit het met die donkere en duistere machten? Waar komen die vandaan? Waar willen die naar toe? Soms blijft het woest en ledig. Soms wordt het wéér woest en ledig. Dan zitten wij met de brokstukken van het leven in ons hand en we weten niet, wat te doen. Hoe het precies zit, weet ik niet. Ik weet alleen met de apostel Paulus dit: ‘Wij weten dat God alle dingen doet meewerken ten goede van hen die Hem liefhebben.’ Juist vanuit ons woeste en ledige leven is Hij bezig iets goeds te maken. Als we zo naar Gods scheppende kracht kijken, dan valt ineens een bijzonder licht op de weg die Jezus is gegaan. Zijn leven, Zijn werken, Zijn lijden, Zijn sterven, het is één grote poging tot herschepping. Hij lijdt opdat vergeving zal worden geschonken. Hij lijdt opdat geheeld kan worden wat gebroken is. De Dode staat op, ten derde dage.

In den beginne schiep God. Zo u wilt: sinds het begin schept God. Als wij ons dat eens goed zouden inprenten aan het begin van dit nieuwe seizoen. Als wij nu inderdaad eens zouden zeggen: dat is het principe van waaruit wij willen leven, loven en geloven. Misschien dat we er met elkaar eens op zouden kunnen letten, waar wij God als het ware kunnen ‘betrappen’ op Zijn scheppend werk. Soms is dat onzichtbaar, soms blijft het in de verborgenheid. Maar soms ook is of wordt het zichtbaar. Dat kan zijn in dat bloemetje, dat heel onverwacht uit die harde muur breekt en openbloeit. Dat kan zijn in het alles overweldigende heelal. Maar het kan ook anders, minder versluierd. Als we de scheppingskracht van God in ons eigen leven eens zouden delen met elkaar. ‘Ik ben ver weg geweest …, ik was intens verdrietig. Ik ben ver weg geweest …, dat ontslag deed me de das om. Ik ben ver weg geweest … van de kerk, de mensen om me heen. Maar kijk, Hij, Hij heeft het ten goede gekeerd … .’


Alphendebron/040829



Print deze pagina

© 2004, KWdJ