Schriftlezing en tekst: Genesis 3

Thema: ‘De mens die als God wil zijn'



Geluidsfragment: Oostpoort - Gouda - 1 mei 2011

‘Moet u dat eens zien!’ Dat was bijna de eerste zin die iemand sprak, nadat ik voor een onverwacht bezoek binnen was gekomen. Het gemeentelid had de krant nog in de hand. Hij stond er hoofdschuddend bij. ‘Moet u dat eens zien, wat verschrikkelijk!’ In de gauwigheid las ik verschillende krantenkoppen: ‘Man met messteken opgenomen in het ziekenhuis’, ’88-jarige bejaarde beroofd’, ‘Prostituee vermoord’. Onder elk van die koppen het relaas: wat er is gebeurd, voorzien van de nodige details, de gang naar het ziekenhuis, de rol van de politie, eventueel commentaar. Natuurlijk is het maar zelden in Alphen, meestal elders. Toch is het bedreigend, wordt een gevoel van veiligheid aangetast. De een durft ’s avonds niet meer alleen over straat. Een ander bewapent zich. Zuchtend werd de krant terzijde gelegd. ‘Wilt u koffie?!’
Zo kunnen we vanmorgen ook Genesis 3 lezen. Als in de krant: ‘Vrouw steelt appel’, of – met de denkbeeldige woorden van de grootste krant van Nederland – ‘Slang verleidt vrouw’. Het kan gebeuren, maar gelukkig is het niet bij ons, maar ver weg, lang geleden. De bijbel op goedkoop, vergankelijk krantenpapier, de waan van de dag voor de eeuwigheid vastgelegd?! Ik bedoel: dat de mens zondig is, dat de wereld vervuld is van geweld. dat het kwaad dikwijls overvloediger is dan het goede, dat weten we zo ook wel: sla de krant maar op. Daar hebben we de bijbel niet voor nodig. Maar wat dan? Wat wil God ons in Genesis 3 dan vertellen? Waarin is het méér dan een voltooid verleden tijd? Soms lijkt de wereld een en al gericht, een hel op aarde … . Maar waar vinden wij dan Gods genade?

Om te beginnen: het gaat in Genesis 3 niét over de 21-jarige E. te E. (Eva te Eden), of de 22-jarige A. te E. Nee, het gaat over ‘de mens’, ‘de mens’ en ‘zijn vrouw’. De bijbel gebruikt hier nog geen persoonsnamen, nóg niet! De geschiedenis is nog niet begonnen. Het gaat over … u en mij. Daarom is het misleidend als onze vertaling meer dan eens rept van Adam, waar eigenlijk nog mens gelezen moet worden.
Hoe zit het nu met het kwaad in die wereld van ons? Voor een deel is en blijft dat volgens de bijbel een mysterie. De slang nu was de listigste onder van alle dieren in het veld. Nadrukkelijk staat erbij: die de Here gemaakt had. Aan de ene kant zouden we kunnen zeggen: het kwaad, de kwade is onderdeel van de schepping. Maar aan de andere kant proeven we in de hele beschrijving ook verlegenheid en afstand. De mens heeft ook aan dit dier – de slang – een naam gegeven en daarmee aangegeven dat ook dit dier aan hem onderworpen is. En toch … . De bijbel kan ons geen antwoord geven op de vraag, waar het kwaad nu uiteindelijk vandaan komt.
De slang zegt tegen de vrouw: heeft God niet gezegd, dat jullie niet zullen eten van alle bomen. Twee keer niet, een dubbele ontkenning, altijd lastig om te begrijpen. Heeft God niet gezegd … . Elk theologisch gesprek, elk gelovig gesprek draait steeds weer om die vraag: wat heeft God gezegd … ? Nu, God heeft gezegd: van alle bomen mogen jullie eten, behalve … . De slang gebruikt een bekende tactiek: God, wie is dat, is dat is zeker degene van wie je niets mag … ?! God, dat is zeker degene die alles verbiedt, die je elke vreugde in het leven ontneemt, die je elk pleziertje ontneemt. Zo sluipt het kwaad, zo schuifelt de slang heel sluw het leven van de vrouw binnen. Ze – de slang – zaait twijfel en de vrouw gaat al heel aardig mee met wat ze zegt. Niet eten, want anders … sterven. Daarmee is Gods intentie omgedraaid. Gods intentie was: eten en léven. Nu lijkt het: eten en stérven. Zelfs dat laatste gaat een eigen leven leiden. O nee, jullie zullen niet sterven, maar jullie ogen zullen open gaan, met andere woorden: jullie zullen zelfstandig kunnen oordelen. De tekstgetrouwe Duitse vertaling (Verdeutschung) van de Joodse filosoof Martin Buber heeft hier: jullie ogen zullen ‘sich klären’. Dat heeft iets van Aufklärung, van Verlichting, dat tijdperk aan het einde van de 18e eeuw, waarin de rede, het verstand, boven elke twijfel verheven werd. Het is alsof dat zich elk moment opnieuw voltrekt, de mens die zichzelf als God ziet.
Maar er is nog iets meer aan de hand. De slang zegt: je ogen zullen opengaan. Dat is een heel andere beweging dan de beweging die de Schrift van Godswege in gang zet. Eerst moet er gehóórd worden. Zien is op zich niet slecht, maar eerst moet er gehóórd worden. Horen dat leidt tot gehoorzamen. Zien, dan gaat het er al gauw over dat we de zaak van verschillende kanten moeten bekijken. Daadkracht is ver te zoeken. Eerst klinkt het ‘Hoor Israël’, pas dan volgt het zien van het beloofde land. Eerst zegt God, hoe Hij wil dat het land eruit ziet, pas dan kunnen we zien, zoals Hij wil dat het gezien wordt! De vrouw zíet, dat de boom goed is om van te eten. Ze neemt de vrucht, eet, geeft die aan haar man, en hij eet. Dan openen hun ogen zich. Maar op een heel andere manier dan zij verwachten. Ze zien, dat ze naakt zijn. Weg is de harmonie van het eerste uur. Weg is de eenheid. De vervreemding komt binnen. het anders zijn, het zelfstandig optreden. Dat is pijnlijk!

Waar was God? Waar is God? Waar is Hij in Zijn tuin? Hij lijkt even een blokje om te zijn, afwezig. Dat is vreemd, mysterieus, onverklaarbaar. De slang heeft het over God, niet over de Here (in het Hebreeuws: Gods eigen naam). God heeft de mens hoog, Hij geeft hem alle verantwoording. Maar ook vraagt Hij verantwoording, rekenschap, Hij verlangt een antwoord. De mens begint als wij in onze omgang met het krantenbericht: het is verschrikkelijk, maar ik, ik heb er niets mee te maken. Het is de vrouw die U (!) mij gegeven hebt. De mens bevestigt de afstand tot zijn vrouw, de afstand tot God, de vervreemding. Waarheid en verraad ineen. Op haar beurt zegt de vrouw: het is vreselijk, maar ik was het niet, het was de lang die mij verleidde. Wij mensen, wij weigeren antwoord te geven, ons te verantwoorden! God gaat niet verder, Hij spreekt vervolgens niet de slang aan, Hij roept niet de boze tot verantwoording. Hij verstaat zich niet met hem/haar, Hij verstaat haar/hem niet. Hij oordeelt slechts.
God veroordeelt de slang: vijandschap zal ik zetten tussen u en de vrouw, de mens. Vijandschap: de slang, het kwade moet bestreden worden. Haar zaad zul uw zaad de kop kosten, u zult haar de hiel vermorzelen. Met andere woorden: u zult haar doen struikelen, opnieuw, maar uiteindelijk bent u het die er aan onder door zal gaan. Hier tekent zich reeds de gestalte af van Jezus Christus, de Overwinnaar van het kwaad, de Overwinnaar van de dood, degene van wie wij werkelijk kunnen zeggen en belijden, dat Hij HEER is, dat Hij zal HEERSEN. God veroordeelt de vrouw: de man zal over u heersen, met moeite zult u baren. Dat is nog eens iets anders dan een ‘hulp tegenover’ (vergelijk Genesis 2: 18, Statenvertaling). Maar tegelijk is het ook dubbelzinnig. Want baren, dat is leven bieden, toekomst schenken. God veroordeelt de mens: slechts met bloed, zweet en tranen zal hij zich een schamel bestaan weten te verwerven. Uit stof is hij tevoorschijn geroepen, tot stof zal hij weerkeren. aan de dood is hij onderworpen. Aan de ene kant: verschrikkelijke, vernederende woorden. Aan de andere kant: de regel was ‘doodstraf, sterven’. Het verrassende is: léven, God gaat dóór!

Nergens in het Oude Testament is enige verwijzing te vinden naar Genesis 3. Vreemd? Of toch niet? In Genesis 3 wordt ons een belangrijk grondmotief van heel de Schrift geschilderd. De mens die in het diepst van zijn hart denkt als God te zijn. De bevrijding uit Egypte is nog maar net achter de rug, of het volk mort al, maakt zichzelf een god. De intocht in het beloofde land heeft nog geen plek gekregen in de geschiedenisboekjes, of het volk doet wat slecht is in de ogen des Heren. De gemeente is goed en wel op weg kerk te worden of ergens in de 3e/4e eeuw knielt de kerk voor de overheid: de zondeval van het christendom. Zal er ooit een einde aan komen, aan déze geschiedenis?

De krant van gisteren. De bijbel van vandaag?! Hoe dan? De bijbel stelt u de vraag in de eerste plaats eens goed naar uzelf te kijken? Wie bent u? Hoe staat u in het leven? De bijbel laat u vervolgens zien, dat ook uzelf schuldig staat tegenover God. Hoe zullen wij in ons ingewikkelde sociaal-maatschappelijk bestel de juiste keuzen nemen? Wat is goed, wat is kwaad? Wat zegt God? Kunnen wij het Hem nazeggen? In de derde plaats biedt de bijbel ons hoop, kracht. In de woorden verscholen ligt de naam van Jezus Christus, de Heer, de Overwinnaar. Hij heeft de kop van de slang vermorzelt. Hij reikt ons de hand de weg naar het paradijs terug te vinden. Honderd Euro voor het werelddiakonaat, of laat maar … ? Zal ik bij die en die op bezoek gaan, of laat maar … ? Zal ik tijd nemen voor bijbel, gebed, of laat maar … ? Laat het er niet bij zitten! Hij heeft er niet bij laten zitten. Hij is opgestaan!

Alphendebron/020428



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (8.9 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2002-2011, KWdJ