Schriftlezing: Genesis 35

Tekst/thema: ‘Stenen langs de weg’



Samenvatting van de preek:


Deze preek is gehouden op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, de zondag waarop de namen worden genoemd van hen die ons in geloof zijn voorgegaan.

Hoe nu verder? Ik weet natuurlijk niet hoe het gelezen gedeelte bij u overkomt. Het is een onbekend hoofdstuk. Het roept niet direct herinneringen naar boven al klinken bekende namen: Rebekka, Jakob, Rachel, Benjamin … . Wat we gelezen hebben, klinkt verbrokkeld: een beetje van dit, een beetje van dat. Er zit weinig lijn in, weinig vaart ook. Spanning is er niet of nauwelijks. Dat was wel even anders toen Jakob vele jaren terug bij het bed van zijn vader Isaäk stond: zou hij met bedrog de zegen aftroggelen, of zou hij toch nog tijdig worden ontdekt? De een na de ander overlijdt en wordt begraven: de oude Debora (een voedster van Rebekka), de jonge Rachel, de hoogbejaarde Isaäk. Steeds opnieuw worden rouwkaarten geschreven en voorbereidingen getroffen voor de begrafenis. Er hangt een sfeer van onrust, van ongedurigheid, het is ‘unheimisch’. Tot drie keer toe breken Jakob en de zijnen op. Ze zijn er nog niet. Ze zwerven, ze trekken, overal nergens thuis. Telkens markeren stenen de weg: de een na de ander wordt opgericht. Gedenkstenen. Nóg is het beloofde land niet gevonden.
Hoe nu verder? Als iemand met wie je een leven lang bent opgetrokken er niet meer is? Het ging zo goed, je bent samen door het leven getrokken, over bergen, dwars door soms diepe dalen. Je hebt elkaars aanwezigheid gevoeld; je hebt met elkaar over van alles en nog wat gesproken, soms op het scherp van de snede; je hebt genoten van elkaars hebbelijkheden, je hebt elkaars onhebbelijkheden verdragen. Dan ineens is het stuur weg, is de richting eruit. Het enige wat er nog is, dat zijn de zichtbare en onzichtbare stenen in het landschap. Zichtbaar: de plek van de eerste ontmoeting, een foto, het ouderlijk huis, een trouwbijbel, het speelgoed van vroeger … . Buitenstaanders zegt het niets, maar jou, maar u … . Onzichtbaar: de herinneringen, talloze, gedachten en gevoelens die niemand anders zo kent.

Hoe nu verder? Gaat het wel verder? De eerste indruk die we vandaag krijgen is die van terug, terug in de tijd. God zegt tegen Jakob: keer terug naar Bethel, terug naar de plaats waar Ik jou mijn gezicht heb laten zien, toen jij op de vlucht was voor Esau. Als vanzelf komen de herinneringen boven. Zo gaat dat als je na langere tijd ergens terug keert. Wat bijna vergeten was, weg gestopt soms, de angstige momenten, alles komt weer boven. Het bedrog van zijn vader, de ruzie met zijn broer, de ontstolen zegen, de haastige vlucht, de eenzame weg dwars door de woestijn … . Jakob moet alles opnieuw onder ogen zien. Hij beseft ineens weer wat erin Bethel is gebeurd, de droom van de ladder tot in de hemel, de engelen die op en af gingen. Hij beseft ineens weer, hoe belangrijk die droom was, juist op dat moment. Hij beseft dat hij toen een belofte heeft gedaan, bijna vergeten inmiddels, maar de woorden staan hem ineens weer helder voor ogen: ‘Als God mij terzijde staat, als ik veilig terug kom, dan zal de Heer mijn God zijn.’ Hij heeft een steen opgericht, een steen langs de weg. Ineens ziet hij het weer. Alleen de gedachte aan Bethel al … . Maar hij, de mensen om hem heen, ze hebben koffers vol afgodsbeeldjes … . De Heer zijn God? Het zal wat! Overal hebben ze hulp en steun gezocht, maar niet bij God. Het goede, het positieve, de zegen: het is allemaal zo snel vergeten. Jakob draagt iedereen op om nieuwe kleren aan te trekken, om de afgodsbeeldjes en de oorringen af te geven. Hij begraaft ze onder de terebint van Sichem. Weg ermee! Terug naar Bethel! Terug naar God! Jakob moet opnieuw leren dat niet hij, maar dat God zijn huis zal bouwen. Zo keert Jakob terug. Hij keert terug om verder te gaan. Hij bouwt een altaar, een teken van hernieuwde toewijding aan God. Hij richt een steen op, net als toen. God bevestigt hem in de nieuwe naam die hij eerder onderweg gekregen heeft: ‘Ik noem je niet meer Jakob, niet meer hielenlikker, maar Israël, dat is strijder van, strijder voor God.’ Die naam, Israël, die had hij gekregen bij de strijd aan de Jabbok. Ook als God Zijn belofte vernieuwt, dan tekent zich een deel van Jakobs oude leven opnieuw af. Het verblijf bij zijn oom Laban, het bedrog van Laban in het huwelijk met Lea, het huwelijk met de geliefde Rachel, de terugkeer uit het Noorden naar het Zuiden, de uiteindelijke verzoening met Esau zijn broer. Dankzij én ondanks deze weg mag Jakob de zegen van Abraham dragen: ‘wees vruchtbaar’, zegt God, ‘Ik geef je dit land, dat ik aan Abraham en Isaäk gegeven heb: een volk, een toekomst’.
Is dit dan het mooie, voorlopige slot van Jakobs leven? Wordt het dan nu eind goed, al goed? Is het leed geleden? ‘Ik zie een poort, wijd open staan …’?! Het leven is niet af, nog lang niet: vallen en opstaan, vreugde en verdriet … . Jakob zal opnieuw opbreken. Hij zal opnieuw verder trekken. Onderweg bevalt Rachel. Vele jaren had ze de bitterheid van de kinderloosheid moeten ervaren. Na jaren van wachten, van jaloezie op haar zuster Lea, wordt dan de eerste geboren: Jozef, ‘de Here voege toe’, zo had ze haar eerste genoemd. Nu wórdt haar een tweede kind toegevoegd, maar het is tegelijk haar dood: ze sterft in het kraambed. Rachel wordt begraven langs de weg. Weer richt Jakob een steen op. Net als die andere stenen. Onbetekenend. Maar voor Jakob een mijlpaal in zijn leven, een stille getuige van het verdriet dat hem hier overkwam. Het houdt niet op, het gaat verder … , tot hij zelfs sámen met zijn broer Esau hun vader begraven kan.

Hoe nu verder? Wat helpt de Bijbel vandaag verder? De boodschap is vandaag niet haarscherp. Het heeft iets van het gewone leven. Toch vallen een paar dingen op. Het eerste is dit. Jakob moet terug gaan om te ontdekken waar het in zijn leven ook al weer om begonnen was. Het gaat om Gods weg, om Zijn belofte. God bevestigt Zijn weg met Jakob. Hij bevestigt Jakobs nieuwe naam. Hij bevestigt de zegen die Jakob ten deel valt. In de tweede plaats moet Jakob zijn eigen rol in Gods verhaal opnieuw ontdekken: de belofte die hij zelf gedaan heeft, zijn inzet, zijn leven. Dan pas kan hij verder.
Zo kunnen wij vandaag terug gaan, letterlijk en figuurlijk, terug gaan op onze levensweg en de stenen die we hebben achter gelaten nog een keer onder ogen zien. Hoe is God met ons, met onze geliefden begonnen, hoe is hij met ons onderweg geweest, wat heeft Hij met ons leven voor? Hoe zit het met ons, wat hebben wij er vervolgens met elkaar van geprobeerd te maken? Hoe kan ons dat alles kracht geven om verder te gaan?

Als wij dan vanmorgen verder gaan, dan vallen een paar dingen nog op. Het zijn als het ware steuntjes in de rug. Eerst is het de dood van de voedster van Rebekka: Debora. Vermoedelijk zal ze ook de voedster van Jakob zijn geweest. Zij sterft. Het is alsof daarmee gezegd wordt dat Jakobs kinderjaren voorbij zijn. Hij zal het nu echt helemaal zélf moeten doen, als vólwassen mens voor Gods aangezicht. In de tweede plaats is er nog iets bijzonders met dit gegeven. De voedster, dat is degene die melk geeft. Haar naam is Debora, hetgeen zoveel betekent als bij, de bij die honing geeft. Het is alsof tegelijk gezegd wordt dat Jakob er begint te komen, in het land van melk en honing, het beloofde land. Het derde gegeven is de verdrietige dood van Rachel in het kraambed. In haar wanhoop noemt ze het kind Ben-Oni, kind van mijn ellende. Tot dan toe hebben Lea en Rachel zélf hun kinderen namen gegeven. Jakob komt er niet aan te pas. Maar als Rachel dan sterft, dan neemt Jakob voor het eerst zélf het heft in handen en hij noemt zijn zoon Benjamin, zoon van mijn rechterhand. Heel terloops wordt ons verteld dat dat gebeurt bij Efrat. Een naam die een belofte inhoudt, de belofte van de velden van Efrata: de geboorte van Jezus Christus, de steen die achteloos aan de kant van de weg werd neergeworpen, maar die de hoeksteen werd, verzoening van Godswege, fundament van Gods Koninkrijk op aarde. Dat wij in en door alles heen ook die steen in onze levensweg mogen ontdekken.

Alphendebron/061126



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.7 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2006, KWdJ