Schriftlezing: Genesis 37

Tekst/thema: ‘17-jarige vermist’



Samenvatting van de preek:


In de krant staat een kort berichtje: ’17-jarige vermist. Dotan – Sinds vorige week is de 17-jarige Jozef Jakobszoon vermist. De jeugdige Jozef zou in opdracht van zijn vader zijn broers in Dotan bezoeken. Hij moest nagaan hoe het met hen ging en met het vee. De jongen is voor het laatst in de omgeving van Sichem gezien. Mogelijk is hij ook in de omgeving van Dotan geweest. De broers vonden zijn mantel, onder het bloed. Voor het ergste wordt gevreesd.’
We kunnen de episode van Genesis 37 lezen als een reconstructie vanuit een dergelijk kort krantenberichtje. Wat is hier aan de hand?

Het eerste wat de fictieve onderzoeksjournalist doet is contact leggen met het gezin. Daar stuit hij op een probleem. De vader, Jakob, is niet te spreken. Hij is in tranen, huilt zonder ophouden: ‘Ik ben in de rouw, stoor me niet, hoe durft u, ga weg!’ Als de journalist vraagt of hij later zal terugkomen is het antwoord niet wezenlijk anders: ‘Nee, het zal nooit ophouden, dit draag ik mee tot in mijn graf.’ Bij de kinderen treft de journalist een onverzettelijke houding aan, een geheimzinnig zwijgen. Via de buren ontdekt hij, dat Jakob en zijn gezin uit het Noorden, uit Haran vandaan komen.
Het blijkt niet al te moeilijk om in Haran te komen. Het ligt aan een karavaanroute. Daar merkt de journalist na korte tijd dat hij beet heeft. Jakob heeft twee vrouwen, de eerste is hem opgedrongen, hij houdt slechts van de tweede. Zou daar de kiem van alle problemen liggen?
Zo zoekt de journalist verder, nog niet veel wijzer, maar wel iets. Hij doet naspeuringen bij de burgerlijke stand (niet dat de recente gegevens openbaar zijn, maar hij heeft een kennis …). Het begint zoals hij verwacht: de kinderen van Lea. Maar dan ineens kinderen van Bilha, terwijl in een kriebelhandschrift staat bijgeschreven: ‘slavin van Rachel’. Het lijkt wel alsof ze ruzie hebben gehad om het krijgen van kinderen. Rachel zal wel onvruchtbaar zijn geweest, haar naam komt in deze jaren verder niet voor. Dan weer een paar kinderen, van Zilpa, met hetzelfde kriebelige handschrift: ‘slavin van Lea’. Vervolgens, eindelijk vindt hij Jozef, kind van Rachel. Veel later ontdekt hij elders pas de laatste zoon, die staat elders ingeschreven: Benjamin. Bij hem staat genoteerd: moeder bij geboorte overleden.
De journalist kijkt en kijkt naar de gegevens en stelt vast: Jozef moet de lieveling van zijn vader zijn geweest, de oudste van zijn geliefde Rachel. Benjamin is wel de jongste, de laatste, maar hij zal zijn vader teveel herinneren aan de dood van zijn geliefde. Al met al is duidelijk: hier zit de frictie tussen Jozef, zoon van Rachel, en de andere zoons.

Vervolgens is het een kwestie van contacten. Via via, met behulp van wat geld en een loslippige hulp in de huishouding wordt het beeld langzaam scherper. Het is inderdaad een vreemd gezin, een gebroken gezin. Aan de ene kant de broers. Aan de andere kant Jozef, onderaan de ladder, wanhopig aansluiting zoekend bij de zoons van Bilha en Zilpa, de laagst geplaatsten. Maar zelfs zij, ook zij moeten hem niet. Jozef verspreidt lasterpraatjes over hen. Aan de kant van Jozef eveneens zijn vader Jakob: hij laat een schitterende mantel, een echte koningsmantel voor Jozef maken. De journalist hoort dat de situatie echt explosief was geworden toen Jozef gedroomd had en die dromen ook nog eens uitvoerig had verteld. Eerst van de schoven die voor hem neerbuigen. Later over de zon, de maan en de sterren die voor hem op de knieën gingen. Jozef was ervan overtuigd: iedereen zou voor hem buigen, ook zijn ouders. Bij die laatste droom was het ook Jakob teveel geworden. De journalist meent nu wel genoeg te weten. Hij hoort de laatste zinnen niet eens, dat Jozef er op een goede dag op uit gestuurd was om zijn broers te (be)zoeken: is er vrede met hen, vrede met het vee?

Toch is het verhaal niet echt af. Publicatie zou teveel juridische problemen geven. Al het onderzoek komt in een la te liggen. Totdat jaren later, onverwacht een doorbraak plaatsvindt. Het is de hoop van iedere journalist. Er wordt een briefje bij hem onder de deur geschoven, anoniem. Hij ontmoet de onbekende op een donkere plaats. Is het een van de broers misschien, Ruben mogelijk? Het verhaal is namelijk wel in zijn voordeel. Het blijkt inderdaad om meer dan een vermissing te gaan. De broers zagen Jozef aankomen, besloten van het ene op het andere moment hem te pakken. Ruben zou vervolgens gesuggereerd hebben om hem niet te vermoorden, maar in een put te gooien. Alsof hij nog iets goed te maken had. Ooit had hij het eerstgeboorterecht verspeeld door de bijvrouw van zijn vader, Bilha, te verkrachten. Vervolgens was het Juda die zou hebben voorgesteld hem te verkopen naar Egypte, voor 20 zilverlingen, een koopje, een echte Judas. Zo was hij de poging van zijn broer om zich te rehabiliteren, te slim af. Juda was de eerste die in aanmerking kwam voor het eerstgeboorterecht. Simeon en Levi, twee andere oudere broers, hadden dat verspeeld door buitengewoon gewelddadig op te treden tegen de inwoners van Sichem.
Eindelijk is het verhaal af, het onderzoek klaar. Het was inderdaad geen ongeluk, geen wild dier, maar een ontvoering, eigenlijk zelfs een moord met voorbedachten rade. Eigenlijk ging het maar om één vraag: wie is de eerstgeborene, wie heeft de beste rechten: Ruben, Jozef of Juda?

Tot slot. Wat zullen we hierover in de kerk zeggen? In de eerste plaats is het zaak als het ware een stapje achteruit te doen en de grote lijn te zien: Abraham-Isaäk-Jakob-de wording van het volk Israël, Gods trouw door geslachten heen. In de tweede plaats is het dan goed te beseffen dat God anders telt dan wij mensen. Toen lette men op het eerstgeboorterecht. Nu gaat het om presteren, om geld, hoe meer hoe beter. God werkt echter langs onverwachte lijnen, ook al zou iemand als Jozef onze favoriet niet zijn. Denk deze dagen aan de kredietcrisis: hoe goed is het te weten dat God ánders telt. In de derde plaats zien we dat de eenzame Jozef wanhopig naar vrede zoekt met zijn broers. Hij faalt jammerlijk, ook en met name door zichzelf. Er begint pas echt iets te dagen in die verre nazaat van Israël, Jezus Christus. In Hem wordt zichtbaar: pas als je beseft dat wij állen schuldig staan tegenover God, pas als je de verhoudingen omkeert en de eerste de laatste wordt, de heerser dienaar, dan krijgt ware broeder- en zusterschap een kans. Wie vrede wil met de ander, wie vrede wenst met zichzelf, moet bij, in Hem beginnen.

Alphendebron/081005



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.1 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2008, KWdJ