Schriftlezing: Genesis 45: 1-5; 46: 28-30; 50: 15-21

Tekst/thema: ‘maar God …’



Samenvatting van de preek:


Zou er ooit een eind aan komen? Niet aan de herinnering op zich, van wie we straks de naam noemen of van wie u de naam in gedachten noemt. Nee, zou er ooit een eind komen aan de pijn, het verdriet die het gemis kunnen veroorzaken? Vaak gebeurt het niet eens op de min of meer verwachte momenten als een verjaardag of een feestdag. Het zijn vooral de onverwachte momenten, bijvoorbeeld als een ander vertelt hoe heerlijk het is om dingen sámen te doen en jij ineens beseft … ; of als je in de winkel een oma met haar kleinkinderen boodschappen ziet doen, en het ineens door jou heengaat dat die oma er voor jouw kinderen niet meer is … .

Zou er ooit een eind aan komen? De vraag is ook te stellen bij het boek Genesis, al is het toch ook weer net even een andere vraag dan die van zonet. We leven mee met Jozef, hoe hij als jongste buiten de kring van zijn broers valt, hoe ze een hekel aan hem hebben en hem haten, hoe ze hem handig uit de weg ruimen door hem op transport naar Egypte te zetten. Langs allerlei wonderlijke omwegen ontmoeten ze hem in Egypte weer. Zij weten het niet, Jozef wel. De rollen zijn nu omgedraaid. Jozef is nu degene die de touwtjes in handen heeft. Als Jozef dan zijn spel met hen speelt, dan komt er een moment dat hij niet meer verder spelen kan. Jozef wil de jonge Benjamin gijzelen. Maar zijn ouder broer Juda komt voor Benjamin op. Dat doet hij zo hartstochtelijk dat er iets bij Jozef breekt. Juda was uitgerekend degene die ervoor had gezorgd dat Jozef als een slaaf verkocht werd naar Egypte. Deze Juda staat nu voor zijn jongere broer Benjamin in. Precies dat, dat broederlijke, dat instaan voor, dat had Jozef zo node gemist, daar had hij zo naar verlangd … . Hij onthult zijn identiteit: ‘Ik ben het, Jozef’.

Zou er ooit een eind aan komen? We zouden denken: met deze onthulling is het verhaal zo goed als uit. De broers zijn echte broers geworden. Er is verzoening tot stand gebracht. Het is opgelost, een happy end. Toch volgen er nog vele hoofdstukken. Natuurlijk, er moet nog een en ander verteld worden over vader Jakob, zijn dood … . Maar er lijkt nog iets anders te blijven hangen van die breuk van vroeger, het onrecht dat de broers Jozef hebben aangedaan. Als Jakob dan gestorven is, dan zijn ze bang dat Jozef zich alsnog zal wreken. Ze bedenken een plannetje – daar zijn ze goed in … - ze leggen de dode Jakob woorden voor Jozef in de mond: of hij zijn broers hun grote misdaad wil vergeven. Als Jozef dat hoort, barst hij in tranen uit – opvallend trouwens hoeveel tranen Jozef laat in deze hoofdstukken. Het zijn geen tranen van vreugde om de nabijheid als voorheen, bij de onthulling. Het zijn hier veeleer tranen van het tegendeel: Jozef ervaart de afstand tot zijn broers, ze zijn zelfs bereid zijn slaaf te worden, geen broers, maar slaven. Toen, lang geleden, werd hij als slaaf verkocht. Zullen zij nu zijn slaven zijn? Is er dan in feite niets veranderd? Jozef zegt daarop tegen hen: jullie hebben kwaad tegen mij beraamd, maar God heeft het ten goede gekeerd om een groot volk te redden. Maar God … . Dat klinkt eigenlijk steeds door in Jozefs woorden. Bij de onthulling had hij al gezegd: ‘God heeft mij voor jullie uit gestuurd’. En: ‘Niet jullie hebben mij gestuurd, maar God’. Voor ons is dat een vreemde manier van zeggen. De broers hebben hun daad beraamd, welbewust en doelgericht. Wij zouden nauwkeurig gaan ontleden: de mens dit, God dat … . Voor Jozef staat alles echter in een veel grootser, breder perspectief. Hij weet uiteindelijk zijn leven geborgen in Gods hand.

Zou er ooit een eind aan komen? Allerlei vragen komen op ons, op u af, mogelijk ook vanmorgen. Voor de een is het vooral het schrijnende gemis. Voor de ander zijn er veel meer vragen daarom heen: waarom, heb ik het wel goed gedaan, hoe heeft hij/zij dat toen zo kunnen doen? Het kan ons onrustig maken, onzeker.
Zou er ooit een eind aan komen? Onze vraag is van een andere orde dan de vraag in het verhaal van Jozef. Daar gaat het vooral om de schuldgevoelens van de broers die maar voortwoekeren. Bij ons is het meer de vraag, hoe we dat hanteren wat ons overkomen is. De richting kan in beide gevallen dezelfde zijn: ‘maar God …’. Mijn persoonlijke verhaal rust in Gods grote verhaal. Het heeft iets van een puzzel. Het ene moment vinden we stukjes, we denken in de richting te komen van een mooi passend geheel. Op een ander moment dan blijkt het allemaal ineens niet meer te passen.
Jozef troost zijn broers, zo lezen we, hij spreekt tot hun hart: vertrouw nu maar op dat grote verhaal van God, vertrouw maar op Zijn hand die ons opvangt. Dat kan allemaal heel plichtmatig klinken, afstandelijk ook. Maar het lijkt me dat uitgerekend Jozef recht van spreken heeft. Hij heeft veel doorgemaakt, het verraad van zijn broers, de vernederingen in Egypte. Maar dat niet alleen. Zijn woorden zijn bewaard gebleven, door de eeuwen heen, eerst in de Joodse traditie, vervolgens door Jezus Christus langs vele geslachten tot ons gekomen. Als we goed luisteren, horen we zijn stem, horen we in zijn stem Gods stem, nog steeds … . Maar God … .

Alphendebron/081123



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (2.8 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2008, KWdJ