Schriftlezing: Genesis 4: 1 16

Motto: Iemand had twee zonen (Lucas 15: 11)



Geluidsfragment: Berkel en Rodenrijs - 31 juli 2005

Samenvatting van de preek:

Ik eet
Jij eet
Hij/zij/het eet

Wij eten
Jullie eten
Zij eten

Ik, dat is: 1e persoon enkelvoud. Niet jij, zelfs niet wij samen, maar IK.
Jij, dat is: 2e persoon enkelvoud. Jij bent dicht bij, ik ken je, ik mag je tutoyeren, ik kan jou recht in de ogen zien. Met jou en mij kan het nog wel wat worden.
Hij, zij, of zelfs het. Hij, zij, die (dat!) is ver weg. Daarom: een 3e plaats, 3e persoon enkelvoud.
Eerst het individu. Pas dan komt het meervoud, pas dn bestaat de kans dat wij iets zullen delen, jij en ik, hij en ik. Wij eten , 1e persoon meervoud. Pas daarna jullie. Inderdaad, we zijn goede vrienden, ik ken jullie persoonlijk. Daarom een 2e plaats, 2e persoon. Op de laatste, allerlaatste plaats zij, ze. Ze zeggen, ze zeggen zoveel. Ze doen maar. Ongrijpbaar en bedreigend. Daarom: een 3e plaats, 3e persoon meervoud.

Iemand had twee zonen. Daarmee is het samenleven, het drama, de strijd, samengevat. IK eet. IK, 1e persoon enkelvoud. Zo leren we al op school ons leven spellen.

Hoort u maar, hoe wij op de aarde worden gezet, vruchtbare aarde. Twee zonen, twee mensen. Kan, en dan nog eens, Abel. Eerst Kan, op hem nu is alle hoop gevestigd. De naam van zijn vader wordt niet eens meer genoemd. Kan is de nieuwe mens. Hij moet doen, waartoe hij geroepen of eigenlijk: gedoemd was: dienaar (geen heerser meer!) te zijn van de aarde, een landbouwer. Op Kan volgt Abel, hij staat in de schaduw van zijn broer. Zijn naam zegt het eigenlijk al: damp, nevel, nietigheid. Voordat we het weten is hij weg, opgelost in het niets. Abel is de broeder van , dat is al bij zijn geboorte bepaald. Hij staat in de schaduw van zijn broer, hij heeft geen eigen identiteit, hij is niet een die zegt Hier ben ik!, laat staan dat hij stampvoetend roept Ik wil!. Ik, dat zegt zijn broer, dat zegt Kan.
Kijk maar, daar is Kan de eerste die het offer brengt. Hij moet als eerstgeborene het goede voorbeeld geven en hij doet dat ook. Ik ook, ik ook, daar komt Abel aangelopen, hij ook, net als zijn broer. Uit het leven gegrepen, de jongste volgt de oudste, hij doet hem keurig na. Kan heeft vruchten meegenomen, Abel biedt een schaap aan.
En dan gebeurt het. Kan was de eerste, hij ging voorop. Maar de Here God begint aan de andere kant, bij Abel, hij wrdt de eerste: en de Here sloeg acht op Abel en zijn offer, Hij geeft aandacht aan Abel. De orde, de aardse orde wordt omgedraaid. Waarom? Waarom dan toch? We hebben het net als Kan gemkt, Nederland nummer 1 op tal van wereldranglijsten, wijzelf, ikzelf bovenaan, waarom dan zo wakker geschud? Waarom wil God al onze prestaties dan niet zien? Waarom die aandacht voor Abel? Met hem valt toch geen eer te behalen?!

Kan wordt boos, jaloers, zijn gelaat betrekt. Letterlijk staat er zoiets als dat zijn gezicht valt. Oorlog betekent dat. Precies het tegenovergestelde als dat een gezicht opgeheven wordt de Here verheffe Zijn aangezicht en dat er vrede is. Kan verbreekt de relatie met alles en allen die hem omgeven, met God, met zijn broer. Hij kan ze niet meer recht in de ogen kijken. Dat leidt tot moord. De gebeurtenissen rond Pim Fortuyn van de afgelopen week zijn daar een illustratie van. Illustratie: het gebeurt steeds weer, JFK (John F. Kennedy), MLK (Marten Luther King). Illustratie: de bijbel plaatst het in een veel, veel breder kader. We komen er niet simpelweg af met het aanwijzen van boosdoeners, van wij en zij. Heel de samenleving is erop gericht, op competitie, concurrentie, survival of the fittest. Wie betoont zich de sterkste? Van de zonde hebben wij een deugd gemaakt. We zijn er met elkaar helemaal in doordrenkt, met de cijfers op school, met het meten van prestaties, loon naar werken. De Nikes uit Indonesi zijn goedkoop, omdat ze daar voor een paar gulden in elkaar worden genaaid. Het aardige overhemd bij C&A heeft ook zo zijn eigen verhaal. Als ergens fundamenteel vertelt wordt, hoe de maatschappij in elkaar zit, dan wel hier.

Kan verbreekt het contact. God niet. Waar is je broer, Abel? Waar is je broer, met andere woorden, de afhankelijke, degene die niet op eigen benen kan staan? Kan houdt God op afstand, dit zijn lastige vragen. Ben ik mijn broers herder? Ik hoor het de mensen zeggen: het kan toch niet anders in deze wereld? Zo zit dat toch in elkaar, met arm en rijk, met slim en dom, met hoog en laag? Vervloekt, zegt God, vervloekt jij mens die zo denkt. Kan beseft, dat hij alleen dreigt te komen te staan met zijn IK, een zwerver, een vreemdeling, een zonder naaste. Hij wordt vogelvrij, ieder zal hem kunnen doden. Maar dan opnieuw dat bijzondere, barmhartige, genade voor recht. God staat garant voor Kan. Hij geeft hem zelfs een teken mee, een teken van onoverwinnelijkheid. Is het een kruisteken? Dat weten we natuurlijk niet, maar het is een mooie gedachte, het kruis dat de vloek zal keren, de Heer door Zijn lijden en sterven bevrijdt uit de machten van de dood en de ondergang. God ziet om naar de Abels in deze wereld, maar hij laat de Kans niet los. Hij ontfermt Zich over beiden: iemand had tw zonen. Door en om Kan heeft Jezus geleden, door en om ons.

Ik eet
Jij eet

Godzij dank heeft Hij gezegd: neem jij, eet jij, dit is Mijn lichaam voor jou. Jij, dat is voor Hem eerste persoon. Jij, dat zijn woorden van een andere orde, een nieuwe orde. Jij, dat zijn de woorden van Gods adelstand, de abelstand, van de hemel op aarde, ofwel: van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, ofwel: waar een mens zo gekend is, in Gods Koninkrijk.

Alphendebron/020512
Leidscherijn/110508



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.8 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



Print deze pagina

2002 - 2005 KWdJ