Schriftlezing: Genesis 9: 8 - 17

Thema: 'Ik ben gedoopt'

Deze preek is gehouden in een doopdienst, waarin twee kinderen werden gedoopt. Tevens waren alle kinderen uitgenodigd die naar de basisschool gaan, om te horen waarom zij gedoopt zijn (of, als ze zelf niet gedoopt zijn, waarom andere kinderen gedoopt zijn). De uitleg voor de kinderen vond na de preek plaats, toen zij terugkwamen uit de kindernevendienst.

Hoe zou Noach daar gestaan hebben? Even verderop de ark, zijn vrouw, zijn zonen met hun vrouwen, nog wat verder weg de dieren, elk hun eigen weg zoekend op het drooggevallen land. Zou Noach blij zijn geweest, opgelucht?! ‘Mission accomplished’, zending/missie volbracht: na een lange, onzekere toch over het water heeft hij weer vaste grond onder de voeten. Hij heeft het overleefd, het leven kan doorgaan, voor hem, zijn familie, voor de dieren. Maar … zovelen zijn omgekomen, alles is verwoest door de kracht van het water, het is een gehavende, godverlaten aarde. Het moet een vreemde gewaarwording zijn: waarom ik wel, zij niet; hoe kon dit alles eigenlijk gebeuren; wat gebeurt er morgen en overmorgen, zal het niet terugkomen …; en dan, hoe zal het dan met mij aflopen?
Zo hebben mensen wellicht ook na de oorlog gestaan. Blij – eindelijk vrij! – maar tegelijk weemoedig – vanwege degenen die er niet meer zijn, omgebracht, bezweken door de honger, verzwakking, ziekte. Mensen zullen opgelucht zijn geweest: het is voorbij. Maar tegelijk zullen ze geaarzeld hebben: een verwoest en leeg geroofd land, hoe verder? Hoe zou zo’n ramp in de toekomst voorkomen kunnen worden?

Verleden, ver verleden. Op het eerste gezicht weinig herkennen. Wij hebben niet net een oorlog achter de rug. Wij leven in een welvarend land. Ondanks geluiden van crisis en recessie kunnen velen gewoon verder hun gangetje gaan.Op het eerste gezicht hebben wij weinig tot niets gemeen met Noach en zijn gezin.
Op het eerste gezicht … . Het kan zijn dat wij ons in West-Europa in onze veilige ark hebben opgesloten, veilig voor de woelige wereld om ons heen, veilig voor tal van gevaren. Het kan zijn dat wij ons afsluiten voor alle dreiging. Maar afgezien daarvan?! Als we eens eerlijk kijken naar onszelf, naar onze angsten en onzekerheden?! Menigeen zit wellicht toch wat ongemakkelijk in zijn stoel: de resultaten van het bedrijf vallen tegen, het zal niet lang meer duren of de eerste reorganisatie komt eraan … . Een ander zit op school, doet een opleiding, zo hoog mogelijk gemikt, misschien te hoog. Hoe verder, als ik het niet kan, niet haal? Grootouders zien hun kleinkinderen opgroeien, genieten met volle teugen, maar vragen zich af hoe dat verder gaat met de verharding in de maatschappij, het broeikaseffect: wat voor leven zullen die kleinkinderen straks eigenlijk krijgen? Ouders hebben zo hun eigen verwachtingen voor hun kinderen. Maar ze beseffen tegelijk maar al te goed: hun kinderen zijn kwetsbaar, tal van invloeden werken op hen in, op school, vrienden en vriendinnen. En: hun kinderen zijn zelf ook geen engeltjes, maken ook fouten. Dit alles kan nog klinken als van buitenaf. Daarom ook nog een ervaring meer van binnenuit. Een alleengaande vertelde over een TV-documentarie over uitvaarten. Een oude vrouw werd begraven, 96 was ze geworden, geen kinderen, alleen een paar verre familieleden. In het crematorium stonden welgeteld vijf mensen rond de kist. Zouden het er meer zijn geweest in de laatste dagen van haar leven? De alleengaande vroeg zich af, hoe dat te zijner tijd met haar zou gaan.

Waarschijnlijk stond Noach te trillen op zijn benen. Angst en onzekerheid vliegen hem aan. Wat zul je nog, als alles elk moment weer weg geslagen kan worden? Dat kan moedeloos maken, passief. In Hongarije werden tijdens de Koude Oorlog meer dan eens de teugels gevierd. Mensen kregen meer vrijheden, levensruimte. Maar even later werden de touwtjes weer steviger aangetrokken. Dat maakte mensen onzeker, afwachtend. Wat u maakt, wat ik doe, het kan morgen weer voorbij zijn. Zo vergaat het ook Noach. God moet op hem inpraten, Noach heeft aan een half, zelfs aan een heel woord niet genoeg. ‘Ik zal een verbond oprichten’, ‘verbond’, en nog eens: ‘Ik zal een verbond sluiten met u …’. Verbond: afspraak, belofte, vertrouwen, houvast … . Voordat Noach zelfs maar ‘maar’ kan zeggen, klinkt het alweer: verbond. Het leek erop dat God zich tégen de mens had gekeerd, tegen de schepping. Het leek: dit kan zo weer gebeuren. Maar God zegt: NEE, zo niet (weer). God zet een dikke streep onder dat wat gebeurd is. Er circuleren meer zondvloedverhalen in het Midden-Oosten. Een ervan is het zogenaamde Gilgamesj-epos. Dat verhaal herinnert aan de fundamentele onzekerheid van het leven: het kan allemaal zomaar gebeuren, het is maar net welk lot de goden je toedelen. Hoe anders klinkt de Bijbelse boodschap: geen onzekerheid, geen misschien, maar zekerheid: zo niet!

Als teken van het verbond hangt God een boog in de wolken. Een boog! Dat moeten we in de eerste plaats letterlijk verstaan: strijdboog, de boog van een soldaat of jager, bedoeld om te vechten, aan te vallen, venijnige pijlen af te schieten. Zo’n boog hangt God weg, voor iedereen zichtbaar. Wij weten nu precies, hoe zo’n boog ontstaat, als na een fikse bui de donkere wolken wegdrijven en de zon begint te schijnen: het felle zonlicht wordt door het water gebroken en valt in talloze kleuren uiteen. Wij zouden zeggen: Noach laat zich voor de gek houden, een primitief mens die heel primair met de natuurverschijnselen om hem heen omgaat. Maar we kunnen het vanmorgen vanuit de Bijbel ook ánders zeggen: God leert ons door de regenboog heen te kijken, God leert ons door heel Zijn schepping heen, door heel ons leven heen te kijken naar Zijn verbond met ons mensen. Noach laat zich niet voor de gek houden. Wij hoeven ons niet voor de gek te laten houden!

God roept mensen om Zijn verbond te bevestigen, door de eeuwen heen. Abram, Isaäc, Jakob, Mozes, David … . Hij kan er maar niet genoeg van krijgen. Door Jezus Christus heeft Hij mij geroepen, Neske en Evert Jan, Lianne en Rob, hun kinderen. Ik ben gedoopt. Ik ben door het water van de dood heen gegaan: de krachten van het kwaad, de zonde, de dood, ze hebben uiteindelijk geen vat op mij. ‘U laat zich voor de gek houden!’ ‘Wat betekent dat nu, zo’n beetje water, dat stelt toch niets voor, dat helpt toch niets?!’ Als we door het water heen kijken, dan horen we als het ware God opnieuw zeggen: ook met jou richt Ik mijn verbond op, ook aan jou doe ik een belofte: NEE, NIET, NOOIT, jou laat ik níet los. Mijn lieve Zoon, Jezus, Verlosser, Hij draagt je door de dood heen, met Hem zul je sterven en opstaan, door Hem is er altijd een weg terug, is er vergeving. Misschien zijn er moment van onzekerheid, twijfel, aarzeling: ben ik Hem wel waard, kan ik wel zo leven als Hij vraagt, ben ik anderen wel tot heil … ? Juist in het teken van het water maakt God zichtbaar dat Zijn Koninkrijk vast en zeker komt, een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, voor mij, voor u, voor de kinderen die gedoopt worden. Amen.



Print deze pagina

© 2003, KWdJ