Schriftlezing: Handelingen 19: 1 – 7

Thema: Water en Geest

Deze preek wordt gehouden in een doopdienst. Voor de preek heeft een gesprekje met de kinderen plaatsgevonden naar aanleiding van een model van een zeilboot.

Ik houd wel van geschiedenis, in het bijzonder van wat wel de kleine geschiedenis genoemd wordt, de petite histoire, de wederwaardigheden van gewone mensen en groepen. Zo kreeg ik een paar jaar geleden een boekje in handen over de geschiedenis van een klein dijkhuisje in het Noordoosten van Friesland. De auteur had precies uitgezocht wie er hadden gewoond – al met al waren dat er nogal wat – en in welke omstandigheden – bittere armoede dikwijls, en met het voortdurende gevaar van de zee. Het boekje was verlevendigd met tal van foto’s. Al met al gaf het een goed beeld van anderhalve eeuw geschiedenis. Zo hebben mensen geleefd. Met wat fantasie is het mogelijk iets weer te geven van de gedachtewereld en de gevoelens van de bewoners: naast onderdanigheid ook vast woede en onmacht over de ondergeschoven sociaal-maatschappelijke positie, de beklemmende armoede, de angst voor de zee, vooral bij storm en hoogtij. Maar tegelijk kan de vraag gesteld worden, wat je aan zo’n tijdsbeeld hebt. Wij zeggen: het verbreedt je horizon, je ontdekt dat de huidige welvaart niet vanzelfsprekend is. Misschien lukt het zelfs om lijnen te trekken naar de huidige verhoudingen tussen arm en rijk. Maar wat dan nog? Ik kan me voorstellen, dat een dergelijke reactie ook bij Handelingen 19 naar boven komt. Dopen, water, Geest (beter eigenlijk aanvankelijk: het ontbreken van de Geest), de apostel Paulus die alles weer in goede banen leidt. Wat verheldert dit?

Om te beginnen horen we, dat Paulus in Efese komt. Het is al de tweede keer, nu, zo lijkt het, voor een wat langere periode. Hij ‘vindt’ daar discipelen. Daar klinkt iets in door van een zoektocht, maar tegelijk ook van verbazing. Het overkomt de apostel. Hij neemt deze mensen serieus. Het woord discipel, leerling, wordt in de Handelingen altijd gebruikt voor volgelingen van Jezus. Het zijn er twaalf. Dat doet denken aan het getal van de discipelen van het eerste uur, aan Pinksteren. Dat wordt alleen maar sterker als we merken dat het hier over de Geest gaat. We moeten ons voorstellen, dat Paulus deze mensen ontmoet heeft. Hij zal ze eerst wat beter hebben leren kennen, gevraagd naar hun gezinnen, hun werk, hun behuizingen in de stad, de ervaringen als kleine groep in zo’n enorme stad met honderdduizenden woningen. Gaandeweg is het gekomen over Johannes de Doper, over Jezus … . Maar op een gegeven moment stokt het gesprek, als Paulus vraagt naar de Heilige Geest. Ze kijken Paulus vreemd en niet begrijpend aan. ‘Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Geest is!’ Daarmee lijken ze toch wel wat te overdrijven. Ook de Joden weten van de Geest. Denk aan de schepping. Denk aan de richteren. Denk aan de profeet Joël. Zelfs Johannes de Doper naar wie ze verwijzen, heeft gesproken over de Geest: ‘Ik doop met water, maar Hij die na mij komt, doopt met de Heilige Geest.’ Met andere woorden: ze hebben niets van de Geest ervaren. Ze kennen de kracht van de Geest niet. Paulus probeert een diagnose te stellen: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’ Zij antwoorden: ‘In/tot de doop van Johannes’. Niet tot de naam van Jezus dus. Ze hebben als het ware de foto van Johannes de Doper nog in hun album zitten, maar daarna houdt het op. Er is niets meer bijgekomen, ondanks alle verwijzingen van Johannes. Ze hebben zich bekeerd, omgekeerd, zich afgekeerd van hun oude leven, de fouten, de zonde, ze hebben hun oren en ogen geopend voor de komende, maar vervolgens niets meer gehoord of gezien.

Twee vragen komen op. De eerste is natuurlijk die naar het specifieke van de doop van Jezus. Waarin verschilt die van Johannes’? De tweede vraag is die naar de gave van de Geest. Hoe moeten we dat zien? Hoe kunnen we dat ervaren? Zoals daar in Efese gaat het immers niet meer, dat direct ná de doop enthousiasme zich van de mensen meester maakt.
Dopen in/tot de naam van Jezus. Die naam van Jezus wil zeggen: de Heer redt, bevrijdt. Dopen in die naam geeft aan: ingaan in het water, ingaan in leven en dood, in het vertrouwen dat God de hand zal reiken. Denk aan Egypte, waar het volk is uitgetrokken en bij de rand van de zee terechtgekomen is. Als de achtervolgende Egyptenaren aankomen, kunnen ze geen kant meer op. Dan opent God voor hen de zee … . Denk aan Jezus zelf die zich volledig heeft overgegeven aan de wil van God. In Gethsemané kan Hij nog terug, maar Hij zet door, wordt veroordeeld en sterft aan het kruis. Op de derde dag reikt de Vader zelf Hem de hand en wekt Hem op uit het graf. Met andere woorden: in de doop worden we toevertrouwd aan God; hoe onze levensweg ook gaat, welke kronkelwegen, smalle paden en omwegen we ook bewandelen, waar we onderweg ook in verstrikt raken: God reikt ons zijn bevrijdende hand. Het verschil met de doop van Johannes ligt daarin, dat het accent dan ligt bij de mens, degene die zich heilig (!) voorneemt het anders te doen.
In de doop wordt de gave van de Geest geschonken. Vergelijk het met het bootje in het gesprekje met de kinderen. Er liggen peddels in. Je kunt zonder wind, zonder Geest, peddelen. Maar dat is een grote, bijna onmogelijke inspanning. In het bootje is ook een zeil aanwezig. Dat moet dan natuurlijk wel gehesen worden. Dan merk je, hoe de wind, de Geest, waait. Maar de wind kan ook tegenzitten. Het kan moeizaam laveren worden, opkruisen tegen de wind in. De boot kan vreselijk tekeer gaan, schuin, lekker hard zeggen de kenners. Langs omwegen komt een mens zo toch op zijn bestemming. Vertaald betekent het zo ongeveer dit. Dat zeil staat voor ons kerklidmaatschap. Een kerkblad glijdt in de bus, met een aansprekend gedicht bijvoorbeeld, een andere opwekkende tekst. Dat helpt om op adem te komen. Iemand brengt een uitnodiging voor een ontmoetingsavond: een kans om ervaringen, teleurstelling en hoop te delen, gesterkt verder te gaan. Een stukje uit een kerkdienst, een preek. Deelname aan de ABC-geloofscursus, informatie, diepgaande gesprekken in een kleine groep. Het kan allemaal dat gevoel geven van ‘Yes, dit is het, zo kan ik er weer even tegenaan!’ Dit is de weg die God met mij wil gaan. Ik val niet uit Zijn hand.

Waar is dat historisch overzicht over de dijkhuisje aan het begin goed voor? Waar is Handelingen 19 goed voor? Eens te meer wordt voor ons in de doop de reddende hand van God zichtbaar gemaakt. Geen woorden, maar daden. Eens te meer worden wij herinnerd aan die machtige gave van de Geest. Vergeet niet het zeil te hijsen.

Alphendebron/011028


Print deze pagina

© 2001, KWdJ