Schriftlezing: Handelingen 6: 1 – 7

Thema:‘de uitdaging zien’ (in verband met de diaconale zondag)

De eerste zeven verzen van Handelingen 6 zijn relatief onbekend. Het gedeelte staat dicht aanbedrukt tegen het veel bekendere verhaal over Stephanus, de eerste martelaar, veroordeeld en gestenigd vanwege zijn getuigenis. Toch is het niet zo moeilijk om bekend te raken met de inzet van Handelingen 6. Wie het doorleest, ontdekt al snel een kernwoord: groei. In vers 1 lezen we: e discipelen worden talrijker, hun aantal groeit. In het volgende vers horen we over een menigte, maar letterlijk staat er zoiets als het ‘gegroeide’. In vers 7 wordt opnieuw geconstateerd, dat er sprake is van groei: het Woord van God groeit, en getalsmatig neemt de omvang van de gemeente toe. Dat gaat echter niet vanzelf. Het is groeien tegen de verdrukking in, verdrukking van binnenuit (later, bij Stephanus gaat om verdrukking van buitenaf). Daarnaast valt op, dat we in het boek Handelingen in het zesde hoofdstuk voor het eerst horen over discipelen, in het Grieks: leerlingen. De gemeente léért.

Wat is er aan de hand? De eerste gemeente is multicultureel van samenstelling. In Handelingen 2 horen we over al de streken waar de Joden vandaan kwamen naar Jeruzalem toe. Toen hoorden allen de apostelen in hun eigen taal spreken. Ze hoorden van de beschoop van vergeving en verzoening door Jezus Christus. Ze hoorden van een nieuwe tijd, ze hoorden van het plan van God, van het visioen van de profeet Joël dat begint uit te komen … . Toen een en dezelfde taal. Nu spraakverwarring. Aan de ene kant de Hebreeën, de Aramees-sprekenden. Ze communiceren niet (meer) met de Hellenisten, de Grieks-sprekenden. Ze vormen geen gemeenschap (meer). Toch zijn het vrijwel zonder uitzondering Joden, met dezelfde wortels, met dezelfde achtergrond, dezelfde Bijbel, dezelfde Thora. De Grieks-sprekenden constateren dat hun weduwen verwaarloosd worden. Letterlijk staat er zoiets als dat er langs hen heen gekeken werd, dat er geen oog voor hen was … . En: uit het oog, uit het hart.

De twaalf roepen de gemeente bijeen. Nogmaals: ze roepen een menigte, een massa van leerlingen samen. Ze stellen: het is niet goed, dat de tafels worden bediend met verontachtzaming van het Woord Gods. De diakonie van het Woord moet in overeenstemming zijn met de diakonie van de Tafel. De diakonie, de dienst van het Woord maakt duidelijk, dat wees en weduwen, zij die zelf geen stem hebben, stem krijgen. De diakonie van het Woord geeft verder helder aan, dat wees en weduwen, prototypen van hen die zelf niet in hun onderhoud kunnen voorzien, zorg dienen te krijgen. In het beloofde land van God, op de goede aarde mag niemand honger lijden!

Ik merk daarbij op: diakonie heeft dus ook een spirituele kant. Wie zorgt voor wees en weduwe, komt dicht bij God. Wij laten het helpen wel eens al te zeer op zich staan. Ook het omgekeerde geldt trouwens: wie God zoekt, wie dicht bij God staat, komt vanzelf uit bij de zorg voor wees en weduwe. Want zij zijn God een zorg!

De twaalf apostelen zijn eerlijk. Hun constatering getuigt van zelfinzicht. Ze zien de uitdaging, ze zien de opdracht die vanuit de Schrift tot hen komt. Ze stellen voor (naar de gewoonte van die tijd) mannen te zoeken die goed bekend staan (1), vol van Geest zijn (2) en vol van wijsheid (3). Met andere woorden: het gaat om mensen die het vertrouwen genieten (1). Want juist in de omgang met geld, of andere goederen die worden toevertrouwd, kan er van alles gebeuren. Misbruik bij de uitdelende partij. Maar ook misbruik bij de ontvangende groep. In het laatste geval moet soms duidelijk worden opgetreden, hetgeen tot veel ongenoegen kan leiden. De tweede trek van de te kiezen mensen is het ‘vol van Geest’ zijn (2). Er moet sprake zijn van een diep innerlijke overtuiging, van een gedrevenheid. De wijsheid (3) spreekt misschien nog wel het meest voor zich. Een mens moet toegerust zijn voor zo’n taak, over inzicht beschikken om de juiste beslissingen te nemen.

Het is aardig om te zien, wié er dan gekozen worden: Stephanus (ook hij dus!), Philippus, Prochorus, Nicanor, enzovoort. Allemaal Griekse namen. Het zevental komt dus voort uit de Grieks-sprekende gemeenschap. Zij konden weten, waar de problemen lagen, waar nood gelenigd moest worden.

Van twaalf naar zeven. Zit er in de symboliek van deze getallen ook nog iets? Mogelijk kunnen we er iets in zien van de verspreiding van het evangelie, vanuit het twaalfstammige Israël naar de hele toenmalige wereld, gesymboliseerd door de zeven gemeenten uit het boek Openbaring. Of lezen we er dan teveel in?

De uitdaging zien. Het is niet zo eenvoudig om de lijnen door te trekken van toen naar nu. Horen wij, wat er gaande is? Onze wijken lijken in veel opzichten heel rustig. Velen hebben het best naar hun zin. Maar wat gebeurt er achter de tuinhekjes, of beter misschien: achter de manshoge schuttingen? Er gebeurt veel meer dan wij denken of voor waar willen hebben. Maar openen wij onze mond, laten we onze stem horen? Durven, willen we de uitdaging zien?


[In de dienst volgde na het zingen van gezang 252: 1 en 2 een presentatie van het vrijwilligerswerk dat vanuit de diakonie geïnitieerd wordt.]

Alphendebron/010506


© 2001, KWdJ