Schriftlezingen: Hebreeën 4: 14 – 16 en 5: 7 – 10; en Mattheüs 4: 1 – 11

Motto: 'Beproefd als wij'



Samenvatting van de preek:


‘Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.'

Dit zijn voor de meesten van ons woorden uit een andere wereld. Zoveel is wel duidelijk: het gaat over Jezus. Maar verder … . De woorden zijn moeilijk te grijpen, te vatten, in de vingers te krijgen. Bij hogepriester denken we mogelijk nog aan de tabernakel in de woestijn, aan de tempel in Jeruzalem, aan de bijzondere gang die hij als eerste van de priesters maakt op Grote Verzoendag. Onze zwakheden kennen we natuurlijk wel, al zijn we ons van het ene meer bewust dan het andere. Het is alleen moeilijk om over te praten. Het erkennen van zwakheden maakt ons kwetsbaar. Beproeven, beproeving associëren we met het Onze Vader: ‘Breng ons niet in beproeving’. Maar, meer concreet: zijn we wel eens beproefd geweest? Zijn er momenten geweest, dat het er met het geloof erop of eronder was? Van de hogepriester wordt gezegd, dat hij niet gezondigd heeft. Toch heeft hij de kracht van de zonde, van de ongehoorzaamheid gevoeld. In de woestijn kreeg hij na die lange periode van vasten honger, net als elk ander mens.

Laten we eens proberen bovenstaande woorden in hun context te plaatsen en te verstaan. In gedachten verplaatsen we ons naar een kustplaatsje in Italië, een handelsstadje, ergens omstreeks het jaar 100. Veel zon, een wat nonchalante levensstijl, maar tegelijk valt op te merken dat er iets broeit. Achteraf, aan het einde van een klein steegje staat iets dat lijkt op een synagoge, een vergaderlokaal. Zaterdagavond laat, aan het begin van de zondag komt een kleine christelijke gemeente bijeen. Als een van de eersten komt Simon binnen, een vishandelaar. Hij is in de problemen geraakt. Hij krijgt zijn vis niet meer verkocht. Waarom? Zijn voormalige klanten mompelen iets van ‘te duur’ en ‘slechte kwaliteit’. Maar enig doorvragen heeft anders geleerd. Zij lidmaatschap van de gemeente staat verkoop in de weg. Het geloof, de vis wordt duur betaald. Wat nu? Er moet toch brood op de plank komen voor zijn gezin. De huur van het huisje aan de haven moet worden betaald. De spanningen thuis nemen toe. Boven op de galerij, de plaats van de vrouwen, verschijnt Mirjam, met een omslagdoek om haar hoofd. Van de meeste getrouwde vrouwen is de echtgenoot beneden aanwezig. Die van Mirjam ontbreekt. Hij blijft naar de synagoge gaan. ‘Als je maar niet denkt, dat ik het geloof der vaderen verloochen!’ Al enkele zondagen lezen ze in deze kleine gemeente een geschrift dat lijkt op de brieven van Paulus. De woorden worden gewikt en gewogen, druk bediscussieerd. Er wordt instemmend geknikt bij de woorden uit wat nu 4: 14 is, over het vasthouden aan de belijdenis van Jezus de Christus. Zo’n aansporing kunnen ze wel gebruiken bij de langzaam toenemende druk. Dan komen ze toe aan de volgende zin, de tekst van deze preek. Een hogepriester … . Niemand van de aanwezigen is zelf ooit in Jeruzalem geweest. Hun ouders en grootouders evenmin. De verhalen kennen ze wel. Zo heeft Mirjam over haar overgrootmoeder gehoord, die ooit drie maal per jaar op de pelgrimsfeesten optrok naar Jeruzalem. Simon heeft ooit de hoofdstukken uit Leviticus uit het hoofd moeten leren, over de hogepriester en de gebeurtenissen op Grote Verzoendag, over zijn binnengaan in het heilige der heiligen. Maar dat is nu ver weg. Ver weg is ook Jezus, ver weg van de vis van Simon, van het gespannen huwelijk van Mirjam. Jezus is daarboven ver verheven. Of toch niet?! Juist nu lezen ze, dat Hij beproefd is net als zij. Jezus moet vragen hebben gehad, net als Simon: moet ik wel doorgaan, moet ik wel alles op het spel zetten, niet meer denken aan mijn gezin, aan mijn leven … ? Jezus kent de strijd van Mirjam, of ze moet buigen voor haar man, of ze haar geloof toch maar niet moet opgeven, geloven kan toch ook wel buiten de gemeente … ? Het zijn beproevingen, schijnbare oplossingen. Het lijkt alsof met die ene keus, het opgeven van het geloof, van de hoop, alles in een keer opgelost zou zijn. Maar zou toch niet ergens iets blijven knagen … ? De voorganger van de gemeente neemt het woord. Hij doorziet wat er in de mensen omgaat. Hij wijst erop, dat Jezus het heeft volgehouden tot het einde. Hij heeft geweigerd van twee walletjes te eten, kool en de geit te sparen, wat in de marge te rommelen. Dan valt er een stilte. Een enkeling vraagt om begrip voor zijn situatie. Anderen geven toe, hoe moedeloos ze er soms van worden, hoezeer ze het gevoel hebben te falen, schuldig te zijn. Ineens doorziet Simon wat er verder geschreven staat: ‘Laten wij daarom met vrijmoedigheid opgaan tot de troon der genade.’ Natuurlijk, je moet proberen vol te houden. Maar het is niét slikken of stikken. Integendeel. Juist omdat Jezus heeft volgehouden, juist daarom kan en mag er een punt zijn, dat een gelovige zegt ‘ik kan het niet meer aan’, ‘voor mij houdt het nu op’. Het is een paradox. Hij zal zeggen: kom nu maar, rust maar uit. Dit inzicht moet Simon met de anderen delen. Hij vertelt over zijn eigen zorgen, vol enthousiasme geeft hij door wat hem troost. Hij weet van geen ophouden … .

We maken een sprong van 1900 jaar. Geen Simon meer, waarschijnlijk ook geen Mirjam. Maar wel ligt de Hebreeënbrief open bij de gelezen passage. Waar lopen wij anno 2010 tegenaan? Wat zijn voor ons de beproevingen in het geloof? In de eerste plaats noem ik de ramp zoals in Haïti. Heeft geloven nog wel enige betekenis, enige relevantie bij zulke verschrikkingen? In de tweede plaats wijs ik op de opvatting, dat het er vooral op aankomt, wat je doet. De secularisatie versterkt die gedachte. De gemeente, gelovigen moeten toch vooral iets kunnen laten zién. Natuurlijk is het van belang wat een mens doet. Helemaal waar! Maar ligt de kern van het geloof nu niet hierin, dat ons handelen voortdurend in relatie staat (dient te staan) met God?! Het gaat niet zozeer om wat IK doe, maar om wat GOD doet.In de derde plaats wordt menigmaal gezegd, dat je ook in je eentje wel kunt geloven. Een gemeente, kerkgang is daarvoor niet nodig. Ook daar is moeilijk een weerwoord op te geven. Maar hoe wordt het geloof dan doorgegeven aan het volgende geslacht? Hoe zal een mens dan op precaire momenten wakker worden geschud? Wie zorgt er voor een predikant die op een ernstig zieke afstapt?

Onrust, ongeloof: het ligt voortdurend op de loer. Het trekt van alle kanten aan ons. Jezus zegt: ik herken die onrust, die aanvechting, de twijfel, of het niet anders, makkelijker kan. Houdt vol! Maar ook: rust maar bij Mij uit.

Katwijk/100221


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (5.5 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2010, KWdJ