Schriftlezing: Jesaja 65: 17 - 25

Thema: 'aan wat vroeger is, zal niet gedacht worden' (17-midden)


NB De eerste 3,5 minuut van dit geluidsfragment is helaas kwalitatief niet zo best.


Samenvatting van de preek:

Ja, maar … . Maar … . Dat ene woordje beheerst ons leven. Ik zou wel willen geloven, maar … . Ik zou bij die zieke oom op bezoek willen, best wel, maar … . Ik zou meer van de Bijbel willen weten, maar … . Ik zou op mijn werk mijn eigen mening best duidelijker kenbaar willen maken, maar … . Maar … . We willen van alles, zijn van goede wil, maar er is iets of iemand die ons tegenhoudt.
We leven naar Kerst toe, naar de komst, de wederkomst van de Heer. Dat gaat niet vanzelf. We maken als gelovigen onze harten gereed, zodat we iets van het licht ervaren, van de warmte van het kerstevangelie. Dat willen we tenminste. Maar … . Er is van alles dat ons tegenhoudt. Ik heb iets gedaan dat het licht niet verdragen kan. Ik heb spijt, maar ik weet niet goed wat ik er mee doen moet. Of: ik heb iets meegemaakt, iets verdrietigs, het lukt maar niet om het los te laten. Mijn gevoel zegt me, dat ik het ook nog niet moet loslaten. Of: ik ben ziek, boos op God, op mensen, ja eigenlijk op iedereen. Ik houd mijn deur gesloten. Niemand komt erin. Of: heel in het algemeen, zoals iemand spontaan zei: 'dat gelooft toch niemand meer', dat er iets veranderen gaat. Kijk om je heen, doe niet zo naïef, de wereld staat in brand … . Ach, ik wel best wel, maar … .

Met dit soort gevoelens in het hoofd luisteren we vanmorgen naar Jesaja. Hij hoort de Here God zeggen: 'Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.' Op zich is dat schitterend. Direct gaan onze gedachten naar de eerste woorden van de Bijbel. 'In den beginnen schiep God de hemel en de aarde.' Stap voor stap wordt dan de basis gelegd om de aarde bewoonbaar te maken. Het duister wordt verdreven. De chaos van het water wordt bedwongen. Alles krijgt een plek, een plaats. We leren, waar we aan toe zijn: het water onder, het water boven, het licht heet dag, het donker nacht. Uiteindelijk wordt dan op de derde dag de aarde, de bewoonbare aarde, aan het water ontfutseld: grond onder de voeten: stevigheid, veiligheid, een plek om te wonen. Als die plek onbewoonbaar dreigt te worden, als die plek in veel opzichten al onbewoonbaar ís, dan is de belofte van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde een nieuwe kans voor Gods schepping. Prachtig!

Maar … . Natuurlijk, het is een schitterende droom van Jesaja, dat nieuwe begint, die schone lei. We zouden het best wel willen. Maar zullen we al wat ons bindt wel loslaten? De bittere boosheid, waarin nog geen plaats is voor vergeving. De pijnlijke herinnering, die we niet kunnen vergeten. Zelfs de gedáchte aan verandering, vernieuwing kan dan al teveel zijn. Maar Jesaja staat ons die gedachten nauwelijks toe. Voor we zover zijn, voor ze naar boven komen, zegt hij al:'aan wat vroeger was zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen'. Het verleden is voorbij, voorgoed, radicaal! Begrijpen we dat wel goed? Drukt Jesaja zich niet te radicaal uit? Het verleden, dat zijn wij zelf. Het verleden heeft mij gevormd, mij gemaakt tot wie ik ben. Dat zijn momenten van verdriet, van pijn en teleurstelling. Ze zijn vaak zo op te roepen, bij het minste of geringste komen ze weer boven, alsof het net gebeurd is. Het moment van de verkeerde keuze, van de verkeerde daad. Maar het verleden, dat is ook, heel nadrukkelijk ook: het gezin waarin ik ben opgegroeid en waarin ik als kind zo fantastisch heb kunnen spelen. De school met die meester die zoveel enthousiasme en gezag uitstraalde. De jaren zeventig en tachtig met zoveel maatschappelijke en sociale betrokkenheid. Dat éne boek dat ik gelezen heb en zoveel indruk op me heeft gemaakt. Moet, gaat dan alles weg? Gaat het mes er zo stevig in? Wat blijft er dan over? Wat blijft er van mij over?
In de voorafgaande verzen wordt duidelijk dat met vroeger vooral de vroegere benauwdheden worden bedoeld. Met andere woorden: dat wat me benauwd maakte, waardoor ik geen adem kon halen, de Geest van God helemaal kwijt was, dat wat mijn levensruimte, mijn willen heeft ingeperkt. Ofwel: het grote 'maar' in ons leven. Dat 'maar' zélf ís vroeger, ís verleden tijd, ís voorbij. Jesaja geeft een aantal voorbeelden. Mensen hadden huizen gebouwd, maar anderen gingen er in wonen; mensen hadden wijngaarden geplant, maar anderen plukten er de vruchten van; mensen hadden hard gewerkt, maar anderen gingen er met de opbrengst vandoor. Het leven stortte in. Alles was, leek tevergeefs. Geen wonder dat mensen dan reageren met 'Ik wil huizen bouwen, maar …', 'Ik wil wijngaarden planten, maar …', 'Ik wil hard werken, maar …'. Dat 'maar' zal tot het verleden behoren. Dat is evangelische profetie, profetie die verwijst naar het evangelie van Jezus Christus. Hij is de weg van het kruis gegaan, de weg van vergeving en verzoening: Hij heeft heel ons zondige verleden op zich genomen, Hij heeft het weg gedragen, Hij maakt ons los van wat ons belast, bezwaart. Dat is verlossing, bevrijding!
Hoewel … . Is het voorgaande niet te snel gezegd? De tekst geeft namelijk niet aan, wie er niet meer aan vroeger zal denken, wie het weg doet. Is dat God? Zijn wij het? Misschien kunnen we het zo lezen. Als de Schepper van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde er niet meer aan denkt, waarom wij dan wel? Hij daagt ons als het ware uit. Ik, de Heer, Ik wil het menselijke onvermogen, de menselijke machteloosheid, het menselijk falen, al wat zonde genoemd wordt, Ik wil het achter Me laten. Waarom jij dan niet, o mens?! Voor Mij bestaat het niet meer. Waarom zou het voor jou dan ook niet onbestaanbaar kunnen zijn?! Wie zo begint te kijken naar zijn eigen leven, die zal ontdekken dat veel wat in ons leven onbeduidend is, dan buitengewoon waardevol zal blijken te zijn.

Advent: wachten, verwachten. Advent: plaats maken voor Gods nieuwe hemel en nieuwe aarde. Opruiming houden, schoonmaak houden. We kunnen leren 'ja' te zeggen, God Zijn werk te laten doen, het 'maar' achter ons te laten. Vandaag kunnen we dat oefenen door brood en wijn gelovig te ontvangen, door te delen in Jezus Christus Zelf, in Zijn leven, Zijn dood, in Zijn verzoening.

Er was een land, dat geteisterd was geweest door burgeroorlogen. Een vrouw zette zich in voor vrede tussen de verschillende groepen die elkaar nog steeds naar het leven stonden. Het leek een onbegonnen werk. Bij het minste of geringste zou de vlam weer in de pan slaan. De een zei: het is onmogelijk de mensen tot elkaar te brengen, ze kunnen niet loskomen van de verschrikkelijke dingen die gebeurd zijn.
Onvergeeflijk. Een ander meende: ik geloof niet dat er in dit land nog ooit wat kan veranderen. Maar, maar en nog eens maar. Toen iemand de vrouw vroeg: 'Waarom doe je dit werk, als niemand er wat in ziet?', was haar antwoord: 'Ik ben maar een klein mens, ik kan niet veel, maar ik heb een grote God met een groot hart.'

Alphendebron/051212


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (2.6 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2005, KWdJ