Schriftlezing: Johannes 3: 22 – 30

Tekst/thema: ‘of het moet hem uit de hemel gegeven zijn’ (27)



Geluidsfragment: Utrecht - 11 december 2011


Samenvatting van de preek:


Vandaag willen drie ouderparen hun vier pasgeboren kinderen laten dopen. De redenen waarom zij dat doen lopen uiteen. De een legt het accent op de waarden en normen die hij zijn kind wil meegeven. Een ander denkt terug aan zijn eigen geloofsopvoeding, heeft die als positief ervaren, en wil dat doorgeven. Een volgende wijst op de troost die hij in het geloof ervaart en waarvan hij hoopt dat ook een volgende generatie die mag ervaren. Maar ook andere gedachten en gevoelens spelen een rol. Bijvoorbeeld het geloof in God als een basis waarop je altijd terug kunt vallen, wat er ook gebeurt. Of de doop als moment waarop je je dankbaarheid voor het kind verwoordt en het als het ware ‘teruggeeft’ aan God. Zoiets moois is je als ouder toevertrouwd, dat dóet wat met je. Waarom dopen? Het is zoeken en tasten naar de juiste woorden.
Ik zou de vraag naar de reden om te laten dopen vanmorgen aan iedereen kunnen stellen. Waarom is het belangrijk? Wat ‘zie’ je erin? Welke waarde heeft het voor jezelf dat je gedoopt bent (als je gedoopt bent)? Alle antwoorden wil ik in eerste instantie maar laten staan. Zo zitten we hier vanmorgen, ieder met zijn eigen invalshoek.

Ik weet niet wat u precies vanmorgen bij de lezing uit de Bijbel hebt meegekregen. Het is niet echt een afgerond verhaal. Ik vermoed dat u wel hebt gehoord dat de leerlingen van Johannes zien dat de belangstelling voor hun leermeester afneemt. De mensen gaan naar een ander. Ze verzwijgen de naam van die ander, ze omschrijven Hem: ‘die onder de uwen was in het Overjordaanse’, ‘van wie u dat getuigenis hebt uitgesproken’. Zeg wat! Doe wat! We weten dat zij op Jezus wijzen. Ze zijn jaloers. Dat is een lastige mensenlijke eigenschap. Over dat soort dingen gaat de Bijbel dus ook. Niet hoog, verheven, maar om gevoelens en gedachten die wij zelf kennen. De conclusie van Johannes laat zich in twee zinnen samenvatten: ‘Een mens kan niets in handen krijgen of het moet hem uit de hemel gegeven worden’. En: ‘Zo moet het, Hij toenemen, ik kleiner worden.’

Wat maakt Johannes zo rustig, zo nuchter eigenlijk? Ik moest denken aan de boeken van Chaim Potok, een Joodse, inmiddels overleden schrijver. Hij beschrijft in veel van zijn romans het traditionele Joodse milieu, vaak zoals dat wordt aangevochten door de moderne samenleving. Zo gaat het onder meer over een schilder, op zich al vrijwel ondenkbaar in de Joodse traditie waarin alleen non-figuratieve kunst mogelijk is. Maar wordt het nog erger maakt is het feit dat hij een gekruisigde schildert. In de boeken van Potok gaat het meer dan eens over taken. Ieder mens heeft een of meer taken. Die taken zijn vastgelegd in het Joodse leven met zijn vele regels, voorschriften en gewoontes. Het doel is dus niet: gelukkig worden. Dat is onze manier van denken. Het doel van een mensenleven is: een taak volbrengen. Dat betekent niet per definitie gelukkig worden, al zal een gevoel van geluk vaak wel te maken hebben met het slagen in de uitvoering van een levenstaak. Iets van die sfeer lijkt Johannes de Doper hier te verwoorden. ‘Een mens kan niets in handen krijgen, of het moet hem vanuit de hemel, van boven gegeven worden.’ Anders gezegd: ‘Alleen wat je uit de hemel krijgt [een taak, een levenstaak], kan echt van jezelf worden.’ De taak van Johannes is niet om ‘Christus’ te zijn, maar te fungeren als voorloper, om te verwijzen.

Op de achtergrond horen we nog iets anders. Of eigenlijk: we horen het niet direct. Het gaat volop over de doop, de doop van Jezus, de doop van Johannes. De leerlingen van Johannes spreken met een Jood over reinigingsrituelen (met water). Maar wat nu het probleem is? Waar de verschillen liggen? Het lijkt de schrijver van het evangelie om slechts één ding te doen te zijn. Dat Jezus in het volle licht komt te staan. Waar moet je zijn? Bij Jezus, bij de Christus. Johannes de Doper zegt immers: ‘Zo moet het zijn: Hij moet toenemen, ik kleiner worden.’ Dat zinnetje kan makkelijk aanleiding geven tot misverstanden. Moeten we ons per definitie klein maken, bescheiden opstellen? Op zich is dat vast niet verkeerd, maar de kans is groot dat we niet vatten waar het om gaat. Johannes gebruikt woorden die afkomstig zijn uit de sfeer van de astronomie. We spreken bijvoorbeeld van wassende maan en afnemende maan. Het licht van de een, van Christus, doet het licht van de ander, Johannes, verbleken. Tot dan toe was Johannes het oriëntatiepunt, het licht aan het firmament. Met de komst van Christus wordt dat anders. Door de komst van Christus, raakt het licht van Johannes op de achtergrond, het verliest aan belang. Het is als een lamp in huis. ’s Avonds in het donker lijkt zo’n licht groot en krachtig te zijn. Maar als ’s morgens de zon is opgegaan, dan merk je soms niet eens meer dat het licht nog aan staat, zo zwak is het. Zo wijst Johannes van zichzelf af, naar Christus, als Eén die hem ver te boven gaat. Hij laat zien hoe te leven. Hij is het die een mensenleven als van u of van mij opent voor Gods heil. Hij is het die de zonden wegdraagt. Hij is het die zicht biedt op het Koninkrijk van God dat komende is. Let wel. Johannes verwijst naar Jezus’ eerste optreden. Maar de horizon reikt verder, zeker voor ons. Hij wijst ook op het moment waarop Jezus terugkeert, waarop Zijn Koninkrijk definitief doorbreekt.

We dopen vandaag vier kinderen. Het laten dopen is een teken van geloof, een belijdenis. De ouders verstaan vandaag misschien nog wel beter dan wie dan ook de uitspraak van Johannes: ‘Een mens kan niets in handen krijgen, of het moet hem uit de hemel gegeven zijn.’ Jullie zijn dankbaar dat deze kinderen aan jullie worden toevertrouwd. Het laten dopen van jullie kinderen is een krachtig getuigenis dat God aan onze keuzes vooraf gaat, het is een diep vertrouwen in Zijn onvoorwaardelijke liefde.
Vervolgens ligt er een taak. In de eerste plaats voor jullie als ouders, maar ook voor familie en vrienden, voor heel Gods gemeente. En die ligt, dat zal niet verbazen, in het verwijzen, naar Christus, en door Hem naar God zelf. Dat is groot en groots. Maar niet te groot. Want groot is Hij zelf. Wij mogen erop vertrouwen dat Zijn licht zo krachtig is, dat Hij uiteindelijk iedereen zal verlichten en verwarmen die zijn hart voor Hem wil openen.

Utrechtleidscherijn/20111211



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (2.9 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2011, KWdJ