Schriftlezing: Johannes 19: 17 – 27

Thema: ‘Een nieuw gebod geef Ik u’ (zie Johannes 13: 34)



Samenvatting van de preek:

Als ik in gedachten sta, bij het kruis van Golgotha. Als ik in gedachten sta … . Dan zie ik vanuit een ooghoek nog net de vier soldaten: vier, naar het getal van de vier windstreken, teken van heel de wereld die welvaart, leeft van de dood van de gekruisigde Jezus. Ze verdelen Jezus’ kleren, ieder een deel. Ze loten om het onderkleed, omdat het uit één stuk is, te mooi om te verscheuren. Ineens een harde slag, een mokerslag, ruw geschreeuw: de ene soldaat beschuldigt de andere van vals spel. Maar als de ruzie uitgevochten is, als ieder van de soldaten nog eens goed kijkt naar het deel, dat hij gekregen heeft, wordt het langzaam stil. Geen snikken, geen tranen, geen dramatische taferelen. Johannes vertelt er ons althans niet van. Alleen het zware zuchten, het zachte kermen van de gekruisigden. De zon begint te dalen. Heel voorzichtig begint de schemer op te trekken. Het is een vreemde dag. Er hangt een vreemde sfeer. De soldaten verdelen Jezus’ materiële erfgoed. Jezus verdeelt Zijn geestelijk erfgoed. Maar: terwijl de soldaten verdelen en afbreken, bouwt Jezus op met een dubbel kruiswoord: vrouw, zie uw zoon; zoon, zie uw moeder. Zie, kijk dan, let op, pas op …: een níeuw gebod geef Ik u. Zelfs in Zijn sterven zorgt Hij nog, betoont Hij Zijn liefde. Zelfs? Juist dan, juist daar! Wat wil Jezus met deze woorden zeggen, bewerkstelligen?

Jezus spreekt vanaf het kruis. Dat moeten we vooral niet vergeten. Dat tekent, kleurt Zijn woorden. Het zijn woorden – om te spreken met Johannes die weet van de verhoging aan het kruis – op een verhoogde toon. Ze hebben een extra lading. Het gaat er niet alleen om, dat het bijna Jezus’ laatste woorden zijn. Het gaat er niet alleen om, dat deze woorden getekend zijn door Zijn lijden. Zijn kruiswoorden raken het diepe geheim van de toenadering van God en mens, van God die Zich over de mens ontfermt, van de mens die God onder ogen durft te komen, van vergeving – God die ons toelaat –, van verzoening – vergeving die aanvaard en beantwoord wordt. Hij hangt daar schijnbaar machteloos. Schijnbaar … .

‘Vrouw, zie, uw zoon.’ Onze eerste reactie is waarschijnlijk wat ongemakkelijk. Vrouw … . Spreek je zo je moeder aan? Dat zou toch veeleer iets zijn als mamma, moeder, ma … ?! Het ontbreekt juist op dit zo wezenlijke moment aan intimiteit, aan vertrouwdheid, directheid. Dat ongemakkelijk wordt versterkt door het feit dat Jezus in het Johannes-evangelie voortdurend over Zijn Vader spreekt, de Vader als bron, als steun en toeverlaat. ‘Gelijk Mij de Vader kent, en Ik de Vader ken.’ Hij is een vaderskind. Hij heeft een aardje naar zijn vaartje, zoals het spreekwoord zegt.
‘Vrouw, zie uw zoon.’ Wat wil Jezus nu zeggen? Het lijkt om méér te gaan dan de moeder van Jezus zélf, meer dan om het lichamelijke – vlees en bloed – alleen. In het evangelie staat namelijk letterlijk dat Jezus tot dé moeder spreekt – onze vertalingen volgen de opvatting dat dit op goede grammaticale gronden ook verstaan kan worden als ‘Zijn moeder’. Bovendien: ze heeft geen naam in het Johannes-evangelie. Of het moet zijn, dat we haar naam horen in de twee andere vrouwen naast het kruis: Maria van Klopas en Maria van Magdala. Wie terugbladert ontdekt dat de enige andere plaats, waar wij haar ontmoeten, in Kana (Johannes 2), ze ook naamloos blijft. Tussen haakjes: als we dus alleen het Johannes-evangelie hadden gehad, hadden we haar naam niet gekend … . Zowel bij het kruis als in Kana wordt Jezus’ moeder aangesproken met ‘Vrouw’. Heeft dat nu inderdaad de bedoeling om afstand aan te geven? Of gaat het om iets anders?
Het lijkt zeer waarschijnlijk dat Jezus met de aanduiding ‘Vrouw’ meer wil zeggen, dat Hij in haar verwijst naar Sion, Jeruzalem, waarover de profeet Jesaja spreekt als over een vrouw die kinderen baart. In Kana vraagt/zegt Jezus haar: ‘Vrouw, wat heb ik met u van doen. Mijn uur is nog niet gekomen.’ Later gebruikt hij het beeld van de vrouw die angstig wordt, als haar uur gekomen is, maar als het kind eenmaal geboren is, alles weer vergeet. Dat is, wat hier gebeurt, nu Zijn uur gekomen is: er wordt een kind geboren, niet naar vlees en bloed, maar een geestelijk kind, een kind van God. ‘Vrouw, zie uw zoon.’ Het is alsof de arts of de vroedvrouw het kind omhoog houdt en aan de moeder toont … .

‘Zie, je moeder.’ Dat zegt Jezus tot de discipel, die Hij bijzonder liefhad, de discipel die als enige van de twaalf Hem heeft gevolgd tot aan het kruis. Uitleggers hebben druk gespeculeerd: wie is dit? Meer dan eens figureert Hij in het evangelie, te beginnen met de Maaltijd die Jezus met Zijn leerlingen viert. Daar en dan begint de liefde van Jezus voor Zijn leerlingen concreet te worden. Is het deze bijzondere discipel misschien de evangelist Johannes zelf? Dat kan. Voor ons gevoel is het misschien wat hoogmoedig om van jezelf te zeggen dat Jezus jou in het bijzonder liefheeft. Sommigen denken, dat het een broer van Jezus was. Dat zou zijn plaats meer in het bijzonder verklaren. Maar ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk niet zoveel uitmaakt, wie het nu precies is. Johannes gebruikt deze aanduiding van zichzelf of van wie dan ook, om ons als lezer als het ware het evangelie ín te trekken. De lezer, u/ik, is de discipel die Jezus in het bijzonder liefhad. ‘Hij heeft de Zijnen tot het einde toe liefgehad.’ Dan zegt Jezus dus tegen u en mij: ‘Zie, je moeder.’

We komen langzaam aan de conclusie toe. Toch wil ik nog eens benadrukken, welke bijzondere plaats deze woorden van Jezus in het lijdensevangelie van Johannes innemen. Het is goed denkbaar, dat ze het hárt vormen.

Jezus aan het kruis geslagen
--Pilatus weigert
----Soldaten loten
------Kruiswoorden: ‘Vrouw, zie, uw zoon.’ ‘Zie, je moeder.’
----Soldaten geven te drinken
--Pilatus stemt toe
Jezus van het kruis genomen

Wat gebeurt hier, met deze man en deze vrouw, met deze ouder en dit kind, beiden zonder naam? Beiden zijn gericht op Jezus. Beiden staan in een liefdevolle relatie tot Hem. Beiden rouwen. Wat doet Jezus? Hij wendt hun blikken áf van Hem, Hij richt ze óp elkaar. Ze worden áls moeder en zoon. Daar is het Hem om te doen. Dat ze verder kunnen. Over offer gesproken, het offer van Zijn leven! Hij móet plaats maken, zodat de Trooster komen kan. Zo heeft Hij eerder Zelf gezegd. Het heeft iets van de oude moeder, die op haar sterfbed niet vraagt ‘Zullen jullie me niet vergeten?’, maar ‘Willen jullie elkaar vasthouden?’
Het lijden van Jezus is dus geen treurniswekkend schouwspel. Niet alleen tenminste. Zijn lijden bepaalt ons bij het lijden van deze wereld, op allerlei manieren, de tijden door. Maar het is een dubbele punt: het gaat verder, juist door dít lijden gaat het verder, kan ons leven verder gaan. Het gaat over Zijn dood. Inderdaad. Maar juist Zijn dood brengt ons het leven, doet ons daar staande bij het kruis als kinderen van God geboren worden, kinderen die Gods vergeving ontvangen en uit die vergeving proberen te leven. In de kruiswoorden laat Hij zien, wat Hij daar aan het kruis doet: Hij brengt twee partijen bij elkaar, Hij brengt God en mens bij elkaar. Kijk links, kijk rechts, kijk voor en achter u: zie, uw zoon; zie, uw moeder … . Een nieuw gebod geef ik u: dat jullie elkander liefhebben. En Hijzelf volbrengt dat gebod tot het einde.

Alphendebron/050220


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (4.0 Mb).
Klik hier voor downloaden of beluisteren!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC beluisteren.


http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2005, KWdJ