Schriftlezing: Jesaja 55: 6 – 13 en Johannes 1: 35 – 52

Tekst/thema: Zoeken en vinden


Hervormde Kerk - Woudrichem Geluidsfragment: Woudrichem - Hervormde Gemeente 16 februari 2014


Samenvatting van de preek:


Wat zoeken jullie? Dat zijn de eerste woorden die Jezus spreekt in het Johannes-evangelie. Wat zoeken jullie? Wat zoekt u? Aan iedereen die hier vanmorgen zit, kan ik deze vraag stellen. Het is een reële vraag. Voor niemand is het geloven helemaal afgerond, klaar. De een zal zeggen: ik heb zoveel meegemaakt in mijn leven, ik zoek rust, ik zoek ernaar om onvoorwaardelijk aanvaard te worden, even niet te hoeven incasseren, vechten, gewoon even niets te moeten. Ik zoek een échte Vader, een échte Moeder. Een ander zoekt ernaar om even boven het alledaagse te worden uitgetild, om even te horen of zelfs te ervaren dat het Koninkrijk Gods doorbreekt, dat al ons werken niet vergeefs is. Ik zoek bewoners van dat Koninkrijk Gods, of misschien: ik zoek een krachtige Koning. Een volgende zegt: ik ben in de kern een onzeker mens, ik aarzel veel, ik twijfel aan mezelf; anderen hebben meer kwaliteiten in huis; wat ik zoek is een vriend, een échte Vriend.

Wat zoeken jullie? Zoeken: dat veronderstelt dat iets er niet is, niet meer is, nog niet is. Zo raakte ik in de afgelopen week mijn fietssleuteltje kwijt. Ik haalde mijn zakken overhoop, ik keek zorgvuldig naar alles wat eruit kwam: een papieren zakdoek, een pen, huissleutels, een losse munt van 1 Euro. Helaas, het fietssleuteltje vond ik niet. Waar leg ik dat sleuteltje anders neer? In mijn bureaula. Maar ook daar: geen sleuteltje. Wat heb ik gedaan, toen ik eerder op de dag met de fiets thuiskwam? Ligt het misschien in de woonkamer? Maar ook daar vond ik niets. Tot slot keerde ik nogmaals mijn zakken om. Toen ineens zag ik: het sleuteltje was tussen de huissleutels geschoven. Ik zie, ik vind.

Wat zoeken jullie? Dat is de eerste vraag die Jezus ons stelt. Zeg maar eens: wat ontbreekt er, wat mis je, wat heb je nodig? Twee leerlingen van Johannes de Doper komen bij Jezus. Johannes heeft iets gezien, iets gevonden: zie, het Lam Gods. De twee leerlingen zijn gefascineerd, ze volgen Jezus. Totdat Jezus stoopt, zich omkeert, hén ziet (vindt!?) en de vraag stelt: wat zoeken jullie? Wij zouden denken: nu komt het. Nu kunnen ze alles vragen wat hen bezig houdt … . Maar dat valt tegen: rabbi, meester, waar houdt u verblijf, waar woont u? Dat klinkt triviaal, alledaags, misschien zelfs wel wat onnozel. Hebben ze niets beters te vragen? Jezus antwoordt: kom en jullie zullen zíen. We kunnen dat ook horen als: … en jullie zullen vínden. Ik zoek, ik volg een leraar, Johannes de Doper, maar ik zie niets, ik vind niets. Ik zoek en volg Jezus en ik mag zien waar Hij woont, ik wil zien, waar de sleutel van mijn verlangen ligt. Ik vind. Bij Hem moet ik zijn.

Wat zoeken jullie? Heel dit gedeelte uit het Johannes-evangelie is vol van zien, een flits, een glimp, en vinden, de een na de ander. Mensen, discipelen. ze zien de contouren van de sleutel bij hun vragen, hun verlangen. Het begint met Johannes de Doper: zie het Lam Gods, dat wegdraagt de zonden der wereld. Zie het Lam Gods. Dat is een persoonlijke belijdenis. Johannes zit zo vol van bekering, ommekeer, afkeren van het oude leven, van afwassen en wegwassen, van dopen, onderdompelen, kopje onder. In Jezus ziet hij, vindt hij al zijn verlangen: Hij was weg, Hij draagt weg. Andreas legt weer een heel ander accent. Hij heeft gezien – of is het nu gevonden? – en spreekt zijn broer Petrus aan: wij hebben gevonden de Messias. Hij is blijkbaar ondergedompeld in de Joodse traditie, vurig verlangend naar degene die recht zal buigen wat krom is, die korte metten zal maken met al Gods vijanden, met al wat kwaad is. Vervolgens is daar Filippus. Hij is gezien, gevonden dóór Jezus. Op zijn beurt vindt hij dan weer Nathanaël. Hijzelf is een Schriftgeleerde, of anders is Natanaël dat: wij hebben gevonden degenen van wie Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten. Maar Natanaël is een nuchter mens, hij weet het nog niet zo goed. Hij moet eerst overtuigd worden. En dat gebeurt ook. Omdat Jezus ook hem gezien heeft, als een Jood in het Messiaanse rijk, onder de vijgenboom. Hij komt tot de meest uitvoerige belijdenis: rabbi, Zoon van God, Koning van Israël. Maar Jezus pareert zijn belijdenis: Zijn leerlingen zullen nog veel meer zien, wij zullen nog veel meer zien: de hemel zal open gaan.

Wat zoeken jullie? Wat zoekt u? Rond Kerst werd door de EO een serie uitgezocht rond Henny Huisman: Henny zoekt God. Henny corrigeerde op een gegeven moment zelf: het is eigenlijk God zoekt Henny. Het is het één én het ander. Zoeken én gevonden worden. Zien én gezien worden. Nog voor wij het zelf beseffen.
Wat zoeken jullie? Waar verlangt u naar? Het is begonnen met die paar leerlingen. Velen zijn gevolgd, in de ongedeelde kerk, in de gedeelde kerk, elk op zijn eigen wijs. Allemaal leerlingen van die éne Heer. Hij heeft ons gezien. Wij hebben Hem gezien, herkend, gevonden in de Bijbelse verhalen, in brood en wijn. Twee vragen om mee naar huis te gaan. Hoe zou u Hem noemen? Rabbi, Zoon van God, Zoon van mensen, Bron van Leven, Idol? En in het verlengde daarvan: wat verlangt u, wat zou u vandaag aan of van Hem willen vragen?

Woudrichem/140216


De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.nl


Print deze pagina

© 2014, KWdJ