Schriftlezing: Johannes 3: 1 – 21

Thema: Kan een mens veranderen?

Kan een mens veranderen? Een grote vraag, maar niet onbelangrijk. Als iemand een glas melk laat vallen en zegt: ‘Ik ben nu eenmaal zo onhandig. Ik kan er niets aan doen.’ Of: ik kom ergens op bezoek, het gesprek komt op het thema van kerk en geloof en een van de gesprekspartners zegt: ‘Ik heb niet zoveel gevoel voor dit soort zaken.’ Met andere woorden: laten we hier maar niet over praten, het heeft geen enkele zin.
Kan een mens veranderen? Op het eerste gehoor zou u naar aanleiding van Johannes 3 vanmorgen misschien zeggen: nee, een mens kan niet écht veranderen. Het moet op een of andere manier van buiten komen, het moet van God komen, alleen door Hem kan een mens wedergeboren, opnieuw geboren worden. Er is een onbekeerde en een bekeerde mens, een oude en een nieuwe mens. Enerzijds: dat heeft iets fatalistisch. Het moet van God komen, en als da niet komt … . Anderzijds: Jezus reikt het ons aan, Hij wil ons iets zeggen. Maar wat dan?

Om de context van Johannes 3 te verkennen is het goed de hoofdstukken 3 en 4 eens naast elkaar te leggen: aan de ene kant de man (Nikodemus) in de nacht, aan de andere kant de vrouw (een Samaritaanse) overdag. Het lijkt glashelder, zwart en wit naast elkaar. Maar het ligt ingewikkelder, ambivalenter. Want de nacht verwijst naar de duisternis, het gevaar, het slinkse, dreigende. Tegelijk is de nacht het moment van de overpeinzingen, van het overdenken van de wet (bijvoorbeeld in de psalmen). Tegelijk biedt de dag licht en warmte, maar het tijdstip waarop de vrouw verschijnt is twijfelachtig, het gevolg van haar dubieuze status in de stadsgemeenschap. Nacht en dag, man en vrouw, Jood en Samaritaan, ze vullen elkaar aan, ze staan beide ten dienste van de boodschap van Jezus. Of het nu nacht is, een man, een Jood, of dat het overdag is, een vrouw, een Samaritaanse, door Jezus verandert er iets in hun leven. Nikodemus blijft voorzichtig, een man van de schaduwen, maar hij zal uiteindelijk royaal meehelpen Jezus te begraven. De Samaritaanse rent weg naar de stad, zo bekend/berucht als ze al was, ze vertelt alles wat er gebeurd is, en wordt zo mogelijk nóg bekender/beruchter.

Kan een mens veranderen? Op basis van deze voorbeelden zouden we zeggen: ja. Nikodemus gaat anders heen dat hij komt. De Samaritaanse heeft een andere kijk op haar leven gekregen. Maar hoe gaat dat dan? Het trefwoord is: weder geboren worden. We kennen die term in onze kringen eigenlijk nauwelijks. Dat is meer iets voor evangelicalen en zwaar reformatorischen. Daarom is er alleszins aanleiding om eens nader naar dat woord te kijken. Het is een voluit Bijbels woord. Geboren worden: dat gebeurt. Daar kiest een mens niet zelf voor. Het gebeurt. Aan de geboorte is een zwangerschap vooraf gegaan, een groeiproces. Het kind groeit, zonder zelf iets te hoeven, iets te moeten. Het is veilig geborgen bij de moeder. Totdat het vol-groeid is en het ter wereld kan komen. Dat gaat vaak met veel moeite en strijd, met worstelingen gepaard. Eerst is er voor het kind niet anders dan de baarmoeder: beperkt in allerlei opzichten, maar op zich voldoende, ruim genoeg. Na de geboorte blijkt de wereld ineens veel en veel groter te zijn dan die veilige, overzichtelijke baarmoeder, vol van mogelijkheden en uitdagingen.
Kan een mens veranderen? Ja, net als bij de geboorte. Nu denk ik: dit is het, dit is mijn leven, mijn werk, mijn gezin, mijn toekomst, mijn geloof … . Het is lang niet altijd perfect, maar hier moet ik het mee doen, hier kán ik het mee doen. Net als het kind in de buik van de moeder. Het is van alles voorzien. Maar er komt een moment, dan wordt een mens daarvan losgemaakt, losgebroken, dan moet hij vrij worden van het oude … . Wedergeboren: in het Grieks betekent dat letterlijk zowel opnieuw geboren als ‘van boven’ geboren. Nikodemus pruttelt, als hij het hoort: een mens kan toch niet terug in de baarmoeder, het is toch onbestaanbaar dat hij precies op die manier opnieuw ter wereld komt?! Met andere woorden: ik kan mijn leven dat ik tot nu toe geleefd heb, met al z’n goede en mooie dingen, maar ook met al zijn schaduwzijden, dat kan ik toch niet ontkennen, niet zomaar aan de kant zeggen?! Daarom ook: ‘van boven’ geboren, van God geboren. Zonder die nieuwe dimensie: geen zicht op het Koninkrijk. Zonder die nieuwe dimensie: geen toegang tot het Koninkrijk.

Opnieuw geboren, van boven geboren. Maar zonder dat? Ach, op zich ziet de wereld er ook dan niet zo beroerd uit. Tenminste, als je tot de bevoorrechten behoort, als je geld hebt, een goede baan, wat status. Maar wie wat beter kijkt, ziet de rafels: het eigenbelang, het steeds maar meer en nooit genoeg, het leugentje om bestwil, de mensen die tussen wal en schip vallen, eigen schuld dikke bult … . Door alles heen geldt niet Gods recht, maar het recht van de sterkste.
Wat is dan opnieuw, van boven geboren worden? Dat is daar uitbreken, daar uitgebroken worden, door God, door Zijn Geest worden aangeraakt, in alles op Hem gericht worden. Dan geldt niet meer het recht van de sterkste, maar komt Gods plek voor de zwakste in het middelpunt te staan. Dan gaat het niet om hebben, maar om zijn: wie ben ik, wie kan ik zijn voor Gods aangezicht, voor mijn naaste? Wie opnieuw geboren is, die vraagt steeds opnieuw naar Gods wil, die leeft van een visioen, een ideaal. Wie opnieuw geboren is, die weet dat hij het zelf niet kan, dat hij God nodig heeft, onder andere om in het reine te komen met het verleden, met het ik-gerichte. Wie opnieuw geboren is, die beseft: ik heb Jezus nodig, de weg die Hij gegaan is tot vergeving van zonde, ook mijn zonde. Wie opnieuw geboren is, die begint te zien: glimpjes van het Koninkrijk van God, contouren van het Rijk waarin God voluit Heer zal zijn.
Opnieuw geboren, van God geboren zijn. Dat klinkt ons vreemd in de oren. Het lijkt alsof de verkeersregels worden omgegooid. Niet meer rechts, maar links rijden. Wie dat nog nooit gedaan heeft, ziet er tegenop. Maar wie zich aan die andere regels waagt, die zal ontdekken dat het wel meevalt. Natuurlijk, er is altijd kans op een terugval, juist op gevaarlijke momenten. Ooit deelden jongeren in Zwitserland zomaar tientjes uit op straat, aan willekeurige voorbijgangers. De mensen weigerden het aan te nemen, ze dachten dat er iets mis was, dat het om een grap ging. Zo anders is het Koninkrijk van God, zo anders is God.

Kan een mens veranderen? Jezus zegt: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft’. Het is een tekst met een beladen geschiedenis. Het kan verstaan worden, dat het dus verder allemaal niet zoveel uitmaakt: God heeft een beslissende zet gedaan in de geschiedenis. En dat hééft Hij gedaan. Maar het woord liefhebben echoot na. Even later zegt Jezus: ‘Dit is het oordeel (letterlijk: de crisis), dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen hebben het duister meer liefgehad.’ Jezus daagt ons uit om te kiezen, je aan Hem gewonnen te geven, aan de leiding van Zijn Geest, je opnieuw van boven, van God geboren te laten worden. Jezus brengt crisis in ons leven, Hij schudt mij door elkaar: wat moet/zal ik doen?

Kan een mens veranderen?

Alphendebron/040606



Print deze pagina

© 2004, KWdJ