Schriftlezing: Lucas 1: 26 Ė 38

Tekst/thema: Boodschapper en boodschap


Samenvatting van de preek:


Waar gaat het om, om de boodschapper of de boodschap? Wij zullen in de meeste gevallen zeggen: om de boodschap. Toch moeten we dat ook weer niet te snel zeggen. De boodschapper is bepaald niet onbelangrijk. Van een postbode verwachten we dat hij de brieven niet stiekem leest, dat hij ze op het juiste adres bezorgt, dat hij ze op tijd in de brievenbus stopt. Een uitnodiging is niets meer waard als die ons na het festijn bereikt. Daarom wil ik vanmorgen vooral stil staan bij de boodschapper, bij de engel GabriŽl.

De engel GabriŽl komt niet zomaar uit de hemel bij Maria binnen vallen. We kennen hem al langer, zelfs uit het Oude Testament. Als iemand zegt ĎHť, daar heb je hem weer met zijn verhalení, dan zijn wij geneigd dat niet zo positief op te vatten. Nog een keer, we weten het nu wel. Toch is het in dit geval een aanbeveling dat we met GabriŽl met een oude bekende van doen hebben. GabriŽl figureert in het Bijbelboek DaniŽl, de profeet die we kennen van de leeuwenkuil. Maar het Bijbelboek DaniŽl gaat over veel meer. DaniŽl heeft visioenen over de toekomst, over de eindtijd, over moeilijkheden en overwinning, over de laatste dingen, het laatste woord over ons leven, over deze wereld. GabriŽl krijgt in het boek DaniŽl de opdracht uit te leggen, open te leggen. Hij is daar geen engel, slechts de man met de naam GabriŽl. Dat laatste zegt genoeg. Gabri-el. Geber/gabber: kracht, maar ook gabber, vriendje, maatje, compagnon. El: God. Alleen al uit zijn naam wordt duidelijk: deze GabriŽl staat dicht bij God, hij weet van God, kent God van nabij. Soms zeggen wij wel eens over een ander: ĎJe bent een engel.í Dat kan wat zoetig klinken, maar de bedoeling is duidelijk: je doet iets goeds, iets moois, iets wat we met God associŽren.

GabriŽl, niet zo maar een boodschapper, niet naar zomaar een plaats. God zťndt GabriŽl naar Nazareth, doelgericht. Het feit dat Hij GabriŽl zendt onderstreept de boodschap, raakt de boodschap. De boodschap vertelt hoe dicht God bij ons mensen is gekomen. De boodschapper laat in persoon zien, dat hij dicht bij God staat.

De engel GabriŽl brengt in de eerste plaats een heel gewone boodschap. Hij kondigt de geboorte van een kind aan, een mens, een man die de naam Jezus zal dragen. Tot zover niets bijzonders. Er waren er zoveel die Jezus heetten, Jozua, Joshua Ö . Net zo gewoon als tot voor enkele generaties tallozen Jan, Piet of Klaas genoemd werden. Maar deze mens krijgt een bijzondere titel: Zoon van de Allerhoogste, Zoon van God. Oude profetieŽn worden vervuld: deze Jezus is de lang beloofde Messias. GabriŽl zegt: Zijn koningschap zal geen einde hebben. Dat is iets bijzonders. In de politiek is het opgaan, blinken en verzinken. Vorig jaar werd Obama nog van alle kanten bejubeld. Nu is in de Verenigde Staten zijn populariteit tot onder de 50 % gedaald. Een koningschap zonder einde. Dat doet ons twijfelen. GabriŽl verbindt dit koningschap met dat van een verre voorouder van Jezus, David. Dat was een koningschap van relatieve rust en vrede. Dat was een koningschap waarin beslist niet alles onberispelijk was Ė denk aan Davids overspel Ė maar waarin uiteindelijk wel gerechtigheid heerste. Dat was een koningschap waarin zelfs sprake was van ernstige rebellie Ė Absalom Ė maar toch hield het stand. Het was een koningschap waarin de koning dichtte over zijn opdracht: juist als een die hoog gezeten was begaan te zijn met wie diep gezakt was, tot aan de onderkant van de samenleving. Het was een koningschap met allerlei gebreken, maar toch naar Gods hart. Dat koningschap was gebrekkig, eindig. Het koningschap waarvan GabriŽl spreekt was en is zonder einde, eindeloos. Het heeft alles te maken met de nieuwe koning, Jezus: het is Zijn levenswijze; het is Zijn sterven aan het kruis, waarin Hij verzoening brengt, het gebrekkige heel maakt, eeuwig maakt. Hoe onzichtbaar vaak voor ons, Hij is nog steeds aan het werk in en onder ons mensen. In dat spoor willen wij leven als in en met Hem gedoopte mensen, in dat spoor zal onze dopelinge van vanmorgen worden opgevoed Ö .

Boodschapper en boodschap. Ze staan niet los van elkaar. Het koningschap waarvan GabriŽl spreekt is niet het zoveelste motto, het zoveelste verkiezingsprogramma. In zichzelf heeft het iets ongeloofwaardigs. Waarom zouden we?! Juist daarom vertelt GabriŽl het, dit maatje van God. Alleen iemand als hij kan ons misschien overhalen Ö .
Zo zijn we steeds weer op zoek naar mensen, boodschappers, zoals deze GabriŽl. We zien hopelijk iets oplichten in onze ouders, in een vriend of vriendin, in onze levenspartner, in mensen in de kerk, mensen die op een of andere manier in de nabijheid van God verkeren, innig met Hem verbonden zijn, die in hun aanwezigheid iets uitstralen als waren zij engelen van God. ĎGottes Engel brauchen keine FlŁgelí, schreeft ooit een Duitse theoloog. Gods engelen hebben geen vleugels nodig.

Utrechtleidscherijn/091206


http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2009, KWdJ