Schriftlezing: Lucas 2: (1) 6 – 20

Tekst/thema: “Als” is geen geschiedenis



Samenvatting van de preek:


Als … . Als het niet zo vroeg donker zou zijn, de avonden niet zo lang, dan zou ik het veel makkelijker vinden om de geschiedenis door te komen. Als Amerika zich meer zou inzetten voor het klimaat, dan zou het een stuk beter gaan met het milieu. Als de politici in Den Haag een beetje beter letten op de belangen van de bevolking, dan ging het beter met Nederland. Als we een beetje aardiger waren voor elkaar, wat meer begrip zouden opbrengen, dan zouden we veel gelukkiger zijn. Als ik nu eens beter had uitgekeken … . Als ik nu eens beter direct naar mijn gevoel geluisterd had … . Als ik nu eens dit of dat had gedaan, dan … .
Als … . Of wat deftiger, formeler ook: indien, in het geval dat, dán … . Advent, Kerst, de donkere dagen, de dagen van even (weg)dromen, van goede wensen, van wie-weet-misschien, van verlangen, van hoop … . Even staan we boven het dagelijks leven, boven de harde realiteit, onttrekken we ons aan de wetmatigheden van het leven. Als nu toch eens … . Als God … .

Als, dat lijkt hét woord van deze dagen. Maar het vreemde is, dat het kerstverhaal niet begint met als … . Het begint met: ‘En het geschiedde’. Dat is een stijlfiguur, een klassieke literaire aandachtstrekker. Let op! Tegelijk is het meer dan dat. Het kerstverhaal zegt niet: als er nu eens een bevel zou uitgaan van keizer Augustus, of van welke machthebber dan ook … . Het zegt niet: als de dagen van Maria vervuld zouden worden dat ze een kind ter wereld zou brengen, of van welk jong meisje dan ook … . Het vertelt niet: als de herders of wie er dan ook in de opvang van het Leger des Heils verkeren, nu eens zouden zeggen: laten wij naar Bethlehem gaan … . U voelt al aan: dat is zot, onwerkelijk, het kerstverhaal op zijn kop. Het zou verworden tot een soort van sprookje, een kerstverhaal dat we in vele soorten en maten vertellen … . Dan zou het iets hebben van het onbestemde ‘Er was eens’. Maar er staat: ‘En het geschiedde’.

En het geschiedde. In het échte leven. In de dagelijkse realiteit. In de werkelijkheid. Een bevel, een decreet, eenzijdig opgelegd, van een (de?!) keizer: Augustus. Mensen moeten zich laten inschrijven, zich laten tellen. Nog steeds worden dagelijks overal ter wereld door staatshoofden besluiten genomen, ondertekend. Grote en kleine. Zij (be)sturen.
En het geschiedde. Temidden van de groten mensengeschiedenis wordt een klein kind geboren. Een klein kind bij kleine mensen, bij Jozef en Maria. Ze hebben niets te vertellen, ze hebben slechts te gaan, zoals de keizer het zegt. Toch heeft dit ‘geschiedde’ een andere kleur. Het is Goddelijke geschiedenis, een Goddelijk ingrijpen. Dit kleine kind tussen grote mensen is Gods zoon. Hij (door)breekt de gewone loop der dingen. Oorzaak en gevolg. Zonde en oordeel. Machthebbers die de touwtjes in handen denken te hebben.
En het geschiedde. Dit alles hebben engelen verteld, verkondigd aan de herders. Jezus is niet de zoveelste leider, koning, keizer met pretenties en beloften. Hij is de Christus, de Gezalfde van God. Hij is de Heiland, de Heelmaker. Dan staan wij weer met de beide benen op de grond van de geschiedenis. Wat nu? Wat zullen wij doen met dit bericht? Herders overleggen met elkaar … . Maken zij geschiedenis? En wij?

Dit doet me denken aan een verhaal over een van de herders. Het staat niet in de Bijbel. Het is verzonnen. Maar deze ene herder staat voor u, voor mij. Hij hoort de boodschap van de engelen, hij is overweldigd door alles wat hij ziet. Maar in tegenstelling tot de andere herders twijfelt hij, hij gaat niet. Is Hij wel de Gezalfde Gods? Ik heb nooit iets van God gemerkt. Of: ik houd niet van grote groepen mensen bij elkaar; laat ze maar, de anderen, ik hoor het later wel. Of: het gaat niet om dit soort dingen, om Wie Hij is, als je maar goed leeft. Of … . Terwijl de herder zo mijmert, ziet hij een kleine karavaan van drie mannen, wijzen. Als ik nou eens zo’n wijze was, denkt hij. En ineens ís hij zo’n wijze. Hij wordt wijs. Hij weet veel. Hij voert diepgaande gesprekken met de andere wijzen. Hij geniet van zijn mooie mantel. Maar hij ontdekt dat ook wijzen niet zo heel veel kunnen. Als ik nou eens koning Herodes was, denk hij. En ineens ís hij Herodes. Hij kan doen en laten wat hij wel. Iedereen gehoorzaamt hem. Of het nu een slaaf is, of een minister, iedereen luistert en doet wat hij zegt. Maar gaandeweg ontdekt hij één beperking. Hij moet gehoorzamen aan de keizer van Rome. Als ik nu eens de keizer van Rome was, zo denkt hij. Ineens bevindt hij zich in het paleis van de keizer in Rome. Hij kijkt in de spiegel en ziet het gezicht van keizer Augustus. Nu heeft hij het allerhoogste bereikt wat er te bereiken valt. Hij heeft alle macht. Maar hij ontdekt, dat de mensen eigenlijk niets om hem geven. Hij voelt zich eenzaam. Hij hoort de mensen met veel waardering praten over verdienen, over geld. Als ik nu eens geld was, denkt hij. Ineens, voordat hij het weet, is hij geld. Hij rolt door de handen van de mensen. Mensen doen álles voor hem. Akelige dingen bijvoorbeeld. Ze kruipen door het stof. Ze gaan elkaar te lijf. Maar hij ontdekt dat hij geen invloed heeft op de dieren. Die gaan maar gewoon hun eigen gaan, ze storen zich nergens aan. Als hij nu eens een schaap was, denkt hij. In een enkel ogenblik staat hij te blaten in de wei. Hij was vrij. Hij kon doen en laten wat hij wilde, een heerlijk gevoel. Maar al snel ontdekt hij, dat hij naar één moet luisteren, de herder. Dat was zijn baas, die bracht hem naar de goede, groene plekjes. Als ik weer een herder zou zijn … . Daar zat hij weer, mijmerend bij het vuur, met een staf in zijn hand. De herder beseft dat al deze mijmeringen, al deze wensdromen hem nergens hadden gebracht. Nergens?! Hij wist nu wel dat het mijmeren hem nergens zou brengen, hij zou een keuze moeten maken, net als de anderen.

En het geschiedde: de grote wereldgeschiedenis. En het geschiedde: Gods ingrijpen. En het geschiedde: wat dan? Wat gebeurt er met dat Woord van God dat mens wordt? Het zet mensen in beweging, kleine, eenvoudige mensen, herders, mensen die als geen ander weten hoe belangrijk het is gehoed te worden, te kunnen schuilen … . Zij gaan op weg.
Wat doen wij? We kunnen best nog even blijven zitten. We kunnen blij zijn met de warmte, de lichtjes, de liederen, de sfeer. Als nou toch eens … . Wat doen wij? De vraag is onvermijdelijk. Durven we vertrouwen op Gods belofte dat dit kind de wereld veranderd hééft, veranderen zál? Durven wij erop vertrouwen dat dit kind de grote vragen van goed en kwaad, van zonde en schuld, van verandering en vernieuwing beantwoord hééft en beantwoorden zál? Durven wij zijn spoor te gaan, zo anders dan de anderen, zo anders dan onze realiteit, zo vreemd aan onze gedragsregels en logica, uiteindelijk zo eenzaam aan de kant gezet … ? Wie staat op en zet de eerste stap? Wie maakt geschiedenis, samen met de herders? Eén ding is zeker: “als” is geen geschiedenis.

Verantwoording. Voor het verhaal maakte ik gebruik van S. de Jong, ‘De droom van de generaal en andere verhalen bij thema’s uit de bijbel’.

Utrechtleidscherijn/091225(samenvatting)
Alphendebron/071225 (geluidsfragment)



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.4 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2007, KWdJ