Schriftlezing: Micha 5: 1-4a en Lucas 2: 1-20

Tekst/thema: ‘Ik heb een engel nodig’

Het kerstverhaal uit Lucas 2 begint met de krant, het dagelijks nieuws. En het geschiedde in die dagen … . Een volkstelling, een gebeurtenis als zovele. Verkiezing (of wat daar voor door moet gaan) van een dictator in Wit-Rusland. Het barre weer. Een economie vol beweging en onzekerheid maar toch ook met een lichtpuntje. Dwars daar doorheen beweegt zich ons leven. Met een te dure hypotheek. De moeilijke oude dag. De lang verwachte zwangerschap. De grote en de kleine geschiedenis vermengen zich. Zo gingen Jozef en Maria op stap. Niets bijzonders.

In de tweede deel gebeurt een wonder, de geboorte van een kind. Het wonder zit ‘m vooral in de wijze waarop het geduid wordt: hier wordt Gods Zoon geboren. Een engel meldt het aan de herders die in de nacht hun kudde hoeden: Redder, Messias, Heer. Dit zal jullie een teken zijn: pasgeboren kind, in doeken gewikkeld, liggend in een kribbe, een voederbak. Vooral dat laatste, dat valt op. Het wonderlijke zit ‘m verder dat er naast de ene engel een hele legermacht God prijst: Eer aan God in de hoge! Wonderen gebeuren. Een kind wordt geboren, waar het niet meer werd verwacht. Een jongere die in de vernieling is geraakt, vindt de weg weer terug. Een ouder iemand zegt: nu pas begrijp ik, hoe bijzonder het is om te geloven.

Je kunt stil blijven staan bij het eerste deel. Dat is de wereld, jouw wereld. Je kunt een stap verder gaan, naar het tweede deel. Wonderen bestaan, jazeker. Dat wil je beslist niet uitsluiten. Maar het komt aan het derde deel. Wat doe je met dat eerste deel en vooral met het tweede deel? Wat doe je met het wonder? De herders horen in het tweede deel een blijde boodschap. De vraag is of ze daaraan gehoor gaan geven. De herders overleggen of ze gaan zien. Vervolgens gaan ze, zien ze, vertellen ze wat ze gehoord hebben. Uiteindelijk gaan ze terug, ze loven en prijzen God om wat ze gehoord en gezien hebben. Drie keer zien, zien als het resultaat van het horen.

Horen en zien. Daarop wil ik inzoemen. Wij zouden zeggen: het gaat uiteindelijk om het zien. Zo zegt het spreekwoord het ook: eerst zien, dan geloven. We leven in een visueel tijdperk met TV, internet. De fabrikant weet dat de verpakking van zijn product van belang is voor de verkoop. Reclame speelt in op visuele prikkels. Maar is dat het, zien, zien alleen?!
Een paar jaar geleden waren wij in Erfurt, de stad waar Luther studeerde. Je kunt zo’n stad zelf rondlopen, met gebouwen, winkels, alles. Je ziet, het mooie en het minder mooie. Aan bepaalde gebouwen kun je als vanzelf hun geschiedenis aflezen. Maar het wordt anders om te zien aan de hand van een gids. Die vertelt waarop te letten. Wie waar woonde. Maar er is een risico. Dat je meer let op de gids dan op de boodschap. Onze gids was een opvallende persoonlijkheid, in het rood gekleed, met een geheel eigen stijl. Eigenlijk bleef dat meer hangen dan wat ze precies zei. Zo kan het ons ook vergaan met de engelen. We blijven hangen bij hun verschijning, het wonder van hun optreden. Of we wenden ons geërgerd af, uit ongeloof. Hoe dan ook, we horen niet wat ze zeggen. De gids in Erfurt vertelde ons waar Luther had gewoond en gewerkt. We wisten waar we moesten kijken. We keken met andere ogen. Aan de levensweg van Luther werd door dit kijken als het ware een extra laagje toegevoegd: het beeld van de kapittelzaal waar hij vergaderde, van de kerk waar hij iedere dag de nodige tijd doorbracht. Het was alsof we iets dichter kwamen bij zijn leven, bij zijn drijfveren, bij zijn overtuiging, ja zelfs bij zijn passie.
Horen en zien. Overal worden kinderen geboren, ook in deze tijd, in deze nacht. Herders hadden op allerlei plaatsen op kraamvisite kunnen gaan. Maar als ze niet gehoord hadden, maar alleen gezien, dan hadden ze niet kunnen onderscheiden hoe bijzonder dit kind was. Gods kind! Anders zou het een temidden van vele zijn geweest. En gebleven. Natuurlijk, een bijzonder kind voor zijn ouders, maar een baby temidden van vele baby’s. Als we tien foto’s op een rijtje zouden leggen, dan zouden ze niet van elkaar te onderscheiden zijn. Pas als we horen, dan weten we 1) waar we moeten kijken, 2) welke betekenis we er aan moeten geven.

Horen en zien. We horen het kerstverhaal. Opnieuw. Voor de zoveelste keer. Maar hoe zien we straks de wereld? Wie hoort, die weet: deze wereld is niet reddeloos verloren: er is een Redder (die ons voor-lief-neemt), een Messias (die ons paradijselijke uitzichten biedt)(, een Heer (die ons leiden wil). Hij komt van buiten, maar tegelijk is Hij direct op ons betrokken: rakelings nabij. In de tweede plaats horen we, zien we: Hij openbaart zich als een kind. Juist in de afgelopen weken en maanden beseffen we eens te meer hoe kwetsbaar dat is! Zo wil God redden: niet in een grote kathedrale kerk met veel vertoon, maar in een kraamkamer in een eenvoudig rijtjeshuis. Met andere woorden: hij laat zich zien in de gewone dingen, ook in uw en jouw alledaagse leven. Niets bijzonders?! Toch wel! Door het horen van de boodschap van deze nacht, kunnen, durven wij onze vensters naar de wereld te openen.

Ooit discussieerden de leerlingen van een groot geleerde over de vraag: hoe komt het dat mensen maar zelden God ontdekken? De een zei: omdat ze een beperkt verstand hebben; als ze knapper zouden zijn, zouden ze het geheim van de hemel wel kunnen doorgronden. Een ander suggereerde: omdat ze te druk zijn met aardse dingen; als ze meer met hun hart in de hemel zouden zijn, dan zouden ze hem zeker ontdekken. Een volgende dacht: omdat het aan geduld ontbreekt; als we blijven uitzien, dan zullen we zeker ooit beloond worden en God ontdekken. De leerlingen kwamen er niet uit. Elk was te vol van zichzelf. Ze vroegen het aan hun leermeester. Die antwoordde: ze vergeten te bukken. Zijn leerlingen vroegen verbaasd: te bukken?! Hij vervolgde: alleen wie bukt, leert kijken als een kind, zal God ontdekken; in de bloem die ontluit, in de wond die geneest, in de hand op de schouder. De mensen kijken meestal over God heen.

Ik heb een engel nodig. Ik heb een engel nodig om steeds weer zo te leren kijken.

Utrechtleidscherijn/101224

http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2010, KWdJ