Schriftlezing: Lucas 5: 1 – 11

Tekst/thema: ‘Vissers van mensen’



Samenvatting van de preek:

Vissers van mensen. Ik vermoed dat wij op het eerste gehoor ongelukkig zouden zijn met deze typering, met deze opdracht. Bij de discipelen paste het. Maar bij ons? Een visser probeert zoveel mogelijk vissen in zijn net te krijgen. Hij haalt zijn net binnen en de vissen gaan dood. Afgezien daarvan: in het woord vangen ligt al opgesloten dat het vangen van vissen tegen de wil, de aard van de vissen in gaat. Het is de handigheid, de vaardigheid van de visser of het vangen ook gaat lukken: de netten worden op een bepaald moment uitgezet, op een bepaalde plek, op een bepaalde manier … . De vis wil vrij zijn, ontkomen, zwemmen, leven … . De visser wil vangen, in zijn handen krijgen, beperken … . Vissers van mensen: betekent dat net zoiets? Mensen naar binnen lokken, in onze netten verstrikt laten worden, hun vrijheid ontnemen … ? Dat staat ons tegen. Dat is alleszins begrijpelijk, maar wat betekent het dan wel?

Laten we bij het begin beginnen, het gedeelte uit het evangelie. Aan de oever van het meer van Tiberias zijn vissers aan het werk. Ze hebben een lange nacht achter de rug. Het is zwaar werk, ploeteren. Ze hebben niets gevangen. Er rest het niet anders dan de netten schoon te maken, te spoelen, en dan naar huis … . Niets om mee te nemen. Op een gegeven moment geeft Jezus opdracht opnieuw uit te varen. Alsof ze nog niet moe genoeg zijn. Ze moeten de wetten in diep water uitzetten. Simon Petrus heeft de moed eigenlijk al opgeven. Vissen is een hard en onzeker bestaan. De opbrengsten zijn vaak maar karig. Het is wachten, hopen … . Maar omdat Hij, omdat Jezus het zegt … . Het onverwachte gebeurt: ze vangen een enorme hoeveelheid vissen, de netten dreigen te scheuren. Ze moeten iets doen, anders gaat het mis. Ze roepen anderen erbij. Maar zelfs twee schepen kunnen de vracht nauwelijks aan: ‘overvloed, overvloed Gods’. De reactie van de discipelen en de omstanders is opmerkelijk. Geen verwondering, maar verbijstering. Geen stapje naar voren, maar een stap naar achteren. Dit kan toch niet, dit mag toch niet, dit verdien ik niet, want ik geloof er niets van … . Afstand. Maar Jezus overbrugt: wees niet bang. Dichtbij, ineens: jullie zullen vissers van mensen worden. Dát wordt het keerpunt. Ze trekken hun schepen op het land en volgen Jezus.
Jezus spreekt deze mannen aan op hun kunnen: vissen. Ze weten hoe het moet, ze hebben de kennis en de kunde in huis. Als het bouwvakkers had Jezus misschien iets gezegd als: met ménsen zullen jullie mijn gemeente bouwen. Als het boeren waren geweest mogelijk iets als: jullie zullen mijn woord zaaien als zaad in de mensen. Als het managers waren geweest: jullie moeten mensen en structuren zo organiseren dat Mijn doel er mee gediend wordt, de bouw van het Koninkrijk Gods. Met andere woorden: het beeld van de visser die mensen moet vissen heeft iets willekeurigs … . Hoewel, het onzekere, de noodzaak van hoop, verwachting, het doorzettingsvermogen … . Toch moeten we het beeld niet te ver doortrekken. In de vroeg-christelijke kerk vergeleek men het water van het meer met het doopwater. Uit het doopwater worden mensen als vissen gevangen, niet om te sterven maar juist om te leven.

Hoe zal de gemeente dat in de 1e eeuw hebben gehoord? Vissers van mensen. De schepen werden op het land getrokken, zij verbranden de schepen achter zich. Ze volgden Jezus. Maar de netten bleven vaak leeg, een paar visjes misschien, ondermaats, weinig bruikbaar. Er komt nauwelijks iemand bij. De kerkbanken blijven leeg.
Hoe horen wij dat aan het begin van de 21e eeuw? Wij kunnen vertellen van de vangsten van vroeger, overvolle netten. Maar nu? Hier en daar een paar vissers die erin lijken te slagen … . Maar de meesten hebben in de donkere nacht weer niets gevangen. Ze opnieuw je netten uit, in diep water. Let op waar ze zitten, die vissen. Probeer het nog een keer!

Wij lijken het vissen te hebben opgegeven. Hoe vaak komt onze gemeente echt wérvend in de krant? Wanneer komt geloof ter sprake in een gesprek met vrienden of collega’s? Welke invloed oefenen wij uit op de samenleving?
Werp je netten uit in diep water, er zít vis. Dat weten we ook wel. Religie mag weer. Het is niet vreemd, je wordt er niet snel om uitgelachen. Het mag weer, maar dat betekent niet dat de terugloop in het ledental van de kerk stopt, of dat de kerken voller worden. Maar toch! Als we kijken naar de scholendiensten, naar bijvoorbeeld de kerstnachtdiensten, dan ontmoeten we daar allerlei mensen, zowel van binnen onze kerkelijke gemeente als van daarbuiten. Neem de scholendienst: blijkbaar hebben mensen het er voor over om met hun kind of kleinkind hier te zijn. Ze willen erbij zijn. Onder hen, maar ook daarbuiten zijn er ongetwijfeld tal van mensen die de kerk in principe een warm hart toedragen. Het moet henzelf misschien ook weer niet te dichtbij komen, maar ze waarderen de hulp die vanuit de kerk aan anderen worden gegeven. Denk in onze eigen situatie bijvoorbeeld aan het inloophuis ‘de Oase’ of het noodfonds. Het krediet is waarschijnlijk groter dan wij denken. Het betekent alleen niet dat die mensen nu direct staan te dringen om zelf lid te worden. Toch willen ze mogelijk wel hun sympathie laten merken, daar ook vorm aan geven. Nu is er geen vorm voor, wij doen er zelf ook geen moeite voor. We benaderen alleen diegenen die als lid in onze kaartenbakken staan. Toch zien we uitgerekend in het evangelie zelf al een zekere verdeling. Jezus verzamelt discipelen om zich heen, een soort van ‘inner circle’, maar tegelijk is er een grote groep van belangstellenden, ‘de scharen’, de massa.
Iemand zal tegenwerpen: wij werpen onze netten toch al uit?! Natuurlijk, als iemand de kerk binnenkomt, dan heten we hem of haar van harte welkom. Zo nu en dan komen enkele mensen op een avond van Vorming & Toerusting bijvoorbeeld. Een heel enkele keer meldt zich iemand via mijn website voor een gesprek. Verder? De mazen van onze netten zijn zo groot, dat menigeen niet eens zal merken dat er een net is. Dat is de ene kant. Aan de andere kant lijken onze netten zo stug, dat geen vis er in kan komen. We hebben een eigen organisatie, een eigen taal, een eigen jargon, een eigen vorm van publiciteit. Alles is naar binnen gericht, intern. Dat is op zich niet erg. Dat heeft elke club. Voetbal kent een andere sfeer, andere termen en spelregels dan bijvoorbeeld korfbal. Dat is niet te vermijden. Toch: de mensen weten in beide gevallen dát er gesport wordt en in grote lijnen ook hoe het bij die beide sporten toegaat. Maar wéten buitenstaanders wat wij hier doen, dat ze bij wijze van spreken zo plaats kunnen nemen op de publieke tribune, dat ze hier terecht kunnen met geloofs- en levensvragen?! En áls ze komen, wat hebben wij dan te bieden?
Hoe kunnen wij onze netten dan opnieuw uitzetten?! Dat is inderdaad een belangrijke vraag. Het is niet om het even hoe en waar wij onze netten uitzetten! Het past niet bij onze manier van geloven en geloof beleven om agressief te gaan folderen in de Ridderhof. Wij zullen het evangelie niet met veel kabaal aan de man gaan brengen. We zouden ons ongemakkelijk voelen, het zou ongeloofwaardig zijn. Maar van de weeromstuit doen we bijna niets. Ieder jaar houden we een braderie, waar we heel veel mensen mogen verwelkomen. Maar nergens, helemaal nergens is een verwijzing te vinden dat we in dit gebouw kerk zijn, volgelingen van Jezus. Is dat niet een beetje vreemd?! Geloven wij wel in ons eigen ‘product’, omdat in dit verband toch wat vreemde woord te gebruiken? Een van de eerste opgaven zou wel eens kunnen zijn, hoe wij ons op een bij ons passende manier onszelf kunnen presenteren, kenbaar maken. Ik wil daarop al een klein voorschot nemen, een denkrichting geven. We zouden kunnen nadenken over een groep ‘vrienden van de Bron’. We hebben al leden, mensen die gedoopt zijn en soms ook belijdenis hebben gedaan. Om dat alsnog (of opnieuw) te doen op latere leeftijd is vaak een veel te grote stap. Jezus navolgen is ook bepaald niet niks! Toch willen die mensen op een of andere manier wel hun betrokkenheid tonen. Toch zijn we wel benieuwd, willen op termijn misschien nog wel eens een stap verder zetten. We zouden die vrienden kunnen werven vanuit scholendiensten, vanuit voorbijgangers op de braderie … . We zouden voor hen apart een soort van eenvoudige nieuwsbrief kunnen maken, met een eenvoudige en begrijpelijke taal, misschien wel een aparte website. We presenteren hen in de eerste plaats de activiteiten die voor hen interessant zouden kunnen zijn. We laten nog eens weten wat we doen in het gewone bezoekwerk, in het noodfonds … . We zouden eraan kunnen denken ook pastorale gesprekken aan te bieden. We zouden … . Misschien hebt u zelf ook wel een goed idee!

Vissers van mensen. Vissers hebben zo hun eigen kwaliteiten, net als bouwvakkers, boeren, huisvrouwen, leraressen, mensen in de IT, administratieve krachten, verkopers, enzovoort. Jezus doet appèl op ons. Hij spreekt ons vanmorgen op ons eigen kunnen aan. Hij geeft ons ieder een eigen opdracht mee … . Samen kunnen we vorm zoeken hoe ook onze gemeente een gezónden gemeente kan zijn, gezonden in deze wereld, gezonden om Hem na te volgen.

KWdJ/070204




De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.8 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2006, KWdJ