Schriftlezing: Lucas 9: 28 – 36

Tekst/thema: Licht uit de hemel



Samenvatting van de preek:


Deze preek werd gehouden in een doopdienst.

Soms zouden we wel willen dat we een toverstokje in handen hadden. Hocus pocus … . In een enkele beweging, met enkele woorden zou alles dan veranderd moeten zijn. Ten goede. Die moeizame relatie tot vader. Die harde vraag naar het waarom. Die langdurige zorg voor een zieke, met ups en downs, maar uiteindelijk de onvermijdelijke aftakeling. Die onrust, die dreigende burgeroorlog in Irak, waarbij zelfs berichten met tientallen doden op één dag niet meer opvallen. Als we nu eens een toverstokje hadden. Alles in één keer in orde, voorbij: ruimte om opgelucht adem te halen. We weten dat het zo niet werkt, dat het te simpel is.
De gebeurtenissen op de berg kunnen op zichzelf de indruk wekken van zo’n toverstokje. Jezus verandert van gedaante. Hij straalt, Zijn kleren gaan stralen, daar op de berg, in Gods directe aanwezigheid. Het is hoog verheven. Het heeft iets onaards, iets onwerkelijks ook. Daarmee krijgt het iets afstotends, iets niet-menselijks. Wat is hier aan de hand? Onwillekeurig komen woorden bij mij boven uit de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel: die om ons mensen en om ons behoud is nedergedaald uit de hemel, en is vlees geworden … . Om ons mensen … . Wat wil de gebeurtenis op de berg dan zeggen?

Laten we eerste een stapje achteruit doen, om zicht te krijgen op het grotere geheel. Jezus stelt ons op zich bekende vragen aan Zijn discipelen. Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Die vraag biedt nog een kans op wegduiken, verschuilen. Maar dan direct, op de man af: wie zeggen júllie dat Ik ben? Jezus vertelt over de weg die Hij moet gaan, de weg van lijden, van afwijzing, van dood, maar ook van opstanding. Jezus vertelt over de weg die de discipelen moeten gaan, al degenen die Hem willen volgen: een weg van kruis dragen. Het zijn grote woorden, woorden die tot nadenken stemmen, woorden die de tijd moeten hebben. Na acht dagen neemt Jezus Petrus, Johannes en Jakobus mee de berg op. Terwijl Jezus aan het bidden is, vallen ze in een diepe slaap. In het bidden begint Jezus te stralen. Opeens zijn daar Mozes en Elia om met Hem te spreken. De discipelen schrikken wakker. Door de stemmen? Door het felle licht? Eerder heeft Jezus dreigende woorden gesproken, woorden van lijden en sterven, van kruis dragen. Ze hebben er een week voor nodig gehad om die woorden te verwerken, áls ze ze al verwerkt hebben … . Geen wonder dat Petrus deze bovenaardse ervaring vast wil houden als Mozes en Elia aanstalten maken om weg te gaan. Hij stelt voor: laten we tenten opslaan. Even lijkt het of de eerdere woorden van Jezus niet meer zijn geweest dan een boze droom. Even lijkt het alsof die zware druk, dat onbegrijpelijke, dat ondraagbare, is afgewend. Even lijkt het alsof ze in een ánder weten zijn overgegaan … .

Ik wil stil staan bij één zinnetje, één woord eigenlijk maar. Jezus spreekt met Mozes en Elia over zijn ‘levenseinde’ (NBV), die Hij in Jeruzalem zal moeten volbrengen. Letterlijk staat daar: ‘exodus’. In het Nieuwe Testament komen we dat woord maar een paar keer tegen, onder meer hier bij Lukas. Mattheüs en Markus kennen het niet. Het heeft hier de specifieke betekenis van levenseinde. Letterlijk betekent het zoveel als uit-weg. Het staat dan tegenover in-weg. Op- en aftreden. Op- en afgaan van het toneel van de aarde, van het leven. Toch is dat me te neutraal, te weinig zeggend. Deze ‘exodus’, deze uit-weg, gaat Jezus vervullen, voltooien in Jeruzalem. Het is dus niet zo dat Hij met emeritaat gaat, met pensioen, zoals wij na een werkzaam leven zo ergens tussen ons 20e en 65e levensjaar. Je baas ziet je zo langzamerhand toch wel graag gaan. Natuurlijk je bent een gewaardeerde kracht. Natuurlijk, je hebt de nodige ervaring. Maar je bent relatief duur, je neemt de dingen niet zo snel meer op. Meestal hebben mensen ook zelf wel zin om een punt te gaan zetten. Bij Jezus ligt dat anders, het is veel meer dan een afronding, het is iets ánders. Als we even teruggaan naar het beeld van het toneel. Een voorstelling begint met voorbereidingen, met de verkenning van het stuk, van de moeilijkheden, de mogelijkheden, met proeflezen. Dan komt het moment, als er is gerepeteerd, als alles er klaar voor is: de uitvoering zelf. Dan is het af. Maar juist dat is het hoogtepunt, daar is het allemaal om te doen, om de grote finale. De evangeliën werken daar naar toe. Eerst is het nog van Jeruzalem af. Op een gegeven moment wordt de draai gemaakt, in alle drie de synoptische evangeliën zo omstreeks die indringende vraag aan de discipelen: wie zeggen jullie dat Ik ben? Dan komt het geheim van Jezus’ optreden heel dichtbij. Doelbewust is het dan op Jeruzalem aan.
Exodus. Daar moet natuurlijk nog iets meer over gezegd worden. Dat wat wij als ‘de’ exodus kennen, is een krachtige illustratie bij de exodus van Jezus. Het was een uit-weg, weg uit Egypte, weg uit de grote nood, weg uit het gevaar. Een uitweg ligt zelden voor de hand, die moet altijd gevonden worden. Dat gaat eigenlijk nooit vanzelf. Dat gaat gepaard met strijd, innerlijke strijd, met angsten. Het smalle pad is eigenlijk onbegaanbaar. De diepe afgronden doen het je duizelen. De sprong die je moet maken is in normale omstandigheden in feite té groot … . Zo stond Israël voor de zee. Er was geen doorkomen aan. Zo stond Israël in de woestijn. Hoe moesten ze daar overleven?! In een exodus, in een uitweg als deze, blijft alleen God over. ‘Als ik Hem maar kenne’. Die weg gaat Jezus, in het volste vertrouwen. Het zal voor ons een uit-weg blijken te zijn, Hij gaat ons voor. Weg van die moeizame relatie met je vader, weg van de zorg die zwaar valt, weg van de harde waaroms, weg van oorlogssituaties, weg van de zonde die zo bezwarend kan zijn.

Soms wilden we wel dat we een toverstokje in handen hadden. Soms wilden we wel dat het ineens allemaal anders, beter zou zijn. Maar we hebben vandaag niet meer (en niet minder!) in handen dan de Bijbel en dit Bijbelgedeelte: licht uit de hemel. Het komt. Het gaat. De exodus, de uitweg dient zich niet zo heel eenvoudig aan.
Zo zouden de doopouders vanmorgen misschien wel een toverstokje in handen willen houden. Dat ze bij het minste en geringste de dreiging zouden kunnen wegtoveren. Dat hun kind bij het opgroeien niets zal hoeven te overkomen, dat het zonder meer gelukkig zal kunnen zijn. Maar ook zij hebben vanmorgen niet meer dan een licht uit de hemel, een Goddelijk licht dat op hun kind valt, het teken van de doop. God zegt ook tegen hem: jij bent mijn (geliefde) kind. God tekent met Zijn eigen leven voor de goede afloop, voor de uitweg. Het is niet toevallig dat als het in de Bijbel gaat om de hemel, om het leven dicht bij God, dat we dan meer dan eens horen van het lichtende, het blinkende van degenen die bij Hem verkeren.

Tot slot een verhaaltje, als samenvatting, als besluit. De regenwolk is zwaar. De druppels zullen spoedig vallen. De langverwachte regen komt eraan. Het land wacht erop, de mensen, de dieren, het groen. De druppels beginnen te vallen. Maar het is hoog. Het is koud. De druppels transformeren in sneeuwvlokken. Ze vallen niet in het dal, waar ze zo lang verwacht zijn. Ze vallen op de berg. De sneeuwvlokken kijken naar zichzelf, naar elkaar: ze zijn wit, ze glinsteren, ze hebben de prachtigste vormen, samen vormen ze een fraaie witte deken op de berghelling. Ze kijken om zich heen: een schitterend uitzicht. Ze willen hier nooit meer weg! De planten, de dieren, de mensen, ze moeten zelf maar zien hoe ze aan water zullen komen. Zij moeten nu toch ook eens aan zichzelf denken. Zij blijven in dit prachtige land. Tot de zon begint te schijnen. De sneeuwvlokken glinsteren nóg meer. Tegelijk beginnen ze zich te schamen. Diep in hun hart weten ze dat anderen op hen, op water zitten te wachten. Ze laten de warmte toe. Ze weten dat als ze zich laten gaan, het licht van de zon altijd bij hen zou zijn. Uiteindelijk zouden ze weer door het licht van de zon worden opgenomen … (Uit: S. de Jong, De droom van de generaal).

Alphendebron/070304



De gesproken preek downloaden?
Klik op onderstaande afbeelding.
Geef de locatie aan waar het bestand moet worden opgeslagen.
NB: Het downloaden kan enige tijd kosten (3.9 Mb).
Klik hier voor downloaden!
Als u de preek gedownload hebt, klikt u op het desbetreffende bestand en kunt u de preek op uw eigen PC of MP3-speler beluisteren.



http://www.kwdejong.info


Print deze pagina

© 2006, KWdJ